een geloofskwestie
Onze zoon (intussen 3e jaar unief) heeft vandaag examen godsdienst. Geloven of niet geloven? Onze zoon heeft er zo zijn eigen mening over. Benieuwd hoe het examen gaat aflopen. Terwijl hij naar Leuven is zit ik te mijmeren bij een kopje koffie en ik denk terug aan vroeger toen hij nog in de basisschool zat en die geloofskwestie ook aan de orde kwam.
Hij zat in het eerste leerjaar. Het liep tegen Sinterklaas toen de zoon thuiskwam met de melding dat een jongen in zijn klas beweerde dat de Sint niet bestond. Ik mompelde zoiets van “wat bazelt die jongen nu” en de zoon was gerustgesteld. Vooral omdat zijn geloof in de Sint onaantastbaar was. Een kort berichtje aan de juf maakte dat de bewuste jongen verder zijn mond dicht hield over de Sint en het dispuut koelde zonder blazen.Het jaar daarop kwam de zoon thuis met opnieuw een melding van dezelfde jongen. “Mama, nu zegt hij dat de mama’s en de papa’s ’s nachts de kadootjes gaan kopen!” . Ik schrok en hield even mijn mond. “Maar mama, dat kan toch niet he? Die domme jongen! Die weet niet eens dat de winkels ’s nachts gesloten zijn”, zei ons manneke misprijzend. Ik kon niet anders dan opgelucht ademhalen. Onze zoon bleef rotsvast in de Sint geloven.
In het derde leerjaar werd er weer gepraat over het bestaan van de Sint. “Nu zeggen ze terug dat de Sint niet bestaat” zei de zoon verbolgen. “Maar ik zal bewijzen dat de Sint wel bestaat!” zei hij vastbesloten. Ik wachtte het vervolg af. “Ik ga een brief schrijven naar de Sint en die steek in zelf in de bus. Dan kunnen mama en papa niet weten wat ik aan de Sint gevraagd heb en je zal zien dat de Sint toch mijn kadootjes brengt”, zei de grote fan van Sinterklaas. “Dan zullen ze wel moeten geloven dat de Sint bestaat, zei onze slimmerik. Oei, dat ging de verkeerde kant uit! Hoe zouden we dat kunnen oplossen? Sinterklaas was nog wel een paar weekjes veraf, maar ik maakte me toch zorgen. Ik deed mijn uiterste best, maar zelfs met de meest sluwe vragen kon ik niets loskrijgen over onze zoon zijn wensen. Dat jaar bracht de Sint enkele pakjes, met de schrik in het hart. Gelukkig was ons altijd tevreden manneke zo blij met zijn geschenkjes dat hij het hele gedoe met de brief prompt vergat. Na Sinterklaas werd er op school blijkbaar enkel gepraat over de kadootjes en niet meer over wie ze gebracht had. Dat was op het nippertje, met de hakken over de sloot. Hoe zou het volgend jaar verlopen vroeg ik me af.
Het vierde leerjaar kwam eraan en zoals verwacht kwam het thema opnieuw aan de orde. De zoon was intussen wat wijzer geworden, ofwel hield hij ons voor de gek opdat de kadootjes zouden blijven komen? We zullen het nooit weten. Toen de Sintperiode er aan kwam deed de wijze jongen ons het volgende verhaal. “Mams, we hebben het op school gehad over geloven” zei hij. “Ach zo” zei ik afwachtend. “Welja, er waren er weer die zegden dat zij niet in de Sint geloofden”. “Aha?”. Nu zou het komen, dacht ik. Nu is het sprookje uit. Hij gelooft niet meer in de Sint. Maar onze zoon liet zich niet zo gemakkelijk van de wijs brengen. “Ik heb hen gezegd: Sommigen mensen geloven in God, anderen niet. Jullie geloven misschien in God, en niet in de Sint. Maar ik geloof niet in God, en wél in de Sint! En toen zwegen ze allemaal”, zei hij.
© Karlijn Koninckx




