De muzeval op donderdag

De muzeval op donderdag
kat en hond
Het einde van het reizen*
vandaag zoekt hij zich nog graag
een trage weg, één zonder nood
om op zijn stappen terug te keren
een wandelpad, een doorgang
een andere zon en avondrood
want tussen de scherpe stenen
raakt die weg altijd versperd
en scheurt het schoeisel er tot
men bloedvoets verder strompelt
het blijkt zo moeilijk om
ooit terug te keren zo laat
hij dan zijn sporen na en kijkt
dus niet meer om
zijn zinnen heeft hij al uitbundig
op gebleekt papier beschreven
en verzameld in een boek
maar de bladeren hebben
een vluchtig lot verkozen
zijn jaren zijn wel niet meer
zo jong gebleven, ze zijn dan ook
al eeuwen zoek
---
De vlaamse overval

De affiche voor donderdag 14 juli
Rust in vrede*
het stemt mij tijdloos als verteerde letters
zwijgzaam wijken voor onleesbaar groen
van korstmos
er woedt geen hellevuur meer
er klinken geen zondvloed woorden
er ligt geen grafgift meer
op zwart marmer en arduinen stenen
blijven grijsgetint voor eeuwen
dat ik ooit een ster was
scherpt nog mijn leesgenot voor namen
en een tijdvak voor hun jeugd
een kosmos
hier rust...
zou het zijn
eeuwige rust zijn
die mij zo bekoort?
---
onweer weerde koude heb ik ingehaald
zo triomfantlijk met fanfare
met tromgeroffel en bliksems
die ik ver heb weggeslingerd
zo ben ik, soms goddelijk
Zeus of Thor zijn hamer
stapelwolken
Tot bloedens toe*
zo vaak werd er het graan gemaaid
de wortels uitgerukt, de kale grond
tot bloedens toe vermoord en geel
de oude aarde dieper omgeploegd
nu groeit nog enkel stro in overvloed
en doornen klauwen er zo hardvochtig
de handen rood
er is geen gras meer
om op neer te vleien
geen zinderend woord
een hete zon heeft
mijn hart gedroogd
---
terreur
hij preekt haat, het ijzig woord
en heeft zichzelf verdreven
slechts koud staal en grijze steen
is zonder schuld gebleven
de oogstte vaak heb ik er graan gemaaid
tot aan de wortels toe, de kale grond
en telkens terug opnieuw gezaaid
de oogst werd er niet rijker van
de grachten aan de boord wel smaller
de aarde is te arm en droog geworden
slechts stro in overvloed
een vale kleur van goud
en een ontevreden boer
impressie van een zelfmoordenaar
de verbeten schrijver
verbeten
onmenselijk
ruw en ongegrondlaat ons vandaag het onkruid wieden
zoals de vergeet-mij-nietjes
de ere-prijs
en herders-tasjes
rukken we zonder pardon
de grond uit met vuile handen
we planten liever zwarte tulpen
en rode rozen
krampachtig op een rij
fatsoen in planten is toch een plantsoen?
Halfbeeld
Metamorfose, een man wordt tijd.
absurditeiten
woede woorden