echo
*
soms heb ik behoefte
om muren te vervloeken
want de echo is dan
echt heel ongewoon.
---
echo*
soms heb ik behoefte
om muren te vervloeken
want de echo is dan
echt heel ongewoon.
---
Wat is een dag*
Mijn dag is maar een halve wenteling
en de zomernacht nooit meer duister
dan kunstmatig licht
slechts een hond jaagt in de schemering
ik vaag dan het zand bijeen
dat vandaag is blijven liggen
---
de vlinderman*
hij schrijft flinders
in zijn woordenboek
om hun gefladder aan te tonen
ze kriebelen in zijn buik al maanden lang
vanaf de dag dat hij haar lief bekoorde
en haar glimlach vangen mocht
ze heeft zo'n mooie dagpauwogen
---
stilte na de storm*
je schrijft hier geen woord
dat niet wordt losgeslagen
de zin verlaat het soms
elke morgen gaat de storm wel liggen
en kan de deur gesloten worden
de bomen staan er nog
zonder blad
ze hebben geen mond meer om af te dekken
het takkeklauwen scheurt te hard
---
met open ogen*
vandaag krijg ik geen fatsoenlijk woord gedicht
de zin ontgaat mij en het bedenken is vederlicht
ik ben nog dronken van mijn nacht respijt
en mijn geremde dromen dringen nog altijd
men vertelde mij dat ik ze zou vergeten
van zodra mijn ogen open gaan
maar niets is minder waar
ik droom met open ogen
misschien schrijf ik zo
wel een gedicht
---
aanloop tot een gedichtde ochtend heeft
het water laten breken
dus laat me maar
de zon bespreken
en het zand
uit mijn ogen wrijven
ik wou hier toch
niet voor eeuwig
blijven
mijn laatste dagen dragen
spijt met hopen
zoveel ongedane zaken
die roepen om vervulling
maar de tijd ontbreekt
een dag is maar
een halve wenteling
de nacht verschuilt zich
achter de horizon
dit is dus geen woord gedicht
dit is slechts dwalen
in het ochtendlicht
---
Een laatste oordeeloOo
zijn schaduw hapert aan een tak
en nog amper kleeft het licht
aan de lengte van zijn dagen
zijn neergang blijft met vragen
de ogen met een troebel zicht
de schaduw groeit het laatste uur
tot hij geheel is opgelost
en het gloeiend rode vuur
het hemeleinde zachtjes lost
de ondergang wordt paars gekleurd
wat hem nog rest wordt toch verbeurd
verklaard voor eeuwig weg
dat is alles wat ik erover zeg
het oordeel is voor gene zijde
***
Toen ik god was*
Mijn eerste zinnen
schreef ik ooit in spijkerschrift
op natte klei die hard werd
in de dageraad
ik telde graag
de bussels graan
de schapen en de balen wol
de tichels voor de huizen
ik schreef toen
streng en kerf na kerf
de trage dagen van de zon
het wassen van het water
ook beschreef ik
sierlijk avondrood
je lieve lusten toe
de hitte van mijn oven
in mijn laatste lied
op grijze klei
toen ik nog god was
en aanraakbaar
------
Woede woorden*
nog voel ik je laatste haverklap
het dichtslaan van de inkomdeur
het breken van je porseleinen
winkelwaar, de kristallen glazen
zelf zocht ik woedewoorden op
ze staan op punt om uit te barsten
mijn stem kraakt als een donderwolk
ze galmt door volle zalen
het stof kruipt in de hoeken weg
en tracht zich doof te houden
ik grauw de wolf, de grote beer
de draak om vuur te spuwen
de tijgerklauw, de leeuwenmaan
de moeder van de oorlog
zij is nu mijn vulkaan
woedend
braak ik wat geen woorden zijn
ik laat je trommelvliezen scheuren
en schroei daarna je oren dicht
---
grasduinen*
zij woont in een appartementje
achter een dijk van een zee
de duinen zijn er wel versteend
en het gras is kortgenknipt
verdeeld in rechte vlakken
de stranden liggen er
verlaten bij
in de dagen van de zomer
komt de vloed vanuit
die stenen duinen
en ook vanop het land
ze blijft dan bruinen
op de vlakten
tuusen het schuim
en dode kwallen
op het zand
---
de criticazij leest mijn dichtgeschreven zinnen
waarmee ik me soms heb klem geplet
vooral als ik weeral diep van binnen
teveel mezelf in de kijker heb gezet
zij krast dan ongenadig met een mes
haar strenge woorden in mijn lege bord
zodat ik opschrik en verbaasd de les
ter harte neem, terug nuchter wordt
en ik die dacht dat mooie woorden
overdadig en met klatergoud versierd
toch wat langer blijven hangen
maar,
blijkbaar zijn ze te gewichtig
en is mijn potlood veel te zwart
en de grond waarop ze vallen
veel te zompig en te nat
---
Het meisje met een bundel
De voordracht van gisteren
klank met woorden
bedenkingen
hij graaft niet graag in zwarte aarde
teveel slib heeft er het land bezwaard
de klei is immers zwaar te keren
en wordt hard in het dagelijks licht
het is ochtend
en de snelweg is weer overvol
van stilte kan ik hier slechts dromen
maar zelfs in mijn slaap
hoor ik gegrom
ik zou de hemel kunnen vragen
om een ander tijdsbestek
maar dan moet ik achterlaten
wat ikzelf ooit heb verwekt
ik zou het vader kunnen vragen
die heeft die stilte nog gekend
in zijn allerjongste oorlogsjaren
maar hij werd toen niet verwend
---
Morgen donderdag, ga ik weer voordragen op het vrij podium!Donderdag 12 mei 2005
78ste poëzie-avond in de reeks
De Muzeval
met gastauteur
DIDI DE PARIS
de galeiboef van ’t kofschip
aanvang 20 uur TOEGANG VRIJ
na afloop en pauze:
Vrij Poëzie Podium
Vrijpodiumcafé "De Muziekdoos" (bij de Waterpoort)
Verschansingstraat 63, ANTWERPEN-Zuid
Dagelijks open vanaf de vooravond (dinsdag gesloten)
Bus 6, 23, 34. Tram 8 (Museum S.K.)
..
“DE MUZEVAL” vindt plaats elke tweede donderdag van de maand.
Het heengaan van mijn vader
Windekind
De beer
wisselwoorden