schrijfkriebels
Lang geleden, toen ik begin maart 1994 in het ziekenhuis lag, kreeg ik van iemand een mooi lijntjesschrift met een harde kaft. “Om al je belevenissen in neer te pennen voor later”, voegde ze er aan toe.
Ik nam me voor haar raad op te volgen, maar er kwam van schrijven niets in huis. Verklaren kan ik het niet, want doorgaans schrijf ik graag en gemakkelijk, maar nu kon ik mezelf er niet toe brengen om iets over mijn ziekte op papier te zetten. Uit angst voor de confrontatie zwart op wit, misschien?
De laatste tijd krijg ik voor het eerst opnieuw wat schrijfkriebels. Ik zou een boek willen schrijven, maar waarover kan ik schrijven? Zou ik het wagen om mijn eigen kankerverhaal op papier te zetten?
Ik besluit eerst een korte schrijfcursus te volgen, kwestie van geen al te gek figuur te slaan. Bij Wisper vind ik een aankondiging van een korte schrijfcursus: vier weekeindes, telkens met een drietal weken tussenin. Niet te lang, niet te overrompelend, net wat ik zoek.
De cursus valt bijzonder goed mee. Ik leer enorm veel bij. De leraar is zelf schrijver en spreekt vol liefde en overgave over zijn vak. Hij slaagt erin zijn gedrevenheid op ons over te brengen en bovenal, hij geeft me het nodige zelfvertrouwen om me te wagen aan het schrijven van een boek.
Binnenkort komt er een verjaardag aan. In maart 2009 is het precies 15 jaar geleden dat ik ziek werd. Een prima gelegenheid om alles op schrift te zetten.
Bovendien voel ik me relatief goed. Reden genoeg om te vieren.
Ergens héél ver weg knaagt een duiveltje, dat nooit ver weg is. Hoe lang ga ik me nog goed voelen? Hoe lang gaan de hormonale therapieën nog in staat zijn om de sluimerende ongenode gast in bedwang te houden?
Opeens krijg ik haast om aan het boek te beginnen. Ik wil het verhaal in schoonheid eindigen en zeker niet wachten op nare ontwikkelingen.
© Karlijn Koninckx

