Bruine granietuil

![]() |
| B b B b 18 u 53 | |
| Bruine granietuil | |
|
De bruine granietuil (Crypsedra gemmea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Treitschke in 1825. De soort komt verspreid over vooral Centraal- en Noord-Europa voor. Engels : CameoDuits : Bunte Waldgraseule Frans : ???, Crypsedra gemmea |
|
Bruine granietuil auteur : Dumi CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. De olijfbruine voorvleugel heeft een groenige glans en een bont patroon van witte, zwartgerande vlekken en dwarslijnen, de hoeveelheid wit kan variëren. Een gelijkende soort is de witvlek-silene-uil (Hadena albimacula) is kleiner en mist de olijfgroene tint, de witte tekening is minder uitgebreid en in plaats van een halvemaanvormige witte tapvlek is een min of meer rechthoekige vlek aanwezig. |
|
Crypsedra gemmea auteur : Martin Scheper op www.natuurfotoalbum.eu |
|
|
Een zeldzame soort die vrijwel uitsluitend voorkomt op de Veluwe, recent ook waargenomen in Zuidoost-Friesland. Zijn habitat zijn heiden en andere open, grazige gebieden. |
|
Rups van de bruine granietuil auteur : © Josef Dvorák op www.biolib.cz |
|
|
De waardplanten zijn diverse grassen, waaronder vooral pijpenstrootje. De vliegtijd is van begin juli-begin september in één generatie. Rups : april-juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : de witte vlekken doen denken een steensoort, in dit geval graniet. De wetenschappelijke soortnaam wijst op kostbaarder steensoorten. Crypsedra : de herkomst van deze naam is onbekend. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
