oude herinneringen
hij was even droog als tot zand vermalen rotsen
kaakbreker, diamanten rasp zijn mond en tong
hij beet telkens in steen, de vervoering van het
woekerend gezwel werd als vader die naar zijn
kinderen schoot, hij moordde de onschuld uit
later bezocht ik het huis waar hij woedde, leeg
nog de muren, zwart de balken en dood kroop
er nog rond, een hond had het nooit overleefd
zij vertelde mij, dat zowel de tafel als bed leeg
bleef, de woorden spaarzaam ongenadig hard
ook toen droop er al wanhoop langs de gevel
en zelfs de hond vertaalde dat, hij was er wolf



