zomaar een gedacht
vandaag heb ik zeepbellen
de lucht in vervoering
zien spelen
met de adem van een kind
zomaar een gedachtvandaag heb ik zeepbellen
de lucht in vervoering
zien spelen
met de adem van een kind
Overtocht*
ik zag de velden voorbij
het watervlak wat grijs
de lucht soms blauwer wit
en dichterbij vervagen
de windmolens draaiden
het hoofd naar het westen
ze wentelden met wieken
zo energiek en zelfgenoegzaam
de waterlopen dreven er
boven het vlakke land
de dijken slapen er
aan de oeverkant
ik werd er ééntonig
mijn stem wat vager
en mijn ogen zochten
de slaap, want de nacht
was overvol
----
stroeve zinnen
ik heb een wagenwiel
te snel gezien en wentelen
het kraaide als een kind
toen het achteloos
door de bochten scheurde
het liet er zwarte sporen na
die maandenlang het asfalt
nog donkerder zullen kleuren
ik heb de volle glans gezien
een meisje er zien treuren
het gefluister in de achtergrond
werd in een hoek bedrukt
zelfs de wolken weenden
---
waanbeeldig*
vandaag heb ik
nog geen letters
in een lege zin gezet
dus neem ik
een alfabet
in ogenschouw
om erop te liggen
broeden
ben ei zo na begonnen
met lukrake zinnebeelden
het ei zo na werd uitgebroed
maar toch heb ik geen zin
---
De schone en het beest*
laat engelen maar
het halve wezen
van de mensheid
zijn
de andere kant is
duivelsgroot en
in 't hart een beest
gebleven
want we grauwen
soms als leeuwen
even hartsgrondig
naar de meeuwen
in het park
ze drijven daar
zo troosteloos
op bodemloze plassen
rond
---
uit het verband gerukt*
mijn hart is aan werelden gebonden
met het roodbloeden
en blauwe ademtochten
mijn ziel is aan mij verbonden
met onuitspreekbare woorden
misschien in kindertaal
en enkel kelige klanken
als mijn wanhoop soms te groot is
zijn gewone woorden niet genoeg
dan graaf ik soms
in prenataal gedachtengoed
en scheurt mijn ziel zich los.
dan merk ik dat er bloed wordt opgehoest
en mijn adem weeral stokt
***
Dagordemijn vandaag
heb ik geordend
en in getijden opgedeeld
vanavond komt de vloed
zo om een uur of acht
dan spring ik op het podium
ontmoet een mensenzee
dan spreek ik woorden
uit mijn achterland
de vlaamse kant
traag en zelfzeker
en fluister ik de hoeken
droog tot stof
*
gesprekken met een dichterlingJouw wereld is de mijne niet
en ik heb moeite
met mijn verbeelding
kan je voor mij
de grenzen wat verleggen?
Als ik heel persoonlijk
(en intiem) mag zijn
dan zie ik een talentvol iemand
die zich wentelt in grote woorden
om een weinig kritisch publiek te behagen
en hoe ik je dat moet duidelijk maken,
daarvoor is één blad niet genoeg.
Een goedkoop publiek
is heel eenvoudig
het zoekt herkenning van eigen woorden
Zij menen dat als je het onmiddellijk begrijpt
en op jezelf kan toepassen
dat het goed is.
Poëzie moet verwonderen,
een reactie oproepen
van "zo heb ik het nog niet bekenen"
dichters liegen immers de waarheid.
Waar bleef de maan met haar zilver lach
terwijl de zon met bloed je horizon kleurde
Je was de hinde alsof er nooit iets gebeurde
totdat de ezel stierf.
Zie je wel, je hebt poëzie,
maar het ligt nog verborgen
voorbij je zelf gestelde
grenzen
***
Donderdag ga ik voordragenJazz & Poetry
19-05-2005 -20.30 uur
café d'Hooghe Ghast, Achter de Kerk 1 (Kaasmarkt)
Purmerend
Donderdag 19 mei zullen ook onze zuiderburen
Vlinderman en Verdano
komen om voor te dragen.
ze doen dan hun "gedichten-dialoog "
V&V dichter versus dichter!
tot ziens in de hooghe ghast?
echo*
soms heb ik behoefte
om muren te vervloeken
want de echo is dan
echt heel ongewoon.
---
Wat is een dag*
Mijn dag is maar een halve wenteling
en de zomernacht nooit meer duister
dan kunstmatig licht
slechts een hond jaagt in de schemering
ik vaag dan het zand bijeen
dat vandaag is blijven liggen
---
de vlinderman*
hij schrijft flinders
in zijn woordenboek
om hun gefladder aan te tonen
ze kriebelen in zijn buik al maanden lang
vanaf de dag dat hij haar lief bekoorde
en haar glimlach vangen mocht
ze heeft zo'n mooie dagpauwogen
---
stilte na de storm*
je schrijft hier geen woord
dat niet wordt losgeslagen
de zin verlaat het soms
elke morgen gaat de storm wel liggen
en kan de deur gesloten worden
de bomen staan er nog
zonder blad
ze hebben geen mond meer om af te dekken
het takkeklauwen scheurt te hard
---
met open ogen*
vandaag krijg ik geen fatsoenlijk woord gedicht
de zin ontgaat mij en het bedenken is vederlicht
ik ben nog dronken van mijn nacht respijt
en mijn geremde dromen dringen nog altijd
men vertelde mij dat ik ze zou vergeten
van zodra mijn ogen open gaan
maar niets is minder waar
ik droom met open ogen
misschien schrijf ik zo
wel een gedicht
---
aanloop tot een gedichtde ochtend heeft
het water laten breken
dus laat me maar
de zon bespreken
en het zand
uit mijn ogen wrijven
ik wou hier toch
niet voor eeuwig
blijven
mijn laatste dagen dragen
spijt met hopen
zoveel ongedane zaken
die roepen om vervulling
maar de tijd ontbreekt
een dag is maar
een halve wenteling
de nacht verschuilt zich
achter de horizon
dit is dus geen woord gedicht
dit is slechts dwalen
in het ochtendlicht
---
Een laatste oordeeloOo
zijn schaduw hapert aan een tak
en nog amper kleeft het licht
aan de lengte van zijn dagen
zijn neergang blijft met vragen
de ogen met een troebel zicht
de schaduw groeit het laatste uur
tot hij geheel is opgelost
en het gloeiend rode vuur
het hemeleinde zachtjes lost
de ondergang wordt paars gekleurd
wat hem nog rest wordt toch verbeurd
verklaard voor eeuwig weg
dat is alles wat ik erover zeg
het oordeel is voor gene zijde
***
Toen ik god was*
Mijn eerste zinnen
schreef ik ooit in spijkerschrift
op natte klei die hard werd
in de dageraad
ik telde graag
de bussels graan
de schapen en de balen wol
de tichels voor de huizen
ik schreef toen
streng en kerf na kerf
de trage dagen van de zon
het wassen van het water
ook beschreef ik
sierlijk avondrood
je lieve lusten toe
de hitte van mijn oven
in mijn laatste lied
op grijze klei
toen ik nog god was
en aanraakbaar
------
Woede woorden*
nog voel ik je laatste haverklap
het dichtslaan van de inkomdeur
het breken van je porseleinen
winkelwaar, de kristallen glazen
zelf zocht ik woedewoorden op
ze staan op punt om uit te barsten
mijn stem kraakt als een donderwolk
ze galmt door volle zalen
het stof kruipt in de hoeken weg
en tracht zich doof te houden
ik grauw de wolf, de grote beer
de draak om vuur te spuwen
de tijgerklauw, de leeuwenmaan
de moeder van de oorlog
zij is nu mijn vulkaan
woedend
braak ik wat geen woorden zijn
ik laat je trommelvliezen scheuren
en schroei daarna je oren dicht
---
grasduinen*
zij woont in een appartementje
achter een dijk van een zee
de duinen zijn er wel versteend
en het gras is kortgenknipt
verdeeld in rechte vlakken
de stranden liggen er
verlaten bij
in de dagen van de zomer
komt de vloed vanuit
die stenen duinen
en ook vanop het land
ze blijft dan bruinen
op de vlakten
tuusen het schuim
en dode kwallen
op het zand
---
de criticazij leest mijn dichtgeschreven zinnen
waarmee ik me soms heb klem geplet
vooral als ik weeral diep van binnen
teveel mezelf in de kijker heb gezet
zij krast dan ongenadig met een mes
haar strenge woorden in mijn lege bord
zodat ik opschrik en verbaasd de les
ter harte neem, terug nuchter wordt
en ik die dacht dat mooie woorden
overdadig en met klatergoud versierd
toch wat langer blijven hangen
maar,
blijkbaar zijn ze te gewichtig
en is mijn potlood veel te zwart
en de grond waarop ze vallen
veel te zompig en te nat
---