Brugse Metten

![]() |
| B b B b 18 u 11 | |
| Brugse Metten | |
|
Tijdens de Brugse Metten, op vrijdag 18 mei 1302, doodden de Bruggelingen leden van het Franse garnizoen in hun stad tijdens een nachtelijke verrassingsaanval. Duits : Brügger Frühmette Frans : Les matines de Bruges | |
|
Om de Fransen en de leliaards (Fransgezinde Vlamingen, meestal patriciërs) van de liebaards te onderscheiden werd elke verdachte persoon gevraagd om het sjibbolet scilt ende vrient uit te spreken. Een alternatieve uitleg is dat het niet om scilt ende vrient zou gaan, maar om des gilden vrient. | |
|
Lodewijk van Velthem, een eigentijdse Brabantse schrijver, noemde deze gebeurtenis "Goede Vrijdag" en beschreef het als volgt in enkele zinnen (ernaast een vrije vertaling) : | |
|
Dese dach heet men binnen Brucge 'goet vridach' om dese daet Hieraf es comen menich quaet Daer worden verslagen inder stede wel 24 baenroetse mede ende ridderskinder ende serjande van Vranckrike, ende van andre lande menicheen daer ict tgetal niet wel af en can genoemen al. |
Deze dag noemt men in Brugge 'Goede Vrijdag' wegens deze daad. Hieruit kwam veel kwaad Er werden in de stad gedood wel 24 banierheren (edelen) en kinderen van ridders en sergeanten uit Frankrijk, en uit andere landen waarvan ik het aantal niet precies kan noemen. |
|
Omdat deze gebeurtenissen zich hadden afgespeeld op een vrijdag, noemden de Bruggelingen deze dag "Goede Vrijdag", al was Pasen reeds lang voorbij. Enkele dagen na de Brugse Metten deed Pieter de Coninck, samen met Willem van Gulik op 23 mei 1302 triomfantelijk zijn intrede in Brugge. Jan Breydel nam waarschijnlijk geen deel aan de Brugse Metten en wordt in de kronieken in dit verband niet vermeld. | |
|
Lodewijk van Velthem beschrijft de terugkeer van Pieter de Conick aldus : | |
|
Doen quam in Peter die Coninc metten andren die uut waren doe haer viande lagen in baren diese wilden hebben doen hangen Met groter bliscap waren si ontfangen. |
Toen kwam Pieter de Coninck terug met anderen die vertrokken waren toen hun vijanden opgebaard lagen die hen hadden willen doen hangen. Met grote vreugde werden ze ontvangen. |
|
Filips IV van Frankrijk was hierover vreselijk woedend en beval dat de Bruggelingen en hun handlangers geen genade mochten kennen. Het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck, gemaakt door Paul de Vigne en ingehuldigd in 1887, staat in het centrum van de Grote Markt in Brugge. | |
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet | |


