Potvis in Oostende


Er zijn tand en balein walvissen.
Mannetjes worden tot 22 m lang en vrouwtjes tot 17m.
Mannetjes kunnen tot 60.000 ton wegen en vrouwtjes halen toch nog 38.000 ton.
Ze worden soms meer dan 60 jaar oud.
Ze zijn herkenbaar aan hun grote kop en lange onderkaak.
De kop bevat veel vet wat belangrijk is bij het duiken en drijven en produceren van geluidsgolven. Ze duiken soms tot 3000m diep en kunnen 2u onder blijven.
Ze moeten soms zo diep gaan om hun voornaamste prooi de reuzeninktvis te vangen.
Ze komen voor in tropische en subtropische gebieden van alle oceanen. Vrouwtjes blijven ter plaatse maar mannetjes verlaten de plek en warme waters rond de Azoren.
En trekken tot in Finland en Ijsland In de herfst keren ze terug en maken soms de fout bij hun terugkeer de Noordzee in te zwemmen ten oosten van Schotland.
Hun instinct leidt hen steeds verder en verder naar het zuiden.
De zandbanken en getijdenstromingen vormen dan een echte val.
Ze zoeken hun weg met een soort radar of sonor en oriënteren zich met behulp van weerkaatsing van de geluiden die ze maken.
Dit systeem werkt niet zo goed met een zanderige bodem zoals deze van de Noordzee.
Aan onze kust strandden potvissen in 1954-1989-1994- en 2004.
De vissen werden op het strand in Koksijde gevonden en 1 in Nieuwpoort.
In 1991-2000-2002 en 2004 werden levende potvissen waargenomen voor onze kust.



































