Dinsdag 2 augustus 2005
De open stad
er sluipt een kat zwart door de stad
een onheilsbode of fluwelen poten
mijn bijgeloof is uit de mode ik loop
steeds ladders zat er onderdoor hoe
raar het ook mag klinken, de straten
liggen er te stinken, het slijk is overal
ik heb mezelf benoemd tot zwerfafval
en laat het duidelijk zien, dat ik zo
begaan ben met de stad, mijn hond
mag dus te pas, overal zijn drollen persen
ik trap daar zelf niet in, ik ben een
vrolijk baasje, ik plaats een vlagje
op de hoop en denk daarbij dat
anderen het wel merken met een
voetafdruk en heel hard vloeken
mijn hond heeft 't schijt aan ' t stad
ik ga vandaag niet werken want
er zijn geen straten meer slechts
plassen en hier en daar een zwarte
kat
---
hij speelt soms zacht de aardige gebaarde troost van jeugdig volk zijn handen grijpen niet ze houden vast behoedzaam voor het vallen zij hou…
hij speelt soms zacht de aardige
gebaarde troost van jeugdig volk
zijn handen grijpen niet ze houden
vast behoedzaam voor het vallen
zij houdt van baarden die zich
plukken laten en een glimlach
in een luie zetel en haar beer
de wijze lessen zijn voor later
en vallen zal ze niet, daarvoor
zorgt het looprek wel en de
wijze vinger van zijn rechterhand
ze heeft pas leren lopen
hij vaagt kruimels van de tafel alvorens hij weer eten moet een bierblik dat halfleeg is dat laat hij dus maar staan er is geen prikkeling m…
hij vaagt kruimels van de tafel
alvorens hij weer eten moet
een bierblik dat halfleeg is
dat laat hij dus maar staan
er is geen prikkeling meer
aanwezig slechts overschot
en groot gelijk
de ene dag lijkt op de andere
en kruimels zijn genoeg
voorhanden
met zware ijzeren staven worden kasseien uit hun verband gelicht ze kreunen de mannen met hun sterke handen bij elke stoot wellustig haast e…
met zware ijzeren staven
worden kasseien
uit hun verband gelicht
ze kreunen
de mannen met hun sterke handen
bij elke stoot
wellustig haast
en ook het zweet dat
van het voorhoofd druipt
ze lachen de tanden bloot
als ik hun tempo roep
met de lippen op elkaar
de straat is vrouw en de hoerenbuurt
wordt opgeschoond
met klinkerkunst
voor gladde heren
er blijkt dus geen pantser te bestaan om aan jouw glimlach te ontkomen misschien is er wel een verband tussen mijn hallucinante dromen en e…
er blijkt dus geen pantser te bestaan
om aan jouw glimlach te ontkomen
misschien is er wel een verband
tussen mijn hallucinante dromen
en een staat van onmacht om je
overspannen zinnen
en je mond te snoeren
ik ben al jaren behept
met een eenzaatwoordenvloed
en heb dus geen aaibaarheid
en ook geen zachte handen meer
ze werden al te veel vervloekt
want de huid schaaft vurig rood
het lijkt wel of de stenen bloeden
ik ben geen god vandaar
er blijkt geen haalbaarheid voorhanden om aan verzinsels te weerstaan en ook geen zwaar verband tussen het vermoeide denken en de staat van …
er blijkt geen haalbaarheid voorhanden
om aan verzinsels te weerstaan en ook
geen zwaar verband tussen het vermoeide
denken en de staat van het onvermogen
om weerspannige zinnen te vermoorden
ik ben dan ook behept met een
eenzaatswoordenboek
ik heb geen aaibaarheid en geen handen meer
ze werden reeds te lang vervloekt
- bij dezer schrijf ik een pamflet om ware kunsten te promoten ik treed daarbij de vele paden nog eens extra plat en 'k graaf in 't stof van…
-
bij dezer schrijf ik een pamflet
om ware kunsten te promoten
ik treed daarbij de vele paden
nog eens extra plat en 'k graaf
in 't stof van de verleden tijd
toen er nog mensen spraken
met een lege maag en gebroken
tanden in hun mond
het overleven was toen hard
en ongezond en menigeen
zijn keel werd dichtgesnoerd
en met een stenen mes werden
de ogen uitgestoken die bleven
staren na de dood van 't hoofd
Maar hetgeen mij vooral interesseert is hoe de taal in de oertijd is ontstaan, en dan vooral toen het symbolische denken van de homo-sapiens zich manifesteerde.
De rotsschilderingen hebben een meer dan duizendjarige traditie en daaruit blijkt tevens dat de mens toen al de dingen kon benoemen en zich er een visuele voorstelling kon van maken.
Uit genetisch onderzoek is ook gebleken dat de bosjesmannen uit de Kalahari (Zuid-Afrika) zowat de laatste afstammelingen (in rechte lijn) zijn van het prototype van de homo-sapiens, en eigenaardig genoeg bezitten zij zowel negroïde als aziatische trekken. Hun taal is doorspekt met klik-geluiden, als om telkens aandacht te vragen, alsof ze willen aanduiden "ik heb iets te zeggen", de boer roept zijn paard nog altijd op die manier.
En de toetsen van mijn keyboard "klikken" nog altijd, daardoor kan ik horen dat ze functioneren. Ik klik wat weg op een dag.
mijn kop zit glashard in Mekaar vandaar dat ik weer hoofdpijn had een zware hamer uit de buurt sloeg er alle stalen nagels plat
mijn kop zit glashard in Mekaar
vandaar dat ik weer hoofdpijn had
een zware hamer uit de buurt
sloeg er alle stalen nagels plat
het raam is een ruisvlak zonder schaduw en houdt enkel water en de wind buiten zodat ik er nooit genoeg van kan krijgen het heeft mij altijd…
het raam is een ruisvlak zonder schaduw
en houdt enkel water en de wind buiten
zodat ik er nooit genoeg van kan krijgen
het heeft mij altijd verbaasd dat het zo doorzichtig wast
het vensterglas bedoel ik dus, niet de vuile vegen
stel je maar eens een glazen mens voor,
met een doorkijkborstkas en een hart van glas
en plaats hem dan eens op een voetstuk
ik neem waar het schaven van donkere plakken lucht het grommen van vliegtuigen in de hoogte en ook snerend schuiven en bochtenwerk ze vlucht…
ik neem waar
het schaven van donkere plakken lucht
het grommen van vliegtuigen in de hoogte
en ook snerend schuiven en bochtenwerk
ze vluchten nu weg voor een week of drie
naar hun ouderlijk huis en godvergeten
een straat waar nog enkele vreemden
komen en hoofddoeken in plantsoenen
van een andere soort met meer kleuren
(want nakijken doemt ze immers niet)
zelfs de zelfspot die kleeft nog
aan mijn rug, waar mijn handen
niet kunnen komen
ik neem waarheid terug
---
hij laat er treurwillig zijn twijgen hangen en streelt flauw het water spiegelglad van binnen, hij huivert ook bij een iets te strakke wind …
hij laat er treurwillig zijn twijgen
hangen en streelt flauw het water
spiegelglad van binnen, hij huivert
ook bij een iets te strakke wind
hij lijkt wel groene waterval met volle
lippen aan de oevers van een vijver
zelf word ik wat aanhankelijk zodat
ik bedachtzaam meedrijf en verzink
ze heeft zo'n zwartwarrig hoofd met van die felle knopjesogen ze schrijft ook smakeloos zwart op maagdelijk witte bladeren en huilt zo uit e…
ze heeft zo'n zwartwarrig hoofd
met van die felle knopjesogen
ze schrijft ook smakeloos zwart
op maagdelijk witte bladeren
en huilt zo uit een woordenboek
met hartstochtelijke gebaren
haar hart staat op de tocht
inderdaad, haar handen wringen
haar stem gaat tot het bot
en zowaar, mijn oren zingen
- we schrijven juli en de zomer op zijn heetst en het blauw staalblauw het is zo vochtig warm want zelfs de mieren hebben nu vleugels gekreg…
-
we schrijven juli en de zomer
op zijn heetst en het blauw
staalblauw het is zo vochtig
warm want zelfs de mieren
hebben nu vleugels gekregen
en ze schrijven het neuken
op zijn heetst en het blauw
staalblauw met een zwerm
en witte vegen
dan verwacht je donderwolken
maar die zijn nog te ver weg
van hier, er rommelt wat
en de mieren neuken maar
ondergronds graven ze voort
ze stapelen lijken aan de poort
ze lijken wel al kaida
---
hij schraapt de ochtend uit zijn keel alvorens hij de jaren weer verdrinkt met kranke zinnen die pas gisteren nog verloren raakten tussen dr…
hij schraapt de ochtend uit zijn keel
alvorens hij de jaren weer verdrinkt
met kranke zinnen die pas gisteren
nog verloren raakten tussen droom
en daad, tussen vallen en opstaan
en een fles die glazen brak en rolde
met een lege klank, de tafel duldde
slecht het wankelen van zijn benen
en hij sleepte zich naar bed alweer
---
hij haakt zich nog steeds verbeten vast aan zijn alledaagswit gewaad dat nimmer smetteloos is gebleken de woorden die hij predikt lijken nie…
hij haakt zich nog steeds verbeten
vast aan zijn alledaagswit gewaad
dat nimmer smetteloos is gebleken
de woorden die
hij predikt lijken
niet meer te zijn
dan wat ouderwets
gerijm en tandenloos
gefezel van oude dwazen
die gezeten op hun
zelfgemaakte troon
een even dwaze
jeugd tot heilige
oorlog roepen
Herinner u!
alleen het "eerste woord" is heilig
de rest niet meer dan wat gekwaak
hun gezichten wit van woede al
of niet terecht, de vuisten worden
hoog geheven en ze roepen hem
soms is een eenzaam mens in een godvergeten land nog het beste wat hem overkomen kan er rijden geen metrostellen noch dubbeldekkers rond. e…
soms is een eenzaam mens
in een godvergeten land
nog het beste wat hem
overkomen kan
er rijden geen metrostellen
noch dubbeldekkers rond.
er zwerft enkel ongevaarlijk stof
de echo zingt er nog in koor
en is het overal mee eens
---
- hij draagt een spiegeltrui die in mijn blikveld werd gevangen in het water weekt zijn gouden vlees die rare lippen maken 't zoenen overmo…
-
hij draagt een spiegeltrui
die in mijn blikveld werd
gevangen in het water
weekt zijn gouden vlees
die rare lippen maken
't zoenen overmoedig
ze happen dan ook hele
brokken uit de lucht
aan de oeverkant zie ik nog
een koppel karperzoenen
zijn trui die slobbert wat
en in haar mond zwemt
een tong zo lekker tussen
een paar sensuele lippen
en hij hapt nu ook naar lucht
bekijkt haar heel verbaasd
met van die vissenogen
---
- hij preekt haat het ijzig woord en heeft zichzelf een paradijs gegeven slechts koud staal en grijze steen is zonder schuld gebleven er kla…
-
hij preekt haat
het ijzig woord
en heeft zichzelf
een paradijs
gegeven
slechts koud staal
en grijze steen
is zonder schuld
gebleven
er klauwt een marter
in zijn hart
vlijmscherpe tanden
en het bloed stolt
glanzend zwart
hij hoeft zichzelf
niet te vergeven
zijn haat is immer
groot genoeg
---
de vaders hebben groot verdriet en moeders medelijden want de zoon is het paradepaard en houdt van tromgeroffel lange rijen epauletten en ee…
de vaders hebben groot verdriet
en moeders medelijden
want de zoon is het paradepaard
en houdt van tromgeroffel
lange rijen epauletten
en een schouder het geweer
maar bij zijn terugkeer
jaren later is hij zwijgzaam
en verstoord zoekt hij
zijn onschuld die nooit
het slagveld heeft verlaten
maar gesneuveld is
op het veld van eer
* hij kent het matig leven niet de dagen worden telkens afgeteld en roepen welbespraakt de mensen toe
wij worden aanhankelijk, en zijn lipp…
*
hij kent het matig leven niet
de dagen worden telkens afgeteld
en roepen welbespraakt de mensen toe
wij worden aanhankelijk, en zijn lippenspel
trachten we te lezen, maar de klank gaat
dieper dan de aarde tot aan de grondtoon
hij gebaart daarom heftig en wenkt
zichtbaar wordt de wereld één zin zijn
dagen zijn geteld geweest maar hij weet
het niet of wil het niet weten, hij sterft
nog liever onverwacht op houten planken
maar het hijgen schraapt de stembanden hees
het wassen van woorden verloopt zo moeizaam
---