Naar de inhoud

ontboezemingen

kankerdagboek: al 18 jaar leven met borstkanker
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2002 tot 31 december 2002

Weerbericht

Dit najaar zou de geschiedenis ingaan als een van de natste ooit. Het regende nu al weken onophoudelijk. De grijze luchten vormden een gesloten gordijn waar geen enkele zonnestraal doorheen kon. De overstromingsberichten volgden elkaar op. Het water kon geen kant meer op. De aarde was verzopen. Was de grote zondvloed destijds ook zo begonnen?

Ik keek door het keukenraam naar al die natte ellende en dacht aan de mensen die niet het geluk hadden in een warme keuken te zitten, en aan diegenen die zelfs geen dak boven hun hoofd hadden om hen droog te houden. Het gaf me koude rillingen en ik werd overspoeld door een gevoel van triestheid over de wantoestanden en tegelijk de onmacht om iets te veranderen aan dat rottige weer.

Door de radio klonk het weerbericht waar je alleen maar neerslachtiger van werd en ik draaide de knop om.

Terwijl ik me warmde aan een hete kop thee brouwde ik zelf een weerbericht:

 

“We verwachten vandaag voorbijtrekkende regenvlagen, afgewisseld met buien en vochtige neerslag die plaatselijk zeer nat kan neerkomen. Na het optrekken van nevel en mist blijft elke vorm van opklaringen uit en genieten wij van een onophoudelijk betrokken wolkenhemel in alle tinten grauw en grijs, die plaatselijk het zicht op de zin van het leven kan beperken tot vrij nabije verten en die kan aanzetten tot buien van diepe neerslachtigheid en hier en daar zelfs wanhoop. Voor de volgende dagen wordt weinig verandering verwacht.”

 

(opgesteld na nauwkeurige waarnemingen doorheen het keukenraam)

 

© Karlijn Koninckx

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

boeken op zolder

Vol energie was ik begonnen aan het opruimen van de zolder. Door de jaren was de oorspronkelijk lege zolder uitgegroeid tot een overvolle stapelplaats waar een kat haar jongen niet meer kon terugvinden. Er ligt onder meer een enorme verzameling boeken. Van de allereerste kinderboekjes tot volwassenenromans, allerlei naslagwerken, studieboeken, je vindt het er allemaal. Als ik de zolderopruiming zou beginnen met een aantal boeken weg te geven, dan was er al een groot werk gedaan. Ik maakte stapels per leeftijd en onderwerp en was in gedachten aan het nagaan welke gezinnen in onze kennissenkring ik er misschien mee kon plezieren. Dan kleefde ik er een briefje op en droeg ze naar beneden.

Op een avond stapte ik met mijn armen vol boeken van de steile zoldertrap. Wat er precies gebeurde weet ik niet, maar het volgende ogenblik hing ik met één arm aan de leuning, het hoofd naar beneden, terwijl mijn benen ergens bovenaan bleven haperen. De boeken donderden met veel gedruis de trap af. Ik slaakte een gil toen ik een scherpe pijn door mijn enkel voelde schieten. Ons zoontje van amper twaalf probeerde mij tegen te houden opdat ik niet verder de trap zou afschuiven. Met het hoofd naar onderen zou dat nooit goed aflopen. Ik slaagde er niet in mijn benen te verplaatsen. Ze leken als verlamd van de pijn. Ik voelde stilaan de kracht in mijn armen afnemen. Zo zou ik het niet meer lang volhouden.

Als bij wonder kwam toen, als een ware redder in nood, mijn man thuis van het werk. Hij slaagde erin me heelhuids van de trap te takelen.

Ondanks de ijscompressen bleef mijn enkel de ganse avond fel pijn doen. Op aandringen van mijn man zijn we dan toch maar naar de spoed gereden om een fotootje te laten nemen. En ja, het onderste stukje van het kuitbeen, aan de buitenenkel, was afgebroken. Ik kreeg een open gips. Die moest een week blijven tot gevaar op zwelling verdwenen was, en daarna kreeg ik een gesloten gips voor de volgende vijf weken. Ik was voor zes weken ‘gepleisterd’. Het opruimen van de zolder zou een tijdje op de wachtlijst komen te staan.

Pas naderhand bedacht ik welk een ongemak zo’n gips aan de voet met zich meebracht. Ik zou namelijk zes weken lang niet met de auto kunnen rijden! Wie zou de boodschappen doen? En wie zou de kinderen van en naar de sportclubs brengen? En zou ik niet een beetje gek worden met zes weken huisarrest?

 

© Karlijn Koninckx

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Mont Ventoux

   Goede vrienden van ons nodigen ons uit om samen met hen een weekje door te brengen in de Provence. Het voorstel is zeer welkom na de pas doorstane emoties en ik hap gretig toe.

   We maken grote wandelingen, genieten van het schitterende landschap, het mooie weer en het lekkere eten. Op een dag beslissen Paul en mijn man om de Mont Ventoux op te gaan. Ze vragen me of ik mee wil. Ik twijfel er sterk aan of ik het wel zal halen, ik heb ook niet het gepaste schoeisel, maar uiteindelijk neem ik de uitdaging aan. Ik vertrek met veel enthousiasme, maar Paul, die een geoefend wandelaar is, maant me aan het wat kalmer aan te doen. De weg is nog lang.

We zouden het slingerende paadje kunnen nemen, dat loopt gemakkelijker, maar we kiezen voor de rechte weg naar boven. Halverwege begin ik last te krijgen van een pijnlijke blaar op mijn rechter hiel. Gelukkig heeft Paul het nodige in zijn rugzakje en met een stevige Compeed pleister kan ik weer verder. Naarmate de tocht vordert vallen de gesprekken stil. Ieder van ons stapt in gedachten verzonken verder met alle concentratie op het stappen. Links rechts, links rechts. We kijken naar de beste plekjes om onze voeten neer te zetten. Adem in, adem uit. Ik draai volledig op automatische piloot. Ik denk nog alleen aan verder stappen, niet opgeven, we komen er wel, nog even doorbijten. Het is zwaar. Opeens komen we uit de struiken op een open helling terecht met grote witte grillige rotsen. Het waait er verschrikkelijk. We happen even naar adem en trekken onze jassen wat dichter. De wind is ijskoud. We kunnen nu de top van de berg zien, maar het wordt nog een moeilijk stuk. Ik ben echter aan het eind van mijn krachten. Die koude, strakke wind is er teveel aan. Ik wil de andere twee niet ophouden en zeg dat ze zonder mij verder moeten gaan. Ik ga wat neerzitten in de beschutting van de laatste struiken en besluit te wachten tot ze terugkomen.

   Door de rust kom ik weer wat op adem. Ik kijk naar boven, maar van de mannen is niets meer te zien. Ze zijn elk een eigen weg uitgegaan. Het wachten in mijn eentje duurt lang en ik besluit om toch nog een stukje verder te klimmen. Het gaat zeer moeizaam. De kalkrotsen zijn grillig en ik sla regelmatig mijn voeten om. Maar ik kijk niet teveel omhoog en klim stapje voor stapje verder, vaak op handen en voeten. Ik moet en zal boven geraken. Ik ben nu al zo ver, het grootste stuk is achter de rug, ik kan nu niet opgeven.

    Langzaam maar zeker komt de lelijke top dichterbij. Wat vinden de mensen eraan om naar zo’n lelijk gebouw te gaan kijken, vraag ik me af. Van het landschap kan ik niet genieten. Ik ben volkomen uitgeput, zie haast niet meer waar ik mijn voeten moet zetten. Ik strompel meer dan ik ga. Opeens hoor ik mijn man roepen.

‘Joehoe, hierheen!’

Dat geeft me net voldoende moed om de laatste meters af te leggen. Me vastklampend aan zijn arm struikel ik op trillende benen het cafeetje binnen, waar Paul op ons wacht. Er staat een cola voor me klaar. Ik laat me op de houten zitbank neervallen en reik dankbaar naar het glas, maar mijn arm trilt zodanig dat ik er niet in slaag het glas op te nemen. Ook mijn benen daveren en alle kracht lijkt eruit verdwenen te zijn. Mijn ganse lichaam trilt en davert oncontroleerbaar. Het is een ongekende ervaring. Nooit eerder in mijn leven heb ik zoveel van mijn lichaam gevergd. Nooit eerder ben ik zo tot het uiterste van mijn mogelijkheden geweest. Mijn verziekte lichaam is volkomen uitgeput. Het maakt me zelfs wat ongerust. Noodgedwongen moet ik een kwartiertje rusten eer ik armen en benen opnieuw onder controle krijg. Tegelijk ervaar ik een onbeschrijfelijk gevoel van voldoening bij het besef dat ik de top heb bereikt.

Dat gevoel maakt alles goed.

Ik begrijp nu wat die vrouwen moeten gevoeld hebben toen ze in de Andes gingen klimmen na hun borstkanker. De Mont Ventoux kan weliswaar niet vergeleken worden met de Andes, maar ik ben dan ook borstkankerpatiënt, ik ben geen ervaren bergwandelaar en ook helemaal niet getraind. Ik ben dus best tevreden met mijn prestatie. Die klim is een onvergelijkbare overwinning op mezelf. Mijn dag kan niet meer stuk.

 

 © Karlijn Koninckx

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Meer van ontboezemingen

↑ Terug naar de berichten