Fredy Budzinski . Ich bin ein Berliner.


Der Berliner Radsportjournalist Fredy Budzinski verarbeitete diesen "schwarzen Sonntag 1909 " auf die ihm eigene Weise. Unter der Überschrift "Mors Imperator" schrieb er:
"Am Start stehen die Streiter. Unwillkürlich zieht es mich zu ihnen. Ich beschleunige meinen Schritt, gleichsam als wolle ich dem Gefühl, das mich nicht loslässt, entgehen. Sie spielen mit ihrem Leben, denke ich. "Mit ihrem Leben?" fragt jemand hinter mir. Erschrocken drehe ich mich nach dem Frager um. Niemand ist da.
Der Startschuss fällt und es beginnt ein Kampf auf Leben und Tod. Ach Unsinn. Leben und Tod? Ich suche dem Gedanken zu entfliehen, da sehe ich plötzlich vor mir eine schwarze Gestalt. Meine Augen folgen dem Phantom, das niemand ausser mir zu sehen scheint.

Met een prototype van rijwiel met motor in Grunewald ( Fredy in het midden)
De sportreporters zijn de link tussen de sportvedetten en hun bewonderaars. Eerst waren er de ridders van de geschreven pers, daarna de acrobaten van de radio, en vandaag de zij-die-alles-weten van de televisie en de websites, om de sport zo goed mogelijk over te brengen naar het volk dat brood en spelen nodig heeft. Ik zal hier geen namen noemen van de vele verslaggevers van gisteren of van vandaag uit het nederlandstalig, en ook niet uit het franstalig gebied dat ik ook goed ken, maar als wielerfanaat ontdekte ik vroeger al eens de Berlijner Fredy Budzinski. Beter dan wie ook heeft hij Het Rijke Duitsche Wielerleven beschreven, en vooral heeft hij zijn levenslange verzameling Van Mensen en Dingen uit de Wielersport nagelaten. Hij verdient zeker van beter gekend te zijn in Vlaanderen.
FREDY BUDZINSKI (1879- 1970).
Reeds als kleuter werd de jonge Alfred een liefhebber van de fiets. Onder de kerstboom stond voor hem een eerste fietsje toen hij nog geen vijf jaar oud was en tot aan zijn dood op 6 januari 1970 zou hij het velo'ke blijven aanbidden. Op school was hij de beste in turnen en in opstel, maar verder scoorde hij eigenlijk nergens bij zijn leraars. Nadat hij in het geheim een eerste keer was gaan koersen werd hij gestraft. Vanaf 1895 wordt hij echter bediende in een fietsfabriek en zo mag hij als amateur aantreden op de befaamde wielerbaan van Berlijn Treptow.
Op 1 januari 1901 wordt de von Radsport begeisterter junge Budzinski beroepsrenner bij de sprinters en op de korte afstanden, en hij neemt ook een licentie van gangmaker op motorfietsen. Hij geraakt zo tussen de groten van de wielersport van toen, en hij zal zich vanaf dat ogenblik bezig houden met alle facetten van zijn sport. Alhoewel hij op 28 mei 1901 toch in een finale van zuivere snelheid mag uitkomen tegen kleppers als Rutt, Schilling, en Kudela, ziet hij snel dat zijn weg in de wielersport elders ligt. Hij wint het vertrouwen van het rennersmilieu. Nadat hij sedert zijn jeugd zijn vingers oefende met leuke gedichten over de renners en hun wereld, wordt hij free-lance journalist en nadien hoofdredacteur van de sportkrant Rad Welt, die dagelijks 100.000 exemplaren verkoopt. Vanaf 1902 verdedigt hij de belangen van de beroepsrenners tegenover de Duitse Wielerbond.

Goed geïnformeerd door Walter Rütt, de globe-trotter die in 1907 in Madison Square Garden de Zesdaagse van New-York had gewonnen, stort Fredy Budzinski zich dan als organisator in een avontuur dat hem onsterfelijk zal maken in de Duitse Sport. Hij zal ook voor de eerste maal zo'n rond-de-klok-race over zes dagen naar Berlijn brengen. In de schemering van Restaurant Dessel, toen een topadres op Boulevard Unter den Linden, sluiten apotheker Georg Hölscher die de Directeur is van het Sportstadion Friedenau, Otto Buchwald een onmetelijk rijke sportman, en de sportjournalist Fredy Budzinski een opmerkelijk verbond. Zij zullen de eerste zesdaagse in Europa laten geboren worden. Op een houten ovaal van 150 m in de expositiezaal van de dierentuin van Berlijn Charlottenburg zullen zij zoals te New-York het Circus der Waanzin aan de Duitse wielerliefhebbers tonen. Zij selecteren 15 koppels met renners uit Duitsland, Verenigde Staten, Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Bohemen en Groot-Brittanië, en lokken die met hoge startpremies, en schone geldprijzen in goudmarken.
Op 15 maart 1909, nog net voor das Freiluftsaison op de weg begint, staan de Helden van de Zesdaagse Strijd aan de start. De toppers uit de verre USA, Jim Moran en de 1m92 lange Floyd MacFarland, voeren het tempo aan. Het zijn fanatieke harde kerels met een grenzeloze uithouding en wilskracht. Zij razen rond de kleine piste tijdens een buitensporig feest en leggen 3.865,75 km af in het waas van tabaksrook, bier en braadworst, zweet en geur van massageolie. Terwijl in de cabines van de ploegen wielen worden hersteld, huilende en kermende kerels terug worden opgelapt, zombies terug wakker worden door allerlei middelen, waaronder ook cafeïne en cocaïne, speelt een grote fanfare de Sportpalaz Walzer, roken dikke mannen dure sigaren, pronken criminelen met flessen champagne en halfblote vrouwen die naar parfum ruiken, vullen de sportjournalisten kolommen over de duivelse kerels op hun racefietsen. Wanneer ook kroonprins Wilhelm von Hohenzollern-Pruisen, en enkele figuren uit de High Society het gebeuren komen bijwonen en zich goed amuseren, worden deze Sixdays von Berlin een groot succes. Het zal echter duren tot 1925 eer men in Berlijn weet dat er bij ons in Belgïe goede coureurs zijn voor zulke Sechstagenrennen, terwijl ook hier de flandriens de weg naar Berlijn niet konden vinden. Na zo'n lelijke oorlog waren er waarschijnlijk te weinig goede relaties op sportief vlak. Die Faszination des Sechstagenrennens im Velodrom bleef tot vandaag bestaan te Berlijn en in die moderne metropool zal tussen 27/1/2011 en 1/2/2011 de 100ste Zesdagen van Berlijn zich afspelen op de 250 m baan van de Landsberger Allee met de beste pistiers van vandaag. www.Sechstagenrennen-berlin.de .
Enkele maanden na die eerste zesdagen in 1909 zal er op een zomerse zondag een drama plaatsvinden op de nieuwe wielerbaan van de Botanische Tuin in de Potsdammerstrasse. Alhoewel de buurtbewoners hadden geprotesteerd tegen de bouw van deze velodroom die veel lawaai zou brengen, kwam er toch een baan van 300 m en 8 m breedte, met een te goed gepolijst wegdek. De sportliefhebbers waren ongeduldig om de kwaliteit van deze piste te kunnen beoordelen tijdens een halve fond koers. De Amsterdammer John Stol, toen uitblinker in alle baandisciplines, vloog al vlug door pech tegen de grond, en de aanstormende motor die hem wilde ontwijken gleed uit, vloog in het publiek waar zijn benzinetank ontplofte. Het verschrikkelijke bilan bedroeg 9 doden en 50 gewonden. ( zie de foto vooraan met wat Fredy Budzinski toen schreef) .
Interbellum. Nadat hij een uniform droeg van 1915 ot 1918 trouwt Budzinski met Erna Grau, die van Joodse afkomst is. Zij krijgen een zoon Klaus Budzinski die dus half-jood is en later ook voor een krant zal werken. In 1920 organiseert Fredy een leuk gebeuren dat tientallen jaren zal blijven bestaan, namelijk het Duitse Kampioenschap voor krantenjongens. In 1923 is hij de eerste reporter die aan de radio over sport komt spreken. Vanaf 1924 zorgt hij voor het Bondsblad van de Duitse Radsport en vanaf 1926 vertegenwoordigt hij de Duitse fietsindustrie. Nadat Budzinski de uitvinder was van het tot heden gebruikte puntensysteem tijdens de zesdaagsen, scoort hij ook op gebied van pure techniek door het kattenoog uit te vinden dat op de pedalen wordt gemonteerd. In 1933 nemen de Nazi's het hem kwalijk dat hij een bekende Berliner is, maar met een echtgenote die niet arisch is. Dat loopt ook erger door tijdens de jaren nadien, omdat hij zeker niet wil scheiden van zijn vrouw. Hij werkte toen voor Het Geïllustreerde Wielertijdschrift. Door de sportwetenschapper Carl Diem geraakt hij aan promotie. Hij krijgt een dubbele functie voor de Olympische Spelen 1936 en heeft minder familiale zorgen. Budzinski organiseert de wegkoers en hij is contactman voor de internationale pers. Olympia Berlin bracht echter aan de 57-jarige Fredy geen pluim op zijn hoed. Voor het eerst wordt gekoerst over 100 km met gezamelijke start. De olympische wielerwedstrijd was voordien een lange individuele tijdrit. Er werd tevens gereden voor een landenklassement volgens optelling van de beste drie renners per land. De koers voor goud (gewonnen door de Fransman Robert Charpentier), werd ontsierd door een massale valpartij nabij de meet. De jury klasseerde groepjes renners ex-aequo, en vele finishers werden zelfs niet opgetekend tijdens de algemene wanorde. Zeker geen Duitse degelijkheid was dat toen.
Vanaf eind 1945 wilde Budzinski reeds aan de Berlijners teruggeven wat zij graag had gezien voor die vreselijke tijd van Hitler, namelijk volksfeest dat Radsport heet, waardoor miserie en ellende worden vergeten. Terwijl de lagere militairen, toen in het verwoeste Berlijn talrijk aanwezig, graag meekoersten of er de vrouwelijke supporters kwamen versieren en drinken, besloten hun oversten van wielerkoersen op straat te verbieden omdat ' iedere samenscholing van Duitsers', moest worden vermeden. De Nestor van de Duitse wielersport, Fredy Budzinski, was toen al op pensioenleeftijd gekomen en gaf het op. Hij schreef soms nog wat in los verband in de kranten, maar bleef op de achtergrond. Behalve dan op die belangrijke dag van 21 juli 1969 toen de mens voor het eerst een stap op de maan zette, toen verklaarde de oude sportreporter het volgende tijdens een rechtstreekse uitzending op de Duitse Televisie waar hij was uitgenodigd geworden wegens zijn grote kennis over de pionierstijd van de luchtvaart : ' Nooit zou het de mens mogelijk zijn geweest vandaag de maan te bereiken, indien hij niet eerst het wiel had uitgevonden en nooit de fiets had ontwikkeld ...! '
Tijdens zijn lang leven van scholier, verkoper, renner, schrijver, dichter, ambtenaar, lobbyist, organisator, sportman, was Fredy Budzinski een grote verzamelaar van alles wat te maken had met de fiets en de wielersport. Zijn archieven zijn nu van onschatbare waarde en bestaan uit persberichten, kronieken, affiches, boeken, biografiën, jaarboeken, magazines, uitslagen, statistieken, documenten, brieven, knipsels, tekeningen, souvenirs en foto's over de Radsport en over de Industrie van de Fiets van 1881 tot 1966, met zwaartepunt tussen 1890 en 1920. Het duurde lang tot wanneer dit Budzinski Archiv en al dat 'oud papier' kon gerangschikt worden op een wetenschappelijke manier. De verzameling van de reporter Fredy Budzinski bevindt zich nu veilig in de Zentralbibliottek der Sportwissenschaft van de Sporthochschule te Keulen. Deze Sammlung werd geindexeerd in een ' Findbuch' met 227 delen. Er zijn 3000 originele foto's, 2000 uitgeknipte foto's, 150 mappen, en 60 fardes. Toelating en reservatie nodig .








































