Boszandoog

![]() |
| B b B b 15 s 76 | |
| Boszandoog | |
|
De boszandoog (Lopinga achine genoemd door Giovanni Antonio Scopoli in 1763) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, schoenlappers, parelmoervlinders en zandoogjes. De soort komt voor van Zuidoost-Zweden en Zuid-Finland tot Zuid-Frankrijk en de Balkan en van West-Frankrijk tot Japan. Engels : Woodland BrownDuits : Gelbringfalter Frans : Le Bacchante Oud Nederlands : boskoevinkje |
|
Boszandoog auteur : © asturnatura.com |
|
|
Voorvleugellengte: circa 25 mm. De vlinder leeft in bossen met een weelderige ondergroei van grassen, bij voorkeur op plaatsen waar de bodem ’s winters drassig is. |
|
Lopinga achine foto : Paolo Mazzei Moths and Butterflies of Europe and North Africa |
|
|
In Noordwest-Europa is de boszandoog overal zeer sterk bedreigd of al verdwenen. In België kwam de soort voor in de Gaume, in Belgisch-Lotharingen, maar is daar sinds 1926 verdwenen. De dichtstbijzijnde populaties leven nu nabij Parijs en in Midden-Duitsland. |
|
Boszandoog foto : Paolo Mazzei |
|
|
De boszandoog is bekend van de volgende waardplanten: roodzwenkgras (Festuca rubra), boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), knikkend parelgras (Melica nutans), Bergzegge (Carex montana) en ijle zegge (Carex remota). De rupsen groeien langzaam en overwinteren halfvolgroeid, verscholen in een graspol. De vliegtijd is van eind juni tot begin augustus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet.nl - tinternet |








1 reactie op dit bericht
Beste Waaroemni