Kluizenaar
in een godvergeten land
nog het beste wat hem
overkomen kan
er rijden geen metrostellen
noch dubbeldekkers rond.
er zwerft enkel ongevaarlijk stof
de echo zingt er nog in koor
en is het overal mee eens
---
Kluizenaar
karpers zoenen (II)-
hij draagt een spiegeltrui
die in mijn blikveld werd
gevangen in het water
weekt zijn gouden vlees
die rare lippen maken
't zoenen overmoedig
ze happen dan ook hele
brokken uit de lucht
aan de oeverkant zie ik nog
een koppel karperzoenen
zijn trui die slobbert wat
en in haar mond zwemt
een tong zo lekker tussen
een paar sensuele lippen
en hij hapt nu ook naar lucht
bekijkt haar heel verbaasd
met van die vissenogen
---
het hatelijk heden-
hij preekt haat
het ijzig woord
en heeft zichzelf
een paradijs
gegeven
slechts koud staal
en grijze steen
is zonder schuld
gebleven
er klauwt een marter
in zijn hart
vlijmscherpe tanden
en het bloed stolt
glanzend zwart
hij hoeft zichzelf
niet te vergeven
zijn haat is immer
groot genoeg
---
Oorlogs veteraan
Een dichter op het podium*
hij kent het matig leven niet
de dagen worden telkens afgeteld
en roepen welbespraakt de mensen toe
wij worden aanhankelijk, en zijn lippenspel
trachten we te lezen, maar de klank gaat
dieper dan de aarde tot aan de grondtoon
hij gebaart daarom heftig en wenkt
zichtbaar wordt de wereld één zin zijn
dagen zijn geteld geweest maar hij weet
het niet of wil het niet weten, hij sterft
nog liever onverwacht op houten planken
maar het hijgen schraapt de stembanden hees
het wassen van woorden verloopt zo moeizaam
---
Zoektocht
De leegte in het bestaan-
hij staart nu hopeloos bezopen naar
de bodem van het glas en beseft dan
dat de leegte, het ontbreken van
goedkope rode wijn, het einde was
geen glazen staan meer overeind
een wijnfles evenmin, ze rollen rond
het holle klinken ligt er overvloedig
op de grond en de dagen zingen
niet ze klagen, ze strompelen
nog altijd voort
***
dichtoefening
Impressie van Jotie
Aardewaartse zinnen*
alsof hij zich met een ganzeveer
tot bloedens toe geprikkeld had
zo rood schreef hij de krullen
die voor mij nog verzonnen
moesten worden, ze kropen
zoals mieren hun richtingloze
kronkels op een blad, ze beten
en zijn ogen die traanden niet verbeten
gemaakt verdriet maar van slierten rook
en ook omdat hij van nevel, bossen en hoge
bergen houdt, zijn blik dwaalt er nog rond
haar navel en haar platte heuvels liggen er
nog na te trillen van genot in de ochtend
en zijn storm werd er gesust
---
ochtend cirkelsaanleiding tot een gedicht
wat is er zo bijzonders aan
een meeuw, een duif, een kraai
en een merel die me elke ochtend
liedjes zingt en nooit alleen en overal
ze vliegen, ze hebben streken in de lucht
ze voelen de warmte van het grasveld
bellen maken, die zich losrukken
en hen in vervoering brengen
omdat het zweven moeiteloos gaat
als ze cirkels vliegen, en hoger steeds hoger
alleen de merel niet, die zit te kwelen
en meestal in de grond te wroeten
hij heeft zijn zinnen aardewaarts gericht
Dialectiek
De muzeval op donderdag
kat en hond
Het einde van het reizen*
vandaag zoekt hij zich nog graag
een trage weg, één zonder nood
om op zijn stappen terug te keren
een wandelpad, een doorgang
een andere zon en avondrood
want tussen de scherpe stenen
raakt die weg altijd versperd
en scheurt het schoeisel er tot
men bloedvoets verder strompelt
het blijkt zo moeilijk om
ooit terug te keren zo laat
hij dan zijn sporen na en kijkt
dus niet meer om
zijn zinnen heeft hij al uitbundig
op gebleekt papier beschreven
en verzameld in een boek
maar de bladeren hebben
een vluchtig lot verkozen
zijn jaren zijn wel niet meer
zo jong gebleven, ze zijn dan ook
al eeuwen zoek
---
De vlaamse overval

De affiche voor donderdag 14 juli
Rust in vrede*
het stemt mij tijdloos als verteerde letters
zwijgzaam wijken voor onleesbaar groen
van korstmos
er woedt geen hellevuur meer
er klinken geen zondvloed woorden
er ligt geen grafgift meer
op zwart marmer en arduinen stenen
blijven grijsgetint voor eeuwen
dat ik ooit een ster was
scherpt nog mijn leesgenot voor namen
en een tijdvak voor hun jeugd
een kosmos
hier rust...
zou het zijn
eeuwige rust zijn
die mij zo bekoort?
---
onweer weerde koude heb ik ingehaald
zo triomfantlijk met fanfare
met tromgeroffel en bliksems
die ik ver heb weggeslingerd
zo ben ik, soms goddelijk
Zeus of Thor zijn hamer
stapelwolken