passant
er woont wel eens
in een kamer van mijn hart
omringt door lege ruimten
een passant
nu eens oud
meestal jong
zo’n logé blijft slechts een tijd
is dan vluchtig weg
als jij maar blijven wil
vast vergroeid in mij
binden kan ik je niet
we sloten een verbond
als jij echter gaat
sluiten al mijn poorten
zelfs voor de meest geliefde
oude of jonge
nu zo gegeerde
passant.
dala







