NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Peter Leys



Archief
  • Alle berichten


    27-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slecht nieuws

    Alvaro Celso Guimarães overleden

    Alvaro Guimarães, Belgisch componist van Braziliaanse afkomst, was verbonden aan de Hogeschool Gent, departement Muziek en was medestichter en artistiek leider van het KunstArbeiders Gezelschap. Alvaro Guimarães (°1956), studeerde aan het 'Conservatorium Mozarteum' in São Paulo bij o.a. Minininha Lobo, Maria Helena do Amaral en Oswaldo Lacerda. Hij voltooide verdere studies in compositie bij Hans-Joachim Koellreutter, Coriun Aharonian en Klaus Huber (Cursos Latino-Americano).

    In België specialiseerde hij zich in muzieksociologie bij professor Herman Sabbe aan de 'Rijksuniversiteit Gent'. Alvaro was gehuwd met pianist Katrijn Friant.
    Alvaro Guimarães was medestichter van de 'Núcleo Música Nova' in São Paulo, een vereniging voor hedendaagse muziek die actief was in de jaren '70 en '80, en die samenwerkte met o.a. Julio Estrada, John Cage, Klaus Huber. Hij was artistiek leider en medestichter van het 'Spectra Ensemble' in België en van het 'Festival música Nova' in Brazilië. Als producer was hij verantwoordelijk voor verschillende wereld- en Belgische premières van werken van o.a. Nicolaus A. Huber, Isabel Mundry, Jörg Birkenkotter, Ivo Nilssen, Gilberto Mendes and Kumiko Omura.

    Yasmine overleden

    Yasmine - Vandaag (het morgen van gisteren) [CD Scan]

    Zangeres en tv-presentatrice Hilde Rens, beter bekend als Yasmine, is vandaag overleden. Sinds de jaren '90 bracht ze heel wat (nederlandstalige) singles en albums uit. Op haar recentste plaat 'Licht Ontvlambaar' werkte ze samen met o.a. Kris De Bruyne, Thé Lau en Stef Kamil Carlens. Yasmine was ook bekend als presentatrice, o.a. bij Radio Donna en één. Dit jaar presenteerde ze nog de muziekshow 'Zo is er maar één' en het showbizzprogramma De Rode Loper. Yasmine stapte zelf uit het leven, ze werd 37.

    Eén opende een rouwregister om Yasmine te gedenken.


    23-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw werk van Piet Swerts op CD


    HEILIGE SEELENLUST 

    Oratorium voor sopraan, tenor, kinderkoor, vrouwenkoor, mannenkoor,

    twee harpen, twee altblokfluiten, twee piano’s, strijkorkesten en blaasensemble van Piet Swerts.

    Uitvoerders:
    Ann De Renais, sopraan
    Jan Caals, tenor
    Koren en Orkesten van het Lemmens Instituut voorbereid door

    Erik van Nevel en Claudine Martens
    Saskia van Keer, concertmeester
    Edmond Saveniers, dirigent

     

     Het werk:

    Het oratorium Heilige Seelenlust is op velerlei vlakken een ongewoon werk. Er is de verwevenheid van Hooglied uit de Bijbel met de gedichten van Angelus Silesius en er zijn de drie koren, twee orkesten en twee solisten, die niet alleen dialogeren maar ook nauw verbonden zijn met het verloop van de poëzie die op een consequente wijze werd verdeeld over de vocale partijen.

    Deze compositie is weliswaar gestoeld op modaliteit en polyfone schrijfwijzen, maar hertaald binnen de eigentijdse muzikale context. De muzikale gelaagdheden zijn veel complexer en de toegepaste canontechnieken zijn een spin-off van de compositietechnieken uit de renaissance. Het klinkend resultaat is verrassend.

    Ten slotte draagt het geheel van het werk door de inhoud van de tekst en de verklanking ervan een uitermate positieve boodschap met zich mee. Het is geen dramatisch werk, maar veeleer een feestelijk werk met zeer veel klankkleur, rijk aan melismen, een wellust voor het oor en zeer toegankelijk voor een groot publiek.

     

    gecomponeerd op  Duitse tekst – Nederlandse en Engelse vertaling in het boekje

     

    Te bekomen bij

    - elke goede cd-handelaar of via

    - www.phaedracd.com


    21-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Interessante CD!

    Ad Majorem Dei Gloriam - Geestelijke muziek uit kathedraal Mechelen

    Door de oprichting van het Lemmensinstituut in 1897 speelde Mechelen een belangrijke rol in het Cecilianisme, een reformbeweging die de kerkmuziek meer religieuze inhoud wou geven naar het voorbeeld van het gregoriaans en de polyfonie van Palestrina. Jaak Nicolaas Lemmens, Edgard Tinel, Aloys Desmet, Jules Van Nuffel en Jules Vyverman stonden achtereenvolgens aan het hoofd van de school. Elk van hen heeft zijn stempel gedrukt op de religieuze muziek in Vlaanderen en, getuige deze cd, zelf ook prachtige muziek geschreven.
    Uitvoerders:
    Koor Lemmensinstituut o.l.v. Kurt Bikkembergs, Peter Pieters (orgel)

    Uitgave: Eufoda

          

    Titel Componist
    1 Statuit ei Dominus, opus 30 (1924) - 6:00
    Jules Van Nuffel
    2 Laudate Dominum de coelis, psalm 148 (1886) - 4:36
    Jacobus Nikolaus Lemmens
    3 Ave Maria - Cantica ad laudes vespertinas (1937) - 1:33
    Jules Van Nuffel
    4 Tantum ergo - Cantica ad laudes vespertinas (1937) - 2:44
    Jules Van Nuffel
    5 Sonata in G minor for organ, opus 29 (1884-85) - 21:52
    Edgar Tinel
    6 't Pardoent - Zes geestelijke gezangen (1885) - 1:42
    Guido Gezelle/Edgar Tinel
    7 Heer, mijn hert is boos - Zes geestelijke gezangen (1885) - 1:48
    Guido Gezelle/Edgar Tinel
    8 Pater noster (1937) - 2:26
    Jules Van Nuffel
    9 Homo quidam (1897) - 5:14
    Aloys Desmet
    10 O sacrum convivium - Tria cantica eucharistica, opus 36 (1924-26) - 3:16
    Jules Van Nuffel
    11 O salutaris hostia - Tria cantica eucharistica, opus 36 (1924-26) - 4:44
    Jules Van Nuffel
    12 Panis angelicus - Tria cantica eucharistica, opus 36 (1924-26) - 3:17
    Jules Van Nuffel
    13 Psalmus 130 Domine non est exaltatum (1926) - 5:22
    Jules Vyverman
    14 Psalm VI Domine, ne in furore tuo arguas me, opus 44 (1935) - 7:06
    Jules Van Nuffel


    Te bestellen via ANZ (www.anz.be)

    Ad Majorem Dei Gloriam, sacred music from the Mechelen Cathedral.

    Eufoda 1375.

     

    Een schitterende CD.

    Prachtige kathedraalmuziek.

    In een uitvoering om ‘U’ tegen te zeggen: contrastrijk, devoot en expressief majestatisch.

    Bikkembergs leidt het jeugdige koor van het Lemmensinstituut op een zeer gedreven wijze en brengt daarmee een begeesterde, artistiek en koortechnisch uitstekende uitvoering van deze kwaliteitsvolle Vlaamse kathedraalmuziek.

    Peter Pieters begeleidt en ondersteunt op deskundige wijze het koor en schittert in de vertolking van Tinels orgelsonate.

    Een must voor alle liefhebbers van het betere religieuze koor- en orgelwerk.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mgr. Jules Vyverman 20 jaar geleden overleden.

    Vyverman zag op 6 januari 1900 het levenslicht in Mechelen.

    Muziek was meteen zijn grote passie. Als 13-jarige speelde hij reeds op het orgel van het Sint-Romboutscollege.

    Na collegestudies in zijn geboortestad ging hij naar het seminarie om priester te worden in 1923. Gedurende die seminarietijd werd hij enige tijd ziek en moest hij een tijdje het bed houden. In die periode componeerde hij een mis die hem meteen een toegangsticket tot het Lemmensinstituut opleverde. Zo werd hij leerling van o.a. Aloys Desmet, Oscar Depuydt, Jules Van Nuffel, Lodewijk Mortelmans, Flor Peeters en Marinus De Jong. In die periode componeerde hij verschillende liederen, een mis voor zes stemmen en orgel (Missa Beatae Virginis Mediatricis), motetten en de psalm ‘Domine non est exaltatum’.

    Hij gaf les aan het Berchemse Stanislascollege van 1926 tot 1935. Ook daar vond hij nog de nodige tijd om te componeren. Hij schreef er o.a. zijn oratorium ‘Pastor Bonus’ (1932) en verschillende cantates en symfonische werken. Hieruit bleek het grote symfonisch talent van de jonge priester.

    In 1935 werd hij aangesteld tot leraar gregoriaans, begeleiding en harmonie aan het Lemmensinstituut te Mechelen. Hij werd ook repetitor van het wereldbefaamde St.- Romboutskoor dat in 1916 was gesticht.

    In 1949 volgde hij Van Nuffel op als leraar muziekanalyse en koordirectie in het Lemmensinstituut en hij volgde tegelijkertijd zijn grootmeester op als dirigent van het St. – Romboutskoor. En in 1952 werd hij dan zelf directeur van het Lemmensinstituut. 10 jaren later, in 1962 werd hij benoemd tot inspecteur van het muziekonderwijs in het aartsbisdom.

    Tussendoor was hij nog geheim kamerheer van de paus, voorzitter van het verbond ‘Pueri Cantores’, hoofdredacteur van het muziektijdschrift ‘Musica Sacra’ en lid van de Vereniging voor Muziekgeschiedenis van Antwerpen. Hij zetelde in de beheerraad van de Nationale Discotheek van België en schreef samen met Felix Steylaerts het handboek ‘Muziek op school’.

    Tussendoor vond hii gelukkig nog de tijd om een Mariacantate, liederen en motetten te componeren.

    Vyverman hechtte zeer veel belang aan het doen zingen van kinderen. Dat zien we niet alleen in zijn activiteiten in het Mechelse St. – Romboutskoor en aan zijn voorzitterschap van ‘Pueri Cantores’. Hij schreef veel liederen, ook voor kinderen en hij was jurylid van de legendarische wedstrijden voor radioschoolkoren. Het was zijn ambitie om via het doen zingen van kinderen de jeugd en hun muzikaal niveau op te tillen.

    Als leerling en erfgenaam van Van Nuffel had Vyverman zeer veel interesse en waardering voor het gregoriaans. Als docent en redacteur droeg hij veel bij tot de herbronning van het gregoriaans en de begeleiding ervan. Met zijn knapenkoor wilde hij een heropstanding van het gregoriaans bewerkstelligen tegen de trends van vervlakking van die tijd in. Amateuristische kerkliederen en zogenaamde jeugdmissen waren aan hem niet besteed. Ook de polyfonie droeg hij hoog in zijn hart. Paus Paulus VI loofde zijn kamerheer voor zijn inspanningen om de schat van het gregoriaans en de polyfonie in ere te houden.

    Vyverman overleed in 1989.

    De rol van Vyverman als pedagoog en dirigent is niet te overschatten. Hij bracht het Mechels knapenkoor overal in de wereld en dwong overal ontzag en bewondering af. Hij vormde generaties musici en drukte zijn stempel op de koordirigenten en organisten. De revival van het gregoriaans en de polyfonie zijn voor een groot deel aan hem te danken.

    Als componist liet hij zeer romantische werken achter. Net zoals zijn idool Van Nuffel schreef hij psalmen en motetten voor grote bezettingen die in de kathedraal imponerend klinken. De triomferende kerk vierde hoogtij in zijn oeuvre. Op deze manier was hij kind van de Mechelse school en gaf hij voedsel aan zijn opvolgers tot vandaag. Zelfs de modernen van vandaag zoals Ludo Claesen, Kurt Bikkembergs en Peter Pieters zijn schatplichtig aan figuren als Van Nuffel en Vyverman. En ze geven dat ook graag toe. Het Lemmensinstituut ademt nog de sfeer van deze grote dagen.

    Net zoals bij Van Nuffel zijn de psalmen en motetten van Vyverman vaak gebaseerd op het gregoriaans. Zeer belangrijk is de tekstbeleving. De teksten worden uitbundig, statig en in een massieve constructie tot uitbeelding gebracht. Zijn werk wordt gekenmerkt door een expressieve lyriek. Als bewonderaar van Debussy verwerkte hij impressionistische trekjes in zijn werken en bij Grieg haalde hij zijn poëtisch lyrisme.

    Naast indrukwekkende psalmen en cantates schreef hij ook innige motetten zoals ‘O sacrum convivium’, ‘Virgo est lilium’, ‘Quasi arcus’, ‘O quam suavis’ en de ’Tria cantica ad laudes verspertinas’.

    Hij schreef ook liederen in de typisch Vlaamse volkse toon. Zeer populair werd zijn fris klinkend staplied ’Als de brem bloeit op de heide’. Samen met Armand Preud’homme nam hij deel aan een compositiewedstrijd van het Eerste Kempisch Landjuweel in Herentals in 1937 met dit lied. De versie van Preud’homme werd wellicht het bekendst, maar Vyverman won wel de eerste prijs. Terecht fier was hij dat hij de prins van het Vlaamse volkslied had verslagen. Het kon echter de verstandhouding tussen Vyverman en Preud’homme niet schaden. Enkele jaren geleden galmde het lied in de versie van Vyverman nog in het sportpaleis tijdens een Vlaams-Nationaal Zangfeest. Misschien moet het lied nog maar eens uit de kast gehaald worden. Het is een mooie illustratie van Vyvermans pogingen om de jeugd degelijke liederen te laten zingen. Andere liederen zijn o.a. ‘Lenteliedje’, ‘Zonsondergang’, Zon in ’t hart’, ‘Meisjes zijn bloemen’, ‘Hymne van trouw aan de Vlaamse haard’ en ‘Gans gereed om heen te varen’.



















    Precies dit jaar verscheen bij Eufoda de CD ‘Ad majorem Dei Gloriam met orgelmuziek en koorwerken van 5 directeurs van het Lemmensinstituut. Een schitterende CD vertolkt door het koor van het Lemmensinstituut o.l.v. Kurt Bikkembergs. Aan het orgel zat Peter Pieters. Naast muziek van Lemmens, Desmet, Tinel en Van Nuffel staat ook de grootse psalm 13O (Domine non est exaltatum) van Jules Vyverman, geschreven in 1926 voor 6 gemengde stemmen en orgel. Hier geeft de compopnist blijk van niet te moeten onderdoen voor zijn leermeester qua majestas en godsdienstige beleving.

    Zijn composities bewijzen het aristocratisch en toch volksgerichte karakter van Vyverman die steunend op een groot technisch kunnen muziek schreef die iedereen kan aanspreken –zonder schools of academisch te zijn- dankzij een lyrisch karakter.

    Citeren we Flor Peeters n.a.v. de creatie van Vyvermans cantate ‘Kamper Gods’ rond de figuur van Rumoldus: “Uit de muziek van Vyverman spreekt een warm-menselijke atmosfeer. Voorliefde tot rijke en gestoffeerde harmonisatie (hij houdt ongetwijfeld veel van de impressionisten), zin voor afwisseling in het uitbeelden van de tekst geven een warme toon en een voornaam karakter aan deze muziek. Er is verscheidenheid in het uitbouwen zijner muzikale plannen en, wat meer is, het is goed gecomponeerde muziek die in een goede vorm gegoten een logische ontwikkeling krijgt.” Peeters verwijst nog naar een verband met niemand minder dan Benoit qua conceptie en spontaneïteit der inventie en naar de inspiratie vanuit het gregoriaans met de oude modi. De musicoloog Paul Tinel sprak over Vyvermans werk in termen als ‘une intensité d’expression, une interiorité de sentiment, une suavité mystique…..’ Als laatste citaat verwijzen we naar  Dr. L. Goffinet: “zuiver lyrisch sentiment, impressionistisch uitgebeeld op streng klassieke grondslag en zich ontplooiend in een strikt persoonlijke atmosfeer.”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jef Van Hoof



    Huldeconcert Jef Van Hoof in Carolus Borromeuskerk

    Vijftig jaar geleden stierf één van de grootste componisten die Vlaanderen ooit gekend heeft: Jef Van Hoof.
    Met een huldeconcert op zaterdag 27 juni in de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen zet Marnixring Lieven Gevaert het herdenkingsjaar grote luister bij.
    Het concert begint met een Ouverture met kopers, vervolgens zingt sopraan Danny Van Hoof een aantal liederen van de componist, begeleid door het orkest La Passione o.l.v. Geert Hendrix, maar hét hoogtepunt is zonder twijfel de Zesde ‘Onvoltooide’ Symfonie, zijn laatste werk waarvan hij op zijn sterfbed nog de eerste drie maten van de finale schreef. Het is wellicht de meest toegankelijke van zijn symfonieën omwille van de doorzichtige en klare orkestratie.
    Muziekliefhebbers die niet vertrouwd zijn met deze werken, zullen versteld staan van de kwaliteit ervan en krijgen bovendien een mooi toemaatje: Ludwig van Beethovens Vijfde Pianoconcerto (Keizersconcert) met Els Vrints als soliste.

    Toegangskaarten kosten 25 euro. Studenten betalen slechts 10 euro.
    Meer info en bestellen via www.beethovenvanhoof.be 
    info@beethovenvanhoof.be 
    0485/11.23.90


    18-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beiaardier Eugeen Uten zou 90 geworden zijn



    Hij vertrok in 1944 naar de Koninklijke Beiaardschool te Mechelen en volgde er les bij Staf Nees (beiaard) en Jef Van Hoof (compositie en harmonie).
    Op 15 juli 1948 behaalde hij het uitgangsdiploma met grote onderscheiding. Slechts enkele maanden later, op 21 mei 1949, werd hij aangesteld als stadsbeiaardier te Brugge.
    In 1957 won hij een eerste prijs op de internationale compositiewedstrijd te Utrecht (Nederland).
    In 1958 werd hij laureaat in de Expo-compositiewedstrijd voor beiaardmuziek te Mechelen.
    In 1959 behaalde hij als eerste in de geschiedenis van de beiaardschool het virtuositeitsdiploma voor beiaard met grootste onderscheiding.

    In 1984 werd hij voor 35 jaar actieve dienst en als dank voor zijn waardevolle inzet voor de ontwikkeling van de Brugse beiaard en de beiaardmuziek in het algemeen bekroond met het Ridderkruis in de Kroonorde.

    Als een zeer gedreven en hard werkend musicus schreef hij ongeveer 120 eigen composities en zo’n 1000 bewerkingen die de Brugse beiaard optimaal lieten klinken


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gabriël Verschraegen zou 90 geworden zijn.


    Gabriël Verschraegen studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen en aan het Koninklijk Conservatorium te Gent ondermeer bij Flor Peeters (orgel), Marinus de Jong, Staf Nees, Jules Van Nuffel en Toussaint de Sutter.
    In 1944 werd hij benoemd tot organist aan de Sint-Baafskathedraal te Gent en in 1950 werd hij orgelleraar aan het Koninklijk Conservatorium aldaar.
    In 1962 werd hij benoemd tot directeur van de Academie voor Muziek en Woord te Lokeren en in 1968 werd hij directeur van het Conservatorium van Gent.
    Verschraegen was stichter-voorzitter van het Gentse orgelcentrum en genoot als organist internationale faam.
    Als componist schreef hij voornamelijjk voor orgel.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Componist wordt 60

    Octaaf Van Geert

    Octaaf Van Geert werd geboren te Aalst op 4 februari 1949.
    Hij studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent en Brussel, waar hij de eerste prijzen voor notenleer, harmonie, contrapunt, fuga en compositie behaalde. Zijn voornaamste leraars waren O. Van Puyvelde, J. Mestdagh, V. Legley en R. Coryn.
    Zijn composities werden meermaals bekroond:  in 1977 werd hem de provinciale prijs voor vocale muziek (Oost-Vlaanderen) toegekend, in 1984 ontving hij de prijs Belgische artistieke promotie in de nationale compositiewedstrijd Peter Benoit (Harelbeke) en kreeg hij de prijs Jef Denijn op de internationale compositiewedstrijd voor beiaard te Mechelen, en in 1986 ontving hij de nationale prijs Muzikon Koninklijk Muziekconservatorium Gent en de Muizelhuisprijs op de nationale compositiewedstrijd voor kamermuziek.
    Octaaf Van Geert was en is vooral in het onderwijs actief:  hij gaf notenleer aan de muziekacademie van Aalst en muzikale opvoeding aan de Hogeschool Gent K. Ledeganck van 1971 tot 1980. Sinds 1979 geeft hij harmonie aan het conservatorium van Brugge, en harmonie, contrapunt en fuga aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent, waar hij sinds 1992 ook orkestratie, organologie en compositie doceert.
    Samen met Lucien Posman en Daniel Gistelinck vormt hij de zogenaamde “nieuwe Gentse school”: deze componisten zijn leerlingen van Roland Coryn.
    Zijn werken werden gecreëerd door onder meer het Hans Memling Trio, het Nieuw Vlaams Symfonieorkest onder leiding van P. Peire, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen onder leiding van M. Tang, het Ensor strijkkwartet, het pianoduo Kolacny en het VRT-orkest onder leiding van H. Rotman.
    Recente opdrachten en projecten (sinds 2001) omvatten onder meer het strijkkwartet nr. 2, de deelname aan het componistenfestival Van in de Rode Pomp te Gent en de cd-opname van zijn pianotrio door het Rachmaninovtrio.


    14-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Frederic Devreese 80 !
    Frédéric Devreese

    Frederic Devreese werd op 2 juni 1929 te Amsterdam in een zeer muzikale familie geboren.
    Zijn moeder speelde viool, net zoals zijn vader Godfried, die eveneens een bekende componist en dirigent was. Van hem kreeg de jonge Devreese ook zijn eerste lessen harmonie in het conservatorium van Mechelen.
    Later studeerde hij aan het Brusselse conservatorium bij Marcel Poot (compositie) en René Defossez (orkestdirectie).
    In 1949 won hij de compositieprijs van het internationaal pianoconcours van Oostende met zijn eerste pianoconcerto, dat bijgevolg als plichtwerk moest worden gespeeld. Hierdoor werd hij nationaal opgemerkt, waardoor hij beurzen kreeg om in Rome (compositie bij Ildebrando Pizzetti en directie bij Previtali) en Wenen (directie bij Hans Swarowski) te studeren.
    Deze studies rondde Fréderic Devreese in 1956 af, waarna hij terug naar België kwam.
    In 1958 werd hij televisierealisator voor de toenmalige BRT, waar hij later werkzaam werd als dirigent en producer. Op de BRT zou hij ook drie jaar lang films sonoriseren, wat de ideale leerschool voor het schrijven van filmmuziek was.
    Devreese had en heeft ook veel belangstelling voor jonge muzikanten, die hij wilde stimuleren en promoten door initiatieven zoals Tenuto (Belgische nationale muziekwedstrijd voor jong talent onder 25), Jong Tenuto (jong talent onder 17) en Procemus (centrum voor promotie en productie van jeugdig talent).
    Hij was ook chef-dirigent van het Belgische Jeugdorkest en directeur van de muziekacademie van Overijse.
    Devreese won verschillende prijzen met zijn werk, o.a. de Prix Italia (1963) voor zijn opera Willem van Saeftinghe, geschreven in opdracht van de BRTN, de Georges Delerue Award (1994) voor La Partie d'Echecs en twee maal de Joseph Plateau Prijs in 1988 en 1990 voor de filmmuziek van respectievelijk L'Oeuvre au Noir en Het Sacrament.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opera

    Wereldcreatie opera van Joachim Brackx

    Joachim Brackx

    "Die Entführung aus dem Paradies" een opera over de organisatie van de liefde op muziek van Joachim Brackx en bij een libretto van Oscar van den Boogaard in opdracht van Muziektheater Transparant gaat in première op dinsdag 23 juni.


    Die Entführung aus dem Paradies - een opera over de organisatie van de liefde. Met deze ondertitel willen componist Joachim Brackx en librettist Oscar van den Boogaard een milde provocatie formuleren. Hun opera kwam tot stand vanuit een gedeelde fascinatie voor de universele liefde: een liefde die, anders dan de gangbare romantische tweepersoonsliefde, meerdere mensen met elkaar verbindt. Die Entführung aus dem Paradies vertelt over de zoektocht om de liefde op een andere manier te organiseren.

    Het verhaal. Een man alleen op de scène, een koffiehuis in Berlijn. De man breekt met zijn laatste geliefde omdat hij wil breken met onze manier van liefhebben. De romantische liefde tussen twee mensen is hij verwerpelijk gaan vinden: het is een liefde die op uitsluiting van elke derde berust. Zijn verhaal vertellend herbeleeft hij zijn voorbije liefdes en komt hij tot een vraag: zou het mogelijk zijn om de woelige branding van op elkaar volgende liefdes te doorbreken en een paradijselijke toestand te bereiken waarin iedereen van iedereen houdt? Terwijl deze vraag in zijn hoofd uitkristalliseert, bezwijkt de man voor datgene waarvan hij wegvlucht. Beneveld door niets meer dan een mooie zonsondergang besluit hij om toe te geven aan een zoveelste liefde. Zij het in het volle besef dat het een illusie is.

    Eén acteur, twee zangeressen, een zeskoppig vrouwenkoor, acht muzikanten van Spectra Ensemble en een klankband. Die Entführung aus dem Paradies wordt getoonzet door Joachim Brackx, componist in residentie bij Muziektheater Transparant. Brackx, die hiermee zijn eerste grootschalige muziektheaterwerk aflevert, experimenteert voor zijn partituur met uiteenlopende zangidiomen, gaande van het gesproken woord tot chanson en klassieke zang. De componist verwoordt het collectieve schrijfproces van Die Entführung als een ontromantisering van zijn kunstenaarschap: hij laat andere visies en stemmen toe in zijn artistieke denkwereld en integreert deze in een nieuw muzikaal idioom. Een onmiskenbare verrijking van het muzikale palet van een jong componist.

    Première op 23 juni 2009 om 20u in de Vlaamse Opera Antwerpen
    Tickets www.vlaamseopera.be  - via 070 22 02 02 of via info@vlaamseopera.be


    09-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jan Segers 80 !

    Jan Segers studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en Antwerpen. Hij was jarenlang dirigent van verschillende militaire muziekkorpsen in België.

    In 1960 werd hij directeur van de Academie voor Muziek en Wooord van Willebroek? Hij was ook muziekregisseur bij de BRT. Hij is een veel gevraagd jurylid op nationale en internationale wedstrijden voor amateurskorpsen. Korte tijd leidde hij het BRT-kamerorkest.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Walter Hus ook 50 !
    Walter Hus (1959) is naast componist vooral uitvoerend pianist en improvisator.
    Vanaf zijn 10de treedt hij op als concertpianist in binnen- en buitenland, vanaf 1979 als pianist-improvisator.
    Hus speelde in het Belgisch Pianokwartet en was verbonden aan Maximalist!, een muzikale groepering opgericht in 1984 die het midden hield tussen pop, rock, klassiek en avant-garde. De muzikant-componisten die zich in deze beweging verenigden (o.a. Vermeersch, Sleichim, De Mey en Hus), hadden elkaar een jaar voordien ontmoet in het kader van de eerste choreografie van Anne Teresa de Keersmaeker (Rosas danst Rosas.) Hun imago werd sterk bepaald door invloeden uit de populaire cultuur, een illustratie van een geestesgesteldheid zonder dat die hun muziek daarmee zonder meer buiten het klassieke veld plaatste.
    De muziek lijkt zich voornamelijk te situeren in het kader van de New Simplicity, gegroeid uit de minimal music. Een hoge graad aan repetitiviteit, een microscopisch gevarieerde ritmiek en dynamiek, de eenvoudige manipulatie en transformatie van motieven, een beperkte harmonische organisatie en zeer gelimiteerd uitgangsmateriaal zijn hiervan de belangrijkste kenmerken. Dit resulteerde meestal in muziek met een hoge consonantiegraad en directe toegankelijkheid.
    Daarnaast was vooral het functionele en disciplineoverschrijdende aspect bepalend voor Maximalist!: een opvallend groot percentage van de muziek die dit collectief schreef, is conceptueel verbonden met andere kunsten zoals dans, theater en film. Dit geldt ook voor de muziek van Hus na Maximalist!. Naast muziek voor modeshows (bvb. Five to Five voor Yamamoto ('84)), choreografieën (bvb. Muurwerk ('85) en Hic et Nunc ('91) voor Roxane Huilmand, en Devouring Muses ('97) voor Irène Stamou) en films (The Pillow Book van Greenaway en Suite 16 van Deruddere), zijn verscheidene van zijn composities tot stand gekomen in samenwerking met hedendaagse dichters of toneelschrijvers (zoals Stefan Hertmans (Francesco's paradox), Peter Verhelst (One day they appeared), Jan Decorte (Meneer, de zot en tkint) en Jan Lauwers van de Needcompany (Orfeo) ).
    Sinds '96 is Walter Hus werkzaam bij Limelight in Kortrijk, waar op dat moment het verfrissende festival en cd-label Happy New Ears werd opgericht.
    Momenteel werkt hij aan een cyclus van 24 preludes en fuga's voor verschillende instrumentaties.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Componiste wordt 50 !

    Kristin De Smedt
    Kristin De Smedt
    Geboortedatum: 12.10.1959, Asse

     

    Kristin De Smedt werd geboren te Asse op 12 oktober 1959.
    Na aanvankelijke muziekstudies aan de academie te Asse voltooit ze haar muzikale opleiding aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Eerst combineert ze de instrumentale richting (viool) met de theoretische hoofdvakken om zich daarna volledig te concentreren op de geschreven disciplines – harmonie bij Peter Cabus, contrapunt en fuga bij Raphaël D’Haene.
    Naast de diverse diploma’s die zij behaalt, worden haar tevens bijzondere onderscheidingen toegekend zoals de Prijs Gevaert voor fuga, de Prijs Horlait-Dapsens en de Prijs Marguerite Koenigsberg voor muziekgeschiedenis.
    Zij bekwaamt zich verder en behaalt de meestergraad muziekschriftuur alsook het compositiediploma in de klas van componist Rafaël D’Haene.
    Als componiste wordt Kristin De Smedt in 1999 bekroond met de compositieprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten van België voor haar Strijkkwartet (1998). Gedurende meerdere jaren is Kristin De Smedt leraar geschreven harmonie aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans van Sint-Niklaas en docente schriftuur aan het Lemmensinstituut te Leuven. Sedert 1985 is ze verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel als docente harmonie, contrapunt en fuga alsook als vakdidacticus schriftuur en als opleidingsverantwoordelijke van de afdeling schriftuur.
    Verscheidene van haar composities verschijnen regelmatig op belangrijke concertprogramma’s. Haar werk werd gecreëerd in het kader van Ars Musica en in andere prestigieuze concertcycli.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gelezen ...
    De Morgen, dinsdag 9 juni 2009, p. 34, 898w.

    Pierre Audi brengt legendarische 'Aquarius' van Karel Goeyvaerts in Vlaamse Opera 'Dit stuk raakt heel diepe snaren' BRUSSEL l De weg naar de eerste scenische opvoering van Aquarius van Karel Goeyvaerts, vanavond in de Vlaamse Opera in Antwerpen, was lang en moeizaam. Eerst zou Pierre Audi regisseren, daarna hij samen met twee choreografen. Dan stapte Audi eruit en uiteindelijk werd hij door Aviel Cahn weer aan boord gehesen, zonder choreografie ditmaal.
    De Morgen, dinsdag 9 juni 2009, p. 36, 212w.

    Cd klassiek l René Jacobs: Mozart l Idomeneo (harmonia mundi) HHHH René Jacobs is op zijn expeditie doorheen de opera's van Mozart beland bij wat de componist als zijn beste beschouwde. En ook voor Jacobs' 'Idomeneo' is veel te zeggen. Om te beginnen de volledigheid. Jacobs heeft niet zoals de meeste dirigenten wild in de recitatieven geknipt 'om het te doen vooruitgaan' maar maakt precies van die recitatieven de motor van de actie. Hij brengt ook alle aria's uit de Münchense versie, ...


    03-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vroege kerst

    Korenontmoeting Schepdaal

    Schepdaal - 12 december 2009

    De Provinciale afdeling Vlaams-Brabant organiseert op zaterdag 12 december 2009 een een korenontmoeting in Schepdaal rond het thema Kerstmis. Het gemeenschappelijk repertoire wordt vooraf ingestudeerd in twee koorateliers.



    De Korenontmoeting heeft plaats op zaterdag 12 december om 20.00 u. in de Sint-Rumolduskerk, Emiel Eylenboschstraat in Schepdaal.

    Deelnemende koren zijn:

    - Koninklijk Sint-Rumolduskoor uit Schepdaal o.l.v. Tony Spapens

    - Sint-Jozefkoor uit Sint-Katarina-Lombeek o.l.v. Roos De Cuypere

    - Gemengd Koor Alauda uit Sint-Pieters-Leeuw o.l.v. Joachim Kelecom

    - T' Andernaken uit Halle o.l.v. Peter Leys

    De deelnemende koren brengen een eigen programma en aan het slot van de avond worden er enkele liederen samen gezongen.

    Het thema is Kerstmis en de docent is Hans Scholliers.

    Als voorbereiding van de korenontmoeting zijn er twee ateliers voorzien:

    - maandag 5 oktober 2009 van 20 tot 22 uur

    - maandag 30 november 2009 van 20 tot 22 uur

    Beide ateliers gaan door in de Sint-Rumolduskerk in Schepdaal.


    31-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De voorzitter van de jury van de Elisabethwedstrijd
    We konden hem de voorbije dagen dagelijks zien op het scherm.
    Al jaren  kennen we hem als de sympathieke en vlot tweetalige voorzitter van de jury van de Elisabethwedstrijd. 'Premier prix, eerste prijs...'.
    Wie is die man?



    Arie van Lysebeth studeerde muziektheorie en viool vanaf de leeftijd van vier onder leiding van zijn vader die koordirigent was.
    Tijdens zijn secundaire studies begon hij fagot en piano te studeren. Zijn theoretische en instrumentale hogere studies volbracht hij aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, waar hij met grote onderscheiding afstudeerde voor fagot en kamermuziek.
    Nadat hij de tweede prijs won in het internationale fagotconcours 'Praagse lente' in Tsjecho-Slowakije, was hij gedurende zeventien jaar verbonden als fagotsolist aan het radiosymfonieorkest. Tijdens diezelfde periode was hij zeer bedrijvig als concertist en vertolkte zo herhaaldelijk het hele solorepertoire met orkest.
    In 1970 werd hij benoemd tot docent kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij in 1985 tot voorzitter van het docentencorps verkozen werd.
    Hij was gastprofessor aan de Universiteit van Minnesota, aan het Conservatoire national Supérieur de Musique de Paris an aan de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem .
    In diezelfde periode bouwde hij als directeur een breed net van kwaliteitsonderwijs uit aan de Academie te Zaventem. Intussen behaalde hij nog steeds aan het Conservatorium van Brussel het diploma dirigent na cursus te hebben gevolgd bij René Defossez en André Vandernoot.
    Bijkomend studeerde hij orkesdirectie aan het Mozarteum te Salzburg bij Bruno Maderna; bij Pierre Boulez aan de Musikhochschule te Bazel volgde hij directie hedendaagse muziek. Terwijl hij zijn dirigentenstudies beëindigde, stichtte hij in 1970 het Vlaams Kamerorkest, waarmee hij tot 1993 in binnen-en buitenland actief was.
    Gedurende drie jaar had hij een nauwe samenwerking met het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, waarvoor hij zowel in binnen-als buitenland voorstellingen dirigeerde. Als gastdirigent trad hij op met alle belangrijke Belgische orkesten en met symfonieorkesten in de Verenigde Staten, Argentinië, Taiwan, Engeland en Italië. Hij werkte samen met befaamde solisten zoals Igor Oistrakh, Philippe Hirschhorn, José Van Dam ..
    In 1994 werd hij directeur van het Koninklijk Conservatorium Brussel en in juni 1995 werd hij benoemd tot Voorzitter van de jury van de Internationale Muziekwedstrijd Koningin Elsabeth van België.
    Sinds 1998 tot vandaag dirigeert hij het Symfonieorkest van het Conservatorium.
    Arie Van Lysebeth nam afscheid als directeur van het conservatroium in december 2003.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jarige dirigent en componist

    70 jaren geleden werd Janpieter Biesemans geboren.

    Een kort portret van deze dirigent-componist.

    Janpieter Biesemans

    Geboortedatum: 16.11.1939, Vilvoorde
    Janpieter Biesemans werd geboren te Vilvoorde.
    Hij studeerde aan het Lemmensinstituut en het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen bij onder andere Marinus De Jong, Jef Schampaert, August Verbesselt, Marcel Slootmaeckers, Lode Dieltiens, Jos Van Looy, Jacqueline Fonteyn, Jan Decadt en Flor Peeters.
    In 1964 stichtte hij het ensemble Consortium Antiquum en sindsdien wijdde hij zich gedurende 23 jaar aan de interpretatie van oude muziek.
    Sinds 1980 zette hij zich aan het schrijven van muziek. Op dit moment heeft hij reeds een negentigtal opusnummers op zijn naam staan.
    Veel van zijn werken, waaronder zijn Deutsche Johannes-Passion die in 1987 gecreëerd werd door het Vokaal Ensemble van De Munt, werden uitgevoerd in onder andere de Sint-Martinuskerk te Meise en in de Singel te Antwerpen.
    Ook op verschillende wedstrijden, waaronder de Orpheuswedstijd, werden zijn werken gespeeld. Van onder andere Sonate Concertante, Discorso a cinque per trombono solo, Vijf Slovaakse stukken voor blokfluit en Why not, Hans, zijn CD-opnames voorhanden.
    Naast componist is Biesemans ook leraar notenleer aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen en directeur van de Akademie voor Muzische Kunsten te Meise.
    Hij gaf tevens de impuls tot het oprichten van de Werkgroep Kunstonderwijs, een werkgroep die ijvert voor de rechten van de leerlingen van het Vlaams deeltijds kunstonderwijs.


    24-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KOORDAG in Gent

    beKOORing

    Gent, zondag 14 juni 2009

    Koorwandeling langs vier historische plaatsen in de omgeving van het Elisabethbegijnhof, waar telkens een stemmig kooroptreden te beluisteren is.



    Vier koren uit Gent  zullen op enkele unieke lokaties in en rond het Elisabethbegijnhof het beste van zichzelf geven. De wandelaars kunnen de 4 koren beluisteren en tussendoor het Elisabethbegijnhof verkennen. Als afsluiter van deze wandeling vindt er een gezamenlijk slotconcert plaats in de Elisabethkerk. Nadien krijgen de luisteraars een drankje aangeboden.

     

    zondag 14 juni 2009, vanaf 14 u
     
    plaatsen: GENT, 1) Nieuw begijnhofhuis van het Sint-Elisabeth Begijnhof, 2) Rabottoren, 3) basisschool De Muze (naast begijnhof), 4) Kerk van Clarissen Rabotstraat), 5) Sint-Elisabeth Begijnhofkerk (slotconcert)

    uitvoerders: Vocaal Damesensemble Arabesk o.l.v. Marc Van den Borre, gemengd koor Dulcisona o.l.v. Marian Steyaert, gemengd koor Kalliope o.l.v. Sabine Haenebalcke, vocaal ensemble Mandriale m.m.v. Paul De Maeyer, orgel en hoornblazers.

    organisatie: Collegium Musicale Gandavense i.s.m. K&S Oost-Vlaanderen en provincie Oost-Vlaanderen
    info: Marc Van den Borre, 0486 / 56 26 59
    kaarten (10/12 €) te verkrijgen via collegiummusicalegandavense@gmail.com


    18-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vacature

    Vacature bij Brussels Philarmonic

    Functieomschrijving
    Je rapporteert aan de intendant. Je bent verantwoordelijk voor het financieel beheer en de
    personeelszaken. Je voert onder andere volgende taken uit :
    - Je maakt de jaarbegroting, volgt ze op en actualiseert ze wanneer nodig.
    - Je koppelt de begroting aan de algemene financiële boekhouding en aan de analytische
    boekhouding en doet de opvolging van beide.
    - Je volgt de fiscale en sociale wetgeving op en past die toe op maat van de organisatie.
    - Je ziet toe op een correcte afhandeling van de personeelsadministratie (payroll, administratieve verplichtingen, …).
    - Je rapporteert naar overheden en subsidiënten en volgt de controles op.
    - Je volgt de juridische dossiers op.
    - Je bent verantwoordelijk voor ICT.

    Profiel
    - Je hebt een master of gelijkaardig, liefst in economie of management, of je genoot een aanvullende managementopleiding, of je hebt een sterk aantoonbaar curriculum van elders verworven competenties.
    - Je hebt minstens twee jaar relevante ervaring, al dan niet in de culturele sector.
    - Je hebt een goede geschreven en mondelinge kennis van het Nederlands, Frans en Engels.
    - Je hebt een goede gebruikerskennis van de courante informaticatoepassingen (Outlook, Word, Excel, …) en bij voorkeur ook van een boekhoudprogramma en/of E-blox.
    - Je heb sterke analytische capaciteiten. Je bent discreet en administratief nauwgezet.
    - Je bent in staat om een complexe materie op een bevattelijke manier schriftelijk en mondeling weer te geven.
    - Je bezit uitstekende sociale vaardigheden die je toelaten om met uiteenlopende mensen op een gepaste manier te communiceren en om te gaan.
    - Je hebt een hart dat klopt voor cultuur.

    Wij bieden
    - een boeiende en internationale culturele omgeving.
    - een voltijds contract van onbepaalde duur met een aangepaste verloning.

    Interesse?
    Stuur je gemotiveerde kandidatuur (brief met gedetailleerde CV) vóór 8 juni 2009 naar gunther.broucke@brusselsphilharmonic.be. Meer info over onze organisatie vind je op www.brusselsphilharmonic.be en www.vlaamsradiokoor.be.


    17-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Clement D'Hooge zou 110 geworden zijn...





     



    Clement D’Hooghe werd op 21 april 1899 geboren in Temse, het dorp aan de Schelde waar ook Arthur Wilford en Piet Nuten het levenslicht zagen..
    Muziek zat bij Clement D’Hooghe letterlijk in de genen. Zijn vader was een veelzijdige muzikant, de muzikale factotum van Temse : violist en organist, directeur van de plaatselijke muziekschool, dirigent van de harmonie, koster-organist en leraar piano en orgel. Zijn oom, pater Bernardinus D’Hooghe componeerde religieuze muziek, zoals de Missa Carmelitana en de bundel Zeventig geestelijke liederen. Een andere oom was koster-organist in Kruibeke en onderhield nauwe contacten met Peter Benoit.
    Met een dergelijke muzikale pedigree mag het niet verwonderen dat Clement D’Hooghe door zijn vader in de muziek werd geïnitieerd. In 1919 trekt hij dan naar Antwerpen waar hij privé-lessen volgt bij Alexander Papen, toen nog tweede organist van de kathedraal. Hij schrijft zich ook in aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium en haalt er, telkens met grote onderscheiding, verschillende diploma’s : harmonie bij August De Boeck (1920), orgel bij Arthur De Hovre (1921), contrapunt en fuga bij Lodewijk Mortelmans (1922 - 1924). Daarnaast studeert hij er practische harmonie bij directeur Emile Wambach en piano bij Emmanuel Durlet. In 1927 bekroont hij zijn conservatoriumstudies met de Prijs Albert De Vleeshouwer voor compositie. Daarna gaat hij zich nog vervolmaken in religieuze muziek bij Jules Van Nuffel, orkestratie en compositie bij Paul Gilson (1928-1930) en orgelspel, met bijzondere aandacht voor improvisatie, bij Marcel Dupré in Parijs (1930-1931).
    Ondertussen was hij reeds actief als organist in verschillende Antwerpse kerken : Sint-Joris (1924-1926), de Heilige Geestkerk (1926) en uiteindelijk lange jaren in de Sint-Pauluskerk (1926-1951). Deze kerk in het hart van het Schipperskwartier beschikte over een florerende muziekkapel met een rijke traditie. Zang- en orkestmeesters waren o.m. Franciscus Guillielmus Aerts (benoemd in 1838), die de muziekbibliotheek van de kerk aanvulde door orkestmateriaal over te kopen van G.G. Kennis, de kapelmeester van Sint-Pieters in Leuven; Lodewijk Kiven (benoemd in 1864); Jan Broeckx (benoemd in 1906); Renaat Veremans (benoemd in 1924); Gust. Persoons (orkestmeester van 1927 tot 1971).
    Na het Motu proprio uit 1903 waarin Pius X ondermeer de versobering in de kerkmuziek predikte, waren in de meeste kerken de orkesten van de doksalen verdwenen. Maar niet zo dus in de Sint-Pauluskerk waar de koppige én melomane pastoor Van Bostraeten zijn orkest handhaafde. In deze vruchtbare omgeving was Clement D’Hooghe in nauwe samenwerking met Persoons mee verantwoordelijk voor verschillende spraakmakende uitvoeringen met soli, koor, orgel en orkest. De muziekkapel bracht veel Vlaamse muziek van ondermeer Benoit, Wambach, Gevaert, De Boeck, Van Nuffel, Meulemans, Van Hoof, Persoons (wiens Ruusbroeckmis op 26 januari 1936 werd gecreëerd) en D’Hooghe.
    Maar de gewelven werden ook gevuld met het grote repertoire (missen van Haydn, Mozart en Bruckner, met de Belgische creatie van diens Mis in e op Pasen 1942 als een van de hoogtepunten) en met eigentijdse kerkmuziek (bijvoorbeeld van Gretchaninof en Kromolicki).
    Alleszins was Clement D’Hooghe een begenadigd organist die goddelijk kon improviseren. Een bevoorrechte getuige als dr. Guido Persoons herinnert zich : Het was een voorrecht de voorname organist Clement D’Hooghe jarenlang, zondag na zondag, te zien orgelspelen. Vanuit een voortdurend moduleren, boeide hij door weergaloze improvisatie. Onrustig ook, wijzigde hij doorlopend zijn registratie. Geen tweeëndertig maten bleven de registertrekkers ongemoeid. Er waren geen schokken in deze klankkleurwijziging. Wij beleefden een voortschrijding door variatie, ingegeven door het ogenblik. Zijn registratie was even vinnig en verscheiden als de orkestratie van August De Boeck, die (als interim voor Arthur De Hovre) mede zijn orgelleraar was. De registratie bij Bachwerken was anders, massaal en meer continu. De slot-Toccata klonk met all registers open en gekoppelde klavieren. Op Groot-Orgel alleen, kreeg nadien het Fugathema door matig tempo, ruim de tijd voor toonvorming in de ruimte. Elke zware tel detailleerde de melodieopbouw. In grote blokken groeide de registratie naar het slot toe. Dit uiterlijk crescendo rondde voor ons de feestdag af.
    D’Hooghe had natuurlijk fantastische orgelleraars getroffen : Papen, een leerling van Callaerts, technisch uitstekend en begiftigd met een groot improvisatietalent; De Hovre, een belangrijk Bach-interpreet; en bovenal Dupré, zonder twijfel een van de grootste organisten van deze eeuw, die de verworvenheden van Widor en Vierne verzoende met de Lemmenstraditie en bij wie zowat alle Europese en Amerikaanse organisten met faam gingen studeren. Bij het einde van zijn studie loofde Dupré uitvoerig D’Hooghes orgelspel : Vous possédez le don de l’instinct de l’improvisation. Votre jeu est précis, brillant, parfaitement rythmé et clair. Votre style pour l’interprétation de Bach, de César Franck et des modernes comporte toutes les qualités de pureté, de respect nécessaire, en même temps qu’une extériorisation sincère et noble (brief gedateerd 2 maart 1931).
    En De Hovre getuigde meermaals dat D’Hooghe samen met Jef Van Hoof de beste improvisator was die hij ooit in zijn klas had.
    Een minder gekende activiteit van D’Hooghe is te situeren tussen 1928 tot 1936, de periode waarin hij artistiek directeur was van de Antwerpse Empire- en het Roxy-theater. Dit waren grote bioscopen waar een orkest de stomme films begeleidde en tussen de films door muzikale intermezzo’s verzorgde. In die tijd waren de cinema’s de grootste commerciële werkgever van muzikanten in Antwerpen : begin 1926 waren er in het Antwerpse 51 zalen die samen 324 muzikanten tewerkstelden. D’Hooghe debuteerde op 30 november 1928 als bioscoopdirigent met de begeleiding van de oorlogsfilm Hemel van glorie. Hij had de beschikking over een werkelijk uitstekend orkest, samengesteld uit 6 violisten, 1 cellist, 1 contrabassist, 1 pianist, 1 organist, 1 fluitist, 1 hoboïst, 1 klarinettist, 1 fagottist, 2 trompettisten, 1 trombonist, 2 hoorns en 1 slagwerker. Concertmeester en vioolsolo was de toen nog piepjonge Franz Wigy en onder de negentien overige muzikanten waren er nog elf met eerste prijzen van koninklijke conservatoria. De meerderheid was afgestudeerd aan het koninklijk conservatorium van Luik. D’Hooghe moest zelf voor de begeleidende muziek zorgen. Soms ging dat niet verder dan het handig aaneen breien van bestaande muziekfragmenten (sjablonen en cliche’s voor een liefdesscène, een achtervolgingsscène, een natuurscène), maar daarnaast maakte hij zelf een bewerking op basis van klassieke thema’s of componeerde hij originele muziek. De bioscopen concurreerden onderling met het beste orkest en de filmrecensenten bespraken niet alleen de film, maar ook de begeleidende muziek en de prestatie van het orkest.. D’Hooghe probeerde het bioscooppubliek in contact te brengen met klassieke muziek door in plaats van de gebruikelijke amusementsmuziek als "entr’acte musical" een eigen bloemlezing met thema’s van Benoit, Blockx, Wambach en Gilson of toegankelijke composities uit het internationale repertoire (zoals Saint- Saëns’ Rondo Capricioso met de zeventienjarige Wigy als solist) te brengen.
    Een dergelijke "volksopvoedende" taak zag hij ook voor zich weggelegd toen hij in 1929 directeur werd van de Berchemse muziekacademie. Hij beschouwde de muziekschool als een oord van culturele volksverheffing in een al te materialistisch aangelegd maatschappelijk leven. In zijn functie als directeur schreef hij veel voor kinderen: jeugdcantates en tientallen kinderliederen, die tijdens leerlingen-voordrachten vaak met orkestbegeleiding gebracht werden. En blijkbaar vielen die werken in de smaak, want later werd hij ook gevraagd door het Antwerps Jeugdtheater. Voor de muziekacademie verzorgde hij ook symfonische concerten. Op 7 januari 1950 bijvoorbeeld dirigeerde hij een vroege symfonie van Haydn, een pianoconcerto van Mozart (met Yvonne Van den Berghe als soliste), twee aria’s van Mozart (met de bas Edward De Decker), Noorse dansen van Grieg, een orkestdans van De Boeck en de creatie van het eerste deel van zijn eigen Romantisch Concerto voor piano en orkest (eveneens met Van den Berghe als soliste).
    In 1942 werd D’Hooghe aan het Antwerps conservatorium benoemd wordt tot leraar practische harmonie en "toonverzetting", zoals de - inmiddels afgeschafte - cursus transpositie toen genoemd werd. Na een korte schorsing na de oorlog solliciteerde hij in 1947 aan dezelfde instelling voor de functie van orgelleraar (in opvolging van Papen). Een aanbevelingsbrief van Marcel Dupré hielp niet en de benoeming ging naar Flor Peeters.
    De repressie heeft zijn gezondheid geen goed gedaan : Clement D’Hooghe was nog net geen 52 jaar toen hij op 1 april 1951 in Wilrijk overleed. Toch liet hij een omvangrijk oeuvre van zowat 400 werken na (bewerkingen incluis). Veel dienstbare muziek, gelegenheidswerk zoals stap- en feestliederen en cantates (Moederweelde, voor de inhuldiging van een materniteit in Temse in 1936; In memoriam Minister Arthur Van der Poorten, op tekst van Karel Jonckheere, 1946). Waar hij zich in deze volkse en functionele muziek als componist ondergeschikt maakt laat D’Hooghe elders een eigen en meer bij-de-tijdse taal horen met kleurtoetsen uit het Franse impressionisme. In zijn pianomuziek bijvoorbeeld, waar hij naast een sonate en enkele sonatines een voorliefde toont voor genrestukjes (Avondstemming, Chinoiserie, Solitude) en dansen. Zijn Gavotte en Tarentella zijn te horen op Philibert Mees’ recente CD "Romantische Vlaamse Klaviermuziek" (De Rode Pomp) en vallen op door hun ongecompliceerd speel- én luisterplezier. En Marcel Poot was zeer gecharmeerd door zijn Nocturne, die door de Ring samen met met werk van Albert, Baeyens, Borremans en Van den Broeck gepubliceerd werd : Dans le second volume d’oeuvres pour piano qui vient de paraître dans cette intéressante édition, une pièce attire particulièrement notre attention. Il s’agit du ‘Nocturne’ de Clément D’Hooghe. Ecrite dans une note très debussyste, très ‘latine’ d’aspect, cette oeuvre reflète une nature musicale tendre et délicate. M. Clément D’Hooghe s’y avère un musicien solide et possédant son métier jusqu’au bout des doigts. Il est regrettable tout de même qu’un si beau talent ne consacre sa juvénile force à la défense de la musique moderne ! (Revue musicale belge van 20 november 1926)
    Vreemd genoeg componeerde de organist D’Hooghe slechts een vijftiental werken voor groot orgel, o.a. 4 Toccata’s, Kleine suite, Vrolijke optocht, Elegie. Verschillende van zijn werken staan regelmatig op het repertoire van o.m. Stanislas Deriemaeker en Kamiel D’Hooghe.
    Verschillende van zijn piano- en orgelwerken bewerkte hij later voor symfonisch orkest, maar daarnaast schreef hij ook enkele originele orkestcomposities : Symfonisch gedicht. Hulde aan drie nationale toondichters (1939), waarin hij een origineel eerbetoon brengt aan César Franck (geïnspireerd door diens orgelmuziek), August De Boeck en Peter Benoit (met citaten uit de Rubensmars en Mijn moederspraak); Kaboutersballet (1942), misschien wel zijn populairste orkestwerk, getuige alleen al de zes opnamen door het omroeporkest; de driedelige Orkestsuite, die in 1942 werd bekroond in de "Prijskamp ontspanningsmuziek" van het NIR. Daarnaast componeerde hij ook enkele concerterende werken, zoals het Romantisch Concerto (1949) dat in 1994 werd opgenomen door Jozef De Beenhouwer en het BRT-orkest o.l.v. Sylveer Van den Broeck, en de Legende voor cellosolo en orkest (1942). Na het orgel was de cello D’Hooghes geprefereerde instrument.
    Hij schreef verschillende stukken voor cello solo, voor cello solo met begeleiding van 8 cello’s, en voor cello en piano, zoals de geëlaboreerde Cellosonate (1945) waarover Piet Nuten schreef : De gedegen thematische dialectiek, de expressieve zangerigheid, de spanningsvolle dialogen, het rijkgeschakeerde harmonische beeld, de nooit falende trefkracht en dynamische beklemtoning van het instrumentale samenspel zijn eigenschappen die deze compositie plaatsen bij het beste uit de Vlaamse cello-literatuur.
    Ook de rest van zijn kamermuziek verdient beter dan de totale onverschilligheid waarmee ze nu bejegend wordt, zoals het Pianotrio (in 1939 bekroond in de nationale wedstrijd Foyer de l’art vivant), het Pianokwartet (1939); het Trio in vorm van suite (voor piano, viool en altviool) dat vele keren werd uitgevoerd door het trio van violist Jozef Pauly; het Strijkkwartet (1944) dat door het Quatuor Wigy in 1947 werd opgenomen voor het NIR; werken voor viool en piano (o.a. Canzonetta uit 1934, opgedragen aan Frans Wigy) en verschillende composities voor blaasinstrumenten.
    Naast de reeds genoemde gelegenheidswerken componeerde D’Hooghe nog heel wat vokale muziek, zoals tientallen kunstliederen op teksten van o.m. René De Clercq, Willem Gijssels, August Van Cauwelaert, Maurice Maeterlinck en de onvermijdelijke Guido Gezelle. Het grootste deel van zijn religieuze koormuziek schreef D’Hooghe voor de Sint-Pauluskerk : Missa in honorem S. Pauli voor 2 gelijke stemmen en orgel (1930); Te dicimus praeconio, een hymne op het gregoriaanse Ave Maris Stella voor bariton, mannenkoor, orgel en orkest (1940); Psalm 145 Lauda anima mea Dominum voor gemengd koor, orgel en orkest (1941); O Jesu amor mi, voor 2 gelijke stemmen en orgel; Magnificat, voor 3 gelijke stemmen, orgel en strijkers (1942); de tweede Missa in honorem S. Pauli, bijgenaamd Missa gregoriana, die voor het eerst met orkest werd uitgevoerd op Kerstdag 1943; Missa brevis, voor 2 of 3 gelijke stemmen (1944); Ave Maria, Regina Sacratissimi Rosarii, voor driestemmig gemengd koor en koperensemble. Verder componeerde hij nog enkele zettingen van Adeste fidelis, Adoro Te, Pie Jesu en Tantum Ergo.


    Bezoekers ....

    Zin om een boodschap door te geven? Dit kan hier.


    Interessante sites op het net
  • Algemeen Nederlands Zangverbond
  • Koor en Stem
  • Studiecentrum voor Vlaamse Muziek
  • IMSLP: partituren op het net
  • Leven en werk van Jef TINEL
  • Partituren op het net (CPDL)
  • Componisteninfo (Matrix)
  • Componisteninfo (Cébédem)
  • Muziekcentrum Vlaanderen
  • Peter Leys op Soundcloud

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!