Een dichter op het podium
*
hij kent het matig leven niet
de dagen worden telkens afgeteld
en roepen welbespraakt de mensen toe
wij worden aanhankelijk, en zijn lippenspel
trachten we te lezen, maar de klank gaat
dieper dan de aarde tot aan de grondtoon
hij gebaart daarom heftig en wenkt
zichtbaar wordt de wereld één zin zijn
dagen zijn geteld geweest maar hij weet
het niet of wil het niet weten, hij sterft
nog liever onverwacht op houten planken
maar het hijgen schraapt de stembanden hees
het wassen van woorden verloopt zo moeizaam
---


