Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
uit het gevoel beschreven
misschien denk ik teveel in kleuren, die ik dan te licht beschrijf, of andersom, ik weet het niet zo goed, we trachten immers allemaal onze verbeelding voor zichzelf te laten spreken, maar er is geen licht genoeg en de ademlucht te ijl, de klanken worden slecht verdragen, ze grauwen onverstaanbaar en scheppen niets, tenzij slechts waan en een te geringe fantasie
men heeft mij altijd wijsgemaakt dat de stem één van de mooiste instrumenten is om muziek te maken
als jongeling ben ik sopraan geweest en zong ik religieuze liederen, in koor en streng ornaat, nadien als tenor kon ik evenmin het galmen van mijn stem niet laten, ik zocht de wezens in de stille hoeken op
en nu schrijf ik gedichten waarin klank en soms een melodie verborgen ligt, ik zoek nog naar het wezen van de stilte die geraakt kan worden door een gezongen woord
te, altijd maar te
hij had een adempauze ingelast
na de middag toen de zon te heet
werd, ze staarde mee naar een
bleekwit blad, ze verblindde hem
zijn schaduw werd er heel verlegen
door en kroop weg naar een donker
hoekje in een verborgen winter-
tuin die nu veel te zomers was
de rieten tafel met haar glazen
blad leek wel een vijver zonder
vissen en een stuurse zon die vrat
te gele gaten in ligusterhagen
zelfs de mussen kloegen veel te
hard, zie ze vallen uit de lucht
---
misplaatst medelijden
er kleeft laatdunkendheid
aan zijn te smalle lippen
en als ik in zijn ogen kijk
zie ik geen open iris maar
slechts puntig het lichtzwart
ik vroeg hem of zijn dagen
zwerven geen slaapplaats
hadden opgebracht
hij haalde slecht de schouders
op en knikte naar zijn lege pet
waarnaast wat koper lag
te blinken en zei
geef mij maar waarde voor jouw
medelijden, want meer hoef ik niet
---
De techneut
smerige handen en zwarte nagels
kort en bondig zijn uitleg over wat
er zo scheelt aan haar vervoering
hij heeft dus sleutels zat en duim-
schroeven en klemmen en alle
maten in gewichten en omvangrijk
is zijn werktuigschat, maar zijn echte
schat verstaat geen woord van
zijn betoog, zijn technisch kunnen
is voor haar gortdroog gebazel
succes is een kind van vele vaders
er is een lauwe dag die vragen stelt
over hoe vormloos het grijs in lucht
moet worden beschreven, maar er is
geen zwart dat zwart genoeg is
als ik te lui zou zijn, dan schreef ik
met 'n afgesleten bijl het scheuren
van een grauw die zich openspert
en zich een god waant en een kind
van vele mannen, omdat hij niet kon
kiezen
wie, zou wel zijn vader niet willen zijn
hij bouwt een tempel voor zichzelf
een gespannen keurslijf voor
een uitverkoren vader
---
Voor moeders
In het antwerpse is het enkel moederdag op 15 augustus, de rest van de moederdagen zijn niet voor de bakker maar wel de pralinewinkel, de electro-ménager, de cadeaushop en noem maar op.
-
ooit heb ik haar gloedvol gemaakt en
zelfs haar bloed doen koken en soms
haar stemming tot wanhoop gebracht
ze heeft me leren lopen, en praten kon
ik al, ik las het van haar mond want
een glimlach doet soms wonderen
hoe komt het dan dat zij meestal
onzichtbaar was, de tafel stond gedekt
mijn bed verschoond, de lakens wit
het huis kraaknet en vader eveneens
een glimlach 's ochtends bij 't vertrek
als kind vroeg ik me af of moeder
wel een engel was die mirakels kon
en zelfs met die sint mocht spreken
nu heb ik van die dagen dat ik mezelf
afvraag waarom zij soms onzichtbaar
blijft, maar misschien moet ik het haar
wel zelf vragen
---
allen moeders
vaderland en in tegenstelling
tot vervelens toe heeft hij
teveel moeders al gehad
zijn eerste echte en
een echtgenote en
een tweede assistente en
een derde onvolmaakte en
een huiselijk type dat nog
eens per week het stof
dat dagelijks dikker wordt
komt halen, hij praat zo graag
Hiroshima
blauw de ochtend en het gaandeweg
begin van weer een dag als gisteren
was een lichtflits die alles weer tot
nacht volbracht, het duister en de
dood verzamelde, een helse weg
gesmolten vlees en zwarte regen
het vuur, vuur, verbrande eerst
de houten huizen en het puin
versperde en alles was te
vergeefs en giftig
zelfs de dauw
het water
---
Een schaamteloos huis
-
er kruipen bruine mieren langs
de muur omhoog de deur zit
vastgeklemd het hout is rot
en een vergeten slot is groen
het heeft de sleutel en zijn glans
verloren mieren kruipen tussen
spleten door, zo kunnen ze wel
het hele huis veroveren
de man die laatst nog binnenkwam
hoe lang geleden weet ik niet
is er te kort een tijd verbleven
want de muren zijn nog kaal en
de vensters onbedekt gebleven
het is zonde van het huis
met van die schaamteloze ramen
en ik heb zelfs geen huis
om het te beschamen
---
Een tuimelaartje
hij kleurt blauw blauw
op groen groen gras
en waggelt wat
hij ademt rustig roze lucht
van groene bomen
en hij zucht
af en toe het gras wat nat
hij heeft een hart
dat hapert wat
als hij op adem
ingehouden
wacht
---
gestoord
en legt het kinderlijk aan boord, dat maakt de vrouwen
zo verlegen en ook een beetje gestoord, de loeder
Inhoudelijk gedicht
-
een man is heimwee en plant daarom
zijn hartstocht altijd hemelsdiep
zodat hij ook hellewaarts
kan varen met zijn vaartuig
dat gewrocht uit hoge sferen
in gelouterd ijs omdat daar
zijn adem kon bevriezen
de lucht ooit vloeibaar was
en telkens keert hij weer
de steven van zijn schip
tussen de oevers van
het geboorteland, zijn moeder
en een zonsondergang
omdat het ijs thuis smelt
---
krank en zinnig
hij schraapt de ochtend uit zijn keel
alvorens hij de jaren weer verdrinkt
met kranke zinnen die pas gisteren
nog verloren raakten tussen droom
en daad, tussen vallen en opstaan
en een fles die glazen brak en rolde
met een lege klank, de tafel duldde
slecht het wankelen van zijn benen
en hij sleepte zich voort alweer
hij heeft geen woorden meer
die zinnig klinken op papier
er draait een wereld in zijn kop
en hete thee heeft hem nog
wat respijt gegeven
de wijn is op
---
dichtoefeningen
hij heeft een wereldgroot verdriet zo zwaar
dat dagenlang het leek alsof zijn hoofd
op een speerpunt werd gespietst en beroofd
van zijn adem, zijn haat en elk gebaar
De open stad
een onheilsbode of fluwelen poten
mijn bijgeloof is uit de mode ik loop
steeds ladders zat er onderdoor hoe
raar het ook mag klinken, de straten
liggen er te stinken, het slijk is overal
ik heb mezelf benoemd tot zwerfafval
en laat het duidelijk zien, dat ik zo
begaan ben met de stad, mijn hond
mag dus te pas, overal zijn drollen persen
ik trap daar zelf niet in, ik ben een
vrolijk baasje, ik plaats een vlagje
op de hoop en denk daarbij dat
anderen het wel merken met een
voetafdruk en heel hard vloeken
mijn hond heeft 't schijt aan ' t stad
ik ga vandaag niet werken want
er zijn geen straten meer slechts
plassen en hier en daar een zwarte
kat
---
klein grut en grote beer
gebaarde troost van jeugdig volk
zijn handen grijpen niet ze houden
vast behoedzaam voor het vallen
zij houdt van baarden die zich
plukken laten en een glimlach
in een luie zetel en haar beer
de wijze lessen zijn voor later
en vallen zal ze niet, daarvoor
zorgt het looprek wel en de
wijze vinger van zijn rechterhand
ze heeft pas leren lopen
eentonigheid
alvorens hij weer eten moet
een bierblik dat halfleeg is
dat laat hij dus maar staan
er is geen prikkeling meer
aanwezig slechts overschot
en groot gelijk
de ene dag lijkt op de andere
en kruimels zijn genoeg
voorhanden
straatwerkers
worden kasseien
uit hun verband gelicht
ze kreunen
de mannen met hun sterke handen
bij elke stoot
wellustig haast
en ook het zweet dat
van het voorhoofd druipt
ze lachen de tanden bloot
als ik hun tempo roep
met de lippen op elkaar
de straat is vrouw en de hoerenbuurt
wordt opgeschoond
met klinkerkunst
voor gladde heren
Gedicht ter afwijzing
om aan jouw glimlach te ontkomen
misschien is er wel een verband
tussen mijn hallucinante dromen
en een staat van onmacht om je
overspannen zinnen
en je mond te snoeren
ik ben al jaren behept
met een eenzaatwoordenvloed
en heb dus geen aaibaarheid
en ook geen zachte handen meer
ze werden al te veel vervloekt
want de huid schaaft vurig rood
het lijkt wel of de stenen bloeden
ik ben geen god vandaar

