|
- Zo zijn er de kantelbrug, rolbrug, zweefbrug, opvouwbare brug, vlotbrug beweegbaar over de x-as.
- De valbrug, oorgatbrug, ophaalbrug (of klapbrug), basculebrug (in bijzondere gevallen een staartbrug), opkrulbare brug, pontbrug, rolbasculebrug (met translatie langs de x-as), beweegbaar over de y-as.
- En de draaibrug, kraanbrug, vliegtuigslurf(passagiersbrug) ook verlenging langs de x-as en in mindere mate rotatie rond de horizontale y-as (hoogteverstelbaarheid), hefbrug, tafelbrug, afzinkbare brug beweegbaar over de z-as.
Naast deze bruggen die om of langs één van de assen bewegen zijn er tijdelijke bruggen, die bijvoorbeeld gebouwd worden door de genie van het leger als er geen mogelijkheid bestaat een rivier over te steken.
In dat geval wordt vaak een pontonbrug of een baileybrug gebouwd.
|
|
De evolutie van de bruggen gaat mee met de beschikbaarheid van de constructiematerialen.
De Romeinse aquaducten zijn opgebouwd uit steen en keramiek.
Deze materialen kunnen goed druk opnemen, daarom wordt veel gebruikgemaakt van boogvormen in de brug.
Rond 1840 gebruikt men gietijzer.
Dit materiaal is echter zeer bros, heeft een lage treksterkte maar een hoge druksterkte.
Gietijzer wordt geproduceerd in mallen.
Het element dat men wenst te construeren, moet eerst in hout gemaakt worden.
Deze houten kopie van het element drukt men in een mal gevormd met zand.
Indien we nu het gietijzer in de zandvorm gieten, verkrijgen we de gewenste vorm.
We kunnen dus een grote verscheidenheid aan vormen produceren.
Uitwendig zal gietijzer een korrelige structuur hebben, omdat het in zand gevormd werd.
Daardoor is gietijzer uitwendig goed te onderscheiden van smeedijzer en staal.
|
|
Vanaf 1860 worden constructie-elementen van smeedijzer gebruikt.
Het voordeel van smeedijzer is de hogere treksterkte, maar het heeft een lagere druksterkte dan gietijzer.
Smeedijzer werd eerst gebruikt ter vervanging van de gietijzeren balken, daar waar deze op buiging belast werden (zowel druk als trek).
Voor de kolommen werd langere tijd gebruikgemaakt van gietijzer, omdat kolommen idealiter alleen op druk belast worden.
Vanaf 1880 breekt staal als constructiemateriaal door.
Staal heeft een grote druksterkte en treksterkte.
Het is ook zeer ductiel (vervormbaar).
Vandaar dat staal veel voor bruggen wordt gebruikt.
|