domme dingen
Onze zoon van vijf is wat verkouden en mag vandaag thuisblijven van school. Of misschien had mama behoefte aan wat gezelschap op haar snipperdag?
We zitten gezellig samen in de zetel onder een warme deken en zoonlief trakteert me op een van zijn niet te onderbreken redeneringen.
“Vroeger, toen God er nog was, toen was er nog geen land op aarde, eh mams?” steekt hij van wal.
Mijn vrijblijvende ‘mmmh’ volstaat ruimschoots aangezien zoonlief in het geheel geen antwoord verwacht en helemaal opgaat in zijn eigen hersenspinsels.
“Zus vertelt dat er toen alleen maar water was, maar dat is toch niet juist eh mama?”
Deze keer laat hij een duidelijke rustpauze, wat erop duidt dat hij toch een weerwoord wenst.
Ik beaam dus voorzichtig dat sommige mensen inderdaad menen dat God het land en alles wat er op aarde is zelf geschapen heeft en dat grote zus dat zo op school heeft geleerd.
Ons zoontje veert overeind.
“Maar dat is niet juist hoor!” gaat hij ietwat opgewonden verder.
“Dat kán gewoonweg niet kloppen. Want als er vroeger geen land was op aarde, dan had God ook niet kunnen leven. God kan toch niet de hele tijd in het water gelegen hebben tussen al die walwissen en zo. Daar geloof ik niets van. Neen, daar móét hier of daar minstens een eiland geweest zijn!”
Hij schudt mistroostig zijn hoofdje en met een diepe rimpel in zijn voorhoofd mompelt hij:
“Ik vraag me af waarom ze op school allemaal zo’n domme dingen vertellen”
© Karlijn Koninckx

