Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: vogels

Boskalkoen

Boskalkoen
B    o s
B     b    B     b    15  s 30
Boskalkoen

De boskalkoen (Alectura lathami) is een grootpoothoender die leeft in het regenwoud en in dicht struikgewas aan de kustgebieden van Oost-Australië.

De boskalkoen komt voor aan de gehele oostkust van Australië, van het milde zuid-oosten tot het tropische noord-oosten met heuse regenwouden.
In de dichte bossen aan de kust en op bergketens leven deze grote kalkoenen een grootdeels verscholen leven.

In het noord-oosten komt één ondersoort voor, de Alectura lathami purpureicollis.
Deze heeft een paarse keelzak waar de nominaatvorm een felgele heeft, en wat kleiner.

Engels : Australian Brushturkey, Scrub Turkey, Bush Turkey
Duits : Buschhuhn
Frans : Le Talégalle de Latham, Cathéture de Latham, Dindon des broussailles

1037575-f1cb8c567ef9682d4024df59717cc37b.jpg
Boskalkoen
auteur : Glen Fergus    CC 2.5

Het dier wordt ongeveer 70 centimeter hoog en heeft krachtige poten waarmee insecten, vruchten en zaden van de bodem worden geharkt.

Boskalkoenen leven voornamelijk op de grond, maar kunnen wel kleine stukken vliegen.
Ze vliegen voornamelijk bij gevaar en als ze gaan slapen, dat doen ze in bomen.
Het zijn echte groepsdieren, ze trekken in flinke groepen door het woud.
Hun poten zijn aangepast aan het grondleven en hebben zeer sterke klauwen.
Hiermee woelen ze de bosbodem om op zoek naar voedsel.

Dat voedsel bestaat uit reptielen, amfibieën, insecten en larven, zaden en fruit.

Boskalkoenen kunnen rond de 20 jaar oud worden.


1037575-76da3e3ba3a0b9b4d57e94d6f6e9d4e7.jpg
Alectura lathami
auteur : Vicki Nunn  -  vrije foto

Het broedproces is bijzonder te noemen, deze kalkoensoort broedt namelijk niet zelf de eieren uit maar maakt gebruik van de broei in een berg compost.
De berg bouwen de vogels zelf als groep.
Zo'n groep bestaat uit een dominante haan, wat "ondergeschikte" mannetjes, een aantal hennen en jonge dieren.
Een broedheuvel wordt het hele jaar keurig onderhouden en eigenlijk constant uitgebreid, er zijn heuvels gevonden van enkele meters in doorsnee.
De heuvel wordt warmer door rotting en moet door het mannetje op de temperatuur van 33°C worden gehouden door ventilatie of door meer materiaal toe te voegen.
Als de heuvel af is begint het mannetje met zware geluiden vrouwtjes te lokken die dan 18 tot 24 eieren leggen in speciale gaten in de nestheuvel.


1037575-c1bd49ec1cbae659292cda06addc6dea.jpg
oud nest van boskalkoenen
auteur : ©Biologic

Dat leggen vindt plaats van september tot maart.

De groep, en vooral de haan, houdt de temperatuur goed in de gaten door regelmatig de gaten open te maken en de kop diep in de heuvel te duwen, soms moet er wat materiaal af, soms wat er bij.

Na 7 weken komen de eieren uit en is het gedaan met de broedzorg, de jongen hebben géén eitand en moeten de schaal openbreken met hun poten.

Veel eieren vielen al ten prooi aan slangen, varanen en dingo's, deze lusten ook wel een jonge boskalkoen.

De jongen graven zichzelf uit, ze hebben al veren en wanneer deze opgedroogd zijn kunnen ze zelf al een stukje vliegen naar een veiligere hoogte.

Deze boskalkoen heeft nog wel een paar geheimen waar de wetenschappers zich mee bezichhouden, zoals het broedproces en het broedresultaat.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:29 1 reactie Reageer op dit bericht

Bosgors

Bosgors
B    o s
B     b    B     b    15  s 25
Bosgors

De bosgors (Emberiza rustica) is een als dwaalgast in West-europa voorkomend lid van de gorzenfamilie.
De soort broedt in de Euraziatische Taiga, van Finland oostwaarts tot in Siberië.
De soort overwintert in Zuidoost-Azië, Japan en het oosten van China.
De soort wordt tijdens de migratie regelmatig op de Aleoeten gezien en incidenteel langs de Noord-amerikaanse westkust tot in Californië.

Engels : Rustic Bunting
Duits : Waldammer
Frans : Bruant rustique

1034067-4a3f63912c40357f41186eb11cb893b3.jpg
Bosgors
auteur : Mark Andrews

De Bosgors meet van het puntje van de snavel tot het uiteinde van de staart 14,5 centimeter en weegt gedurende het broedseizoen tussen de 17 en 22 gram.
De soort is dus van een vergelijkbare grootte als de Rietgors.
Zij is van deze soort te onderscheiden door de roze pootjes en onderste snavelhelft die bij de Rietgors grijs zijn.

De roep is een karakteristiek herhalend zit, de zang een weemoedig delie-deloe-delie.


1034067-547b3e0b37f5e20d4e28123784a7123a.jpg
Emberiza rustica
auteur : ©  Andreas Kim

De Bosgors broedt in naaldwoud op of vlak boven de grond in de ondergroei, vaak in de buurt van water.
Het nest bestaat uit een kommetje van mos en gras, gevoerd met fijner materiaal zoals haar.
Het legsel bestaat uit 4 of 5 bleekblauwe of -groene donkerder gevlekte eitjes die 20 millimeter groot zijn.
De jongen worden in een dag of twaalf door het vrouwtje uitgebroed, waarna ze nog een week of twee door beide ouders worden verzorgd.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:11 1 reactie Reageer op dit bericht

Bosdwergijsvogel

Bosdwergijsvogel
B    o s
B     b    B     b    15  s 19
Bosdwergijsvogel

De bosdwergijsvogel (Ceyx lepidus) is een ijsvogel die voorkomt in de Filipijnen, Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden.

Engels : Variable Dwarf Kingfisher, Chameleon Dwarf Kingfisher
Duits : Waldfischer
Frans : Le Martin-pêcheur gracieux

1030803-237c29aae5caf56dce3396265f3b0bb0.jpg
Bosdwergijsvogel
auteur : Michael Køie Poulsen

De bosdwergijsvogel is een kleine ijsvogelsoort, die enigszins lijkt op de Filipijnse dwergijsvogel.
Deze heeft echter een rozeachtige kuif en borst heeft en heeft bovendien geen helder blauwe bovendelen.
Een volwassen exemplaar heeft roodbruine borst en roodbruine zijkant van de nek.
De keel is vaalwitte, net als een plek achter de oren.
De kleur van de kop, rug, stuit, vleugels en bovenkant van de staart kan diverse kleuren blauw gecombineerd met zwart zijn.
Het einde van de staart is zwart met helemaal aan het einde wat blauw.
De snavel en poten zijn roodachtig oranje en de ogen zijn donkerbruin.


1030803-6ad2cbc5c223e2b7ae349b70f70818c1.jpg
Ceyx lepidus
auteur : Desmond Allen

Deze soort wordt inclusief staart zo'n 14,5 centimeter en heeft een vleugellengte van 6,5 centimeter.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:29 1 reactie Reageer op dit bericht

Borstbandmiersluiper

Borstbandmiersluiper
B    o r
B     b    B     b    15  r 16
Borstbandmiersluiper

De borstbandmiersluiper (Herpsilochmus pectoralis) is een vogel uit de familie Thamnophilidae.

Engels : Pectoral Antwren
Duits : Herpsilochmus pectoralis
Frans : Herpsilochmus pectoralis

1016374-b3c1cf3327eab54b7b7a5f75a44c2641.jpg
borstbandmiersluiper - man

De borstbandmiersluiper is endemisch in het noordoosten van Brazilië in de staten Maranhão (noordoostelijke deel), Rio Grande do Norte, Sergipe en Bahia.

Het is een 11,5cm grote vogel met een lange staart, grijze nek en mantel met witte strepen en vlekken op de vleugels, een witte borst en een zwarte vlek op de keel.

De vrouwtjes hebben meer olijfkleurige veren.


1016374-5f71c7dd9c1348ddabdebbfe02eeed7d.jpg
borstbandmiersluiper - vrouwtje

De borstbandmiersluiper leeft zeer versnippert in een gebied van zo'n 850km².

Naar schatting leven er nog tussen de 2.000 en de 8.500 exemplaren.

De boskap in hun gebied is de grootste oorzaak van hun sterke afname.

De vogel is bescherd door de Braziliaanse wet, maar de maatregelen om de boskap te stoppen in het gebied zijn onvoldoende.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 10:05 Reageer op dit bericht

Borneose borstelkop

Borneose borstelkop
B    o r
B     b    B     b    15  r 12
Borneose borstelkop

De Borneose borstelkop (Pityriasis gymnocephala) is de enige soort uit het monotypische geslacht Pityriasis en de eveneens monotypische familie Pityriaseidae en de orde van de zangvogels (oscines).
Het is een geheimzinnige vogel die in het laaglandregenwoud van Borneo wordt aangetroffen.

De Borneose borstelkop is endemisch op het eiland Borneo, in het laagregenwoud.
Waarnemingen zijn gedaan tot op 1200 m boven de zeespiegel.
Het voorkomen is echter zeer schaars, fragmentarisch en onvoorspelbaar.

Engels : Bornean Bristlehead, Bristled Shrike, Bald-headed Crow,
Bald-headed Wood-Shrike

Duits : Warzenkopf, Kahlkopfwürger
Frans : Le Barite chauve, Pie-grièche de Bornéo

1013833-2eae255f31c45ca7ac96a931dfc8f517.jpg
Borneose borstelkop
foto : Marc Thibault at ornithomedia.com

De Borneose borstelkop is een middelgrote vogel van ca. 25 cm lichaamslengte.
Hij is overwegend zwart of donkergrijs gekleurd, met rode "dijen" (feitelijk tibia's) en een rode kop, keel en nek, met grijze oorvlekken en een geelgekleurde kruin die onbevederd is.
Er is een witte vlek op de vleugels die alleen in vlucht zichtbaar is.

De Borneose borstelkop heeft een enorme, zwarte snavel en een korte staart.
Daardoor lijkt de vogel nogal plomp.
De kruin is bedekt met korte (3-4 mm) strogeel gekleurde uitsteeksels van de huid, die lijken op de schacht van veren.
Vandaar de naam borstelkop.


1013833-f27bb87a4a81853dffc67c6aa6ce163c.png
Borneose borstelkop
auteur : Alain Fossé at digimages.info   CC 3.0

De Borneose borstelkop kan worden aangetroffen in zowel primair regenwoud en in secundaire laaglandbos en ook in moerasbos en mangroven.

Het is een luidruchtige vogel die een uitgebreid repertoire aan geluiden maakt, waaronder gesnater, fluittonen en iets wat lijkt op schaterlachen.

De Borneose borstelkop kan worden aangetroffen in zowel primair regenwoud en in secundaire laaglandbos en ook in moerasbos en mangroven.

De Borneose borstelkop is een vogel die vaak voorkomt in kleine, luidruchtige groepjes van zes tot tien exemplaren.
Soms in groepen met andere grote bosvogels zoals malkoha's, babbelaars, drongo's, trogons, spechten en neushoornvogels.

De borstelkop voedt zich voornamelijk met grote ongewervelde dieren zoals krekels en sprinkhanen, wandelende takken en wandelende bladeren, kevers, vlinders, cicadas, kakkerlakken en termieten.

De belangrijkste bedreiging voor de Borneose borstelkop is de vernietiging van zijn leefgebied door houtkap en de enorme bosbranden die op Borneo gewoed hebben.
De vogel is nog net geen bedreigde soort (2011), omdat hij ook voorkomt in hellingbos dat minder door houtkap en branden is aangetast.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:10 Reageer op dit bericht

Bootstaarttroepiaal

Bootstaarttroepiaal
B    o o
B     b    B     b    15  o 28
Bootstaarttroepiaal

De bootstaarttroepiaal (Quiscalus major) is een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).

De vogel komt voor langs een groot deel van de oostkust van de Verenigde Staten.
Komt voor in de zoutwatermoerassen en de binnenwateren van Florida.

Engels : Boat-tailed Grackle
Duits : Bootschwanzgrackel
Frans : Le Quiscale des marais

1006239-cab2727f6437b17e0dcfd0a73bc86735.jpg
Bootstaarttroepiaal - mannetje
auteur : Connie Denyes    CC 3.0

In tegenstelling tot de gewone troepiaal heeft het vrouwtje (pop) een bruin verenpak, het mannetje is glanzend blauwzwart.
In een groot deel van zijn verspreidingsgebied heeft het mannetje gele ogen.

Ze foerageren op de grond, in ondiep water of in struiken.
Ze stelen ook voedsel van andere vogels.

Deze vogels zijn omnivoor, ze eten insecten, kikkers, kleine zoet- of zoutwatervissen, eieren, bessen, zaden, granen en zelfs kleine vogels.
Men vindt ze dan ook terug aan vuilnisbakken, afvalcontainers en op parkeerplaatsen.


1006239-0f0597839d151403c5205f5c5ecc27df.jpg
Bootstaarttroepiaal - vrouwtje
auteur : Connie Denyes    CC 3.0

Een mannelijke bootstaarttroepiaal wordt 42cm groot een vrouwtje 37cm, het vrouwtje heeft ook een kortere staart.

Het nest zit goed verborgen in bomen of struiken in de buurt van water, ze leggen drie tot vijf eieren.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:15 Reageer op dit bericht

Boomvalk

Boomvalk
B    o o
B     b    B     b    15  o 21
Boomvalk

De boomvalk (Falco subbuteo) is een kleine valk van 30 à 35 cm en een vleugelspanwijdte van 73 à 80cm.

De boomvalk is verspreid over Europa en Azië.

Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika.
Het is een broedvogel van open bossen en parken.
De noordgrens van het verspreidingsgebied in Europa ligt in Groot-Brittannië (waar de boomvalk geleidelijk steeds noordelijker voorkomt), Denemarken en Zuid-Zweden en Zuid-Noorwegen.

Engels : Eurasian Hobby, Hobby
Duits : Baumfalke
Frans : Le Faucon hobereau

1001402-d5c3a98344f6de07154a9f3565ffef6a.jpg
Jonge boomvalk
auteur: Lilly M    CC 3.0

Volwassen vogels zijn van boven leikleurig met een witte keel.
Van dichtbij kunnen de kastanjebruine broek en onderstaart worden waargenomen.
Mannetje en vrouwtje zien er gelijk uit, juvenielen (jonge dieren) zijn over het algemeen veel bruiner van kleur.
Het is een elegante roofvogel, die er met zijn langgepunte vleugels uit ziet als een grote gierzwaluw.

Boomvalken nestelen in de verlaten en vaak in dat zelfde jaar gemaakte nesten van kraaien en andere vogels en leggen twee tot vier eieren.

De boomvalk jaagt op grote insecten zoals libellen die overgebracht worden van klauwen naar bek en in de vlucht worden opgegeten.
Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen.

Zijn snelheid en vliegkunsten stellen hem in staat om zelfs zwaluwen te grijpen.
Huiszwaluw en boerenzwaluw hebben dan ook een specifieke boomvalk-alarmroep.


1001402-68beb215945d3c6a82b35186f50e4650.jpg
Falco subbuteo
auteur: ©Claude Ruchet   at www.ruchet.com

In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden.
De soort doet het daar sinds de jaren 1980 minder goed.
In het half open (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien.
Ook op de waddeneilanden doet de soort het relatief goed.
Het totaal aantal broedparen werd rond 2000 geschat op 750 tot 1000 paar.
Helaas is het netto resultaat een dalende trend tussen 1990 en 1995 en daarna waarschijnlijk een stabilisering.

De boomvalk staat weliswaar als veilig op de internationale rode lijst van de IUCN, maar door de achteruitgang in Nederland staat hij als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst.

De boomvalk staat niet op de Vlaamse rode lijst.
Het aantal broedparen in Vlaanderen wordt geschat op 500 en daarmee is het een vrij schaarse tot mogelijk vrij talrijke broedvogel.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:44 Reageer op dit bericht

Boompieper

Boompieper
B    o o
B     b    B     b    15  o 18
Boompieper

De boompieper (Anthus trivialis) is een insectenetende zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten (Motacillidae).
In heel Europa komen boompiepers gedurende de zomermaanden voor, met uitzondering op IJsland en Ierland.

Engels : Tree Pipit
Duits : Baumpieper
Frans : Le Pipit des arbres

1000081-2da9f11372b8fd22d810ae59b551a0ea.jpg
boompieper
auteur: Marek Szczepanek    CC 3.0

De boompieper lijkt op een mus, en wordt ongeveer 15 cm groot, heeft een geelachtige borst met donkere streepjes en roze poten.
Mannetjes en vrouwtjes zijn lastig uit elkaar te houden.
Verder is het verschil in uiterlijk met de graspieper niet zo groot.

Hoewel ze erg veel op graspiepers lijken, zijn hun gedrag en geluid toch wel duidelijk anders.
Ze zijn veel meer geneigd na het opvliegen neer te strijken op een struik.
Ze zijn ook wat steviger van figuur dan de graspieper en ze kunnen zich al staartwippend, niet zelden sluipend over de grond, uit de voeten maken.
Om dan als het niet anders kan op te vliegen.


1000081-d30fbe6aadc2f5c3d2ea8354bbadc27a.jpg
Anthus trivialis
auteur: Vogelartinfo    CC 3.0

Ze kunnen hier en daar talrijk voorkomen langs bosranden die aan heidevelden grenzen, open gedeelten en kaalslag aan de randen van allerlei bostypen.
Toch worden open vlakte vermeden.

Boompiepers komen in tegenstelling tot graspiepers vooral voor in gebieden met bomen.
De zangvlucht begint en eindigt doorgaans ook in een boom in plaats van op de grond.
Net als andere piepers bouwt ook de boompieper het nest goed verstopt op de grond.

De soort staat niet op de Nederlandse rode lijst, maar wel als bedreigd op de Vlaamse rode lijst.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - www.vogelvisie.nl/
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:57 Reageer op dit bericht

Boomleeuwerik

Boomleeuwerik
B    o o
B     b    B     b    15  o 15
Boomleeuwerik

De boomleeuwerik (Lullula arborea) is de enige soort van het geslacht Lullula.
Hij is wat kleiner dan de bekende veldleeuwerik (Alauda arvensis) en is - zoals de naam al zegt - te vinden in een andere biotoop.

De boomleeuwerik komt bijna in geheel Europa voor, behalve in delen van Groot-Britannië en Scandinavië.
In Zuid- en West-Europa is de boomleeuwerik een jaarvogel.
In Oost-Europa trekken de boomleeuweriken in het najaar weg.

De boomleeuweriken van bij ons overwinteren in Zuid-Europa, hoewel kleine aantallen achterblijven om hier te overwinteren.

Engels : Woodlark
Duits : Heidelerche
Frans : Alouette lulu

997850-33d77c02b3371da7e6380c359481077d.jpg
Boomleeuwerik
met dank aan de auteur: ©  Sytze Jongma   www.sytze-natuurfoto.nl

De boomleeuwerik is terug te vinden op droge, begroeide zandstreken, schrale heidevelden met losse boompjes en boomgroepen, aan de rand van zandverstuivingen en in schrale duinen.
Ook op kaalslagen, langs brandgangen en in jonge aanplant van naaldhout.
De verhouding tussen de verschillende vegetatie-eenheden luistert nauw, en moet bovendien binnen een aantal opeenvolgende jaren weinig veranderen.
Op trek en in de winter op velden.

De roep is een melodieus "tiedelo-ie".
Zang: ongeveer "dirli, dirli, dirli, lu-lu-lu-li-li-lie-lie liel, dadiedl" enz., melodieus en vloeiend, telkens met herhaald "lu-lu-lu".

De zang wordt voorgedragen in een spiraalvlucht of vanaf een hoge zitplaats.


997850-e127185d07a2f8d3f486daa1776492d0.jpg
Lullula arborea
auteur: Rodrigo de Almeida    CC 2.0

Lengte ca. 15 cm. Zeer korte staart zonder witte randen.
Opvallende lichte wenkbrauwstreep, die tot in de nek doorloopt.
Zeer kleine ronde kuif.
Bovenzijde geelbruin, donker gevlekt.
Op de vleugelrand voorbij de vleugelbocht typische donkerbruine en witte vlek.
Onderzijde roomkleurig, borst en keelzijden gevlekt.
Heeft een fijnere snavel dan veldleeuwerik.
Poten bruin-vleeskleurig.
Juveniele (= onvolwassen) vogels zijn sterker gevlekt en hebben geen lengtestrepen op de rug.

De boomleeuwerik lijkt op de in Nederland meer algemene veldleeuwerik, maar is te onderscheiden door de kortere staart, de duidelijk zichtbare wenkbrauwstreep en het ontbreken van witte staartzijden.

Het nest wordt op de grond gebouwd in de buurt van een boom die door het mannetje als zangpost of uitkijkpost gebruikt kan worden.

Het voedsel van de boomleeuwerik bestaat voornamelijk uit insecten en andere kleine dieren.
In de winter worden in plaats van insecten zaden en andere delen van planten gegeten.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 15:19 Reageer op dit bericht

Boomkruiper

Boomkruiper
B    o o
B     b    B     b    15  o 14
Boomkruiper

De gewone boomkruiper of kortweg boomkruiper (Certhia brachydactyla) is een zangvogel uit de familie van boomkruipers (Certhiidae).

De levensruimte van de vogel strekt zich uit over de gematigde zones van Midden- en Zuid-Europa en een stukje Noord-Afrika en Turkije.
Het zwaartepunt ligt echter in continentaal Europa (zie kaartje), daarin verschilt hij sterk van de taigaboomkruiper die door heel Azië voorkomt.
Een ander verschil met de taigaboomkruiper is zijn voorkeur voor loofbossen op lagere hoogten, parken en tuinen met veel vruchtbomen.

De boomkruiper kan het hele jaar door in Nederland en België aangetroffen worden.
In de bossen van Zuid-Limburg (Nederland) en in de Ardennen kunnen naast de gewone boomkruipers ook broedende kortsnavelboomkruipers worden aangetroffen.

Engels : Short-toed Treecreeper
Duits : Gartenbaumläufer
Frans : Le Grimpereau des jardins

997177-f4b2724087a48cfbcecec1734149cf9a.jpg
Boomkruiper
auteur: IVN-Peize

De gewone boomkruiper lijkt zozeer op zijn familielid, de taigaboomkruiper (ook wel kortsnavelboomkruiper), dat het uiterlijk van beide soorten moeilijk van elkaar te onderscheiden is.
Het vogeltje kan een grootte van twaalf centimeter bereiken en weegt dan ongeveer elf gram.
De naar beneden gekromde, spitse snavel is ongeveer twaalf millimeter lang.
De onderkant van de vogel is wit; de bovenkant heeft de kleur van boombast en het streepje boven zijn ogen is wit.
Het mannetje en het vrouwtje hebben dezelfde kleur.
De relatief lange staart wordt gebruikt om zich af te zetten en om te sturen bij het vliegen.

De roep van het vogeltje klinkt ongeveer als: "tihtih".


997177-312a766e5323c5468d8efe337fceb20f.jpg
boomkruiper
auteur: Jan Niessen

Door de gevlekte, bruine rug is de boomkruiper uitstekend gecamoufleerd op de meeste boomstammen.
De vogel wordt in het broedseizoen dan ook niet veel gezien.
Buiten de broedtijd laat de vogel zich meer zien en is dan onder meer door de lichtere buik en de gekromde snavel goed te herkennen.

Bij strenge koude kruipen boomkruipers knus bij elkaar; uit zo'n bal van veren kunnen soms wel tien of meer staartjes steken!

De boomkruiper klimt met kleine sprongetjes in een spiraalvormige bewegingslijn langs boomstammen omhoog en zoekt daarbij met zijn daarvoor zeer geschikte snavel in de boombast naar insecten en spinnen.

Op eenjarige leeftijd is het dier geslachtsrijp.
De broedtijd is van maart tot juli.
Het nest wordt gebouwd van takjes, grashalmen, mos, haren en veertjes in een boomspleet, achter boombast of een ondiepe holte in een bouwwerk.
Het vrouwtje legt vijf tot zeven eieren, die in twee weken uitgebroed worden.
De jongen verlaten na twee weken het nest.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:00 Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten