NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Peter Leys



Archief
  • Alle berichten


    13-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Organist - componist Jos Mertens 85 !

    Dit weekend is Jos Mertens jarig.




    De man wordt 85.
    Hij oogt echter als een kwieke zestiger.
    Aan het orgel is hij nog steeds een virtuoos.
    Aan zijn werktafel componeert hij nog volop (zag je hem niet in 'Man bijt hond' met zijn tune voor geluidloze elektrische auto's?).
    Als causeur - met een Blonde Leffe in de hand - houdt hij je uren bezig.
    Wie zong nooit zijn 'Avondliedje'?
    Fris blijven zijn liederen klinken (vb. 'Ik ken een blond Marleentje' en 'Schachtenliefde'....).
    Zijn 4-stemmige Nederlandse mis en Onze Vader zijn door en door religieus.
    Zijn cantate 'Kringen van Tijd' vat zijn hele leven samen.
    Als pianist op Zangfeesten en Dagen van het Vlaamse Lied blijft hij onsterfelijk.

    Op zaterdag 17 oktober huldigt het koor Singet Scone hem in de kerk van Groot - Bijgaarden om 18 uur. Hij weet het echter nog niet. Houden zo!

    Jos, ad multos annos.....


    01-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlaams componist, dirigent en pedagoog overleden

    Componist Julien Mestdagh overleden

    annelies focquaert

    Op 26 september overleed in Zwijnaarde dirigent en componist Julien Mestdagh. Geboren in Gent op 21 november 1922, studeerde hij piano, orgel en compositie aan het Gentse Conservatorium. Later gaf hij er zelf les als begeleider en leraar notenleer, contrapunt en fuga. Ook aan het Lemmensinstituut en aan de Conservatoria van Brussel en Rotterdam was hij verbonden als leraar in verschillende theoretische vakken. Als pedagoog maakte hij verschillende studiereizen in opdracht van het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Bij de Koninklijke Opera van Gent was hij gedurende 20 jaar gastdirigent en bij Studio Steurbaut was hij artistiek directeur. Naast didactische werken schreef hij ook verschillende liederen, koorwerken, piano- en orgelmuziek en muziek voor orkest. Zijn Cantate op het Hooglied van Salomon werd in 1992 in Brugge gecreëerd.



    De Gentenaar Julien Mestdagh (°21/11/1922) is op 26 september overleden. Mestdagh is twintig jaar gastdirigent geweest in de opera en veertig jaar leraar aan het Gentse conservatorium. Eerst gaf hij daar notenleer en daarna contrapunt en fuga of m.a.w. de technieken van de compositieleer. Diezelfde cursus gaf hij later ook in Brussel en daar was Maria Cogen zijn assistente. Ze werd later zijn levensgezellin. Zelf heeft Mestdagh de dirigentencursus van Von Karajan gestudeerd in Salzburg. Hij is ook opnameleider geweest bij Studio Steurbaut, waarover hij sappige anekdotes kon vertellen, o.a. over hoe hij eens heeft meegemaakt dat Rudolf Werthen een bepaald stuk niet onder de knie kreeg. Hij wordt begraven op donderdag 1 oktober om 10 uur in de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in de Van Goethemstraat te Merelbeke-Flora.

    Op de eerste plaats was Julien Mestdagh echter componist. Zijn eerste compositieopdracht kwam in 1966 van het Festival van Vlaanderen, een werk voor orgel dat rechtstreeks op televisie werd gecreëerd door Gabriël Verschraegen in de Sint-Baafskathedraal. Zijn grootste werken zijn een cantate op het Hooglied van Salomon (in 1992 in Brugge gecreëerd bij de Jezuïeten – omdat het in Sint-Baafs niet door de beugel kon – door het Nationaal Orkest van België gedirigeerd door hemzelf en met o.a. Mireille Capelle als soliste) en een musical op een libretto van Raymond Cogen, de broer van Maria. Peter Ritzen wil al lang zijn pianoconcerto creëren met het BRTN-orkest, maar dat heeft hij dus bij leven alvast niet mogen meemaken.
    Maria Cogen, ook wel bekend als de directrice van de muziekacademie van Gentbrugge, creëerde in 1994 een sonate voor klavecimbel die haar levensgezel in opdracht van de Stadsconcerten had gecomponeerd. Het was naar zijn eigen zeggen “een atonale compositie, die echter toch voldoende melodische structuur bezit, opdat men een dissonant toch van een valse noot zou kunnen onderscheiden.”
    “Ik heb nog atonale gehoorvorming gegeven aan het conservatorium van Brussel,” ging Julien verder, toen ik hem bij hem thuis ging interviewen voor Het Laatste Nieuws, “en dat aanleunen bij een sfeer van tonaliteit is typisch voor mijn muziek. Sommigen zeggen dat ze een synthese is van Boulez en Stravinsky, maar ik geloof daar niet in. En ‘t klinkt zeker niet zoals mijn favoriete componisten Richard Strauss en Gustav Mahler. Anderen zeggen gewoon: ‘t is Mestdagh! En dat vind ik ook.”
    “Via improviseren kom ik tot een thema en daarop heb ik dan voortgewerkt. Tot ze af is. En een compositie is bij mij altijd àf. Ik laat ze pas liggen als ik er tevreden over ben. Aan deze sonate van 17 minuten heb ik anderhalve maand geschreven. Ze is bedoeld voor een kopie van een barokinstrument en niet voor een modern clavecimbel, zoals dat bij het concerto van Frank Martin, dat Maria vóór de pauze zal vertolken, wél het geval is. Dat concerto stelt ook veel meer de virtuositeit op de voorgrond, al zegt Maria dat mijn sonate ook zeer moeilijk is om uit te voeren. Maar virtuositeit om de virtuositeit, dat zegt me niets.”
    De sonate viel in mijn smaak. Maar is dat een criterium “in de smaak vallen”?
    “Het is geen doel op zich, maar het doet wel plezier, ja.”
    Maria Cogen bevestigde trouwens dat er een heel groot verschil is tussen iets graag uitvoeren en iets graag horen. “Er zijn dingen die ik heel graag speel, maar waarnaar ikzelf niet zou gaan luisteren.”
    Maar dat was dus zeker niet het geval met het werk van Julien Mestdagh. De vraag is nu of zijn werk na zijn dood nu ook wat meer geapprecieerd gaat worden in ruimere kring.


    Musica Gandaviae: Organa, Artifices

    Musica Gandaviae: Organa, Artifices
    Type: album
    Formaat: cd
    Componist(en): Julien Mestdagh
    Adolph d'Hulst
    Gabriël Verschraegen
    Lucien Goethals
    Uitvoerder(s): Frank Heye

    Frank Heye aan het orgel van het Augustijnerklooster St. Stefanuskerk, de Onze-Lieve-Vrouw Sint Pieterskerk, en de Sint Jacobskerk
    Label(s): Senzanome
    Labelcode: 5411499 90052
    Copyrightdatum: 11.2007
    Beschikbaarheid: ter inzage in het Muziekcentrum Vlaanderen (op afspraak)
    Plaatsingsnummer: 001699
    Barcode: 0100000016992

    Info

    Orgelmuziek van Gentse componisten

    Track-info

    1-4. d'Hulst Adolph: Orgelsymfonie in e
    5-8. Verschraegen Gabriël: Sonata Da Chiesa
    9. Goethals Lucien: Klankstructuren
    10. Mestdagh Julien: Passacaglia en fuga in e op. 25


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Renaat Veremans

    Concert in de kijker : Stabat Mater van Renaat Veremans

     

    Op 25 oktober zal de Chorale Caecilia in Berchem het Stabat Mater van Renaat Veremans uitvoeren.
    Paul Dinneweth, die het werk zal dirigeren, schreef hierover:


    Zijn eerste lessen kreeg Renaat Veremans [1894>1969] van zijn vader. Hij studeerde verder aan het Lemmensinstituut te Mechelen en componeerde in die periode zijn beroemdste lied Vlaanderen, bekroond in de wedstrijd van de Maatschappij voor Taal en Volk. Later studeerde hij nog aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen, waar onder meer Oscar Depuydt, Arthur Meulemans, Aloïs de Smedt en August de Boeck zijn leraren waren.

    Het grootste deel van zijn leven was Veremans werkzaam te Antwerpen, respectievelijk als organist aan de St.-Pauluskerk (1914-1927), als operadirigent (1921-1943) en als docent notenleer aan het Conservatorium (1928-1959), waar hij honderden jonge Vlaamse musici vormde. Van 1943 tot 1952 was hij directeur van het Conservatorium te Brugge, waar hij het Renaat Veremans-koor oprichtte en het Brugse muziekleven een nieuwe impuls gaf.
    Hij overleed in juni 1969, slechts enkele dagen na het 32e Vlaams Nationaal Zangfeest, waar hij nog uitvoerig gehuldigd werd.

    Als componist van ruim 400 liederen, missen, motetten, psalmen en koorwerken, oratoria, drie symfonische gedichten, vier concerti, acht cantaten, vier opera’s, twee operettes, film- en toneelmuziek, beheerste hij de meest uiteenlopende genres. Zijn melodische vinding is het product van een spontane, impulsieve en emotionele natuur, van een persoonlijkheid die steeds zichzelf blijft. Respect voor de traditie was het credo van zijn creativiteit: “Musik als Ausdruck” heeft de toondichter dan ook steeds als zijn devies gekozen. Hij bleef afkerig van iedere neiging tot modernisme of atonaliteit. Spontaneïteit in de melodie en rijke harmonische kleuren (een chromatisch verglijdende tonaliteit) zijn de hoofdlijnen in zijn oeuvre. Ook zijn werkzaamheid als dirigent, gecombineerd met zijn bewondering voor het oeuvre van August De Boeck, hebben ongetwijfeld zijn inzicht in de orkestrale muziek beïnvloed.

    Het Stabat Mater, voltooid op 31 december 1964, straalt een diepe geloofsbelevenis uit, in een sfeer van eenvoud en wijding. Aan de basis ligt het beroemde dertiende-eeuwse gedicht van de Franciscaan Jacopone da Todi, dat de grote smart bezingt van een moeder die de marteldood van haar zoon moet meemaken. De tekst lag eveneens aan de basis van een gregoriaanse sequentia en heeft talrijke componisten geïnspireerd tot dikwijls aangrijpende composities. Ook Veremans’ voorliefde voor het Stabat Mater van Antonin Dvořák zal een invloed hebben uitgeoefend, wat hem echter niet belette om deze tekst op een eigen wijze te verklanken.

    Ik heb het werk gekozen op aandringen van Oscar Van Aerden en Magda Veremans, de schoonzoon en laatste nog in levende zijnde dochter van de componist. Oscar Van Aerden bezit het handschrift van de directiepartituur en toen ik dit bij hem thuis mocht doorlezen, viel mij meteen op dat dit een waardevol werk was, helemaal in die typische Vlaams-romantische stijl en uitvoerbaar door een (goed) amateurkoor. Voor mij kan deze compositie gerust de vergelijking doorstaan met het koorwerk van César Franck of Antonin Dvorak. Veremans gebruikt heel wat harmonische kleur naast een steeds zingbare melodische stemvoering. Bij de start van het repetitieproces konden we beschikken over partituren van CeBeDeM, helaas in een niet altijd makkelijk leesbaar kopie-handschrift (in een digitaal tijdperk!) en met toch nog enkele duidelijke fouten. Daar kwam enige weerstand op vanuit het koor. Ook de typische harmonische wendingen van Veremans liggen voor het koor niet altijd voor de hand. Toch denk ik dat de meeste zangers ondertussen gewonnen zijn voor deze compositie, met zijn steeds wisselende stemmingen, tonaliteiten, tempi en solistische interventies. Een zeer mooie passage is het Fac me tecum pie flere, waar de dames met de tenor-solo dialogeren. Een heel feestelijk Alleluia sluit, een tikkeltje triomfalistisch, deze compositie af.

    Om budgettaire redenen en omdat het werk een bredere uitvoerbaarheid zou krijgen, vroegen we aan Peter Van de Velde om een transcriptie voor orgel en strijkers te maken (oorspronkelijk is het opgevat voor tenor-solo, koor en orkest). De Chorale Caecilia is verheugd en vereerd om deze mooie compositie eindelijk, na 45 jaar, voor de eerste maal tot klinken te kunnen brengen.

    Op hetzelfde concert kan u overigens ook een transcriptie door Geert Vanderstraeten horen van twee Rückertliederen van Gustav Mahler, naast de versie voor kamerorkest van het Requiem van Duruflé.

    Paul Dinneweth, met dank aan Oscar Van Aerden.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Canvas doet zijn plicht ....

    Canvas viert Vlaamse componisten

    hugo sledsens (producer VRT-televisie)

    In 2009 komen we niet alleen veel muziek van Haydn, Händel en Mendelssohn tegen. Er zijn ‘toevallig’ ook heel wat Vlaamse jubilarissen uit de twintigste eeuw te herdenken. Of laat ons zeggen: twintig jaar geleden zag de VRT het nog als haar opdracht om actieve initiatieven te nemen ten gunste van Vlaamse componisten. Wie toen zestig of zeventig was, wordt er dit jaar tachtig of negentig. Canvas Klassiek zag de kans om hen in oktober en november te eren met uitzendingen die we nog in ons archief hebben liggen. Opvallend veel van de jubilarissen komen uit de Antwerpse hoek. Toevallig is er een rode draad in deze werken: bezinning, oorlog en hunkering naar vrede, rouw en dood. De uitzendingen beginnen telkens om 12u00.

    Uitzenddatum: 25/10/09
    Ouderdomsdeken is August Verbesselt, die 90 wordt in oktober. Van hem zenden we Ares en Irene uit. Een werk dat de Vlaamse televisie zelf nog creëerde in 1989. Deze compositie voor koor en orkest is, zoals alle rijpe werken van Verbesselt, knap georkestreerd, en in navolging van Schönberg, gebouwd op een reeks van twaalf tonen. De inhoud gaat over de eeuwige en uitzichtloze strijd tussen oorlog en vrede, tussen goed en kwaad. Opmerkelijk is de behandeling van het koor. Dat laat overwegend onverstaanbare kreten horen. Geleidelijk worden woorden als ‘Morte’ en ‘Pace’ verstaanbaar. Op het einde horen we het Bach- koraal Ermuntere dich, mein schwacher Geist. Een poging van Verbesselt om een hoopvol perspectief te creëren. Tevens een groet van de dodecafonist aan de door hem hoog geachte contrapuntmeester, Johann Sebastian Bach. Het BRT- Filharmonisch orkest en – koor staan onder leiding van Silveer van den Broeck.

    Er zijn ook twee tachtigjarigen. Frédéric Devreese en Frits Celis :

    Uitzenddatum: 25/10/09
    Frédéric Devreese componeerde het ballet Gemini in 1980 voor de tiende verjaardag van het Ballet van Vlaanderen. Repetitieve elementen spelen een belangrijke rol. We horen de oorspronkelijke versie voor twee piano's, gespeeld door André De Groote en Robert Groslot. We zien de choreografie van Marc Bogaerts, zoals ze toen gecreëerd werd in de Opera van Gent. Met dansers als Tom Van Cauwenbergh, Karin Heyninck, Koen Onzia en Rudi van den Berghe. Het scenario werd geschreven door Chris Yperman. Er zijn drie grote scènes: De dans van de tweelingen, De Verleiding en Het gevecht. De tweeling heeft het moeilijk om zijn eigen identiteit te vinden. Pas als de ene zijn spiegelbeeld ontmoet, is hij volledig. Sterft één van de tweelingen, dan sterft automatisch ook de andere.

    Uitzenddatum: 08/11/09
    Frits Celis gebruikte voor Preludio e Narrazione het gedicht De ouders van Anton van Wilderode. Van Wilderode inspireerde zich op zijn beurt op ‘Het treurende ouderpaar’, het dubbelmonument van Käthe Kollwitz, nu te zien op het Duits soldatenkerkhof van Vladslo. Kollwitz wilde niet alleen haar eigen zoon herdenken. Die sneuvelde in 1914 als een van de allereerste aan het Ijzerfront. Het gebaar van machteloosheid dat door haar beelden uitgedrukt wordt geldt als een eerbewijs aan allen die de dood vinden in zinloze slachtingen als die aan de Ijzer. De muziek van Celis beschrijft de tragische zoektocht van de ouders naar het graf van hun gesneuvelde zoon. We horen de sopraansolo van Jacqueline van Quaille. Fernand Terby begeleidt met het BRT-Filharmonisch orkest. Raf Verpooten maakte een filmische evocatie. De soldatenkerkhoven uit de Eerste Wereldoorlog spelen hierin een grote rol.
    Dit programma krijgt een heruitzending op 11 november om 20u40 op Canvas+.

    Uitzenddatum: 04/10/09
    Ook Willem Kersters werd tachtig jaar geleden geboren. Maar hij overleed al in 1998. Van hem horen we zijn Tweede Symfonie. In 1961 werd hij tweede laureaat in de Koningin Elisabethwedstrijd voor compositie met het ballet De triomf van de geest. Twee jaar later won hij met zijn Tweede Symfonie de compositieprijs van de stad Trieste. Deze bekroningen maakten van hem een componist met internationale allure. De Tweede Symfonie is gebouwd op twee twaalftoon reeksen. Ze sluit bij Kersters een periode af van streng serieel denken, al blijkt dat nergens uit het klankresultaat. De symfonie heeft een onweerstaanbare emotionele zeggingskracht. Hans Rotman leidt het BRTN-Filharmonisch orkest. Uitvoering en opname vonden plaats in de Brusselse Magdalenazaal.

    Uitzenddatum: 08/11/09
    Er is ook nog Marinus de Jong [1891>1984]. De Hollandse Antwerpenaar, die 25 jaar geleden overleed, speelde als pianist, componist en theoreticus een opmerkelijke rol in het Conservatorium van Antwerpen. Pianist Jozef De Beenhouwer is een leerling van Lode Backx, die zelf nog gevormd werd door Marinus de Jong. De Beenhouwer speelt in het Antwerpse Delbekehuis de nocturne Schemeravond op Esschenhof opus 53 uit 1945 en de ballade Ex vita mea opus 3, uit 1917.

    Uitzenddatum: 22/11/09
    Tenslotte leiden al deze herdenkingen ons op weg naar het portret van Wim Henderickx. Deze vruchtbare Antwerpse componist van nog geen vijftig voelt zich als ‘een oosterling verdwaald in het Westen’. Wim Henderickx was een leerling van Willem Kersters aan het Antwerps Conservatorium, waar hij nu zelf een analyse- en compositieklas leidt. Hij leeft zich tot nog toe vooral uit in orkestwerk, kamermuziek en werken voor het muziektheater.

     


    24-09-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jean-Paul Byloo 60

    Jean-Paul Byloo werd geboren in Veurne in 1949.
    Na zijn humaniorastudies te Veurne studeerde hij aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent, waar hij de eerste prijzen notenleer (klas Gaston Van Damme), piano (klas Abel Matthys), harmonie (klas Jeanne Vignery), contrapunt (klas Roland Coryn) en fuga (klas Gery Bruneel) behaalde.
    Byloo studeerde koordirectie aan de Kurt Thomasstichting in Den Haag en moderne compositietechnieken bij Lucien Goethals.
    Hij besloot zijn muziekstudies aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel met een eerste prijs met onderscheiding voor compositie in de klas van André Laporte.
    Cantabile
    Van 1972 tot 1982 was Byloo leraar notenleer en piano aan de Stedelijke Muziekacademie van Veurne. Byloo dirigeerde het Beauvarlet Kamerkoor uit Nieuwpoort (1975-1985) en de Cantores Servadie uit Diepenbeek (1985-1988).
    Sedert 1982 is Byloo directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans te Geel en leraar notenleer aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel.
    Sinds 1992 doceert hij vormanalyse en instrumentatie aan het Brusselse Conservatorium.
    Momenteel woont hij in Geel.

    Het werk van Byloo werd bekroond in compositiewedstrijden van o.a. Sabam, Cantabile, de Provincies West-Vlaanderen en Antwerpen en de Koninklijke Academie.
    Zijn composities werden in première gebracht op het Festival van Vlaanderen, Ars Musica Brussel, de Nacht van Radio 3 en de Belgisch-Nederlandse Muziekdagen.
    Byloo componeerde plichtwerken voor belangrijke muziekwedstrijden en kreeg talrijke compositie-opdrachten van vooraanstaande solisten, kamermuziekgroepen en orkesten.

    De nieuwe oogst. Nationale koorcompositie 2005Talrijke eenvoudige koorwerken en liedbewerkingen werden uitgegeven door ANZ Antwerpen en door uitgeverij De Noteboom.
    Er werden opnames gemaakt van koor-, kamer- en orkestwerken door de VRT.

    De werken van Byloo werden uitgevoerd in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Hongarije.

    Ad multos annos!


    23-09-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Proficiat!

    Muziekfestival Neerpelt krijgt een prijs

    Het Europees Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt krijgt de Prijs van de Europese burger. Die prijs wordt uitgereikt door het Europees Parlement aan 37 personen en verenigingen die zich inzetten voor meer Europese integratie en samenwerking.

    "Het festival doet al sinds 1953 verwoede pogingen om de grensoverschrijdende contacten te bevorderen tussen de jeugd", zegt bestuurslid Leon Houben. "Daarom heeft Europees parlementslid Ivo Belet (CD&V) ons voorgedragen voor de prijs. Personen krijgen een medaille, verenigingen een gedenkplaat."

    De officiële overhandiging van de gedenkplaat volgt volgende week woensdag in het Hubertus-theater in Neerpelt. Eerder kreeg ook de federatie van het Oud Limburgs Schuttersfeest al de onderscheiding.


    27-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlaamse muziek promoten

    Afzonderlijk katern Vlaamse muziek bij GIG - International Arts Manag

    Naar aanleiding van het muziektheaterfestival Opera XXI nam Muziekcentrum Vlaanderen het initiatief om een extra katern rond de klassieke muziekscène in Vlaanderen te laten opnemen bij het tijdschrift GIG - International Arts Manager.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slecht nieuws

    Alvaro Celso Guimarães overleden

    Alvaro Guimarães, Belgisch componist van Braziliaanse afkomst, was verbonden aan de Hogeschool Gent, departement Muziek en was medestichter en artistiek leider van het KunstArbeiders Gezelschap. Alvaro Guimarães (°1956), studeerde aan het 'Conservatorium Mozarteum' in São Paulo bij o.a. Minininha Lobo, Maria Helena do Amaral en Oswaldo Lacerda. Hij voltooide verdere studies in compositie bij Hans-Joachim Koellreutter, Coriun Aharonian en Klaus Huber (Cursos Latino-Americano).

    In België specialiseerde hij zich in muzieksociologie bij professor Herman Sabbe aan de 'Rijksuniversiteit Gent'. Alvaro was gehuwd met pianist Katrijn Friant.
    Alvaro Guimarães was medestichter van de 'Núcleo Música Nova' in São Paulo, een vereniging voor hedendaagse muziek die actief was in de jaren '70 en '80, en die samenwerkte met o.a. Julio Estrada, John Cage, Klaus Huber. Hij was artistiek leider en medestichter van het 'Spectra Ensemble' in België en van het 'Festival música Nova' in Brazilië. Als producer was hij verantwoordelijk voor verschillende wereld- en Belgische premières van werken van o.a. Nicolaus A. Huber, Isabel Mundry, Jörg Birkenkotter, Ivo Nilssen, Gilberto Mendes and Kumiko Omura.

    Yasmine overleden

    Yasmine - Vandaag (het morgen van gisteren) [CD Scan]

    Zangeres en tv-presentatrice Hilde Rens, beter bekend als Yasmine, is vandaag overleden. Sinds de jaren '90 bracht ze heel wat (nederlandstalige) singles en albums uit. Op haar recentste plaat 'Licht Ontvlambaar' werkte ze samen met o.a. Kris De Bruyne, Thé Lau en Stef Kamil Carlens. Yasmine was ook bekend als presentatrice, o.a. bij Radio Donna en één. Dit jaar presenteerde ze nog de muziekshow 'Zo is er maar één' en het showbizzprogramma De Rode Loper. Yasmine stapte zelf uit het leven, ze werd 37.

    Eén opende een rouwregister om Yasmine te gedenken.


    21-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mgr. Jules Vyverman 20 jaar geleden overleden.

    Vyverman zag op 6 januari 1900 het levenslicht in Mechelen.

    Muziek was meteen zijn grote passie. Als 13-jarige speelde hij reeds op het orgel van het Sint-Romboutscollege.

    Na collegestudies in zijn geboortestad ging hij naar het seminarie om priester te worden in 1923. Gedurende die seminarietijd werd hij enige tijd ziek en moest hij een tijdje het bed houden. In die periode componeerde hij een mis die hem meteen een toegangsticket tot het Lemmensinstituut opleverde. Zo werd hij leerling van o.a. Aloys Desmet, Oscar Depuydt, Jules Van Nuffel, Lodewijk Mortelmans, Flor Peeters en Marinus De Jong. In die periode componeerde hij verschillende liederen, een mis voor zes stemmen en orgel (Missa Beatae Virginis Mediatricis), motetten en de psalm ‘Domine non est exaltatum’.

    Hij gaf les aan het Berchemse Stanislascollege van 1926 tot 1935. Ook daar vond hij nog de nodige tijd om te componeren. Hij schreef er o.a. zijn oratorium ‘Pastor Bonus’ (1932) en verschillende cantates en symfonische werken. Hieruit bleek het grote symfonisch talent van de jonge priester.

    In 1935 werd hij aangesteld tot leraar gregoriaans, begeleiding en harmonie aan het Lemmensinstituut te Mechelen. Hij werd ook repetitor van het wereldbefaamde St.- Romboutskoor dat in 1916 was gesticht.

    In 1949 volgde hij Van Nuffel op als leraar muziekanalyse en koordirectie in het Lemmensinstituut en hij volgde tegelijkertijd zijn grootmeester op als dirigent van het St. – Romboutskoor. En in 1952 werd hij dan zelf directeur van het Lemmensinstituut. 10 jaren later, in 1962 werd hij benoemd tot inspecteur van het muziekonderwijs in het aartsbisdom.

    Tussendoor was hij nog geheim kamerheer van de paus, voorzitter van het verbond ‘Pueri Cantores’, hoofdredacteur van het muziektijdschrift ‘Musica Sacra’ en lid van de Vereniging voor Muziekgeschiedenis van Antwerpen. Hij zetelde in de beheerraad van de Nationale Discotheek van België en schreef samen met Felix Steylaerts het handboek ‘Muziek op school’.

    Tussendoor vond hii gelukkig nog de tijd om een Mariacantate, liederen en motetten te componeren.

    Vyverman hechtte zeer veel belang aan het doen zingen van kinderen. Dat zien we niet alleen in zijn activiteiten in het Mechelse St. – Romboutskoor en aan zijn voorzitterschap van ‘Pueri Cantores’. Hij schreef veel liederen, ook voor kinderen en hij was jurylid van de legendarische wedstrijden voor radioschoolkoren. Het was zijn ambitie om via het doen zingen van kinderen de jeugd en hun muzikaal niveau op te tillen.

    Als leerling en erfgenaam van Van Nuffel had Vyverman zeer veel interesse en waardering voor het gregoriaans. Als docent en redacteur droeg hij veel bij tot de herbronning van het gregoriaans en de begeleiding ervan. Met zijn knapenkoor wilde hij een heropstanding van het gregoriaans bewerkstelligen tegen de trends van vervlakking van die tijd in. Amateuristische kerkliederen en zogenaamde jeugdmissen waren aan hem niet besteed. Ook de polyfonie droeg hij hoog in zijn hart. Paus Paulus VI loofde zijn kamerheer voor zijn inspanningen om de schat van het gregoriaans en de polyfonie in ere te houden.

    Vyverman overleed in 1989.

    De rol van Vyverman als pedagoog en dirigent is niet te overschatten. Hij bracht het Mechels knapenkoor overal in de wereld en dwong overal ontzag en bewondering af. Hij vormde generaties musici en drukte zijn stempel op de koordirigenten en organisten. De revival van het gregoriaans en de polyfonie zijn voor een groot deel aan hem te danken.

    Als componist liet hij zeer romantische werken achter. Net zoals zijn idool Van Nuffel schreef hij psalmen en motetten voor grote bezettingen die in de kathedraal imponerend klinken. De triomferende kerk vierde hoogtij in zijn oeuvre. Op deze manier was hij kind van de Mechelse school en gaf hij voedsel aan zijn opvolgers tot vandaag. Zelfs de modernen van vandaag zoals Ludo Claesen, Kurt Bikkembergs en Peter Pieters zijn schatplichtig aan figuren als Van Nuffel en Vyverman. En ze geven dat ook graag toe. Het Lemmensinstituut ademt nog de sfeer van deze grote dagen.

    Net zoals bij Van Nuffel zijn de psalmen en motetten van Vyverman vaak gebaseerd op het gregoriaans. Zeer belangrijk is de tekstbeleving. De teksten worden uitbundig, statig en in een massieve constructie tot uitbeelding gebracht. Zijn werk wordt gekenmerkt door een expressieve lyriek. Als bewonderaar van Debussy verwerkte hij impressionistische trekjes in zijn werken en bij Grieg haalde hij zijn poëtisch lyrisme.

    Naast indrukwekkende psalmen en cantates schreef hij ook innige motetten zoals ‘O sacrum convivium’, ‘Virgo est lilium’, ‘Quasi arcus’, ‘O quam suavis’ en de ’Tria cantica ad laudes verspertinas’.

    Hij schreef ook liederen in de typisch Vlaamse volkse toon. Zeer populair werd zijn fris klinkend staplied ’Als de brem bloeit op de heide’. Samen met Armand Preud’homme nam hij deel aan een compositiewedstrijd van het Eerste Kempisch Landjuweel in Herentals in 1937 met dit lied. De versie van Preud’homme werd wellicht het bekendst, maar Vyverman won wel de eerste prijs. Terecht fier was hij dat hij de prins van het Vlaamse volkslied had verslagen. Het kon echter de verstandhouding tussen Vyverman en Preud’homme niet schaden. Enkele jaren geleden galmde het lied in de versie van Vyverman nog in het sportpaleis tijdens een Vlaams-Nationaal Zangfeest. Misschien moet het lied nog maar eens uit de kast gehaald worden. Het is een mooie illustratie van Vyvermans pogingen om de jeugd degelijke liederen te laten zingen. Andere liederen zijn o.a. ‘Lenteliedje’, ‘Zonsondergang’, Zon in ’t hart’, ‘Meisjes zijn bloemen’, ‘Hymne van trouw aan de Vlaamse haard’ en ‘Gans gereed om heen te varen’.



















    Precies dit jaar verscheen bij Eufoda de CD ‘Ad majorem Dei Gloriam met orgelmuziek en koorwerken van 5 directeurs van het Lemmensinstituut. Een schitterende CD vertolkt door het koor van het Lemmensinstituut o.l.v. Kurt Bikkembergs. Aan het orgel zat Peter Pieters. Naast muziek van Lemmens, Desmet, Tinel en Van Nuffel staat ook de grootse psalm 13O (Domine non est exaltatum) van Jules Vyverman, geschreven in 1926 voor 6 gemengde stemmen en orgel. Hier geeft de compopnist blijk van niet te moeten onderdoen voor zijn leermeester qua majestas en godsdienstige beleving.

    Zijn composities bewijzen het aristocratisch en toch volksgerichte karakter van Vyverman die steunend op een groot technisch kunnen muziek schreef die iedereen kan aanspreken –zonder schools of academisch te zijn- dankzij een lyrisch karakter.

    Citeren we Flor Peeters n.a.v. de creatie van Vyvermans cantate ‘Kamper Gods’ rond de figuur van Rumoldus: “Uit de muziek van Vyverman spreekt een warm-menselijke atmosfeer. Voorliefde tot rijke en gestoffeerde harmonisatie (hij houdt ongetwijfeld veel van de impressionisten), zin voor afwisseling in het uitbeelden van de tekst geven een warme toon en een voornaam karakter aan deze muziek. Er is verscheidenheid in het uitbouwen zijner muzikale plannen en, wat meer is, het is goed gecomponeerde muziek die in een goede vorm gegoten een logische ontwikkeling krijgt.” Peeters verwijst nog naar een verband met niemand minder dan Benoit qua conceptie en spontaneïteit der inventie en naar de inspiratie vanuit het gregoriaans met de oude modi. De musicoloog Paul Tinel sprak over Vyvermans werk in termen als ‘une intensité d’expression, une interiorité de sentiment, une suavité mystique…..’ Als laatste citaat verwijzen we naar  Dr. L. Goffinet: “zuiver lyrisch sentiment, impressionistisch uitgebeeld op streng klassieke grondslag en zich ontplooiend in een strikt persoonlijke atmosfeer.”


    18-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beiaardier Eugeen Uten zou 90 geworden zijn



    Hij vertrok in 1944 naar de Koninklijke Beiaardschool te Mechelen en volgde er les bij Staf Nees (beiaard) en Jef Van Hoof (compositie en harmonie).
    Op 15 juli 1948 behaalde hij het uitgangsdiploma met grote onderscheiding. Slechts enkele maanden later, op 21 mei 1949, werd hij aangesteld als stadsbeiaardier te Brugge.
    In 1957 won hij een eerste prijs op de internationale compositiewedstrijd te Utrecht (Nederland).
    In 1958 werd hij laureaat in de Expo-compositiewedstrijd voor beiaardmuziek te Mechelen.
    In 1959 behaalde hij als eerste in de geschiedenis van de beiaardschool het virtuositeitsdiploma voor beiaard met grootste onderscheiding.

    In 1984 werd hij voor 35 jaar actieve dienst en als dank voor zijn waardevolle inzet voor de ontwikkeling van de Brugse beiaard en de beiaardmuziek in het algemeen bekroond met het Ridderkruis in de Kroonorde.

    Als een zeer gedreven en hard werkend musicus schreef hij ongeveer 120 eigen composities en zo’n 1000 bewerkingen die de Brugse beiaard optimaal lieten klinken


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gabriël Verschraegen zou 90 geworden zijn.


    Gabriël Verschraegen studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen en aan het Koninklijk Conservatorium te Gent ondermeer bij Flor Peeters (orgel), Marinus de Jong, Staf Nees, Jules Van Nuffel en Toussaint de Sutter.
    In 1944 werd hij benoemd tot organist aan de Sint-Baafskathedraal te Gent en in 1950 werd hij orgelleraar aan het Koninklijk Conservatorium aldaar.
    In 1962 werd hij benoemd tot directeur van de Academie voor Muziek en Woord te Lokeren en in 1968 werd hij directeur van het Conservatorium van Gent.
    Verschraegen was stichter-voorzitter van het Gentse orgelcentrum en genoot als organist internationale faam.
    Als componist schreef hij voornamelijjk voor orgel.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Componist wordt 60

    Octaaf Van Geert

    Octaaf Van Geert werd geboren te Aalst op 4 februari 1949.
    Hij studeerde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent en Brussel, waar hij de eerste prijzen voor notenleer, harmonie, contrapunt, fuga en compositie behaalde. Zijn voornaamste leraars waren O. Van Puyvelde, J. Mestdagh, V. Legley en R. Coryn.
    Zijn composities werden meermaals bekroond:  in 1977 werd hem de provinciale prijs voor vocale muziek (Oost-Vlaanderen) toegekend, in 1984 ontving hij de prijs Belgische artistieke promotie in de nationale compositiewedstrijd Peter Benoit (Harelbeke) en kreeg hij de prijs Jef Denijn op de internationale compositiewedstrijd voor beiaard te Mechelen, en in 1986 ontving hij de nationale prijs Muzikon Koninklijk Muziekconservatorium Gent en de Muizelhuisprijs op de nationale compositiewedstrijd voor kamermuziek.
    Octaaf Van Geert was en is vooral in het onderwijs actief:  hij gaf notenleer aan de muziekacademie van Aalst en muzikale opvoeding aan de Hogeschool Gent K. Ledeganck van 1971 tot 1980. Sinds 1979 geeft hij harmonie aan het conservatorium van Brugge, en harmonie, contrapunt en fuga aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent, waar hij sinds 1992 ook orkestratie, organologie en compositie doceert.
    Samen met Lucien Posman en Daniel Gistelinck vormt hij de zogenaamde “nieuwe Gentse school”: deze componisten zijn leerlingen van Roland Coryn.
    Zijn werken werden gecreëerd door onder meer het Hans Memling Trio, het Nieuw Vlaams Symfonieorkest onder leiding van P. Peire, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen onder leiding van M. Tang, het Ensor strijkkwartet, het pianoduo Kolacny en het VRT-orkest onder leiding van H. Rotman.
    Recente opdrachten en projecten (sinds 2001) omvatten onder meer het strijkkwartet nr. 2, de deelname aan het componistenfestival Van in de Rode Pomp te Gent en de cd-opname van zijn pianotrio door het Rachmaninovtrio.


    14-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Frederic Devreese 80 !
    Frédéric Devreese

    Frederic Devreese werd op 2 juni 1929 te Amsterdam in een zeer muzikale familie geboren.
    Zijn moeder speelde viool, net zoals zijn vader Godfried, die eveneens een bekende componist en dirigent was. Van hem kreeg de jonge Devreese ook zijn eerste lessen harmonie in het conservatorium van Mechelen.
    Later studeerde hij aan het Brusselse conservatorium bij Marcel Poot (compositie) en René Defossez (orkestdirectie).
    In 1949 won hij de compositieprijs van het internationaal pianoconcours van Oostende met zijn eerste pianoconcerto, dat bijgevolg als plichtwerk moest worden gespeeld. Hierdoor werd hij nationaal opgemerkt, waardoor hij beurzen kreeg om in Rome (compositie bij Ildebrando Pizzetti en directie bij Previtali) en Wenen (directie bij Hans Swarowski) te studeren.
    Deze studies rondde Fréderic Devreese in 1956 af, waarna hij terug naar België kwam.
    In 1958 werd hij televisierealisator voor de toenmalige BRT, waar hij later werkzaam werd als dirigent en producer. Op de BRT zou hij ook drie jaar lang films sonoriseren, wat de ideale leerschool voor het schrijven van filmmuziek was.
    Devreese had en heeft ook veel belangstelling voor jonge muzikanten, die hij wilde stimuleren en promoten door initiatieven zoals Tenuto (Belgische nationale muziekwedstrijd voor jong talent onder 25), Jong Tenuto (jong talent onder 17) en Procemus (centrum voor promotie en productie van jeugdig talent).
    Hij was ook chef-dirigent van het Belgische Jeugdorkest en directeur van de muziekacademie van Overijse.
    Devreese won verschillende prijzen met zijn werk, o.a. de Prix Italia (1963) voor zijn opera Willem van Saeftinghe, geschreven in opdracht van de BRTN, de Georges Delerue Award (1994) voor La Partie d'Echecs en twee maal de Joseph Plateau Prijs in 1988 en 1990 voor de filmmuziek van respectievelijk L'Oeuvre au Noir en Het Sacrament.


    09-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jan Segers 80 !

    Jan Segers studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Brussel en Antwerpen. Hij was jarenlang dirigent van verschillende militaire muziekkorpsen in België.

    In 1960 werd hij directeur van de Academie voor Muziek en Wooord van Willebroek? Hij was ook muziekregisseur bij de BRT. Hij is een veel gevraagd jurylid op nationale en internationale wedstrijden voor amateurskorpsen. Korte tijd leidde hij het BRT-kamerorkest.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Walter Hus ook 50 !
    Walter Hus (1959) is naast componist vooral uitvoerend pianist en improvisator.
    Vanaf zijn 10de treedt hij op als concertpianist in binnen- en buitenland, vanaf 1979 als pianist-improvisator.
    Hus speelde in het Belgisch Pianokwartet en was verbonden aan Maximalist!, een muzikale groepering opgericht in 1984 die het midden hield tussen pop, rock, klassiek en avant-garde. De muzikant-componisten die zich in deze beweging verenigden (o.a. Vermeersch, Sleichim, De Mey en Hus), hadden elkaar een jaar voordien ontmoet in het kader van de eerste choreografie van Anne Teresa de Keersmaeker (Rosas danst Rosas.) Hun imago werd sterk bepaald door invloeden uit de populaire cultuur, een illustratie van een geestesgesteldheid zonder dat die hun muziek daarmee zonder meer buiten het klassieke veld plaatste.
    De muziek lijkt zich voornamelijk te situeren in het kader van de New Simplicity, gegroeid uit de minimal music. Een hoge graad aan repetitiviteit, een microscopisch gevarieerde ritmiek en dynamiek, de eenvoudige manipulatie en transformatie van motieven, een beperkte harmonische organisatie en zeer gelimiteerd uitgangsmateriaal zijn hiervan de belangrijkste kenmerken. Dit resulteerde meestal in muziek met een hoge consonantiegraad en directe toegankelijkheid.
    Daarnaast was vooral het functionele en disciplineoverschrijdende aspect bepalend voor Maximalist!: een opvallend groot percentage van de muziek die dit collectief schreef, is conceptueel verbonden met andere kunsten zoals dans, theater en film. Dit geldt ook voor de muziek van Hus na Maximalist!. Naast muziek voor modeshows (bvb. Five to Five voor Yamamoto ('84)), choreografieën (bvb. Muurwerk ('85) en Hic et Nunc ('91) voor Roxane Huilmand, en Devouring Muses ('97) voor Irène Stamou) en films (The Pillow Book van Greenaway en Suite 16 van Deruddere), zijn verscheidene van zijn composities tot stand gekomen in samenwerking met hedendaagse dichters of toneelschrijvers (zoals Stefan Hertmans (Francesco's paradox), Peter Verhelst (One day they appeared), Jan Decorte (Meneer, de zot en tkint) en Jan Lauwers van de Needcompany (Orfeo) ).
    Sinds '96 is Walter Hus werkzaam bij Limelight in Kortrijk, waar op dat moment het verfrissende festival en cd-label Happy New Ears werd opgericht.
    Momenteel werkt hij aan een cyclus van 24 preludes en fuga's voor verschillende instrumentaties.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Componiste wordt 50 !

    Kristin De Smedt
    Kristin De Smedt
    Geboortedatum: 12.10.1959, Asse

     

    Kristin De Smedt werd geboren te Asse op 12 oktober 1959.
    Na aanvankelijke muziekstudies aan de academie te Asse voltooit ze haar muzikale opleiding aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel. Eerst combineert ze de instrumentale richting (viool) met de theoretische hoofdvakken om zich daarna volledig te concentreren op de geschreven disciplines – harmonie bij Peter Cabus, contrapunt en fuga bij Raphaël D’Haene.
    Naast de diverse diploma’s die zij behaalt, worden haar tevens bijzondere onderscheidingen toegekend zoals de Prijs Gevaert voor fuga, de Prijs Horlait-Dapsens en de Prijs Marguerite Koenigsberg voor muziekgeschiedenis.
    Zij bekwaamt zich verder en behaalt de meestergraad muziekschriftuur alsook het compositiediploma in de klas van componist Rafaël D’Haene.
    Als componiste wordt Kristin De Smedt in 1999 bekroond met de compositieprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten van België voor haar Strijkkwartet (1998). Gedurende meerdere jaren is Kristin De Smedt leraar geschreven harmonie aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans van Sint-Niklaas en docente schriftuur aan het Lemmensinstituut te Leuven. Sedert 1985 is ze verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel als docente harmonie, contrapunt en fuga alsook als vakdidacticus schriftuur en als opleidingsverantwoordelijke van de afdeling schriftuur.
    Verscheidene van haar composities verschijnen regelmatig op belangrijke concertprogramma’s. Haar werk werd gecreëerd in het kader van Ars Musica en in andere prestigieuze concertcycli.


    31-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De voorzitter van de jury van de Elisabethwedstrijd
    We konden hem de voorbije dagen dagelijks zien op het scherm.
    Al jaren  kennen we hem als de sympathieke en vlot tweetalige voorzitter van de jury van de Elisabethwedstrijd. 'Premier prix, eerste prijs...'.
    Wie is die man?



    Arie van Lysebeth studeerde muziektheorie en viool vanaf de leeftijd van vier onder leiding van zijn vader die koordirigent was.
    Tijdens zijn secundaire studies begon hij fagot en piano te studeren. Zijn theoretische en instrumentale hogere studies volbracht hij aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel, waar hij met grote onderscheiding afstudeerde voor fagot en kamermuziek.
    Nadat hij de tweede prijs won in het internationale fagotconcours 'Praagse lente' in Tsjecho-Slowakije, was hij gedurende zeventien jaar verbonden als fagotsolist aan het radiosymfonieorkest. Tijdens diezelfde periode was hij zeer bedrijvig als concertist en vertolkte zo herhaaldelijk het hele solorepertoire met orkest.
    In 1970 werd hij benoemd tot docent kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij in 1985 tot voorzitter van het docentencorps verkozen werd.
    Hij was gastprofessor aan de Universiteit van Minnesota, aan het Conservatoire national Supérieur de Musique de Paris an aan de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem .
    In diezelfde periode bouwde hij als directeur een breed net van kwaliteitsonderwijs uit aan de Academie te Zaventem. Intussen behaalde hij nog steeds aan het Conservatorium van Brussel het diploma dirigent na cursus te hebben gevolgd bij René Defossez en André Vandernoot.
    Bijkomend studeerde hij orkesdirectie aan het Mozarteum te Salzburg bij Bruno Maderna; bij Pierre Boulez aan de Musikhochschule te Bazel volgde hij directie hedendaagse muziek. Terwijl hij zijn dirigentenstudies beëindigde, stichtte hij in 1970 het Vlaams Kamerorkest, waarmee hij tot 1993 in binnen-en buitenland actief was.
    Gedurende drie jaar had hij een nauwe samenwerking met het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, waarvoor hij zowel in binnen-als buitenland voorstellingen dirigeerde. Als gastdirigent trad hij op met alle belangrijke Belgische orkesten en met symfonieorkesten in de Verenigde Staten, Argentinië, Taiwan, Engeland en Italië. Hij werkte samen met befaamde solisten zoals Igor Oistrakh, Philippe Hirschhorn, José Van Dam ..
    In 1994 werd hij directeur van het Koninklijk Conservatorium Brussel en in juni 1995 werd hij benoemd tot Voorzitter van de jury van de Internationale Muziekwedstrijd Koningin Elsabeth van België.
    Sinds 1998 tot vandaag dirigeert hij het Symfonieorkest van het Conservatorium.
    Arie Van Lysebeth nam afscheid als directeur van het conservatroium in december 2003.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jarige dirigent en componist

    70 jaren geleden werd Janpieter Biesemans geboren.

    Een kort portret van deze dirigent-componist.

    Janpieter Biesemans

    Geboortedatum: 16.11.1939, Vilvoorde
    Janpieter Biesemans werd geboren te Vilvoorde.
    Hij studeerde aan het Lemmensinstituut en het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen bij onder andere Marinus De Jong, Jef Schampaert, August Verbesselt, Marcel Slootmaeckers, Lode Dieltiens, Jos Van Looy, Jacqueline Fonteyn, Jan Decadt en Flor Peeters.
    In 1964 stichtte hij het ensemble Consortium Antiquum en sindsdien wijdde hij zich gedurende 23 jaar aan de interpretatie van oude muziek.
    Sinds 1980 zette hij zich aan het schrijven van muziek. Op dit moment heeft hij reeds een negentigtal opusnummers op zijn naam staan.
    Veel van zijn werken, waaronder zijn Deutsche Johannes-Passion die in 1987 gecreëerd werd door het Vokaal Ensemble van De Munt, werden uitgevoerd in onder andere de Sint-Martinuskerk te Meise en in de Singel te Antwerpen.
    Ook op verschillende wedstrijden, waaronder de Orpheuswedstijd, werden zijn werken gespeeld. Van onder andere Sonate Concertante, Discorso a cinque per trombono solo, Vijf Slovaakse stukken voor blokfluit en Why not, Hans, zijn CD-opnames voorhanden.
    Naast componist is Biesemans ook leraar notenleer aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen en directeur van de Akademie voor Muzische Kunsten te Meise.
    Hij gaf tevens de impuls tot het oprichten van de Werkgroep Kunstonderwijs, een werkgroep die ijvert voor de rechten van de leerlingen van het Vlaams deeltijds kunstonderwijs.


    17-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Clement D'Hooge zou 110 geworden zijn...





     



    Clement D’Hooghe werd op 21 april 1899 geboren in Temse, het dorp aan de Schelde waar ook Arthur Wilford en Piet Nuten het levenslicht zagen..
    Muziek zat bij Clement D’Hooghe letterlijk in de genen. Zijn vader was een veelzijdige muzikant, de muzikale factotum van Temse : violist en organist, directeur van de plaatselijke muziekschool, dirigent van de harmonie, koster-organist en leraar piano en orgel. Zijn oom, pater Bernardinus D’Hooghe componeerde religieuze muziek, zoals de Missa Carmelitana en de bundel Zeventig geestelijke liederen. Een andere oom was koster-organist in Kruibeke en onderhield nauwe contacten met Peter Benoit.
    Met een dergelijke muzikale pedigree mag het niet verwonderen dat Clement D’Hooghe door zijn vader in de muziek werd geïnitieerd. In 1919 trekt hij dan naar Antwerpen waar hij privé-lessen volgt bij Alexander Papen, toen nog tweede organist van de kathedraal. Hij schrijft zich ook in aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium en haalt er, telkens met grote onderscheiding, verschillende diploma’s : harmonie bij August De Boeck (1920), orgel bij Arthur De Hovre (1921), contrapunt en fuga bij Lodewijk Mortelmans (1922 - 1924). Daarnaast studeert hij er practische harmonie bij directeur Emile Wambach en piano bij Emmanuel Durlet. In 1927 bekroont hij zijn conservatoriumstudies met de Prijs Albert De Vleeshouwer voor compositie. Daarna gaat hij zich nog vervolmaken in religieuze muziek bij Jules Van Nuffel, orkestratie en compositie bij Paul Gilson (1928-1930) en orgelspel, met bijzondere aandacht voor improvisatie, bij Marcel Dupré in Parijs (1930-1931).
    Ondertussen was hij reeds actief als organist in verschillende Antwerpse kerken : Sint-Joris (1924-1926), de Heilige Geestkerk (1926) en uiteindelijk lange jaren in de Sint-Pauluskerk (1926-1951). Deze kerk in het hart van het Schipperskwartier beschikte over een florerende muziekkapel met een rijke traditie. Zang- en orkestmeesters waren o.m. Franciscus Guillielmus Aerts (benoemd in 1838), die de muziekbibliotheek van de kerk aanvulde door orkestmateriaal over te kopen van G.G. Kennis, de kapelmeester van Sint-Pieters in Leuven; Lodewijk Kiven (benoemd in 1864); Jan Broeckx (benoemd in 1906); Renaat Veremans (benoemd in 1924); Gust. Persoons (orkestmeester van 1927 tot 1971).
    Na het Motu proprio uit 1903 waarin Pius X ondermeer de versobering in de kerkmuziek predikte, waren in de meeste kerken de orkesten van de doksalen verdwenen. Maar niet zo dus in de Sint-Pauluskerk waar de koppige én melomane pastoor Van Bostraeten zijn orkest handhaafde. In deze vruchtbare omgeving was Clement D’Hooghe in nauwe samenwerking met Persoons mee verantwoordelijk voor verschillende spraakmakende uitvoeringen met soli, koor, orgel en orkest. De muziekkapel bracht veel Vlaamse muziek van ondermeer Benoit, Wambach, Gevaert, De Boeck, Van Nuffel, Meulemans, Van Hoof, Persoons (wiens Ruusbroeckmis op 26 januari 1936 werd gecreëerd) en D’Hooghe.
    Maar de gewelven werden ook gevuld met het grote repertoire (missen van Haydn, Mozart en Bruckner, met de Belgische creatie van diens Mis in e op Pasen 1942 als een van de hoogtepunten) en met eigentijdse kerkmuziek (bijvoorbeeld van Gretchaninof en Kromolicki).
    Alleszins was Clement D’Hooghe een begenadigd organist die goddelijk kon improviseren. Een bevoorrechte getuige als dr. Guido Persoons herinnert zich : Het was een voorrecht de voorname organist Clement D’Hooghe jarenlang, zondag na zondag, te zien orgelspelen. Vanuit een voortdurend moduleren, boeide hij door weergaloze improvisatie. Onrustig ook, wijzigde hij doorlopend zijn registratie. Geen tweeëndertig maten bleven de registertrekkers ongemoeid. Er waren geen schokken in deze klankkleurwijziging. Wij beleefden een voortschrijding door variatie, ingegeven door het ogenblik. Zijn registratie was even vinnig en verscheiden als de orkestratie van August De Boeck, die (als interim voor Arthur De Hovre) mede zijn orgelleraar was. De registratie bij Bachwerken was anders, massaal en meer continu. De slot-Toccata klonk met all registers open en gekoppelde klavieren. Op Groot-Orgel alleen, kreeg nadien het Fugathema door matig tempo, ruim de tijd voor toonvorming in de ruimte. Elke zware tel detailleerde de melodieopbouw. In grote blokken groeide de registratie naar het slot toe. Dit uiterlijk crescendo rondde voor ons de feestdag af.
    D’Hooghe had natuurlijk fantastische orgelleraars getroffen : Papen, een leerling van Callaerts, technisch uitstekend en begiftigd met een groot improvisatietalent; De Hovre, een belangrijk Bach-interpreet; en bovenal Dupré, zonder twijfel een van de grootste organisten van deze eeuw, die de verworvenheden van Widor en Vierne verzoende met de Lemmenstraditie en bij wie zowat alle Europese en Amerikaanse organisten met faam gingen studeren. Bij het einde van zijn studie loofde Dupré uitvoerig D’Hooghes orgelspel : Vous possédez le don de l’instinct de l’improvisation. Votre jeu est précis, brillant, parfaitement rythmé et clair. Votre style pour l’interprétation de Bach, de César Franck et des modernes comporte toutes les qualités de pureté, de respect nécessaire, en même temps qu’une extériorisation sincère et noble (brief gedateerd 2 maart 1931).
    En De Hovre getuigde meermaals dat D’Hooghe samen met Jef Van Hoof de beste improvisator was die hij ooit in zijn klas had.
    Een minder gekende activiteit van D’Hooghe is te situeren tussen 1928 tot 1936, de periode waarin hij artistiek directeur was van de Antwerpse Empire- en het Roxy-theater. Dit waren grote bioscopen waar een orkest de stomme films begeleidde en tussen de films door muzikale intermezzo’s verzorgde. In die tijd waren de cinema’s de grootste commerciële werkgever van muzikanten in Antwerpen : begin 1926 waren er in het Antwerpse 51 zalen die samen 324 muzikanten tewerkstelden. D’Hooghe debuteerde op 30 november 1928 als bioscoopdirigent met de begeleiding van de oorlogsfilm Hemel van glorie. Hij had de beschikking over een werkelijk uitstekend orkest, samengesteld uit 6 violisten, 1 cellist, 1 contrabassist, 1 pianist, 1 organist, 1 fluitist, 1 hoboïst, 1 klarinettist, 1 fagottist, 2 trompettisten, 1 trombonist, 2 hoorns en 1 slagwerker. Concertmeester en vioolsolo was de toen nog piepjonge Franz Wigy en onder de negentien overige muzikanten waren er nog elf met eerste prijzen van koninklijke conservatoria. De meerderheid was afgestudeerd aan het koninklijk conservatorium van Luik. D’Hooghe moest zelf voor de begeleidende muziek zorgen. Soms ging dat niet verder dan het handig aaneen breien van bestaande muziekfragmenten (sjablonen en cliche’s voor een liefdesscène, een achtervolgingsscène, een natuurscène), maar daarnaast maakte hij zelf een bewerking op basis van klassieke thema’s of componeerde hij originele muziek. De bioscopen concurreerden onderling met het beste orkest en de filmrecensenten bespraken niet alleen de film, maar ook de begeleidende muziek en de prestatie van het orkest.. D’Hooghe probeerde het bioscooppubliek in contact te brengen met klassieke muziek door in plaats van de gebruikelijke amusementsmuziek als "entr’acte musical" een eigen bloemlezing met thema’s van Benoit, Blockx, Wambach en Gilson of toegankelijke composities uit het internationale repertoire (zoals Saint- Saëns’ Rondo Capricioso met de zeventienjarige Wigy als solist) te brengen.
    Een dergelijke "volksopvoedende" taak zag hij ook voor zich weggelegd toen hij in 1929 directeur werd van de Berchemse muziekacademie. Hij beschouwde de muziekschool als een oord van culturele volksverheffing in een al te materialistisch aangelegd maatschappelijk leven. In zijn functie als directeur schreef hij veel voor kinderen: jeugdcantates en tientallen kinderliederen, die tijdens leerlingen-voordrachten vaak met orkestbegeleiding gebracht werden. En blijkbaar vielen die werken in de smaak, want later werd hij ook gevraagd door het Antwerps Jeugdtheater. Voor de muziekacademie verzorgde hij ook symfonische concerten. Op 7 januari 1950 bijvoorbeeld dirigeerde hij een vroege symfonie van Haydn, een pianoconcerto van Mozart (met Yvonne Van den Berghe als soliste), twee aria’s van Mozart (met de bas Edward De Decker), Noorse dansen van Grieg, een orkestdans van De Boeck en de creatie van het eerste deel van zijn eigen Romantisch Concerto voor piano en orkest (eveneens met Van den Berghe als soliste).
    In 1942 werd D’Hooghe aan het Antwerps conservatorium benoemd wordt tot leraar practische harmonie en "toonverzetting", zoals de - inmiddels afgeschafte - cursus transpositie toen genoemd werd. Na een korte schorsing na de oorlog solliciteerde hij in 1947 aan dezelfde instelling voor de functie van orgelleraar (in opvolging van Papen). Een aanbevelingsbrief van Marcel Dupré hielp niet en de benoeming ging naar Flor Peeters.
    De repressie heeft zijn gezondheid geen goed gedaan : Clement D’Hooghe was nog net geen 52 jaar toen hij op 1 april 1951 in Wilrijk overleed. Toch liet hij een omvangrijk oeuvre van zowat 400 werken na (bewerkingen incluis). Veel dienstbare muziek, gelegenheidswerk zoals stap- en feestliederen en cantates (Moederweelde, voor de inhuldiging van een materniteit in Temse in 1936; In memoriam Minister Arthur Van der Poorten, op tekst van Karel Jonckheere, 1946). Waar hij zich in deze volkse en functionele muziek als componist ondergeschikt maakt laat D’Hooghe elders een eigen en meer bij-de-tijdse taal horen met kleurtoetsen uit het Franse impressionisme. In zijn pianomuziek bijvoorbeeld, waar hij naast een sonate en enkele sonatines een voorliefde toont voor genrestukjes (Avondstemming, Chinoiserie, Solitude) en dansen. Zijn Gavotte en Tarentella zijn te horen op Philibert Mees’ recente CD "Romantische Vlaamse Klaviermuziek" (De Rode Pomp) en vallen op door hun ongecompliceerd speel- én luisterplezier. En Marcel Poot was zeer gecharmeerd door zijn Nocturne, die door de Ring samen met met werk van Albert, Baeyens, Borremans en Van den Broeck gepubliceerd werd : Dans le second volume d’oeuvres pour piano qui vient de paraître dans cette intéressante édition, une pièce attire particulièrement notre attention. Il s’agit du ‘Nocturne’ de Clément D’Hooghe. Ecrite dans une note très debussyste, très ‘latine’ d’aspect, cette oeuvre reflète une nature musicale tendre et délicate. M. Clément D’Hooghe s’y avère un musicien solide et possédant son métier jusqu’au bout des doigts. Il est regrettable tout de même qu’un si beau talent ne consacre sa juvénile force à la défense de la musique moderne ! (Revue musicale belge van 20 november 1926)
    Vreemd genoeg componeerde de organist D’Hooghe slechts een vijftiental werken voor groot orgel, o.a. 4 Toccata’s, Kleine suite, Vrolijke optocht, Elegie. Verschillende van zijn werken staan regelmatig op het repertoire van o.m. Stanislas Deriemaeker en Kamiel D’Hooghe.
    Verschillende van zijn piano- en orgelwerken bewerkte hij later voor symfonisch orkest, maar daarnaast schreef hij ook enkele originele orkestcomposities : Symfonisch gedicht. Hulde aan drie nationale toondichters (1939), waarin hij een origineel eerbetoon brengt aan César Franck (geïnspireerd door diens orgelmuziek), August De Boeck en Peter Benoit (met citaten uit de Rubensmars en Mijn moederspraak); Kaboutersballet (1942), misschien wel zijn populairste orkestwerk, getuige alleen al de zes opnamen door het omroeporkest; de driedelige Orkestsuite, die in 1942 werd bekroond in de "Prijskamp ontspanningsmuziek" van het NIR. Daarnaast componeerde hij ook enkele concerterende werken, zoals het Romantisch Concerto (1949) dat in 1994 werd opgenomen door Jozef De Beenhouwer en het BRT-orkest o.l.v. Sylveer Van den Broeck, en de Legende voor cellosolo en orkest (1942). Na het orgel was de cello D’Hooghes geprefereerde instrument.
    Hij schreef verschillende stukken voor cello solo, voor cello solo met begeleiding van 8 cello’s, en voor cello en piano, zoals de geëlaboreerde Cellosonate (1945) waarover Piet Nuten schreef : De gedegen thematische dialectiek, de expressieve zangerigheid, de spanningsvolle dialogen, het rijkgeschakeerde harmonische beeld, de nooit falende trefkracht en dynamische beklemtoning van het instrumentale samenspel zijn eigenschappen die deze compositie plaatsen bij het beste uit de Vlaamse cello-literatuur.
    Ook de rest van zijn kamermuziek verdient beter dan de totale onverschilligheid waarmee ze nu bejegend wordt, zoals het Pianotrio (in 1939 bekroond in de nationale wedstrijd Foyer de l’art vivant), het Pianokwartet (1939); het Trio in vorm van suite (voor piano, viool en altviool) dat vele keren werd uitgevoerd door het trio van violist Jozef Pauly; het Strijkkwartet (1944) dat door het Quatuor Wigy in 1947 werd opgenomen voor het NIR; werken voor viool en piano (o.a. Canzonetta uit 1934, opgedragen aan Frans Wigy) en verschillende composities voor blaasinstrumenten.
    Naast de reeds genoemde gelegenheidswerken componeerde D’Hooghe nog heel wat vokale muziek, zoals tientallen kunstliederen op teksten van o.m. René De Clercq, Willem Gijssels, August Van Cauwelaert, Maurice Maeterlinck en de onvermijdelijke Guido Gezelle. Het grootste deel van zijn religieuze koormuziek schreef D’Hooghe voor de Sint-Pauluskerk : Missa in honorem S. Pauli voor 2 gelijke stemmen en orgel (1930); Te dicimus praeconio, een hymne op het gregoriaanse Ave Maris Stella voor bariton, mannenkoor, orgel en orkest (1940); Psalm 145 Lauda anima mea Dominum voor gemengd koor, orgel en orkest (1941); O Jesu amor mi, voor 2 gelijke stemmen en orgel; Magnificat, voor 3 gelijke stemmen, orgel en strijkers (1942); de tweede Missa in honorem S. Pauli, bijgenaamd Missa gregoriana, die voor het eerst met orkest werd uitgevoerd op Kerstdag 1943; Missa brevis, voor 2 of 3 gelijke stemmen (1944); Ave Maria, Regina Sacratissimi Rosarii, voor driestemmig gemengd koor en koperensemble. Verder componeerde hij nog enkele zettingen van Adeste fidelis, Adoro Te, Pie Jesu en Tantum Ergo.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Luc Brewaeys 50 !

    Luc Brewaeys

    Luc Brewaeys werd geboren in 1959 te Mortsel (België). Hij studeerde compositie bij André LAPORTE in Brussel, bij Franco DONATONI in Siena (Italiê) en bij Brian FERNEYHOUGH in Darmstadt (Duitsland). Van 1980 tot 84 had hij regelmatige contacten met Iannis XENAKIS in Parijs.
    Hij is ook dirigent, pianist en werkt sinds 1985 als muziekregisseur bij de VRT-Radio.

    Hij kreeg verschillende prijzen en onderscheidingen :
    -3de Prijs van de Europese Wedstrijd voor Jonge Componisten voor ".., e poi c'era..." Symphony n° 1 (Amsterdam, 1985);
    -1ste Prijs in de categorie jonge componisten van de Internationale Tribune van Componisten van de UNESCO voor hetzelfde werk (Parijs, 1986);
    -de "Prix de Musique Contemporaine du Québec" voor zijn volledig werk (Montréal, 1988);
    -1ste Prijs van de Wedstrijd voor Europese Componisten van de Internationale Ontmoetingen voor Hedendaagse Muziek in Metz (F) voor "Komm! Hebe dich..." Symphony n° 2 (1988);
    -de Prijs voor Muziek van de Vlaamse Gemeenschap (1989);
    -de SABAM-Prijs (1990);
    -1ste Prijs "Premio Musicale Città di Trieste" voor symfonische compositie voor "Symphony n° 3 : Hommage" (1991).

    In 1996 gaf de Belgische Muziekpers hem twee Prijzen voor de opname van zijn (tot dan toe) volledige symfonisch werk door het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen onder leiding van Arturo Tamayo, die de meeste van zijn werken gedirigeerd heeft.
    In 1999 ontving hij de Cultuurprijs "Blanlin-Evrart" van de Katholieke Universiteit van Leuven voor zijn volledig oeuvre.

    Hij kreeg veel opdrachten in België zowel als in het buitenland, zijn oeuvre omvat o.a. 8 Symfonieën, 2 Strijkkwartetten, Kamermuziek en Solowerken, electro-akoestische (& gemengde) werken alsook een Kameropera "Antigone".
    Zijn muziek kan het best omschreven worden als "spectraal symfonisch" met (voornamelijk in recentere werken) lyrische accenten.
    Hij was "composer in residence" van het Internationaal Kunstencentrum deSingel voor the concertzeizoen '88-'89, gast- componist van de 4d Week voor Hedendaagse Muziek in het Conservatorium te Gent in februari '89, en van het ensemble "I Fiamminghi" in April 2001. In April 2001 was hij tevens in residence bij het eerste Festival "Dicht bij huis" in Tilburg (NL), waar 11 van zijn werken uitgevoerd werden (sommige daarvan met de composer als dirigent of aan de piano).

    Van 1991 tot '92 was Luc Brewaeys composer in residence in de Franse stad Saint-Nazaire voor de compositie van "Kientzyphonie" (Symphony n° 4) voor Daniel Kientzy op saxofoons en groot harmonieorkest. In February en December 1998 gaf hij Masterclasses in Compositie en Directie aan de Universiteit van Aveiro (P).

    Van 1998 tot 2000 was Luc Brewaeys professor compositie en orkestratie aan het Conservatorium te Gent.
    Voor het zeizoen 2003-04 was hij composer in residence bij BOZAR (het Paleis voor Schone Kunsten) in Brussel. Hij was tevens een van de centrale componisten van de editie 2004 van het Ars Musica Festival (Brussel).
    Momenteel werkt hij aan zijn eerste opera (op Pirandello's "L'uomo dal fiore in bocca"), een opdracht van de Koninklijke Muntschouwburg (Nationale Opera) in Brussel.


    Bezoekers ....

    Zin om een boodschap door te geven? Dit kan hier.


    Interessante sites op het net
  • Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ)
  • Koor en Stem
  • Studiecentrum voor Vlaamse Muziek (SVM)
  • IMSLP: partituren op het net
  • Leven en werk van JEF TINEL
  • Partituren op het net (CPDL)
  • Componisteninfo (Matrix)
  • Componisteninfo (Cébédem)
  • Muziekcentrum Vlaanderen
  • PETER LEYS op Soundcloud

  • Website LODEWIJK MORTELMANS
  • Website AUGUST DE BOECK
  • Youtubekanaal PETER LEYS
  • Website LUDO CLAESEN
  • Website JAN VAN DER ROOST
  • Website EDGAR TINEL
  • Koor en Stem - Vlaams Brabant
  • Website EMMANUEL DURLET

  • Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!