Dialectiek
ook van zijn broeders op wit doek
hij schrijft ook kapitale zinnen
en een vleug gedachtengoed
zijn these
is de mens soms al vergeten waar hij zijn dagen heeft gesleten
als kind toen hij niet praten kon en enkel maar wat kreten slaken
zijn mond heeft welgevormde lippen die zo spraakzaam zijn
en zijn keel stoot zoetgevooisde klanken zo maar weg in 't niets
hij wilde niets
meer dan wat aangename conversatie
met een helder ogenblik dat doordringt tot in het diepst
van wat? Zou er dan toch een god bestaan?
zijn antithese
de mens heeft ooit het rechte pad verlaten
en is voor het kapitaal gezwicht en hebbedingen
hij heeft de schoonheid koud vermoord met bloed bespat
en opgesloten in de krakers van een cokesfabriek
waar het zwart de boventonen heeft versmacht
het vuur plots weer ontvlamt als men het tracht te blussen
zijn conclusie
zelfs mij blijft het een raadsel, waarom een mens zou delen
of misschien een beetje altruïstisch is, we hebben toch zo graag
ik wou dat ik zijn zinnen had geschreven
en mijn naam onderaan het blad





1 reactie op dit bericht
Kapitaal gedicht