bel20-aex 9/1/2012
|
Slotkoers Bel20 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 9/1/2012|
Slotkoers Bel20 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Boswitje
![]() |
| B b B b 15 s 75 | |
| Boswitje | |
|
Het boswitje (Leptidea sinapis) is een kleine tere dagvlinder met een zeer dun lijfje, uit de familie Pieridae, de witjes. Het boswitje komt voor van Ierland en Spanje tot Centraal-Azië en van Midden-Scandinavië tot Noord Afrika. Engels : Wood WhiteDuits : Senffalter, Tintenfleck-Weissling, Senfweißling, Leguminosen-Weißling Frans : La piéride de la moutarde, piéride du lotier Oud Nederlands : lathyruswitje |
|
Boswitje auteur : Jeffdelonge CC 3.0 |
|
|
Voorvleugellengte: circa 20 mm. Op grond van uiterlijke kenmerken vrijwel niet te onderscheiden van het verborgen boswitje. De rups wordt slechts zelden gezien. |
|
Leptidea sinapis auteur : Böhringer Friedrich CC 3.0 |
|
|
Het boswitje komt in grote delen van Europa voor, waaronder Nederland en België. De vliegtijd is van eind april-begin juni en eind juni-half augustus in twee generaties. |
|
Boswitje foto : © Diginature.nl |
|
|
Het Boswitje was vroeger zeer zeldzaam en is dat momenteel nog steeds. In Wallonië is het Boswitje vrij lokaal in de Condroz en in de vallei van de Samber en de Maas en vrij ruim verspreid in de Fagne-Famenne-Calestienne en in de Lorraine. Het lijkt erop dat het boswitje zich in Zuid-Limburg verder zal kunnen uitbreiden. Leptidea: leptos = dun, kwetsbaar en eidos = vorm, voorkomen. Dit slaat op het slanke lijf en het kwetsbare uiterlijk van de soorten binnen dit genus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet.nl - tinternet |
DrMann-reclame2
![]() |
![]() |
Boswilg
![]() |
| B b B b 15 s 74 | |
| Boswilg | |
|
De boswilg (Salix caprea) is een boom uit de wilgenfamilie (Salicaceae). De soort komt algemeen voor in Europa en Noordoost-Azië en niet uitsluitend op vochtige plaatsen. Duits : Salweide, Sal-Weide Frans : Le Saule marsault, Saule des chèvres |
|
Boswilg auteur : Willow CC 3.0 |
|
|
Deze boomsoort is met een hoogte van 3 tot 9 meter (met uitschieters tot 14m) een relatief lage boom. De bloeitijd is maart - april. De stam loopt aan de top min of meer spits toe. Jonge takken en knoppen hebben een korte, niet viltige, witte beharing, die spoedig verdwijnt. Dan worden ze glanzend bruin. De enigszins gekartelde bladeren zijn meestal eirond, maar soms vrij langwerpig en worden 3 tot 10 cm lang. De bloemen bloeien voor de bladeren verschijnen. |
|
mannelijke katjes van de boswilg auteur : Krzysztof Ziarnek CC 3.0 |
|
|
De boswederik gedijt het best op zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op matig voedselrijke, vrij droge tot matig vochtige, lichte grond (zand, leem en löss). De plant is meestal terug te vinden in loofbossen, bosranden, heggen, struwelen, kapvlakten, houtwallen en duinen. Het hout is zacht. |
|
vrouwelijke katjes van de boswilg auteur : Willow CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt de boswilg voor in koude en gematigde gebieden in Europa en Azië. Ingeburgerd in een klein deel van Noord-Amerika. Nederland : Algemeen op de hogere zandgronden in het oosten, midden en zuiden van het land, in de binnenduinen en in Zuid-Limburg. Zeldzaam in veen- en kleigebieden. België : Algemeen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
Boswederik
![]() |
| B b B b 15 s 73 | |
| Boswederik | |
|
De boswederik (Lysimachia nemorum) is een vaste plant van natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen en langs beekjes. De plant komt van nature voor in West- en Midden-Europa, de Azoren en de Faeröer. Engels : Yellow pimpernelDuits : Hain-Gilbweiderich Frans : La Lysimaque des bois |
|
Boswederik auteur : sannse CC 3.0 |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 10–45 cm hoog. De bloeitijd is van mei tot en met oktober. De kruipende, kale, iets vierkantige, vertakte stengels wortelen op de knopen. De wintergroene, tegenoverstaande bladeren zijn 2 tot 3 cm groot. De gele, schotelvormige bloemen staan op draaddunne stelen in de oksels van de middelste bladeren. De vrucht is een doosvrucht met een centrale zaaddrager. |
|
Lysimachia nemorum auteur : Michael Becker CC 3.0 |
|
|
De boswederik gedijt het best op beschaduwde plaatsen op natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voerdselrijke, humeuze, zwak zure, vrij kalkarme tot kalkhoudende grond. De plant is meestal terug te vinden in loofbossen (vooral in brongebieden), langs beschaduwde beekjes, langs natte bospaden, vochtige bosranden, bij bronnen en aan de rand van ondiepe, 's winters natte laagten. De boswederik is een kensoort in het essenbronbos. |
|
Boswederik auteur : Kenraiz CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt de boswederik voor in West- en Midden-Europa, van West-Noorwegen tot in Portugal en West-Spanje en zuidoostelijk tot op de Balkan en Zuid-Italië. Ook op de Azoren en de Far Oer. Nederland : Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, zeldzaam in Twente en in de Achterhoek en zeer zeldzaam in Noord-Brabant en in Drenthe. Vlaanderen : Vrij algemeen in de Leemstreek. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wallonë : Vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
DrMann-reclame
![]() |
![]() |
Boswalstro
![]() |
| B b B b 15 s 72 | |
| Boswalstro | |
|
Boswalstro (Galium sylvaticum) is een overblijvende plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae). De plant komt van nature voor in Midden-Europa en is van daaruit verspreid naar Noord-Amerika. Engels : Wood Bedstraw, Scotch mistDuits : Wald-Labkraut Frans : Gaillet des forêts |
|
Boswalstro auteur : Christian Winter |
|
|
De plant wordt 50-100 cm (soms tot 140 cm) hoog. Boswalstro bloeit van juli tot in augustus met 2-3 mm grote, melkwitte bloemen, die in pluimvormige bloeiwijze zitten. |
|
Galium sylvaticum foto : A. Mrkvicka |
|
|
De plant komt voor in lichte loofbossen in heuvelgebieden en rivierdalen op vochtige, matig voedselarme, zwak zure grond (leem en löss). De blauwgroene, kogelvormige vruchten zijn glad of iets rimpelig. |
|
Boswalstro foto : Erick Dronnet |
|
|
In de wereld komt het boswalstro voor in Midden- en Zuid-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland. Ingeburgerd in een klein deel van Noord-Amerika. Nederland : Vroeger in het oosten van het land en in het rivierengebied (voornamelijk rondom Nijmegen). Daar voor het laatst gevonden in 1978. Later is de soort nog een keer aangetroffen in het Gooi. België : Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. In Nederland op de rode lijst 0. Verdwenen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 6/1/2012|
Slotkoers Bel20 6 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvogeltje
![]() |
| B b B b 15 s 71 | |
| (Wit) Bosvogeltje | |
|
De bosvogeltjes (Cephalanthera) zijn een geslacht van planten in de orchideeënfamilie. Het geslacht kent 14 soorten. Duits : Schwertblättriges Waldvögelein Frans : Céphalanthère à longues feuilles, Céphalanthère à feuilles en épée |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : Marinella Zepigi |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 15 tot 45cm hoog en bloeit in mei en juni. De langwerpige bladeren zijn toegespitst, gevouwen en worden tot 10 cm lang. Ze staan in 2 rijen. De bloeiwijze bevat 10 tot 20 bloemen. De afstaande bloemen zijn wit en klokvormig. |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : Marinella Zepigi |
|
|
Ze groeien het best op licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke grond (mergel, duinzand, lemig zand, lichte klei en zavel). Men vindt ze terug in loofbossen, naaldbossen, hellingbossen, bronbossen, aan bosranden, struwelen, kalkhellingen, in kalkgrasland nabij struweel en in duinvalleien. |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : El Paraje de las Alpujarras |
|
|
Het geslacht werd in 1817 door de Franse plantkundige Professor Louis Claude Marie Richard beschreven. De naam is afgeleid van het Griekse cephalè = hoofd en anthèros = bloeiend en wijst er op, dat de helmknop er als een hoofdje uitziet. De wortelstokken zijn kort, kruipend, vertakt en sterk beworteld. De grote, witte tot bijna violette bloemen kennen deels zelfbestuiving (cleistogamie). In de wereld komt het bosvogeltje voor in de gematigde streken van Midden- en West-Azië, Noord-Afrika en Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in Schotland, West-Noorwegen en het Oostzeegebied. Nederland : Zeer zeldzaam in het westen van Noord-Brabant, in de duinen bij Petten en in Zuid-Limburg. Vroeger ook bij Havelte. Vlaanderen : Zeer zeldzaam. Vroeger ook in de Voerstreek. Wallonë : Zeldzaam tot zeer zeldzaam in het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Zowel in België als Nederland een beschermde soort. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 5/1/2012|
Slotkoers Bel20 5 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvleermuis
![]() |
| B b B b 15 s 70 | |
| Bosvleermuis | |
|
De bosvleermuis (Nyctalus leisleri) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae). Ze komen voor in Ierland, Frankrijk, Zuid-Europa, de Kaukasus, Madeira en de Canarische Eilanden, Marokko tot Libië, en in het westen van de Himalaya. Duits : Kleine Abendsegler, Kleinabendsegler Frans : La Noctule de Leisler |
|
Bosvleermuis |
|
|
Ze hebben een lengte van ca. 5 tot 7cm, een spanwijdte van 26 - 32 cm en een gewicht van 11 tot 20gr. De bosvleermuis heeft veel weg van de rosse vleermuis. De bosvleermuis is veel meer dan de rosse vleermuis gebonden aan uitgestrekte bosgebieden en hoge, oude bomen met holten. Bosvleermuizen vliegen - net zoals de rosse vleermuis - betrekkelijk hoog en gaan vaak al 10 minuten voor zonsondergang op jacht. Hij jaagt twee keer per nacht. |
|
Nyctalus leisleri foto : Mateusz Ciechanowski |
|
|
De kraamkolonies bestaan uit 20 à 50 dieren. Hun winterslaap houden rosse vleermuizen van oktober tot eind maart. |
|
Bosvleermuis foto : Simon Colmer |
|
|
De bosvleermuis is een Midden en Zuid-Europese soort, die in België is aangetroffen en in 1981 voor het eerst ook in Nederland. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - Natuurbeleving.be - tinternet |
bel20-aex 4/1/2012|
Slotkoers Bel20 4 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 4 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosviooltje
![]() |
| B b B b 15 s 69 | |
| Bosviooltje | |
|
Het bosviooltje (Viola riviniana) of bleeksporig bosviooltje is een plant uit de viooltjesfamilie (Violaceae). Duits : Hain-Veilchen Frans : Violette de Rivinus, violette de Rivin |
|
bleeksporig bosviooltje - Viola riviniana auteur : Jörg Hempel CC 3.0 |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 5 tot 35 cm hoog. De stengels ontspringen in de oksels van de rozetbladen. De donkergroene, breed hartvormige en lang gesteelde bladeren hebben vaak een iets blauwachtige tint. |
|
donkersporig bosviooltje - Viola reichenbachiana auteur : © 2008 Katholieke Universiteit Leuven Prof. Paul Busselen |
|
|
De bloemen groeien vanuit de oksels van de stengelbladen. Het bosviooltje heeft een driekleppige doosvrucht. |
|
vrucht van het bosviooltje auteur : © 2008 Katholieke Universiteit Leuven Prof. Paul Busselen |
|
|
Meestal terug te vinden op beschaduwde, zelden zonnige plaatsen op vochtige tot vrij droge, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (leem, löss, beekzand en duinzand). In de wereld komt het bosviooltje voor in Europa en Noord-Afrika. Nederland : Vrij algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen : Vrij algemeen, maar zeldzaam in het oosten van de Kempen en zeer zeldzaam in de kuststreek. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 3/1/2012|
Slotkoers Bel20 3 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 3 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvergeet-mij-nietje
![]() |
| B b B b 15 s 68 | |
| Bosvergeet-mij-nietje | |
|
Het bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica) is in Europa in tuinen een veel voorkomende plant met blauwe bloemen uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). In tuinen komen ook vormen voor met witte en roze-rode bloemen. Duits : Wald-Vergißmeinnicht Frans : Myosotis des bois |
|
Bosvergeet-mij-nietje auteur : Rasbak CC 3.0 |
|
|
Deze tweejarig en soms overblijvende plant wordt 10 tot 50 cm hoog. |
|
close-up van het bosvergeet-mij-nietje auteur : André Karwath CC 3.0 |
|
|
In Nederland komen alleen in Zuid-Limburg op bosrijke heuvels echt wilde bosvergeet-mij-nietjes voor. De bloeitijd is van april tot augustus. Na de zaadvorming sterft de plant af. |
|
Myosotis sylvatica auteur : Kristian Peters CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt het bosvergeet-mij-nietje voor in de gematigde en koudere streken in Europa, Azië en Noord-Afrika. het meest in gebergten in Midden- en Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland en Groot-Britannië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, kleine delen van Australië en in Nieuw Zeeland. Nederland : Vrij algemeen in Zuid-Limburg en zeldzaam in het zuidoosten van het land. Elders alleen verwilderd. Vlaanderen : Vrij algemeen in de Leemstreek en de Voerstreek en vrij zeldzaam in het Maasgebied. Elders meestal alleen verwilderd. Wallonë : Vrij algemeen in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vaak verwilderd. Het bosvergeet-mij-nietje lijkt sterk op het akkervergeet-mij-nietje (Myosotis arvensis). |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 2/1/2012|
Slotkoers Bel20 2 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 2 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosveldkers
![]() |
| B b B b 15 s 67 | |
| Bosveldkers | |
|
De bosveldkers (Cardamine flexuosa) is een eenjarige of soms tweejarige of overblijvende plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae). Duits : Wald-Schaumkraut Frans : Cardamine des bois |
|
Bosveldkers |
|
|
De plant wordt 5 tot 40 cm hoog en vormt een bladrozet. |
|
het blad van de bosveldkers |
|
|
De bosveldkers bloeit van april tot augustus met witte, 2,5 - 4 mm grote bloemen. De vrucht is een 1,4 - 2,5 cm lange en 1 tot 1,7 mm brede, rechtopstaande hauw. |
|
bloemen van de bosveldkers auteur : Jim Lindsey Ecology of Commanster |
|
|
In de wereld komt de bosveldkers voor in Europa, behalve in het meest noordoostelijke deel. Ook in Zuid- en Oost-Azië en Noord-Amerika. Ingeburgerd op een paar plaatsen in Zuid-Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Nederland : Plaatselijk vrij algemeen. Zeldzaam of ontbrekend op de hooggelegen, voedselarmere zandgronden en in de zeekleigebieden. Vlaanderen : Algemeen. Het meest in de Leemstreek, de Zand- en zandleemstreek en in de Kempen. De soort heeft zich sterk uitgebreid in de afgelopen jaren. Wallonë : Plaatselijk vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Eders zeldzaam. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 30/12/11|
Slotkoers Bel20 30 december 2011 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 30 december 2011 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosuil
![]() |
| B b B b 15 s 66 | |
| Bosuil | |
|
De bosuil (Strix aluco) is een vogel uit de orde van uilen (Strigiformes). Bosuilen komen in vrijwel geheel Europa het hele jaar voor, met uitzondering van Ierland en Noord-Scandinavië. Bosuilen worden 35 tot 40 centimeter groot. Een bosuilenpaar wordt voor het leven gevormd en blijft steeds in hetzelfde territorium dat tegen indringers beschermd wordt. Duits : Waldkauz Frans : La Chouette hulotte, chat-huant |
|
Bosuil auteur : K.-M. Hansche CC 2.5 |
|
|
Het stapelvoedsel van de bosuil bestaat uit muizen die ze met huid en haar opeten. Door de nachtelijke leefwijze van de bosuil is deze maar zelden te zien. ‘s Avonds als de uilen actief worden, begint het mannetje te roepen om het territorium af te bakenen. |
|
enkele jonge bosuilen auteur : Artur Mikolajewski CC 3.0 |
|
|
Bosuilen broeden bij voorkeur in holle bomen, waarbij ze de nestholte van meerdere kanten kunnen binnenkomen. Bosuilen maken geen nest. |
|
Bosuil auteur : Adam Kumiszcza CC 3.0 |
|
|
Er worden, afhankelijk van het voedselaanbod, één tot vijf eieren gelegd. Na vier á vijf weken verlaten de jongen het nest. Als ze ongeveer vijftig dagen oud zijn, beginnen ze korte vluchten te maken. Bosuilen kunnen zo’n 10 á 15 jaar oud worden. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - IVN vecht en plassengebied - tinternet |
Champagne reclame
![]() |
![]() |
1 reactie op dit bericht
hallookes
Zage, zage, wiele wage,
jan kwam thuis om een boterham te vragen.
moeder was niet thuis,
vader was niet thuis,
piep zei de muis in ’t schotelhuis.
<a href="https://blog.seniorennet.be/zondag" target="_blank"><img src="http://i38.tinypic.com/16ie62x.gif" border="0" alt="Image and video hosting by TinyPic"></a <a href="https://blog.seniorennet.be/frankie/"><img src="http://www.animaatjes.nl/plaatjes/p/postbode/5.gif" border="0" /></a>
<a href="https://blog.seniorennet.be/ahazozo" target="_blank"><img src="http://i29.tinypic.com/25qpx53.gif" border="0" alt="Image and video hosting by TinyPic"></a>
Zage, zage, wiele wage,
jan kwam thuis om een boterham te vragen.
moeder was niet thuis,
vader was niet thuis,
piep zei de muis in ’t schotelhuis.
<a href="https://blog.seniorennet.be/zondag" target="_blank"><img src="http://i38.tinypic.com/16ie62x.gif" border="0" alt="Image and video hosting by TinyPic"></a <a href="https://blog.seniorennet.be/frankie/"><img src="http://www.animaatjes.nl/plaatjes/p/postbode/5.gif" border="0" /></a>
<a href="https://blog.seniorennet.be/ahazozo" target="_blank"><img src="http://i29.tinypic.com/25qpx53.gif" border="0" alt="Image and video hosting by TinyPic"></a>