de wanhoop vlucht
op de resten van uitgestorven fabeldieren
ze weerstonden niet aan de overvloed van
beschaving, een modderstroom, de koude
rotsen werden hun ondergronds verblijf
en met hoge bergen werden ze geketend
af toe werpt god een hemelsteen terloops
tot kraters diep, ze beven na want hun
aardkorst is gebroken, ze drijven weg
en de draak komt af en toe weer boven
grommen, spuwt het vuur en lavaslijk
en de wanhoop vlucht de dalen uit




