Landen - Santiago de Compostela 1999 -(4).

Miramont-de-Guyenne
28/5/1999
Liefste schatten,
Voor jullie nog wat nieuws van uit de keuken van Yazikof waar ik ontspannen deze brief kan aanvangen, terwijl hospita Carmen naar het kwisprogramma ' Questions pour un Champion' met veel aandacht aan het volgen is. De hele dag had zij zich dubbel geplooid om haar Georges en mezelf een goede maaltijd op tafel te brengen. Verder volgt zij nog een persoonlijk programma voor haar gezondheid en daar kruipt ook elke dag veel van haar tijd in. In de garage van het huis van deze oudjes staat een nieuw autootje dat bijna nooit rijdt.
De dagen op weg naar Santiago vliegen voorbij. In het grote en dure Hotel L'Escale van waar ik de vorige brief schreef, had ik mijn was met enig succes gedaan en dat was toen nodig. Daarna volgde ik langs winderige dijken de Loire en kwam langs vele kastelen. Mijn bezoek aan Beaugency en Chambord was de moeite waard, alsook mijn fietstocht in die omgeving. Mijn forme is zwak. Meesmuilend bereikte ik Blois, schoof nog wat verder tot Candé, en daar kreeg ik als Gîte d'Etape een halve hoeve voor mij alleen. Keuken, televisie, zetels, en ik organiseerde daar voor mezelf een festijn met wijn en saucisson pure porc. Ook de volgende dag te Montlouis kon ik tafelen op een sympathieke manier tijdens een feest op straat en plein. Weldra bereikte ik Tours en bezocht er de kathedraal St-Gatien en vooral de beroemde Basiliek St-Martin-de-Tours.
Toen ik in die stad l'Office du Tourisme binnenwipte voor een stempeltje in mijn pelgrimsagenda kwam ik daar twee potige dames uit Nederland tegen, de gezusters Lien en Inge Jansen, die op stap waren met rugzakken waarop ik de schelp zag. Aan deze ladies-pelgrims offreerde ik een pot bier op de stoep van een brasserie. Sedert 1 april waren zij reeds onderweg aan 20 km per dag. Bravo voor deze stevige vijftigers, medische secretaresse en verpleegster in de psychiatrie, die op weg waren naar in finibus terrae, alhoewel ik vernam dat zij aan het overwegen waren van te stoppen. Ik heb jullie daarna getelefoneerd en ben dan per trein naar Poitiers verder vooruit geraakt, want ik was nogal achter op mijn programma. Fris als een hoender nadat ik in een cinemazaal in slaap was gevallen tijdens een poging om de film ' La Vie est Belle' te zien, ben ik bij nacht op de authentieke Route Saint Jacques gaan fietsen tot in de Abdij Saint Benoït en Ligugé. Dat is de oudste abdij van West-Europa, reeds gesticht door St-Martin in de vierde eeuw. In de kapel op de plaats waar die grote Heilige een catechumeen uit de dode liet opstaan, ben ik op de vloer gaan liggen om te slapen, neergevlijd in mijn blootje op mijn donzen slaapzak in mijn proper laken. Heerlijke heilige nacht. Modern toilet nabij op de parking. Het was hoogdag van Pinksteren toen ik die ochtend op ben gestaan. Ik stuurde van daar een kaartje naar Pater J. Boly., dat was de man die naar jullie heeft getelefoneerd. Daarna tijdens de frisse zondagmorgen reed ik zoekend naar ' LE RELAIS DE VIVONNE', het topresto voor de routiers. Samen zijn we daar vroeger gaan eten op een middag, maar nu was het voor een omelet, brood en koffie, dat ik daar ben gestopt rond 9u00 .
De warmte kwam. Ik liet mijn zware en te lange pullover achter op een geparkeerde bulldozer van een bouwbedrijf uit Parthenay, dat is de stad van Aymeri Picaud de zwervende monnik die de eerste Gids voor Pelgrims naar Compostela had geschreven, honderden jaren geleden, maar die nog altijd beroemd is alhoewel hij nooit een vrome pater was geweest. Na wat verloren te zijn gereden tussen les fermes isolées du Poitou, bereikte ik terug beschaafde wegen die me te MELLE brachten, en te BRIOUX-SUR-BOUTONNE, steden die duizend jaren geleden rijk waren omdat daar zilvermijnen waren. Ik slaap in een resto voor de vrachtwagenchauffeurs waar me een flinke maaltijd werd opgediend , met buffet de crudités et de charcuteries.
De Sint Jakobsweg brengt me te Enseigné, de plaats waar de Orde van de Tempeliers werd gesticht. Na enkele kerken te hebben bezocht, stap ik in een kapel-zonder-kruis binnen die de naam ' Bar' draagt en daar drink ik Pineau des Charentes om te vieren dat ik ben aangekomen te Saintes, in de hoofdstad van La Saintonge. Geschiedenis van de hoogste graad ligt daar op mij te wachten, met ruïnes uit de tijden van de Romeinen en uit andere periodes, met ook Saint-Eutrope, een pelgrimskerk met onsterfelijke faam. De jeugdherberg van Saintes is werkelijk goed, en dus zeg ik eerlijk ' Santé en bravo voor Saintes ! ' .
Dinsdag is druk. Dat is zo als de werkweek over vier dagen wordt verdeeld. Ik fiets naar Royan met een royale pedaalstoot. Heerlijk warm, en de zeelucht prikkelt mijn neus. Aan de overzetboot ontmoet ik een fietser van St-James en een vliegende Hollander van Sint Jacob. Met Ferris kan ik een deal maken. We zullen samen een hotelkamer nemen, want dat drukt de prijs. Te Soulac-sur-Mer stoppen we, maar de 110 FF die we uitsparen op de kamer, zuipen wij op aan bier in deze badstad . Mijn nieuw kameraad is pas op pensioen. Hij was gevangenisbewaker. Zelfs het monster West, serial killer of many women, had hij gedurende vier jaren in de gaten moeten houden tijdens nachtdienst. Na afscheid van deze cyclist from Bristol zwenk ik naar de streek van de wijnen van Bordeaux en in het bijzonder van de Médoc.Tijdens de Zondag van het Onuitgegeven Boek te Leuven had ik over de Médoc-streek meerder tips gekregen van Meester Buyckx die een boek had geschreven over de Médoc-wijnen.
Ik verspeel veel tijd door te zoeken naar Brion, waar archeologen in de moerasgrond een onbekende stad vonden, gezonken in het slijk van de Gironde. Het werd een geweldige fietstocht langs de ronkende namen , zoals St-Estephe, Mouton-Rotschild, Pouillac, en groene heuvels voor onschatbaar kapitaal aan wijnen. Ik geraak wat in paniek, omdat iedereen in deze dorpen wijnboer is maar niemand hotelier. Met rode wijn is in deze buurt meer te verdienen, als met chambres d'hôtes ou petit hotel-restaurant. Maar ik vind wel onderdak te Donissan in Chateau Cap Veyrin. De dochter des huizes Nathalie stopt me in het bed bij haar papa wijnboer. Het is een adres om bij te houden. Als we een volgende keer met de wagen hier in de buurt zijn, zullen we er zeker drie dozijnen flessen kopen.
Mijn papier is alzo vol. Ik kwam na fiets-trein-fiets tot bij de Yazikofs van Miramon, waar ik wat rust wil nemen, goed eten, en mijn oude vriend Georges gaan bezoeken in La Maison de Retraite waar deze oude Casanova van de marine van de tsar zijn laatste dagen triestig doorbrengt.
XXX Papa Pelgrim XXX .
----------------------------------------------------------------------
22. Lundi 31 mai.
Er valt in de ochtend reeds een flinke regenbui. Ik neem afscheid van Carmen. Om mijn ketting te smeren krijg ik van haar een flesje dunne olie voor naaimachines. Het flesje dateert van uit de fifties toen de sjeiks nog op kamelen reden en geen olie verkochten.Gedaan met luieren, eten en siesta. Vandaag weer de fiets op !
Ik moet echter eerst eens naar een fietsenmaker. Soms is het toeval zo groot dat een pelgrim wel begint te denken dat de heilige Sint Jacob hem daadwerkelijk helpt om vooruit te geraken op de moeilijke weg naar Compostela. Zoals op deze maandag. Octave Le Bon, na vijftig jaren tussen banden, fietszadels, en kettingsmeer, had op zaterdagavond zijn winkel en atelier gesloten met dat uniek gevoel dat een man slechts éénmaal kent : 'Oef, nu is het gedaan en zal ik van mijn appeltje voor de oude dag en van mijn pensioen kunnen genieten !' Op maandag was het altijd sluitingsdag, maar op deze laatste dag van de maand komt hij nog opruimen, want vanaf dinsdag zal een huurder de lokalen anders inrichten om te beginnen met een groentenwinkel. Octave komt van links aangereden op een damesfiets en van rechts komt een kerel met een baard aangereden op een olijfgroene trekkersfiets met vijf reistassen. Beide mannen stoppen op hetzelfde ogenblik voor de ingangsdeur van Cycles Le Bon - Castaing.
' C'est fermé... et pour toujours' zegt Le Bon.
'Oh...' zegt de andere ' ma roue avant est un peu voilée et je suis en route pour Notre Dame du Cyclisme et Saint Jacques de Compostelle !' .
' Mais je vous en prie, Monsieur, entrez-donc ... . Mon dernier client sera donc un pélerin ... Je suis béni par les Dieux ! ' De goede Le Bon zoekt nog even zijn groen sleuteltje dat al tussen het oud ijzer was geworpen. Ah, oui, ... dévoiler les roues, voilà ce que je faisais bien... . J'ai même dévoilé les roues d'André Darrigade. Tu le connais ? Koel en beleefd zegt de pelgrim gewoon maar ' Zandvoort 1959.' ' Je viens du pays de Willy Vannitsen et de Jean Brankart.' De man glimlacht. Ik sta al een trapje hoger voor hem. Weldra draait mijn wiel terug zeer goed. Het kost me niets.
Na deze technische verbetering fiets ik naar het tehuis Soussiale voor ouderen van Miramont. Grote kuis aan de ingang en nog geen bezoekuur. Ik fiets door de tuin en zoek de kamer van Yazikoff. Via het venster kan ik van hem afscheid nemen.
Mijn kilometers zijn moeilijk. Ik moet dikwijls stoppen en de weg zoeken. Dan eindelijk verbetert mijn vaart toch. Te Tonneins koopt ik een heerlijk stuk brood met hesp, een fles wijn, een salami en een kilo pruimen. Ik vorder langs de N113 en steek de ' Autoroute des 2 Mers' over. Aiguillon. Port Sainte Marie. La Bastide de Vianne. Nérac. Mézin. Sos. Gabarret. Zo kom ik dan in de Midi-Pyrénées. Het is een lange rit, maar hoe meer ik fiets hoe beter ik fiets. Eindelijk zie ik de wegwijzer naar La Bastide d'Armagnac.
Ik bereik wanneer het uur reeds is gevorderd mijn doel : NOTRE DAME DES CYCLISTES.
Een vijftigtal personen staan er in een grote kring buiten op het grasveld. Zij zingen mooi en volgen devoot een kerkelijke dienst. Ik wil niet storen en fiets dus met een boogje tot achter de kapel, waar ik Olive Green en al mijn spullen veilig uit het zicht parkeer. Ik verbeter mijn kledij een beetje, neem mijn petje van mijn kop, wrijf met een handdoek wat over mijn haren en mijn benen en zo voeg ik me bij de gelovigen die me natuurlijk hebben opgemerkt omdat ik eigenlijk stoor. Na een paar minuten kriebelen mijn gat en mijn benen. Ik kan daar toch zo niet de minuten laten voorbij lopen.
Vanaf 1984 had ik enkele contacten met de bijzondere man die l'abbé Joseph Massie was, le Curé de Créon d'Armagnac, Mauvezin, et Lagrange, stichter van dit Heiligdom voor de Wielertoeristen. Ik weet dat deze Eerwaarde Heer nu oud en ziek is, en ergens in een rusthuis verblijft. Gelukkig ken ik ook nog de naam van zijn vriendin - in de meest nobele betekenis van dit woord- Madame Rotenfüss. Zij moet een van de ongeveer dertig oudere dames zijn die daar rond het altaar staan. Ik vraag aan de man naast mij waar Madame Rotenfüss staat. Zij is op maar tien meter en had al meerdere malen naar mij gekeken.
' Je suis un ami de Belgique de l'Abbé Massie. Je voudrais vous parler après la Messe ... ' fluister ik in haar oor. Nog tijdens de afsluitende lofzang neemt zij me mee naar de kapel, en zij opent voor mij terug de deur van die Grot van Ali-Baba voor de verzamelaars van ex-voto uit de wielersport. Na een kort gesprek, een kort bezoek, de nodige informatie over de geheime plaats waar de oude beroemde Paus van de Wielersport zich bevindt, en na het duwen van 100 FF in de offerblok, zie ik de nieuwe pastoor die eredienst leidde en een andere man de kapel binnenkomen. Hij zegt dat de maand mei nu voorbij is. Iedere avond was er rond het beeld van Onze Lieve Vrouw van de Weg een gezongen eredienst, en nu zullen wij ons gaan organiseren voor de komst van de toeristen die deze zomer weer talrijk zullen op bezoek komen. ' Mais, ce n'est plus votre affaire, n'est-ce pas, chère Madame Rotenfüss, vous avez pris votre retraite ... !
Oei, welke toon is dat .... ? Het is hier in deze parochie precies burgeroorlog.
Het Heiligdom moet nu worden gesloten, het alarmsysteem wordt aangezet, de stevige poort sluit zich en de twee mannen, de priester en de leek, duwen de oude Madame R. in hun wagen en brengen deze trouwe medewerkster van ' le fondateur du sanctuaire' terug naar haar woning. Zij groetten en bekeken mij amper. Ainsi le pélerin de Saint Jacques que je suis et mon vélo de grand randonneur restent seuls auprès de la Vierge et de la Chapelle de Géou.
Ik was al drie dagen bij Carmen en heb geen goesting om deze avond ook nog verder te babbelen met een Madame Rotenfüss, alhoewel die haar lippen wel heelwat te zeggen hadden, ... mais demain, l'abbé vous expliquera bien tout ce qui se passe ici.
Terwijl de avond valt, voel ik mij zoals in de hemel. Notre Dame du Cyclisme et moi, moi, moi, .. quelle émoi ... ! Mijn ontroering is zeer groot. Ik krijg zachte tranen in mijn ogen.
Ergens aan de kant staat een stenen tafel met zitplaatsen. Ik verhuis fiets, have en goed, naar deze tafel. Ik open mijn fles rode wijn, snijd schijfjes af van mijn saucisson, en rustig blijf ik daar zitten nabij Notre Dame. Het is er goed en kalm. Daarom besluit ik om daar te slapen in open lucht in mijn slaapzak. Ik de stilte van de avond is het heerlijk. Er moet geen geluid zijn, er moet geen woord gesproken worden, maar wie is die man daar naast de Moeder Gods die minder dan een korrel zand is in de oneindigheid van het heelal?
Ik probeer onder de tafel te gaan liggen, daar kan mogelijke regenval me niet deren, maar weldra besef ik dat de etensrestjes van mij en van anderen allerlei kleine kruipende diertjes lokken. Die vele andere bewoners van onze planeet moeten ook ieder etmaal wat eten alvorens zich te kunnen vermenigvuldigen om hun soort in stand te houden. Ik vlucht daarom naar een proper stuk grasmat aan de andere kant van de kapel waar ik slaap in verschillende porties, omdat ik af en toe terug wakker word want ik ben niet moe na mijn rustdagen te Miramont.
In het midden van de nacht komt een auto tot aan de ingang, maar niet verder. Een man haalt een radiopost uit zijn koffer, plaatst die op het dak en begint zo te spreken in een voor mij onbekende taal of dialect. Ik vermoed dat het baskisch is, doch weldra vertrekt hij weer. Ik ben echter bang dat een tweede persoon me langs achteren zou overvallen omdat ik niet weet of meer mannen in die auto zaten. Daarom vul ik mijn slaapzak met fietstassen, laat de zo gemaakte pop liggen, en met mijn opinel in de hand stel ik me wat verder op in de duisternis. Na een kwartier vertrekt de geheimzinnige auto terug en is het weer heilig en stil.
La Vierge, Olive Green, en ik slapen daarna lekker verder tot wanneer de zon weer opkomt over Cazaubon en Créon.



23. Mardi 1 juin.
Toen ik een jongen van 8 was studeerde ik al buiten de schooluren voor Winnetou, hoofd van de Apachen, en toen ik vervroegd mijn pensioen had gekregen, logeerde ik op campgrounds in Wyoming en Zimbabwe, en daarom ben ik ook nog fit en levend om de nieuwe maand te beginnen na een nachtje slapen op het groen van Notre Dame du Cyclisme.
Bij de warme bakker koop ik een taart voor Joseph Massie die ik al vroeg bezoek op zijn kamer in het rusthuis van Labastide. Na kloppen stap ik daar binnen. De oude priester denk dat ik een verzorger ben en roept me naar de toiletkamer waar hij met moeite probeert zijn broek terug aan te doen. Ik help hem even. Na wat twijfelen herkent hij me en ook mijn familienaam Journée komt over zijn lippen.Wij praten over het trieste levenseinde van Luis Ocana en over die fantastische kerel die André Darrigade nog altijd is. Zij waren vrienden van Joseph Massie. Verder komt ter sprake hoe anderen nu zijn kapel en zijn museum beheren. Voor hem was alles voorbij, maar zijn goede medewerkster, een wat grillige vrouw met een hart van peperkoek, had daar veel moeite mee. Zij komt nog elke dag op bezoek, of dat nu gepast of ongepast is. Ja, het lot van priesters is zo dat zij in hun parochie altijd van die onmisbare deftige dames moeten verdragen. God zal Madame Rotenfüss oordelen en ongetwijfeld ook goed belonen. Onze ontmoeting loopt plots tot een einde wanneer de almoezenier van het rusthuis de hulpeloze wielerkampioenen-priester in zijn rolstoel komt halen voor de dagelijkse H.Mis die zij samen opdragen. Ik groet deze heilige man. Hij zal 193 dagen later sterven.
Villeneuve de Marsan. Aire sur l'Adour. Barcelonne-du-Gers. Geaune. In een restaurantje eet ik varkenspoten en zie hoe zware jongens uit de streek daar kaart spelen ' en bons copains'. Wat later aan een wegsplitsing ontdek ik een zitbank, maar vermits het gras mals is, leg ik mijn slaapzak open. Tussen 14 u00 en 17u00 slaap ik er op mijn rug in de schaduw van een boom. Wanneer ik terug inpak, rijdt een combi van de gendarmerie langzaam voorbij. Ik kruip terug op mijn fiets, maar mijn stijve benen beletten mij van meer dan 20km/u te halen. Ik geraak echt niet vooruit en dan is er ook nog tegenwind. Eindelijk een schone bergaf naar een diepe vallei en weldra rol ik tegen 60km/u zelfs door een bebouwde kom waar maximum 50 km/u toegelaten wordt. Nog wat verder, plots weer die combi van de gendarmerie. STOP. Het is toch niet waar ! Zal ik een boete krijgen wegens overdreven snelheid ? Twee grote strengkijkende kerels met een snor komen naar mij toe .
Etes-vous Hollandais, Monsieur ? vraagt de grootste me .
-Ne dîtes surtout pas à un Flamand qu'il est Hollandais, Monsieur le Gendarme. Je suis un pélerin sur la route de Saint Jacques, un ami de l'Abbé Massie, un Belge retraité de la Banque Fortis, un père de famille qui a toujours payé bien ses impöts, et j'aime le cassoulet et Gilbert Bécaud, ... !
Voici la coquille qui est à mon guidon, voulez-vous d'autres renseignements ?
-Nous vous avions déjà observé tout à l'heure. Nous cherchons quelqu'un, mais ce n'est pas toi.
Hé, Francis, nous deux à vélo, quand on aura la retraite dans six ans, pédaler comme lui jusque Saint Jacques de Comostelle, voilà ce qui serait bien ... !
-C'est bon, continuez et ne roulez plus si vite car notre service est presque terminé et votre accident nous obligerait à faire des heures supplémentaires !
-Merci, messieurs les gendarmes.
Ik fiets dus verder en kom ongestoord aan een Hotel de France, waar dat was heb ik nooit genoteerd, maar het was zeer groot, zeer goed, en redelijk duur. Tijdens het avondmaal verzeil ik met twee andere tafelgangers in een breed gesprek over de geschiedenis,over de geheimstokerijen van armagnac, en de jacht op wilde duiven, tot wanneer mijn fles wijn leeg is.
24. Mercredi 2 juin.
Lang geslapen . Heerlijk bad. Rustig ontbijt.
Het is warm en via Pecorade ik probeer Hagetmau te bereiken. Ik koop l'Equipe en lees daar een tijd in zittend op een bank in de zon aan een druk kruispunt. Dan ga ik op zoek naar het Hotel- Restaurant routier LA CREMAILLERE. Dit kleine hotel komt voor in het boek van Miles Morland uit 1992 ' The man who broke out of the bank and went for a walk in France'. Dit gaat over een man die zijn goedbetaalde baan opgaf om samen met zijn vrouw 560 km te gaan wandelen. Zij veranderden abrupt van levenstijl en vinden een nieuw geluk.
Ik eet er tussen de routiers. De eigenaars weten niet dat hun hotel wordt geciteerd in een bestseller in de Engelse taal. Op weg naar Orthez lijd ik van de warmte en van de dorst. Het is er zeer mooi om te fietsen. De mensen spreken er het eigenaardig dialect uit Gascogne waaraan ik moet wennen. Mooie heuvels. Het golvend landschap van La Chalosse.
Sauveterre de Béarn. Ik spreek even met een groep Vlaamse wandelaars die daar met een tocht van tien dagen bezig zijn. Mijn route brengt me bij de Franciscanen van St-Palais ( Don Paleu) en daar kom ik terecht tussen talrijke andere pelgrims die te voet naar IN FINIBUS TERRAE willen.
Ik kan daar eten, slapen op een slaapzaal ( un hébergement collectif), en veel lezen over de CAMINO DE SANTIAGO, maar ik vind daar niemand om een goed gesprek te voeren, want zij zijn wandelaars met pijnlijke voeten en ik ben een fietser, iemand van een andere soort dan zij.
25. Jueves, 03 de junio.
Don Paleu . Ik maak een praatje met een wandelende pelgrim uit Holland die hoopt van ergens zich te kunnen vestigen in een klooster, een herberg, of een refugio, om daar te blijven en verder te leven als een hospitaalridder uit de verleden tijden . Hij wil voor zichzelf een sober leven en zich ten dienste stellen van allen die voorbij komen op de weg naar Santiago. Ik waag het van de GR65 te volgen, zeer moeilijk voor fietsers, bestemd voor wandelaars met zware schoenen. Aan een groot kruis zit een man . Hij komt uit Haute Savoie. Praatje. Galzetaburuku Gurutzea.
Zo kom ik dan aan de Nive met haar glinsterend water. Ik maak een paar foto's.
St-Jean-Pied-de-Port bereikt even voor het middaguur. Na wat zoeken vind ik Madame De Bril op haar kantoortje, net toen zij wilde vertrekken. Kijvend wijf zoals er overal in de parochies dames zijn die menen dat zij fel belangrijk zijn en een hoge graad bij de gendarmerie hebben. Het valt me daar niet goed mee en daarom zet ik dus maar mijn fiets op toeren voor de beklimming naar Roncevalles, en dat is een route van 17 km bergop !
Ouf, ouf, wat gaat dat slecht ... . Ik doe veel stukken te voet en soms knabbel ik op een stukje harde saucisson om te genieten van wat smaak, want voor mijn ogen en mijn neus is het wel prachtig in de Pyreneeën. Alto Ibaneta. Ik kom boven zonder veel glorie als klimmer en vind eten en slapen in de jeugdherberg waar het proper is. Avondeten in een nabij gelegen Hostal. Ik at er forel en kon wat praten met twee Amerikanen. De meeste pelgrims gingen op die avond naar een dienst in de kerk maar daar tussen veel volk in onfrisse kledij voelde ik me benauwd, en daarom wandelde ik wat rond tot als het donker werd om van de berglucht te genieten.
26. Viernes, 04 de junio.
Hoera ... vandaag word ik 55 jaar en vermits ik nog leef zal ik behoren tot zij die mogen genieten van het afkoopkapitaal Leven van mijn groepsverzekering. Ik begin mijn dag rustig, want mijn buit is toch al binnen sedert het wakker worden. De andere pelgrims zijn reeds uit de grote kamers verdwenen, weggevlogen als zwermen duiven. Zij laten een berg afval achter, en ook kledij en eten, omdat zij te veel gewicht moesten dragen tijdens de steile weg die hen boven bracht. De kuisvrouw van de herberg stockeert dat allemaal in het lokaal van de gevonden voorwerpen, of herverdeelt tussen zij enkele uren later al weer zullen aankomen. Zij geeft me doosjes sardienen en een zak walnoten. Ik glimlach en dank haar, maar zal dat toch maar niet opeten, behalve enkele noten die ik in de achterzak van mijn rennerstrui stop.
Na 10 km fietsen haal ik ontelbare voetgangers in. Aan een kraan met drinkwater groet ik even een vrouwtje op een gele sportfiets van Décathlon. Zij snort weg alsof zij bang van mij is. Wat later staat zij langs de weg. We rijden de Alto de Erro op en zij weet niet hoe zij moet schakelen met haar 18 versnellingen in de handvaten. Op mijn verjaardag wil ik een goede daad stellen . Ik speel op de N135 dus tot 16 uur St-Jacques Assistance en blijf bij die oudere vrouw op haar gele fiets. Het is een positieve samenwerking. We gaan samen eten in een restaurant. Zij vertelt me haar levensverhaal, en waarom zij op weg naar Saint Jacques aan het fietsen is. Het is een zeer vreemd verhaal van iemand op de dool, die van huis en problemen was weggevlucht nadat haar echtgenoot zelfmoord pleegde. Zij was de vrouw van een arts uit Toulouse. Bij het binnenkomen van Pamplona heb ik haar alleen laten verder rijden ' sous la garde du Bon Saint Jacques', nadat ik mijn derde bidonhouder op haar tweewieler monteerde. Zij zou niet veel verder geraken omdat haar zoon de Spaanse politie achter haar had gestuurd.
Ik had van A.Boone al iets in 't Vlaams gelezen in het gulden ereboek van een refugio waar ik een stempel ging halen. Ik ontmoette Andres Boone ook wat verder bij een bron op het voetpad waar ik met de vrouw uit Toulouse wat aan het rusten was, en waar ik haar vertrouwen kreeg en zij voelde dat ik een veilig iemand was. Nadat ik de Iruna Bar, eens stamcafé van de grote Ernest Hemingway, had gevonden, een geldautomaat had aangesproken om pesetas te hebben, mijn bril liet hermaken aan het pelgrimstarief en dat was gratis, de koperen pijlen en de schelpen op de stoep had gevolgd naar het Albergue por los Peregrinos van Pamplona, 500 pestas voor mijn inschrijving had betaald, en een douche had genomen, was ik mij aan het kleden naast mijn slaapstee in een kapel omgebouwd tot slaapzaal. Een kerel die aan het snurken was met zijn kop onder het laken, kruipt plots recht. Het is warempel die Boone terug van onderweg. Stappende pelgrims vertrekken zeer vroeg, komen al vanaf 14u waar kan geslapen worden, wassen zich dan, en slapen enkele uren alvorens op zoek te gaan naar avondeten. Zo ook de West-Vlaming Boone. Gelukkig sprak hij geen dialect van Bachten de Kupe, maar wel A.B.N. en alle andere talen die hij nodig had op deze wereld. Hij leek me tof en goed gezelschap. Omdat het mijn verjaardag was, nodigde ik mijn taalgenoot uit om een stapje in de wereld te zetten in Pamplona by evening & night. Toen kwam ik te weten dat Boone priester was, kuis en sober moest leven omdat hij ergens in Peru bij de arme menen ontwikkelingsmedewerker was. Terug naar huis gestuurd waar hij bijna geen familie en vrienden meer had, was hij om gezondheidsredenen en ook wegens persoonlijke geloofscrisis op stap naar Compostela. Tien jaren eerder had hij al eens een stuk van de tocht uit Brugge gemaakt. Hij kende Jean-Luc Dehaene die hij had ontmoet op een Belgische Ambassade in Zuid-Amerika.
Nu ontmoette hij Wilfried Journée en dat zou hij zich zeker niet mogen beklagen. Eerwaarde pelgrim Boone aanvaardde van met mij mee te komen, 100 % op mijn kosten. Te voet ging ik met deze arme pater Salesiaan van Don Bosco terug naar de beroemde bar van Hemingway op de Plaza del Castillo. Wij aten daar tortilla's, boccadila's en tapa's, en dronken samen meerdere ' Dos cervezas por favor ...' ! Prettige avond . Toen het uitgangsleven van Pamplona bruisend en wild begon te worden, vol verleidende meiden, bedankte Boone mij. Hij hoopte dat ik nog plezier zou kunnen maken, maar hij moest zelf naar bed om de volgende dag een marathon te voet af te kunnen leggen. Ik zag of hoorde nadien van hem niets meer. Natuurlijk ... vertelde ik aan pater Boone dat ik 'wegens mijn slecht gedrag' buiten het Klein Seminarie van Sint-Truiden was geduwd geworden in juni 1956. Hij vond dat zo iets een vergissing moest geweest zijn van de Heilige Kerk van Rome.
27. Sabado, 05 de junio.
Ik praat met een Japanner die een supporter van Pantani is en met prachtig materiaal rijdt. Hij sliep ook op die slaapzaal maar begrijpt niets van de Camino de Santiago. Hij rijdt naar Barcelona in het Oosten en alle Westerlingen rijden naar Galicië in het Westen. Van alle 40 personen die er die nacht hebben doorgebracht zijn wij de twee die overblijven, ik nog wat groggy van een dozijn cervezas, en hij de onbekend samouraï die ik niet versta en die wellicht uit Yamaguchi kwam.
Wat eerder ontsnapte ik bij het nemen van 'n wakker makende douche in de kelder aan groot onheil. Ik vergat daar kledij en mijn linnen portefeuille die ik op de borst draag. Tien minuten hing dat daar beneden aan de kapstok terwijl ik al weer boven op de slaapzaal was. Alleen die kleine Japannner zingend en in zijn blootje, was daar in de gemeenschappelijke kleedkamer nog maar hij snuffelde niet door mijn bezittingen. Geen interesse in mijn pesetas die ik de vorige dag pas was gaan halen en al zou kwijtgespeeld zijn, indien ik één uur eerder uit mijn bed zou zijn gekropen, want toen namen velen daar een douche.
Terug naar Bar Iruna. Heerlijk zonnetje op het terras. Ik maak een praatje met een oudere man uit Nîmes en schrijf een brief die ik niet op mijn blog zet, om jullie niet te vervelen, alhoewel Tibertyn op zijn eerste dag als 55-plusser toch wel goed gïnspireerd was tijdens het drinken van sterke koffie. Oordeel maar .
Wie lippen heeft en nooit heeft gekust of geslurpt
Wie ogen heeft en nooit gezien of heeft geknipoogd
Wie tanden heeft en niet heeft gebeten of getoothbrusht
Wie voeten heeft en niet is gegaan op de weg naar Santiago
Van zo iemand kan men niet zeggen dat hij heeft geleefd .
Ik ben dus ' de Oude Man en de Fiets' en schreef waar de grote Ernest, winnaar van de Pulitzerprijs en van de Nobelprijs, dat ook had gedaan.
Plots vind ik dat mijn tijd te Pampelune en Navarre, Irunea op de Arga, voorbij is. Ik ben 32 dagen te vroeg voor de feesten van San Fermin. Op de route van de wandelende pelgrims waag ik me verder , volgend de aangebrachte tekens, op weg naar Alto de Pardon. Het is weer moeilijk, pijnlijk zelfs. Overal zie ik nu mannen en vrouwen met rugzakken, schelpen, hoeden, stokken, zware riemen, drinkbussen, zware schoenen, afgerolde wollen kousen en soms het vlagje van hun land. Opzij, opzij, opzij, opzij, de Camino is van mij ... ! Na veel moeite kom ik op een heuvel met windmolens. Daar staat een rare zwerfwagen met Hollanders die water geven aan de voorbijgangers en die willen uitleggen wie de Heilige Johannes was, terwijl het op de Camino toch gaat over de Heilige Jakobus ! Wat een vreemde apostel is die toch wel die daar voor verwarring der geesten wil zorgen ? Door zijn schuld eigenlijk neem ik de verkeerde weg, een bergaf die me terug naar de kant van Pamplona brengt en daarom moet ik omkeren en opnieuw een ruig hoogteverschil overwinnen.
Te Puente la Reina is er geen plaats, en te Estella ook al niet. Aan een mirador stop ik om wat te eten en het prachtige landschap te bekijken. Een familie met drie auto's komt daar weldra bij me. Zij installeren zich voor een barbecue, want er zijn daar banken en plaatsen om vuur te maken. Ik word uitgenodigd om samen met hen wijn te drinken met een stukje kaas. Een van hen is de pastoor en die wil natuurlijk mijn biecht afnemen in het Frans en dan uitleggen aan iedereen wat voor een peregrino ik wel ben. Ik moet nog meer wijn drinken en daarom vlucht ik weg, want het is tijd om een plaats voor de nacht te vinden. Een kwartier nadien kom ik aan een vrije camping met een centraal gebouw waar matrassen liggen om op te slapen. Er zijn toiletten en douches met warm water, maar daar is niemand te bespeuren. Wanneer ik me terug fit voel na een tijd en die refugio toch maar wil verlaten, komen plots drie sportievelingen met een rugzak op mountainbikes zich bij me voegen. Zij zijn van Tenerife, het eiland van mijn vrienden Teide en Humboldt. Die guanches maken thee, ook voor mij, en we leggen alles wat we nog te eten hebben in onze bagage op tafel, delen het, en eten het op. Nog later komen daar ook twee meisjes uit Ierland die per auto naar Santiago reizen. Zij kruipen zonder hun kleren uit te doen in hun slaapzakken en binden die goed toe onder hun kin, met het stevig koordje dat dient voor de veiligheid van hun kuisheid.






































La Tour St-Jacques










Student Willy Kemp


Friedhof Cerny-en-Laonnais waar ik sliep.

































2 reacties op dit bericht
ik kom nog terug bijlezen Wilfried
Triestig weer, dat zijn we vlug beu, kom je een fijn weekend toe wensen
met hopelijk beter weer.
Groeten uit Hoegaarden,
Remi
Hallo