Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: flora

Blauw kattenkruid

B    l a
B     b    B     b    12 a (24)
Blauw kattenkruid
Blauw kattenkruid (Nepeta racemosa, synoniem: Nepeta mussinii) is een sterk geurende vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
De soort staat in de Nederlandse wachtkamer als nieuwe plant die nu ook in het wild in Nederland voorkoment.

De plant wordt gebruikt in de siertuin en is van daaruit verwilderd.

Blauw katenkruid komt van nature voor in de Kaukasus en Noord-Iran.

Engels : Catmint
Duits : Trauben-Katzenminze

784282-793abfa460901f8ba0a394ba68b5f953.jpg
Blauw kattenkruid - plant
auteur : José Luis Gálvez    CC 3.0
De plant wordt 20-40 cm hoog en heeft liggende tot opstijgende stengels, die zowel kaal als viltig behaard kunnen zijn.

De grijsgroene bladeren zijn rond tot eirond en hebben een zwak hartvormige voet.

784282-3cc4ad338bff5ef66c120d2fa3fcd2c7.jpg
Nepeta mussinii - bloem
auteur : Kurt Stueber    CC 3.0
Blauw kattenkruid bloeit van juni tot augustus met blauwe, 0,9-1,3 cm grote bloemen.
De kroonbuis is langer dan de kelk.

De bloemen zitten in schijnkransen.

De vrucht is een vierdelige splitvrucht.
De plant komt voor op stenige plaatsen.

784282-97992ac5b65827b51392c5de41546bdc.jpg
Blauw kattenkruid - in bloei
auteur : Kira Nerys    CC 3.0
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:20 2 reacties Reageer op dit bericht

Blauw guichelheil

B    l a
B     b    B     b    12 a (22)
Blauw guichelheil
Blauw guichelheil (Anagallis arvensis subsp. foemina, synoniem: Anagallis foemina) is een eenjarige plant, die behoort tot de sleutelbloemfamilie (Primulaceae).
De ondersoort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.
De plant moet niet verward worden met de blauwe vorm van rood guichelheil (Anagallis arvensis subsp. arvensis).

Engels : Blue pimpernel, Poorman's Weatherglass
Duits : Blauer Gauchheil
Frans : Mouron bleu

782818-e35f2cba4ff652189adca29a24df0ae9.jpg
Blauw guichelheil
foto : Pablo Alberto Salguero Quiles    CC 3.0
De plant wordt 5-50 cm hoog en heeft een liggende of opstijgende stengel.
De zittende, tegenoverstaande bladeren hebben aan de onderzijde zwarte klierpuntjes en hebben een eironde tot langwerpig-ronde vorm.

De vrucht is een doosvrucht.

782818-c445eca53532ac0c96b76bc573385200.jpg
Blauw guichelheil
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0
Blauw guichelheil bloeit vanaf mei tot de herfst met blauwe, zelden witte bloemen.
De kroonslippen hebben in tegenstelling tot rood guichelheil geen of minder dan dertig klierharen.
Als er klierharen zijn dan zijn deze hoofdzakelijk viercellig, waarbij de eindcel langer dan breed is.
De randen van de bloemkroonslippen bedekken elkaar meestal niet.

782818-a62146b7ea8748f3533999a003b1299c.jpg
Anagallis foemina
auteur : Hans Hillewaert    CC 3.0
Blauw guichelheil is een zeldzaam voorkomende plant in Midden -en Zuid-Europa.

De plant heeft graag zonnige, warme, open plaatsen op vochtige, kalkrijke, matig voedselrijke grond (zand en mergel).

Groeiplaatsen: Graanakkers, omgewerkte grond, braakliggende grond, moestuinen en ruderale plaatsen bij graanpakhuizen, korenmolens en meelfabrieken.

De plant bloeit van mei tot oktober.

782818-83c624016c8e119f0b39d9732e4a417c.jpg
Blauw guichelheil
foto : Pablo Alberto Salguero Quiles    CC 3.0
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 11:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Blauw glidkruid

B    l a
B     b    B     b    12 a (21)
Blauw glidkruid
Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata) is een overblijvende plant die behoort tot de Lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae).
Het is een plant van meestal natte, humusrijke grond in riet- en zeggenmoerassen, moerasbossen, langs het water, in duinvalleien en op vochtige, stenige plaatsen.
In de duinen komt de plant ook voor op drogere grond.
De plant komt van nature voor in de gematigde en koudere streken van het Noordelijk halfrond.

Engels : Common skullcap, Marsh Skullcap of ook Hooded Skullcap
Duits : Sumpf-Helmkraut, Gewöhnliches Helmkraut of Kappenhelmkraut
Frans : Scutellaire à casque of grande toque

781973-85fc35c55f79b6ad812c0257a9622f01.jpg
blauw glidkruid
auteur : b.gliwa    CC 2.5
De plant wordt 15 tot 45 cm hoog, vormt wortelstokken en heeft een vierkantige stengel.
De haren op de stengelribben staan naar beneden gericht.

Dit in tegenstelling tot die bij klein glidkruid (Scutellaria minor), waarbij deze omhoog gericht zijn.

De 3 tot 10 cm lange, eivormig-lancetvormige bladeren zijn ondiep gekarteld-gezaagd en hebben een hartvormige voet.
De onderzijde van het blad is vaak roodachtig gekleurd.
Ook de stengel is onderaan vaak roodachtig gekleurd.

781973-3df3f820eb472db596f4a3bc1177ff1e.jpg
blauw glidkruid
auteur : b.gliwa    CC 2.5
Blauw glidkruid bloeit van juni tot september met diep paarsblauwe, soms lichtroze, 12 tot 20 mm lange, behaarde bloemen, waarvan het honingmerk bleker is.

De bloem heeft een omhoog gebogen kroonbuis.
De kelk is ongeveer 4 mm lang.
Per bladoksel komt één bloem voor.

De vrucht is een vierdelige splitvrucht.

781973-e1463f591459758477e81cd85a5e967f.jpg
blauw glidkruid - bloem
auteur : Fornax    CC 3.0
Ons inheems Glidkruid wordt in de kruidengeneeskunde niet meer gebruikt.
Al is dat ooit wel anders geweest.

Dioscorides adviseerde de plant al als wondgenezend middel.
Als legerarts, die duizenden soldaten moest behandelen, had hij natuurlijk ook wel enige behoefte aan wondmiddelen.
Ook Plinius volgens Dodoens zegt dat de Sideritis (Glidkruid) zo sterk en krachtig is, dat het op een verse wonde gebonden zijnde, het bloed stelpt en het ganselijk doet ophouden.
Dodonaeus zelf noemde glidtcruydt of Herba Judaica een 'uitnement goedt wondt-cruydt'.

Dat Herba Judaica, zeg maar Jodenkruid, noemde hij zo omdat het, volgens hem, vooral Joodse marktkramers waren die dit kruid en andere wondermiddeltjes te koop aanboden om de breuken van de darmen of 'de gescheurtheydt' en de witte vloed te genezen.

Omwille van die wondgenezende werking werd het volgens Lobelius in Frankrijk Carpentaria of Timmerliedencruydt en Ferruminatrix Heraclea of Heelende cruydt genoemd.

781973-ec8d78bac0620d3d93e8e1f47e0452ca.jpg
Scutellaria galericulata
auteur : Prof. Paul Busselen    K.U.Leuven Campus Kortrijk afd. biologie
Vele namen verwijzen ook naar de vorm van de bloem, die er als een mutsje zou uitzien.
Galericulata van Latijnse galerus, muts, maar ook de Engelse naam Skullcap, calotje of het Duitse Kappenhelmkraut, mutshelmkruid.
Al klinkt het Engels erg lief en het Duitse streng militaristisch.

Een merkwaardige naam is ook het Engelse Mad dogweed, omdat het vroeger tegen rabiës of hondsdolheid gebruikt werd.

781973-61d6afe205599fd7ffea76ba2c38b11c.jpg
blauw glidkruid - plant
auteur : Prof. Paul Busselen    K.U.Leuven Campus Kortrijk afd. biologie
Er is nu nogal wat verwarring over de verschillende medicinale soorten.
Vooral Scutellaria lateriflora in Amerika en Scutellaria baicalensis in China worden nog medicinaal gebruikt.

Mogelijk heeft onze sterk verwante Scutellaria galericulata dezelfde werking.

De werking is vrij goed wetenschappelijk onderbouwd en in tegenstelling met de grote reputatie uit het verleden als wondkruid, wordt vooral Scutellaria lateriflora nu algemeen beschouwd als een goed kalmerend en zenuwversterkend kruid.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:31 7 reacties Reageer op dit bericht

Blaaszegge

B    l a
B     b    B     b    12 a (7)
Blaaszegge
De blaaszegge (Carex vesicaria) is een overblijvende plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
De plant komt van nature voor in de meer noordelijke gebieden van het noordelijk halfrond.

De plant komt voor langs het water, in veenmoerassen en lichte moerasbossen.

Engels : Bladder Sedge, Blister Sedge, Inflated Sedge
Duits : Blasen-Segge, Schmalblättrige Blasen-Segge
Frans : Carex vésiculeux, Laîche à utricules renflés, Laîche vésiculeuse

771114-96531b64afda42acaab9e8030e6bedff.jpg
blaaszegge
De blaaszegge bloeit in mei en juni.
Het schuin afstaande, kegelvormige, sterk opgeblazen, drienervige urntje is 7-8 mm lang en versmald geleidelijk in de ongeveer 2 mm lange snavel.
Het urntje is een soort schutblaadje dat geheel om de vrucht zit.

De bovenste twee tot vier aartjes van de bloeiwijze zijn geheel mannelijk met daaronder twee tot drie vrij ver uit elkaar en rechtop staande vrouwelijke aartjes, waarvan de middelste vier tot tien maal zolang als breed is.
De vrouwelijke bloem heeft drie stempels.

771114-f499a8a90f5a585e0f6ac37c2be72f4a.jpg
Carex vesicaria
auteur : Alex Lockton
De plant wordt 50- 100 cm hoog en vormt lange, vertakte wortelstokken met uitlopers.
De ruwe, 2 mm dikke stengel is scherp driekantig.
De vlakke, aan de bovenkant lichtgroene of grasgroene bladeren zijn 3-7 mm breed en ongeveer even lang als de stengel.

De onderkant is iets donkerder en met een blauwgroen waas overtrokken.
De netnervige bladschede is bruin gekleurd met daarop purperen vlekken.
Het vliezige tongetje is spitshoekig.

771114-7353ce6acf9e33875dd5b240a9e859c1.jpg
blaaszegge - Carex vesicaria
auteur : Alena Jirova
De vrucht is een strogeel nootje en blijft op het water drijven.
Het wordt dan ook door het water verspreid.

Nederland:
Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land en in laagveengebieden, zeldzaam in het rivierengebied.
Elders zeer zeldzaam.

België:
Vrij algemeen in de Kempen, vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen.
Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 09:16 8 reacties Reageer op dit bericht

Blaasvaren

B    l a
B     b    B     b    12 a (6)
Blaasvaren
De blaasvaren (Cystopteris fragilis) is een varen uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae).
De plant is in België en Nederland zeldzaam.
De soort komt vooral voor op kalkrijke bodem in loofbossen en op rotswanden.
De blaasvaren dankt zijn naam aan de blaasvormige dekvliesjes waarmee de onrijpe sporenhoopjes bedekt zijn.

De blaasvaren komt over de hele wereld voor in gematigde tot warme streken.
In België is de soort vrij zeldzaam in het Maasgebied.
In Vlaanderen en Nederland is de plant zeer zeldzaam.

Engels : Fragile Fern, Brittle Bladder Fern, Brittle Bladderfern
Duits : Zerbrechlicher Blasenfarn
Frans : Cystoptéris fragile

770625-28406f6c03ea6039ce182fc8f230bc13.jpg
blaasvaren
auteur : Johan Neegers     770625-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
De blaasvaren heeft in België en Nederland geen directe verwanten binnen hetzelfde geslacht.
De soort behoort tot dezelfde familie als de wijfjesvaren (Athyrium filix-femina).

De blaasvaren kan verward worden met de zwartsteel (Asplenium adiantum-nigrum).
Deze soort heeft ongeveer dezelfde vorm, komt in dezelfde biotopen voor en heeft bijna hetzelfde verspreidingsgebied.
De zwartsteel heeft echter bredere, driehoekige bladen met langwerpige tot streepvormige sporenhoopjes en een glanzende, zwarte of donkerbruine steel.

770625-013f0d0c6cd8131de3fc46d9980a3280.jpg
Cystopteris fragilis - plant
auteur : Kenraiz     770625-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
De bladen overwinteren niet. Ze staan in een bundel bij elkaar en zijn maximaal 40 cm lang.
De steel is korter dan de bladschijf.
De bladsteel is groen tot lichtbruin, dun en breekbaar.
Het blad is lichtgroen, langgerekt driehoekig tot ovaal en drievoudig gedeeld.
De deelblaadjes zijn fijn en kort.
De onderste deelblaadjes zijn meestal iets korter dan de daarboven gelegen deelblaadjes.

770625-e3bec6d8f97461426fa0275342367aa0.jpg
blaasvaren - sporen duidelijk zichtbaar
auteur : Anneli Salo    CC 3.0
De sporendoosjes liggen in losse ronde tot ovale hoopjes langs de nerven aan de onderzijde van het blad.
De sporen zijn rijp van juni tot september.
Jonge sporenhoopjes worden afgedekt door lichtgekleurde, blaasvormige dekvliesjes.

770625-7ba0951406b4799b4c6659e62a94399a.jpg
close up - blad met sporen
auteur : Stan Shebs    CC 3.0
De blaasvaren komt voor op matig voedselrijke, kalkarme tot kalkrijke bodem.
De soort is meestal te vinden op vochtige rotswanden, holle wegen en bemoste boomstammen in de schaduw, dikwijls onder druppelend water of in de buurt van watervallen.
De plant verdraagt geen droogte.

In bewoonde en stedelijke gebieden groeit de varen soms op oude vochtige muren, kaden en waterputten.
In Vlaanderen staat de blaasvaren op de Vlaamse Rode Lijst (planten) als zeldzaam tot zeer zeldzaam.

In Nederland staat de soort op de Nederlandse Rode Lijst (planten) als zeer zeldzaam en sterk in aantal afgenomen.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 12:33 1 reactie Reageer op dit bericht

Blaassilene

B    l a
B     b    B     b    12 a (5)
769815-5d00ccbfe25a94d7ebade53afe0120a9.jpg     Blaassilene
De blaassilene (Silene vulgaris) is een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
Het is een in België en Nederland vrij algemeen voorkomende, 30-60 cm hoge plant die kan worden aangetroffen op matig voedselrijke, iets droge zand-, klei- en leemgrond, in bermen en tegen hellingen, in de duinen en op grazige grond.
De plant prefeeert een zonnige standplaats.

In Europa komt de plant voor van Noorwegen en Lapland tot de Middellandse Zee, hierbuiten van Noord-Afrika tot Siberië en Japan.
In Noord-Amerika is de plant ingevoerd.

Engels : Bladder Campion, Bladder Silene, Cowbell, Maiden's Tears, Maidenstears, Rattleweed, Sculpit, Stridolo
Duits : Taubenkropf-Leimkraut ook Gewöhnliches Leimkraut, Aufgeblasenes Leimkraut of Knirrkohl genoemd
Frans : Silène enflé, Silène calaminaire of Claquet

769815-612165553d7e4f1e5cfb0947454c9053.jpg
blaassilene - stengels
gebruiker : TeunSpaans    CC 3.0
De verticale stengels zijn onbehaard en komen op uit een gebogen, diep in de grond vertakte wortelstok.
Op de knopen van de stengels zitten smalle, tegenoverstaande bladeren.

De aan elke stengel hangende bloemen zijn dag en nacht geopend.
's Avonds verspreiden de bloemen een aangename klavergeur, en trekken dan bijen en nachtvlinders aan.

De bloeiperiode loopt van mei tot september.
De vijf witte kroonbladen zijn diep ingesneden.
De kelkbuis is sterk opgeblazen en gelig tot paarsachtig geaderd.
Aan deze kelkbuis dankt de plant haar naam.

De bloemen zijn vaak tweeslachtig, waarbij zelfbestuiving niet optreedt doordat de mannelijke en vrouwelijke bloemen niet gelijktijdig rijp zijn.

769815-c8e4f894ec2a45ad680bb4c228b9551f.jpg
blaassilene - plant
gebruiker : TeunSpaans    CC 3.0
De nectar bevindt zich aan de basis van de kelk, zodat insecten zich ver in de buis moeten wringen om de nectar te bereiken.

Dit zou bestuiving verzekeren, ware het niet dat hommels geleerd hebben deze lastige weg te omzeilen door aan de basis een gat te bijten.

769815-0039a112eba179b9d211e95eed105ecc.jpg
blaassilene - bloemen
gebruiker : Taka    CC 3.0
Bladen en jonge scheuten zijn eetbaar.
In sommige streken werden de bladen vroeger in salades verwerkt.
De bladen moeten dan wel voor de bloei geplukt worden.
Ze zijn na vijf tot tien minuten koken ook geschikt voor gebruik in soep.

769815-4aa2f315b900b452ff67bd8b3f88c88a.jpg
blaassilene - bloemen
foto : Michael Gasperl (Migas)    CC 3.0
Vroeger werd ze toegepast als geneeskruid (een van de weinige uit de Anjerfamilie).

Ze zouden de melkproductie van koeien bevorderen.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Internet
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 07:42 Reageer op dit bericht

Blaasjeskruid

B    l a
B     b    B     b    12 a (2)
Blaasjeskruid
Blaasjeskruid (Utricularia) is het grootste geslacht vleesetende planten met een 215-tal soorten die op elk continent behalve Antarctica voorkomen.
Er bestaan zowel soorten die in het water groeien als soorten die op het land groeien.

Sommige auteurs prefereren de schrijfwijze Urticularia voor dit geslacht.

Engels : bladderworts
Duits : Wasserschläuch
Frans : Utricularia

767663-a1de474e6a567520cc714e0aafc82bcb.jpg
Gewoon blaasjeskruid (Utricularia vulgaris)
foto : Kristian Peters   CC 3.0
In België en Nederland groeien nog een paar soorten blaasjeskruid, maar ze zijn tegenwoordig zeer zeldzaam, vooral door hun habitat dat verdwijnt, namelijk de moerassen.

Soorten die bij ons groeien zijn onder andere gewoon blaasjeskruid, Vergeten of Citroengeel blaasjeskruid, Klein blaasjeskruid, Plat blaasjeskruid en Bleekgeel blaasjeskruid.

De laatste 4 soorten zijn nogal zeldzaam en zul je niet zo gauw te zien krijgen op je tochten door de natuur.
De eerste soort, Gewoon blaasjeskruid (Utricularia vulgaris), komt iets algemener voor en deze kun je dan ook -zo nu en dan- in matig voedselrijke sloten, kanalen, plassen en vennen tegenkomen.

767663-f3d9f613de6853dfa2793b03be948083.jpg
Plat blaasjeskruid (Utricularia intermedia)
foto : Frank Koshere   CC 3.0
Hij schijnt niet te houden van ondiep water en drijft of bloeit zelden in water dat minder dan 60 cm. diep is.
Hoewel hij vaak op zonnige standplaatsen is te vinden, is hij op zijn best op half beschaduwde plaatsen.
In het algemeen vormt hij dichte massa's, waarvan een enkele ondergedoken stengel een lengte kan bereiken van zo'n 2,5 meter.
Sommige stengels kunnen net onder de oppervlakte drijven, terwijl andere, vooral die met bloeistengels, tot ongeveer 50 cm diepte kunnen gaan.

De heldergroene bladeren staan zijdelings uit en zijn ongeveer 2,5 cm lang.
Verder zijn deze bladeren sterk gedeeld, in zeer smalle segmenten.
De bladeren zijn her en der met blaasjes bezet, die in een jong stadium doorschijnend en groenig tot bijna kleurloos zijn.
Later als de blaasjes ouder worden zijn ze vaak bruinachtig of zwart.

767663-cfa4c7a7f0daae695e00523899551831.jpg
Klein blaasjeskruid (Utricularia minor)
Daar waar de bloeistengel begint, vertakt de stengel zich drie tot vier keer om de bloeistengel een stevige basis te geven en te voorkomen dat hij omvalt.
De bloemsteel is ongeveer 20 cm. hoog, draagt 3 tot 8 bloemen die zuiver geel zijn, met een paar oranje-rode streepjes op het gehemelte.
Onder het gehemelte wordt verstaan de bovenste helft van de onderste bloemlip.
De bovenlip is kort, aan de randen licht teruggebogen en hoewel hij er maar net overheen steekt, vormt hij een deksel boven het brede gehemelte.
De onderlip is tweemaal zo groot. De bloeitijd is van juni tot en met september.
Hij overwintert door middel van winterrustknoppen die aan de groeitoppen van de stengels worden gevormd.
In de herfst vergaan de stengels en de winterrustknoppen zinken naar de bodem.
In het voorjaar stijgen deze knoppen naar de oppervlakte en vormen daar nieuwe planten.

767663-4b981b7221a7e57690fcfb82ab391370.jpg
Loos blaasjeskruid (Utricularia australis)
foto : OpenCage / Abalg   CC 3.0
Bij het blaasjeskruid zien we ongetwijfeld de vernuftigste vanginstallatie (de val) die er onder de vleesetende planten te vinden is.
Deze bestaat uit zeer talrijke blaasjes, een ieder compleet met een deur die alleen maar van de buitenzijde geopend kan worden.
Dit geheel is aangepast voor het vangen van zeer kleine zwemmende organismen.

Alhoewel de val altijd klein is varieert de afmeting altijd nog tussen de 0,25 en 5 mm.
Normaliter heeft de val afgeplatte zijkanten en is hij doorschijnend.
Aan de basis zit hij aan de plant vast met een dunne steel en aan de voorkant bevindt zich een ingang kompleet met klapdeur.

Zijdelings gezien is er een grote variatie in de bouw van de blaasjes, ze kunnen namelijk rond, ovaal of peervormig zijn.
Tevens bevinden zich lange vertakte enkelvoudige en tandachtige aanhangsels aan de zijkanten van de ingang.
Deze aanhangsels zijn zo gerangschikt dat ze een trechter vormen.
Waarom deze zo geplaatst zijn, is nog niet geheel duidelijk voor de wetenschap, maar er bestaat een grote kans dat dit zo in elkaar zit om de prooi naar de ingang te leiden.
Ook is het mogelijk dat deze aanhangsels de blaasjes beschermen tegen grotere prooien of objekten.

De klep die de valdeur vormt, is bijna rond van vorm, waarbij het 'scharnier' de bovenste halve cirkel van zijn omtrek inneemt en het onderste deel uit de vrijhangende rand bestaat.
Deze vrijhangende rand rust tegen een zwakke richel op de brede halfronde drempel.
Daar waar de deur op de drempel rust, zit een laag kliercellen die slijm afscheiden en er zorg voor dragen dat deze waterdicht afsluit.

767663-930557d0ab1b1e6c95c373eca0031fc7.jpg
blaasjeskruid (Utricularia amethystina)
foto : Sebastian Vieira en Noah Elhardt   CC 3.0
Een andere afsluiting wordt aan de buitenkant gevormd door een membraam, het velum geheten.
Dit velum past precies tegen de onderrand van de deur en werkt als een tochtstrip.
Op de buitenkant van de deur zitten een aantal gesteelde klieren die zowel slijm als suiker afscheiden, dit vermoedelijk om kleine waterdieren aan te trekken.
Aan de onderkant van de deur bevinden zich nog een aantal naar boven en naar buiten gerichte tastharen die het valstrikmechanisme worden genoemd.

Van binnen is de blaas bezet met twee soorten klieren.
Op de bodem bij de drempel zijn deze klieren gevorkt, waarbij de tanden lang en slank zijn, terwijl de rest van de oppervlakte bezet is met korte, smalle, bootvormige en vierarmige klieren.
Bij een val die net is dichtgeklapt, zijn de zijden hol en de blaas van bovenaf gezien dun.
Dit komt doordat daarin een gedeeltelijk vacuüm heerst.
Door dit vacuüm en de daarmee samen hangende zuiging op de deur wordt ervoor gezorgd dat deze gesloten blijft, dit door middel van een zeer nauwkeurig uitgebalanceerde druk.

767663-22692d9ebd94f53a80221cc3872f3255.jpg
blaasjeskruid (Utricularia reniformis)
foto : Tim Waters on Flickr   CC 3.0
De tastharen werken als een hefboom en de lichtste aanraking door een waterdier is voldoende om de druk op te heffen.
Hierdoor opent de deur zich onmiddellijk waardoor het vacuüm, dat in de blaas aanwezig is, wordt opgeheven.
De prooi wordt door het naar binnen stromen van het water meegesleurd en zit na het sluiten van de deur gevangen.
De blaas is nu niet meer hol maar bolvormig geworden.
Nu wordt er in de blaas een heel ingewikkeld procede opgestart waarover de wetenschappers het nog niet geheel eens zijn.

Binnen een half tot twee uur wordt het grootste gedeelte van het water verwijderd met vermoedelijk de vierarmige klieren die het water door de wanden heen voeren, waarschijnlijk met behulp van de bolvormige klieren die aan de buitenkant zitten.
Hierdoor wordt het vacuüm weer hersteld en is de val weer gereed voor de volgende prooi.

Het gevangen organisme kan, doordat de blaas doorzichtig is, nog enige tijd in leven blijven, maar uiteindelijk sterft hij en wordt hij verteerd.
Verteringsenzymen en zuur worden ook door de vierarmige klieren afgescheiden en deze helpen mee om het diertje te verteren.
Dat ook bacterieën een rol spelen bij dit proces is niet onwaarschijnlijk.

Zoals u ziet een heel ingewikkeld proces dat door de wetenschap nog niet is opgelost.
Voor een dergelijk plantje als het blaasjeskruid een hele prestatie om zo'n ingewikkeld proces feilloos te doorstaan.

767663-56e32266ac21b045dd6605a2f526dcd4.jpg
blaasjeskruid (Utricularia graminifolia)
foto : Tony Gridley
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
              - Gaeflecht maart 1998
              - Internet
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 09:10 3 reacties Reageer op dit bericht

Bitterzoet

B    i t
B     b    B     b    9 t (6)
764683-3588493ecfb232ab137162e51ee9ecc7.png     Bitterzoet
Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Bitterzoet (Solanum dulcamara) is een vrij algemeen voorkomende, vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
Volksnamen zijn dolbessen-hout, elf-rank, hoe-langer-hoe-liever, klimmende nachtschade en qualster.
De Nederlandse naam is een vertaling van de botanische naam.
Dulcis betekent "zoet" en amaris betekent "bitter".

Bitterzoet bevat meerdere glycosiden.
Indien met op de stengel kauwt proeft men eerst de bittere smaak van de glycosiden, maar doordat deze door het speeksel worden ontleed en er sacharose vrijkomt, komt de zoete smaak naar voren.
De stengels bevatten ook alkaloïden.

Engels : bittersweet, bittersweet nightshade, bitter nightshade, blue bindweed,
            Amara Dulcis, climbing nightshade, fellenwort, felonwood, poisonberry,             poisonflower, scarlet berry, snakeberry, trailing bittersweet, trailing nightshade,             violet bloom, en woody nightshade
Duits : Bittersüße Nachtschatten (Solanum dulcamara) , of ook Bittersüß en Hundbeere,
            Mäuseholz, Mausholz, Natter(n)holz, Pissranken, Rote Hundsbeere, Saurebe,
            Stinkteufel, Süßstoff, Teufelsklatten, Waldnachtschatten, Wasserranke,
            Wolfsbeere
Frans : Douce-amère of Morelle douce-amère

764683-342c28bacc725aaa6245e2cbd2661e59.jpg
Bitterzoet - de plant
auteur : H.Zell   CC 3.0
De stengels zijn dun, rankend en aan de basis verhout.
De plant windt zich meestal om andere planten.
Hierbij kan de plant een lengte van 4 m bereiken, hoewel 1-2 m gebruikelijker is.
De bloeiwijze is een enkelvoudig gevorkt bijscherm.
De 1-1,5 cm grote paarsblauwe bloemen bestaan uit vijf aan de voet vergroeide kroonbladen.
De plant bloeit van juni tot september in trosjes of groepjes van drie tot twintig stuks.
De bloemen zijn hangend, stervormig, met vijf paarsblauwe kroonbladen en gele vergroeide meeldraden.
De 1 cm grote bessen zijn eerst groen, dan geel, later rood.
Ze zijn in rijpe vorm zacht, eetbaar voor vogels, maar giftig voor mensen.
De vogels spelen dan ook een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden.

De 4-12 cm lange bladen zijn pijlvormig of langwerpig, vaak iets gelobd aan de basis, met een bladsteel tot 3 cm.
Zoals bij vrijwel alle Solanum-soorten zijn de bladen
giftig.

764683-ac0047ee795ceac403e3b901c597548f.jpg
Bitterzoet - de bloemen
auteur : Svdmolen   CC 3.0
Bitterzoet komt van nature voor in Europa en Azië, maar is ook elders wijd verspreid, zoals in Noord-Amerika, waar de plant in veel staten als invasieve soort staat geregistreerd.
Mede oorzaak hiervan is, dat de plant zich op een veelheid aan ondergronden thuisvoelt: natte grond als moerassen, maar ook droge braakliggende gronden, bos- en heggeranden, en andere rurale gronden.

In Azië loopt het verspreidingsgebied tot China en Japan.

764683-6df92cf2fea4b7f0eaaa958e629891e5.jpg
Bitterzoet - de bessen
auteur : Guido Gerding   CC 3.0
Werkzame stoffen zijn bitterglycosiden, saponine, solaceïne, solaneïne, solsonine en tannine.
Giftige stoffen zijn solanine en dulcamarine.

In de volksgeneeskunde werden drie handen gedroogde bladen, samen met 100 g lijnzaadmeel gekookt in een liter (rode) wijn.
Men liet het met een ons reuzel inkoken tot een papje.
Dit papje werd toegepast bij steenpuisten.
Een overdosis leidt onder andere tot verlies van spraak.

In de farmacie wordt de plant voor meerdere huidaandoeningen gebruikt.

De oude Egyptenaren gebruikten de plant al.
Voor hen had bitterzoet waarschijnlijk ook een rituele betekenis.
Om de nek van de mummie van Toetanchamon werd namelijk een ketting van bessen van de bitterzoet aangetroffen.

In Duitsland hingen de boeren wel eens bitterzoet om de nek van hun vee om het te beschermen tegen kwade geesten.
Bitterzoet behoort tot de heksenkruiden.
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door waaroemni om 05:45 2 reacties Reageer op dit bericht

Bittere veldkers

B    i t
B     b    B     b    9 t (4)
Bittere veldkers
Bittere veldkers (Cardamine amara) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).

De plant is in Midden-Europa algemeen verspreid. Ook in Nederland komt de soort voor aan waterkanten en bij bronnen en grienden.

Engels : Large Bittercress
Duits : Bittere Schaumkraut
Frans : Cardamine amère, Cresson amer

762303-43443b1c88ea8a0b6899e01542b28a0b.jpg
Bittere veldkers
Deze overblijvende plant wordt 15-45 (soms tot 60) cm hoog.
De eironde tot langwerpige blaadjes zijn onduidelijk tot hoekig getand.
De plant bloeit van april tot in juni.
De witte, soms violette bloemen hebben een doorsnede tot 1,2 cm.
De helmknoppen zijn paars, de hauwtjes tot 2-4 cm lang.

762303-2338cc0ded5d9b04652074ad63257a77.jpg
Bittere veldkers bloem
De (jonge) bladeren, scheuten, bloemen en jonge stengels zijn geschikt voor salades en geef het een pittige noot.
Ook voor kruidenkaas of boter, soepen, stamppotten, sauzen en groentegerechten.
De bittere-veldkers wordt toegevoegd na het koken. Kan worden bewaard in de vriezer.

De bittere veldkerskers werd gebruikt als een remedie voor scheurbuik.
Vanwege het hoge vitamine gehalte, vooral vitamine C, het versterkt het immuunsysteem.
Ze zeggen dat de plant een stimulerend effect heeft op de stofwisseling en aangeboren functie, reinigt het bloed en is in het algemeen te versterken in de vatbaarheid voor infecties en zwakte.

De plant is waardplant voor de larven van het klein geaderd witje (Pieris napi).

762303-4ff33f12d1b2e71e27839b1165b743e1.jpg
Bittere veldkers bloem
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:07 3 reacties Reageer op dit bericht

Bittere boleet

B    i t
B     b    B     b    9 t (3)
Bittere boleet
De bittere boleet (Tylopilus felleus) is een schimmel uit de familie Boletaceae.

Deze boleet is
niet eetbaar , heeft een onaangename geur en dankt haar naam aan de zeer bittere smaak van het roomkleurig vlees.

Engels : Bitter Bolete
Duits : Gallenröhrling of Bitterling
Frans : Bolet de fiel

761501-53af358ed09048034c45c2a038e888be.jpg
Bittere boleet doorgesneden
auteur : Eric Steinert   CC 3.0
De bittere boleet groeit het liefst op zure zandgrond en leemgrond in naaldbossen, maar ook in loofbossen.
Ze wordt vaak met gewoon eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) verward.

De bittere boleet is echter zeer zeldzaam en zelfs bedreigd.

In Midden-Europa is hij echter op bepaalde plaatsen talrijk aanwezig (bijvoorbeeld in het Bohemer Woud).

761501-b627665d1aba6b586df51ccdb4ac6bfb.jpg
Bittere boleet
auteur : Bernd Gliwa   CC 3.0
Als uniek kenmerk heeft de bittere boleet een duidelijk, donkerbruine nettekening over het hele oppervlak van de buikige verdikte, lichtbruine steel.

De bittere boleet is ongeveer 8- 15 cm hoog.
De bovenkant of de hoed is 5-15 cm in doorsnede en is geelachtig tot lichtbruin.

De hoed is eerst gewelfd, maar zet later uit en wordt vlakker met een onregelmatig golvende rand.
De hoed heeft een kastanjebruine tot roodachtig bruine kleur.
De poriën zijn koraalrood maar worden donkerbruin bij kneuzing.

761501-ccf16adb86fcf146109c345adf6ca32f.jpg
Bittere boleten
auteur : Bernd Gliwa   CC 3.0
Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:17 1 reactie Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten