Dinsdag 26 april 2005
Uitvaart
ik lach soms als de schapen
met een grijns van mijlen ver
en roep dan ook wat harder
dan de wolven in het bos
ze huilen supersonisch soms
mijn hond die kan dat ook
vooral als de sirenes
weer oorverdovend zingen
dan huilt hij mee in koor
of als de klokken luiden
als er weer een uitvaart
in het straatbeeld komt
---
een blauw oog dat kan je krijgen zodat je achteraf alle kleuren tegelijk kan zien of, ga maar al liggen bloeden dan kom ik straks wel af hey…
een blauw oog
dat kan je krijgen
zodat je achteraf
alle kleuren
tegelijk kan zien
of, ga maar al
liggen bloeden
dan kom ik straks
wel af
hey lieve man
zegt het hoertje
ik vroeg me af
ze bekijkt me wel uitzonderlijk
vriendelijk, waar heb ik dat
nu aan verdiend
ik lach maar terug
en even vriendelijk
zeg ik haar gedag
ze komt wat dichter
en een knipoog later
wordt mijn argwaan
toch gewekt
ik gebaar een hand
een afstand later
en mijn wandeling
wordt voort gezet
achter mij klinkt
weer haar lokroep
die deze keer niet
meer voor mij
is bestemd
kijk uit je doppen
ouwe vent
ik erger me aan theatrale toespraken en emotioneel krakeel dat rond de oren vliegt en donderpreken want het wit gebergte waar de zon vertoef…
ik erger me aan theatrale
toespraken en emotioneel
krakeel dat rond de oren
vliegt en donderpreken
want het wit gebergte
waar de zon vertoeft
blijft glanzend doof
en schuift onverstoord
landinwaarts verder
ze dragen ongehoord
hun malse regenvloed
naar genegen bergen
Nu vandaag schijnt de zon verlegen ze heeft een regenkleed gekregen Vannacht De maan is mijn geliefde die altijd op een afstand mijn ogen to…
Nu
vandaag schijnt de zon verlegen
ze heeft een regenkleed gekregen
Vannacht
De maan is mijn geliefde
die altijd op een afstand
mijn ogen toekijkt
Soms sleurt zij donker
de gordijnen dicht
dekt ze sterren toe
maar meestal praat zij
honderdduizend zinnen
en laat ze wentelen
langs de melkwegzee
Monotoon grijs
motorengedaver
rollende wielen
hondengeblaf
stilte
weer een auto die voorbij gromt
een uurwerk klingelt
stilte
dan open ik de terrasdeur
en hoor ik vaag geraas
van autostrades
gedempte geluiden
een vrouwenstem, schel, fel
nogmaals hondengeblaf
de merels bepikken het gazon
en duiven scharrelen aan de randen
een verloren meeuw schreeuwt naar de zee
eksters zoeken naar kadavers
niet hier maar daar op autostrades
een vingeroefening, toonladders op en af.
---
Vandaag eens wat geconstrueerd uit hetgeen hier allemaal werd voorbereid. Helemaal tevreden ben ik nog niet, maar als ik het luidop voordraa…
dank je voor het scherpe mes je hand die vat het wel het stak, ik scheurde los de afstand die je vroeg werd bloederig breed het kan wel jare…
dank je
voor het scherpe mes
je hand die vat het wel
het stak, ik scheurde los
de afstand die je vroeg
werd bloederig breed
het kan wel jaren duren
voor ik het heb verteerd
---
wit heet het mes
het stak, nu jaren later
heb ik eelt gekweekt
een glazen panster
uit wit glazuur
mijn pen gedoopt
in blauwzuur
schrijft over dromen
van het bloed
dat maar bleef stromen
uit mijn gemoed
---
De morgen stond heel mistig op de grond een frisse bries de bladeren ritselen regen druppels zegen zeggen de bomen het park duldt nog geen …
De morgen stond
heel mistig op de grond
een frisse bries
de bladeren ritselen
regen druppels zegen
zeggen de bomen
het park duldt nog geen wandelaars
de ijzeren poorten zijn nog toegedicht
De muze komt vandaag
heel traag naar boven
een grijze dag
de blaren ritselen
de inkt loopt nog verlegen
zegt de schrijver
het blad duldt nog geen poorten
want houten woorden
maken geen gedicht
---
alleen haar donkere haar waaiert nog losbandig hij staart naar een brandpunt waar rechte lijnen samenkomen zij ademt schurend zacht haar …
alleen haar donkere haar
waaiert nog losbandig
hij staart naar een brandpunt
waar rechte lijnen samenkomen
zij ademt schurend zacht
haar stem is moederloos
hij hoort haar niet
bekijkt haar open ogenblik
en haar mond verbeten trek
want ze heeft de moker
in haar buik gevoeld
waardoor ze nu haar ogen
op oneindig richten moet
hij fronst verbeten
rechte lijnen
---
de siertuin aangekleed met gouden regen en groene struiken zat de randen afgezoomd en glad geschoren gras want wildgroei wordt er niet gedo…
de siertuin aangekleed
met gouden regen
en groene struiken zat
de randen afgezoomd
en glad geschoren gras
want wildgroei
wordt er niet gedoogd
je kortgeknipte haar
en strenge oogopslag
heeft alles nauwgezet
maar zelf zou ik
je liever vleugels geven
zodat je bonte vlinders
volgen kan
en struiken mag bezoeken
die buiten strakke tuinen
staan
zo mooi te wezen
---
hij sleept traag zijn winkelwagen heeft op zijn minst een ligplaats onder roestig ijzer en slaapt soms in een bijenkorf
hij sleept traag
zijn winkelwagen
heeft op zijn minst
een ligplaats
onder roestig ijzer
en slaapt soms
in een bijenkorf
Een driehoek straten en een tramweg een vervallen casino en een stenen striptent parfum van pitta en bier, veel bier bij beken, 's nachts
Een driehoek straten
en een tramweg
een vervallen casino
en een stenen striptent
parfum van pitta
en bier, veel bier
bij beken, 's nachts
ik haat de woorden van de straat, de vloeken als de stenen weer eens kantelen en het water spat de rauwe schreeuw van 't hoertje als een poo…
ik haat de woorden
van de straat, de vloeken
als de stenen weer eens
kantelen en het water spat
de rauwe schreeuw
van 't hoertje als een pooier
haar betrapt
het dronkenmansgelal
van een zuipschuit
die te water wordt gelaten
door een bende kraaien
en de sirenenzang
als er weer een zonderling
de wereld heeft verlaten
---
hermetisch hij stopt aaibaarheid achter fronsen en een grimas zijn geluid is het breken van de stem, het knarsen van de scheve tanden in zij…
hermetisch
hij stopt aaibaarheid
achter fronsen en een grimas
zijn geluid is het breken
van de stem, het knarsen
van de scheve tanden
in zijn te grote mond
zijn haar klit samen
zijn baard verzamelt
resten van een
hongermaaltijd
hij bevuilt spijt
op zijn hurken
en een bierblik
zijn hoofdstuk
hebben voorbijgangers
verworpen
met goed koper
op de grond
---
wij mensen houden van zwart wit en klare kijk in troebel water we noemen dat beschaving maar een bedreigde diersoort eet zijn jongen op en m…
wij mensen houden van zwart wit
en klare kijk in troebel water
we noemen dat beschaving
maar een bedreigde diersoort
eet zijn jongen op en moordt
de kinderen teren op de moeder
wat is melk anders dan wit bloed
en zijn wij niet de hoeder
van de dood, in naam van ...
iets dat ik niet kan benoemen
maar anderen blijkbaar wel
de dood is rood
de hemel blauw
en paars de jaren van de ondergang
de mens is maar een ogenblik
de rest is wit
---
hij ramt jongens in mekaar met harde hand met een ijzeren vuist slaat hij op tafel en buldert stoer de vloeken van zijn vader mannen wil hij…
hij ramt jongens in mekaar
met harde hand
met een ijzeren vuist
slaat hij op tafel
en buldert stoer de vloeken
van zijn vader
mannen wil hij maken
uit rauwe klei met
de ploegschaar van de boer
zijn vader
en als hij al eens teder was
dan walgde ik
zover heeft hij mij
nooit gekregen
zijn handen waren te gretig
zijn zwarte kleed tot op de grond
had mij misleid
ik roep nu nog
"hou je poten bij"
ik bulder ook zo stoer
de vloeken van zijn vader
---
Hij drijft in kleur en waardig en tweedelig als het windstil is hij maakt mijn kinderziel zo dronken aan het water met zijn rare tovertaal e…
Hij drijft in kleur en waardig
en tweedelig als het windstil is
hij maakt mijn kinderziel
zo dronken aan het water
met zijn rare tovertaal
en af en toe gesnater
Vroeger in mijn jeugd, woonde ik in de stad Antwerpen, in de buurt van de dierentuin. Mijn ouders waren toen gelukkige (voor mij althans) bezitters van een toegangspas, zo kon ik er bijna dagelijks wandelen. Altijd bewaarden we oud brood, voor de olifanten, de kruimels voor de eenden in de vijvers. Het was een wonderlijke tijd in de ogen van een kind, die zag hoe op een dag een olifant de hele mand naar boven tilde en genoegzaam kauwde op het riet. Toen de meid met ons de eenden voederde, haar tas omkieperde om de laatste restjes uit te schudden, tot het pasje in het water viel. Met mijn grootouders heb ik eveneens vele malen door de tuinen gestruind, en op een dag wou ik een draaideur uitproberen, ik kon niet meer terug, en tot mijn grootste spijt zijn we dan maar naar huis gegaan.
tot inkeer achter deuren de muren kaatsen terug en gebeden zijn dat geen wensen die je naar boven richt? zoals de rook door de schoorsteen e…
tot inkeer achter deuren
de muren kaatsen terug
en gebeden
zijn dat geen wensen
die je naar boven richt?
zoals de rook door de schoorsteen
en wat betekent dan
zwart of wit?
laatst was die rook
eerst zwart
totdat de klokken luidden
de man zijn haar was wit
maar ook zijn woorden
---
Ik schrijf omdat ik van de taal hou, maar mijn teksten zijn geen kinderen meer. Ze willen als volwassenen behandeld worden. Het kan misschie…
Ik schrijf omdat ik van de taal hou, maar mijn teksten zijn geen kinderen meer. Ze willen als volwassenen behandeld worden.
Het kan misschien raar klinken, ik schrijf mezelf weg in taal en streef er naar perfectie. Een beetje onbereikbaar dus maar dat deert me niet.
Maar misschien stel ik me wel ongenaakbaar op, om tegenwind te krijgen. De mens is immers het grootste raadsel voor zichzelf.
Daarom vind ik bloggen zo interessant, ik schrijf daar veel in zonder echt erover na te denken, in één trek zoals de woorden vallen op een wit blad.
Achteraf pas dringt betekenis tot me door, en dan heb je een mooi moment, je onderbewuste heeft je zinnen toegefluisterd.
---
hij kijkt over schouders mee en kweelt de koekoek of liever nog als een pauw steekt veren in zijn kont
zijn schreeuw klinkt rauw
een zonaa…
hij kijkt over schouders
mee en kweelt de koekoek
of liever nog als een pauw
steekt veren in zijn kont
zijn schreeuw klinkt rauw
een zonaanbidder die
de maan aanschouwt
en zichzelf een spiegel
waant en zilvergoud
en als ik me afkeer
dan graven zijn vingers
diepe voren in de aarde
ze dreigen ook met
het scheuren van het hart
en het schokken van
de stem, het handgewring
hij houdt zijn adem in
tot hij blauw ziet
...
(observatie) hoe rustig ijlt het water het tekent lang gerekte benen rond de palen van de steiger en aan de oevers zijn de stenen glad, ze g…
(observatie)
hoe rustig ijlt het water
het tekent lang gerekte benen
rond de palen van de steiger
en aan de oevers zijn de stenen
glad, ze glanzen
wervelingen in het water
zie ze dansen
gorgelen af en toe
het bruisen van de stroom
overstemt loom
elke vogelzang
het lijkt alsof ik hier
al eeuwen ben gebleven
ik adem traagheid diep
zodat ik alles kan vergeten
de stroming sleept me mee
er is geen zee vol leven
slechts een rivier
van hier tot daar
zover mijn blik reikt
trouwens
als ik mijn hoofd laat zakken
vult het water al de gangen
van mijn gehoor
en luiden er
slechts de waterklanken