winter
ben ik ontevreden
omwille van zo weinig ijs
van dooi in mijn geheugen
mijn hart vol pijn
bij het denken aan jou
die mij een oorveeg gaf
omwille van mijn lach
jij schrok niet weinig
toen het een schater werd
in plaats van een traan
verklaarde mij zot
en liep in strakke pas
je dood tegemoet
hoe pijnlijk toch dat verleden.
dala


