De Engelse Cocker Spaniel (Martina1)

De Engelse Cocker Spaniel
Ook de hangoren van een cocker verlangen goede verzorging. Omdat ze dicht tegen het hoofd aanhangen krijgt het minder lucht dan een hond met staande oren. Ten eerste zorgt u er goed voor dat de haren rondom de gehoorgang regelmatig worden weggeknipt, zodat de gehoorgang vrij blijft en goed van lucht wordt voorzien. Dit is eigenlijk de belangrijkste voorzorgsmaatregel en behoedt u en de hond voor heel veel ellende van oorontstekingen.
Rasstandaard van de Engelse Cocker SpanielLand van herkomst: Groot Brittannie. Algemeen voorkomenVrolijke, stevige jachthond, evenredig gebouwd, compact. Meet ongeveer hetzelfde van de schoudertoppen tot de grond als van de schoudertoppen tot staartaanzet. Eigenschappen
Vrolijke aard met een altijd kwispelend staartje, laat een kenmerkend beweeglijk gangwerk zien, vooral wanneer de hond een spoor volgt. Niet bang om zware dekking aan te nemen. Karakter
Zachtaardig en aanhankelijk. Levenslustig en uitbundig. Hoofd en schedel
Vierkante voorsnuit met een uitgesproken stop midden tussen neuspunt en achterhoofdsknobbel. Goed ontwikkelde schedel, mooi besneden, niet te fijn noch te grof. Geen uitstekende jukbeenderen. Neus voldoende breed voor sterk reukvermogen. Ogen
Vol, maar niet uitpuilend. Donkerbruin of bruin, maar bij de leverkleurigen, leverschimmels en leverbonte honden is donker hazelnoot in overeenstemming met de kleur van de vacht toegestaan. Intelligente en zachte uitdrukking maar klaarwakker, attent en vrolijk. Goed aangesloten oogleden. Oren
Lobvormig, laag aangezet ter hoogte van de ogen. Dunne oorlappen, die tot een de neuspunt reiken. Goed bedekt met lang, recht, zijdeachtig haar. Gebit
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, d.w.z. dat de boventanden voor de ondertanden scharen en recht in de kaken zijn geplaatst. Hals
Matig lang, gespierd. Fraai overgaand in schuine schouders. Geen keelhuid. Voorhand
Schuine en droge schouders. Benen hebben sterke botten, zijn recht en voldoende kort voor een geconcentreerde kracht. Niet te kort, waardoor de enorme inspanning waartoe dit prachtige jachthondje in staat moet zijn, belemmerd zou worden. Lichaam
Sterk, compact. Borst goed ontwikkeld met diepe borstkas, voorborst niet te breed noch te smal. Goed gewelfde ribben. Korte lendenen, breed, met sterke, rechte ruglijn, die van het einde van de lendenen tot aan de staartaanzet iets afloopt. Achterhand
Breed, rond, zeer gespierd. Benen hebben sterke botten, goede kniehoeking, laag geplaatste spronggewrichten voor veel stuwkracht. Voeten
Stevig, dikke voetzoolkussens, kattenvoeten. Staart
Iets onder de ruglijn aangezet. Moet bij actie vrolijk zijn en recht naar achteren gedragen worden, nooit omhoog. Na 31 augustus 2001 is er in Nederland een coupeerverbod van de staarten. Voor deze datum geboren honden mogen een gecoupeerde staart hebben, maar nooit te kort of te lang, waardoor de voortdurende vrolijke beweging belemmerd zou kunnen worden. Gangwerk/beweging
Zuiver in de beweging met enorme stuwing en goed uitgrijpend. Beharing
Glad, zijdeachtig van structuur, nooit stug of golvend, niet te overvloedig en nooit krullend. Goede bevedering aan de voorbenen, lichaam en achterbenen boven de hakken. Kleur
Zwart en elke andere kleur is toegestaan. Bij de eenkleuren is wit uitsluitend toegestaan op de voorborst. Afmetingen
Hoogte 39-41 cm (15.5-16 inches) voor reuen en 38-39 cm (15-15.5 inches) voor teven. Gewicht ongeveer 12.7-14.5 kg (28-32 Engelse ponden). Fouten
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet. Opmerking
De reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.
| |||
www.spanielclub.nl
















Jaarlijks lopen heel veel huisdieren -vooral katten-weg. Veel van deze huisdieren raken verdwaald en duiken soms pas veel later op in een asiel, ver bij U uit de buurt. Andere dieren zijn minder gelukkig en worden doorgereden. terwijl U zit te wachten ligt uw huisgenoot anoniem langs de kant van de weg en niemand weet waar de kat of hond thuishoorde. Laat uw dier daarom voorzien van een zogenaamde chip of transponder. Dit is een zeer klein staafje dat via een simpele injectie onder de huid wordt geimplanteerd. Uw hond of kat kan dit kenmerk zo niet meer verliezen. Kwaadwilligen kunnen het niet verwijderen en zo het dier zich toe eigenen. Dierenartsen, politie en dierenambulances beschikken allen over uitleesapparatuur. Zo hebt U uw huisdier snel weer terug of weet U tenminste waar hij/zij gebleven is.
U kunt ook altijd bewijzen dat U de rechtmatige eigenaar bent van een huisdier. Zelfs als het dier later toch nog dood gevonden wordt of zelf indien het dier dan al in staat van ontbinding bevind kan het toch nog simpel geindentificeerd worden. Daar heeft uw huisdier wellicht niet zoveel meer aan maar het is toch wel prettig dat er een eind komt aan een periode van onzekerheid. Op de foto hiernaast kunt U zien hoe klein zo'n transponder werkelijk is: ongeveer het dubbele van een potloodpunt en niet iets dikker dan de stift van een potlood.
Waarom spreekt men door elkaar heen van een chip dan wel een transponder? Een transponder bestaat uit een miniscuul chipje met daarin opgeslagen een uniek nummer. De chip heeft geen eigen stroomvoorziening en er is dus ook geen batterij die uitgeput kan raken. Zelfs over 300 jaar zal de chip nog uitgelezen kunnen worden. Via een zogenaamde reader wordt een elekto-magnetisch signaal uitgezonden dat in het koperdraad in de transponder een elektrisch stroompje opwekt. Als gevolg daarvan gaat de chip zijn nummercode uitzenden en dat signaal wordt weer uitgelezen via de reader (de witte lus-antenne). Op het display verschijnt het nummer. Een chipnummer heeft meestal 15 cijfers en de eerste 3 cijfers geven aan uit welk land het dier komt. In Nederland geplaatste chips hebben als landnummer 528. Rashonden hebben de code 400 in hun chips staan.

De uitwendige geslachtsorganen van zoogdieren zijn meestal goed ontwikkeld. Bovendien zijn deze meestal buiten het lichaam ook goed zichtbaar. Bij vogels ligt dit op een enkele uitzondering na geheel anders. De geslachtsorganen zoals bijv. de testikels bij de mannetjes liggen in de buikholte verborgen en zijn ook niet van buitenaf zichtbaar of voelbaar. Soms is dat geen enkel probleem omdat het verenkleed van het mannetje (man) er heel anders uitziet dan dat van het vrouwtje (pop). Een mooi voorbeeld hiervan is de Edelpapegaai.
Bij andere soorten zoals de grijze roodstaarten, de ara's en de amazone papegaaien ligt dit anders. Hier is zelfs bij de volwassen vogels nauwelijks of geen verschil te zien tussen de man en de pop (vrouw). Hetzelfde geldt bijvoorbeeld bij kleurmutaties van halsbanden (wit). Aangezien het hier vaak dure vogels betreft wil men graag snel weten of men een echt broedspannetje heeft of dat er twee mannen of twee poppen bij elkaar zitten. Soms als er na een paar jaar nog geen eieren zijn gekomen gaat zelfs de meest ervaren kweker wel eens twijfelen. Er kunnen dan natuurlijk aan andere afwijkingen zijn.
Door een klein gaatje van 2-3 mm in de buikwand te maken kan de dierenarts middels een glasfibersysteem met en lens erop (endoscoop) door de luchtzakken heen de geslachtsorganen van de vogel goed en op simpele wijze bekijken. De vogel wordt hiervoor even onder zeil gebracht met een kapje met zuurstof en isofluraan. De vogels slapen meestal binnen 1-3 minuten, en zijn na de ingreep die een paar minuten duurt, ook binnen 1-3 minuten weer compleet wakker.
Het sterfte risico ligt bij een ervaren dierenarts ver beneden de 5 promille. De nadelen van deze methode zijn dat men met de vogel naar de dierenarts moet en het zeer geringe uitvang en narcose risico. Het voordeel van deze methode is dat niet het alleen het geslacht direct kan worden vastgesteld, maar dat tevens een uitspraak kan worden gedaan over de toestand van bijvoorbeeld de eierstok.
Vogels van 10 jaar met een niet actieve eierstok of zelfs een geheel vergroeide (versteende) eierstok zijn weliswaar nog steeds vrouwelijk, maar zullen waarschijnlijk geen eieren leggen. Ook kan vaak een indruk worden gekregen over de leeftijd of broedrijpheid van de vogels. Omdat de dierenarts deze bevindingen zelf in de vorm van een certificaat op schrift stelt is fraude niet zo snel mogelijk als bij DNA onderzoek door derden.
onderzoek is goed mogelijk bij de meeste algemeen voorkomende soorten. Er wordt dan gekeken of er in het bloed of celresten die op de veren voorkomen stukjes DNA aanwezig zijn die typisch zijn voor een pop of voor en man. Opvallend is dat bij mensen de dames twee gelijke X chromosomen (XX) hebben en de mannen één X en één Y chromosoom (XY),. Bij vogels is dit net omgekeerd (WW bij de man en WZ bij de pop). Voordeel van de DNA methode is dat je niet met de vogels naar de dierenarts hoeft. De uitslag van het onderzoek volgt meestal na 1-2 weken en de kans op een foutieve uitslag is ca. 1%. Het nadeel is dat bij sommige soorten meer mannen dan vrouwelijke dieren voor handen zijn. Dat komt soms tot uiting in het ontstaan van flinke prijsverschillen tussen de beide sexen en soms worden allen spannetjes van deze vogels verkocht. (als je een pop wilt moet je de man erbij kopen).



