Leven als kat en hond (Martina1)

| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Leven als kat en hond (Martina1)
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De belangrijkste kenmerken van de gewervelden (Knudde1)
De belangrijkste kenmerken van de gewervelden kunnen in het kort als volgt worden samengevat :
Gewervelden hebben een tweezijdig symmetrisch lichaam, dus een lichaam dat links en rechts gelijk is, met aan het ene eind een kop en aan het andere een achterlichaam. De sketlet-as en de zenuw-as liggen aan de rugzijde en de organen voor de spijsvertering en de bloedsomloop liggen aan de buikkant. Het ademhalingsstelsel staat in verbinding met het voorste deel van de slokdarm.
Het skelet : bij de rondbekken (dus dieren met een ronde bek) zit, aan de voorkant van het lichaam, aan de ruggegraat een kraakbeenachtig doosje (een eerste begin van de schedel), waarin het voorstel deel van het centrale zenuwstelsel ligt. Bij de vissen ondergaat het omhulsel van bindweefsel dat om de ruggegraat zit een verbeningsproces dat tenslotte leidt tot het vormen van wervels. Bij de amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren worden de wervels geleidelijk steeds ingewikkelder. De ruggegraat verdwijnt en de wervelkolom krijgt als belangrijkste taak het bijeenhouden en bewegen van het lichaam. De schedel wordt ingewikkelder, doordat deze allerlei uitsteeksels en holten bevat waarin de zintuigen liggen. Dit geldt ook voor de gebogen beenderen die het skelet van de kop vormen. Aan de wervelkolom komen de beenderen van de ledematen vast te zitten. Het grootste aantal ledematen is vier.
De spieren , die door middel van pezen aan het skelet vastzitten, bestaan uit dwarsgestreept spierweefsel, waardoor beweging mogelijk wordt. Andere spieren van glad spierweefsel vormden de wanden van de verschillende organen.
De huid bestaat uit een opperhuid van verschillende lagen. Ze bevat verschillende soorten klieren. Uit de huid ontstaan schubben, vinnen, haren, nagels en hoorn (snavel).
Het spijsverteringsstelsel omvat een buis die aan beide zijden open is (mond en anus), met verschillende verterende klieren.
Het ademhalingsstelsel is altijd afhankelijk van de keelholte en bestaat uit kieuwen of longen, al naargelang het dier in het water of op het land leeft. Ook bestaat er altijd een huidademhaling.
De bloedsomloop vindt plaats door een hart dat onder de wervelkolom ligt en door een gesloten systeem van bloedvaten (slagaders, aders en haarvaten). Het hart is verdeeld in twee of drie of vier holtes.
De excretie of uitscheiding geschiedt voornamelijk door de nieren, die in het voorste, middelste of achterste gedeelte van de romp liggen. De nieren voeren door buizen de afgescheiden stoffen naar de anale opening of naar de cloaca (waarin ook de slokdarm en de buizen van de geslachtsklieren uitmonden).
De geslachtsorganen zijn bij de mannetjes de zaadballen of testikels en bij de vrouwtjes de eierstokken of ovaria, met bovendien verschillende bijkomende organen die in de diverse klassen anders zijn.
Het zenuwstelsel zetelt voor het belangrijkste deel in de hersenen (die in de schedel liggen) en in het ruggenmerg, dat doorloopt in de wervelholten. Dit is het centrale zenuwstelsel. Verder is er nog het perifere zenuwstelsel, dat wordt gevormd door de zenuwen. Voor de werking van de ingewanden bestaat er een zelfstandig werkend zenuwstelsel, het sympathisch zenuwstelsel

Katten voorkomen hartaanval bij eigenaar (Knudde1)

Volwassen mensen die een kat als huisdier bezitten, lopen minder risico om te sterven aan een hartaanval dan hun kattenloze medemens. Ook mensen die vroeger een kat bezaten, profiteren daar vandaag nog steeds van. Dat meldt de Britse openbare omroep BBC op zijn website.
Onderzoekers van de universiteit van het Amerikaanse Minnesota bestudeerden 4.500 volwassenen en ontdekten een verband tussen het bezitten van een kat en het krijgen van een hartaanval. Kattenbaasjes lopen maar liefst veertig procent minder kans op een fatale hartaanval.
Significant verschil
Het onderzoeksteam stelde zijn studie voor op een internationaal congres over beroertes in het Amerikaanse New Orleans. Professor Adnan Qureshi die het team leidde, stelde ook vast dat mensen die eerder een kat bezaten, minder vatbaar zijn voor beroertes.
Uit de studie bleek dat 3,4 procent van de eigenaars van katten sterft aan een hartaanval. Bij mensen zonder kat is dat 5,8 procent. De wetenschappers hielden ook rekening met bloeddruk, cholesterol en roken.
Kalmerend effect
De belangrijkste reden voor dit opmerkelijke verschil is volgens de studie het kalmerende effect van katten. De wetenschappers waarschuwen wel voor de impulsieve aankoop van katten. Volgens hen is het mogelijk dat mensen die een kat kopen, op voorhand al minder vatbaar waren voor hartaanvallen.
Het effect van honden op het aantal hartaanvallen werd nog niet getest. Eerder onderzoek had wel al aangetoond dat ook een hond goed is voor de gezondheid. De dieren zijn niet alleen rustgevend, ook het uitlaten en de daaraan gekoppelde wandeling, hebben een positief effect.(knack.be)

Bever floreert aan de Dijle
Berenversje (Martina1)

|
|||||||||||
Bang van mij (Martina1)

Het laten zwemmen van de hond (Martina1)
|
Waarom is zwemmen zo goed voor de hond?
Welke honden mogen / kunnen niet zwemmen?
Wanneer honden niet laten zwemmen?
Hoe leer ik mijn hond zwemmen?
Nota bene: nooit een hond in het water gooien. |
Hondenregels (Martina1)|
De hond mag niet in huis komen. |
- De hond mag op het bed slapen, maar alleen nadat hij is uitgenodigd.
- De hond mag op het bed slapen wanneer hij wil, maar hij mag zeker niet onder de dekens.
- De hond mag onder de dekens, maar alleen als hij is uitgenodigd.
- De hond mag iedere nacht onder de dekens slapen.
- Mensen moeten toestemming vragen om naast de hond onder de dekens te mogen slapen...
Gegiechel in het dierenbos (Martina1)Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
Er wordt heel wat afgelachen in het dierenrijk – veel meer dan we denken. Ons beeld van het gevoelsleven van dieren moet daarom volledig op de schop, betoogt een onderzoeker die ontdekte dat ratten kunnen schateren van het lachen.
Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
Er wordt heel wat afgelachen in het dierenrijk – veel meer dan we denken. Ons beeld van het gevoelsleven van dieren moet daarom volledig op de schop, betoogt een onderzoeker die ontdekte dat ratten kunnen schateren van het lachen.
Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
noorderlicht.vpro.nl
Meer info over de plasmabank
Aan de hand van een humaan plasmaferesetoestel wordt wekelijks plasma afgenomen van 3 donorpaarden . Deze paarden verblijven constant in de kliniek en staan onder een strikt vaccinatie- en ontwormingsschema. Ook de voeding wordt regelmatig aangepast alnaargelang de nutritionele behoeften van onze paarden. Deze donoren worden regelmatig onderworpen aan een algemeen bloedonderzoek ter controle van hun algemene gezondheidsstatus. Het plasma wordt compleet steriel afgenomen in zakjes van 800cc. De plasmazakjes worden zorgvuldig genummerd en geregistreerd in onze database. Daarna worden ze diepgevroren bewaard. | ||
| Dit plasma wordt voornamelijk gebruikt bij veulens met een tekort aan antistoffen na de geboorte en laat een specifieke behandeling toe van de neonatale gegospitaliseerde veulens. Het wordt eveneens veelvuldig aangewend bij paarden met een eiwittekort in het bloed (zoals bijvoorbeeld in het geval van chronische diarree). | ![]() | |
![]() |
Onze plasmabank staat eveneens 24h/24h ter beschikking van onze doorsturende dierenartsen . De zakken kunnen afgehaald worden of opgestuurd met een of ander verzendingsbedrijf. Voor meer info : tel. +32-24 54 10 00 |
Antwaarps gedichtje (Fobieke)

Wilbär, de schuchtere versie van Knut en Vlokje (Martina1)
Zouden dieren ook last hebben van een Babylonische spraakverwarring?
Vogel kiest voor voedingsstoffen
Zwartkoppen hebben geen aangeboren voorkeur voor donkere teinten, maar selecteren wel donkere bessen omdat daar grotere hoeveelheden anti-oxidanten inzitten dan in lichtere bessen.
zwartkop" ?
Wetenschappelijke naam:
Sylvia atricapilla (Linnaeus, 1758) 
Nederlandse naam:
Zwartkop
Vogelgroep:
Grasmussen
Veldkenmerken. 14 cm. Makkelijk te herkennen aan zwarte (mannetje) of bruine (vrouwtje) kruin. Verenkleed verder grijs op gezicht en nek, bruiniger op bovendelen, onderdelen en staart; onderdelen grijswit. Geen wit in staart. Zwarte (bruine) kruin reikt niet tot onder oog en is minder uitgebreid dan kopkap van Glanskop en Matkop (beide mezen). Juveniel heeft bruine kruin als vrouwtje. Actief, maar meestal niet eenvoudig te zien te krijgen, behalve zingend mannetje of fouragerende vogels in het najaar.
Geluid.Roep scherp ’tek’, soms verlengd tot ratel en lijkt dan op roep van Winterkoning. Heeft ook onderdrukt ’tsjurrr’. Zang lijkt sterk op die van Tuinfluiter, maar eindigt in rustige, luide en heldere fluittonen.
Voorkomen. Algemene zomergast. Overwintert in toenemende mate.
Habitat. Loofbos, parken, grote tuinen, etc. Komt meer in echt bos voor dan Tuinfluiter.
Voedsel. Insecten en bessen; fourageert meest in bomen en struikgewas, maar komt ook wel op de grond.
Aambeeldspikkeldikkopje !!

Bewegingsadviezen voor de hond
De cavia
Cavia
Wormen bij de hond en de kat
Mijn hond heeft geen wormen ......
Spoelwormen