De vorige reisindrukken zijn verwerkt, de foto's bewerkt en de verhalen verteld. Nu kunnen we beginnen aan een volgend project!
Nog nooit zijn we in het Midden-Oosten geweest. Zou dat met de camper te doen zijn? De nodige informatie wordt opgezocht en ja hoor, het zal er van komen. Uiteraard moeten we eerst nog wat de plaatselijke situatie afwachten. Syrië en Jordanië staan al vast. Graag zouden we er Libanon bijnemen maar daarvoor moeten we nog even uitkijken hoe alles ginder evolueert. Volgens een buurvrouw in de infromaticacursus, die gehuwd is met een Libanees, is de onderneming zeker te wagen. Het is er schitterend, de mensen zijn vriendelijk en we zullen het ons niet beklagen. We zijn zelfs uitgenodigd bij hun familie die ginder verblijft.
Wij naar de boekhandel voor de nodige wegnkaarten en reisgidsen en de voorbereiding kan beginnen. Daar zullen we alvast heel wat tijd insteken want zulke onderneming kan je niet zomaar starten. Ons verhaal zal je de volgende maanden uitgebreid kunnen volgen.
Het is voor de tweede maal dat we Turkije bereisd hebben en we kunnen er ons nu een goed beeld over vormen. Graag wil ik dat met jullie delen.
Turkije is een groot land tussen Europa en het Midden Oosten met een oppervlakte van 81O OOO km². Slechts een klein deel ervan nl. Traciëhoort tot het Europese continent maar het overgrote deel behoort tot Azië. De stad Istanbul ligt op de scheidingslijn tussen die twee werelddelen. Als grenzen kent het land de Zwarte Zee, Griekenland, Bulgarije, Georgië, Armenië, Azerbeidjaan, Iran, Irak en Syrië. Wie over Turkije droomt , denkt automatisch aan de waterpijp, bazaars vol tapijten en exotische geuren opgefleurd met schitterend koper en juwelen, een prachtige kust met helderblauw water en noem maar op. Maar er is zoveel meer. Zo hebben we er de tegenstellingen tussen oud en nieuw die er eveneens voor zorgen dat het land zo fascinerend is en de talrijke opgravingen hebben een culturele waarde. Het land heeft prachtige bergketens die het dun bevolkte Anatolische Hoogland omsluiten, de stroomgebieden van de Tigris en de Eufraat waar niet kan naast gekeken worden. Er zijn uitgestrekte ongerepte gebieden met een zeer rijke flora. Vergeten we de wetlands niet, de bossen en de steppen met enorm veel bloeiende plantensoorten. Het vulkanische Cappadocië mag aan de opsomming zeker niet ontbreken. Fotos kunnen de betovering hiervan bijlange niet weergeven. Hier is door miljoenen jaren lange erosie het landschap in fantastische sprookjesachtige formaties uitgesleten. Moskeeën en hun minaretten zijn niet uit het landschap weg te denken. Kortom: het is een land dat je zeker moet bezoeken en dan merk je dat alle lof die dit land toegezwaaid krijgt ook met de werkelijkheid strookt. Je ontdekt er juweeltjes die verbazingwekkend zijn en hoe meer je afwijkt van de platgetreden paden, hoe meer je ervan gaat houden. Turkije is onuitputtelijk!!!
Een van de belangrijkste kenmerken van dit land is de uitgesproken en welgemeende vriendelijkheid en gastvrijheid van zijn bewoners. Respect voor de medemens staat bovenaan de lijst en het is soms beschamend te ondervinden hoe gemoedelijk en attent je er ontvangen wordt. Zelfs de taal vormt geen barrière. Ze pogen je met hand en tand bij te staan en bij te brengen wat ze bedoelen. Achter hun soms heldhaftige houding schuilen schatten van vriendelijkheid. Wij westerlingen hebben nog een lange weg te gaan!!!
Enkele minpunten hebben we tijdens onze reis kunnen ervaren en één daarvan is hun slordig omgaan met de natuur.Het land is één grote vuilnisbelt waar arme stakkers zoeken naar iets bruikbaars. Plastic vinden we het ganse land door; wat ze niet kunnen gebruiken gooien ze weg, vuilnisbakken worden soms niet geledigd en daar rond is het walgelijk om te zien wat er rondslingert. Op dit vlak is er nog een grote weg af te leggen en kunnen zij misschien van ons iets leren.
Een tweede minpunt is de staat van de wegen. Dit laat op verschillend plaatsen veel te wensen over. Hoe meer oostwaarts hoe penibeler het wegdek. Maar dat hebben ze blijkbaar zelf ingezien en ik denk niet dat er één gebied is waar ze niet met wegeniswerken doende zijn. Om er momenteel over te rijden is het op zn minst gezegd ondoenbaar maar binnen een X aantal jaren zal er een grote verbetering te merken zijn.
Roken als een Turk! Dit is een gezegde dat niet uit de duim gezogen is. Wij hebben er ons echt aan gestoord te weten dat de bevolking al zo arm is en dat het ongezond is. Toch blijft men er mee doorgaan. Zelfs op heel jonge leeftijd is men er soms al verslaafd aan. Dar moet zeker aan gewerkt worden!
Maar laat dit ons algemeen beeld over Turkije niet vervormen. Je moet het land gezien en beleefd hebben. Dank zij onze zwerfwagen hadden we heel veel aangename contacten die zeker niet te verwaarlozen zijn. Zulke reis is op alle vlakken een verrijking; gewoonweg DOEN.
Reizen is de einders zien verweiden om weer thuis vermetel te verklaren
Reizen is genieten van alle dingen, hoe klein of hoe groot ze ook zijn
Na een pikdonkere nacht wakker geworden in een droomwereld. Yusufeli hadden we gisteren niet meer gehaald en staat dus vandaag op het programma. Met de moed der wanhoop proberen we uit de benarde situatie van gisteren te geraken om zonder kleerscheuren terug op onze weg te komen. Alles lukt ons perfect. Het pad, dat gisteren nog vrij breed was wordt smaller om smaller. We bevinden ons aan de oostkant van het Kaçkargebergte en hadden niet gedacht dat het zo imposant was. Volgens de kaart moeten we de loop van een kolkende rivier volgen en alles verloopt volgens plan. Op de bergen geraken we niet uitgekeken. We zijn hier in een gebied met verschillende toppen die rond de vierduizend meter reiken en dat ondervinden we. Steile, ruwe rotsen naast een smal pad in een nauw V-dal. Prachtig van kleuren maar angstaanjagend. Geen honderd meter recht, alweer die diepe kuilen die we pas te zien krijgen wanneer we er voor staan. Op verschillende plaatsen zijn steenlawines of modderlawines naar beneden gekomen zodat we er nog amper met de camper door geraken. Heel indrukwekkend. Tegen die loodrechte flanken zijn huisjes gebouwd, of liever gezegd hangen huisjes aan, die naam niet waardig; Voor geen geld zouden ze me erin krijgen en toch zijn ze bewoond; door wie en voor hoe lang nog? De ganse weg genieten we van die indrukwekkende kleurrijke rotsmassas en daar komt het plaatje tevoorschijn waar we op wachten: Yusufeli! Een prachtig bergdorp in het dal van de woest kolkende Coruh Nehri. Van verschillende zijden hadden we reeds gehoord dat het een must was maar aan zulk een paradijs voor natuurliefhebbers hadden we ons niet verwacht. Voor fotografie zijn de omstandigheden fantastisch en ik schiet er dan ook op los. Eens thuis zal ik weer heel wat werk hebben om al die fotos te catalogeren of te bewerken. Maar zo beleef ik de reis nog een tweede maal. Na het aankopen van een fles propaangas gebruiken we de namiddag om al wandelend van de omgeving te genieten. Her en der liggen op de daken van de huisjes abrikozen te drogen. Een lief vrouwtje komt net terug van de oogst en is gelukkig dat ze er ons een ganse zak kan van schenken. Toch wel lieve mensen hier! Wim filmt het ganse gebeuren en maakt alweer een fout. Hij denkt haar plezier te doen met het tonen van de gefilmde beelden maar niets is minder waar. Ze mag blijkbaar niet zo dicht bij een man komen en bekijkt heel schuchter de beelden van op afstand nadat ze haar beide mouwen zedig naar beneden getrokken heeft. Na twee uur lopen bij 26° is onze voorraad water erdoor. We zijn verplicht terug te keren en doen zo snel we kunnen een terrasje aan. Wim kiest voor een halve liter bier terwijl ik zo maar even drie glazen kersensap binnengiet. Wat smaakte dat. s Avonds krijgen we regelmatig bezoek van de plaatselijke bevolking die tracht een gesprek aan te knopen. Maar dit is steeds van korte duur om de wel gekende reden. Ons aperitief nuttigen we aan de camper waar een stevige wind voor de nodige afkoeling zorgt. Hopelijk blijft hij goed waaien zodat we eens zonder zweten de nacht kunnen doorbrengen.
BLOED, ZWEET EN TRANEN dat zijn de kernwoorden na de koninginnerit van vandaag! Na overleg met de mannen van het dorp en na de kaart nog eens grondig bestudeerd te hebben, kiezen we toch voor een geel baantje, een tweederangs baantje dus, dat ons naar Ispir leidt. Het zou geasfalteerd zijn maar wel in minder goede staat, we zien wel. Gisteren hadden we er reeds een deel van gelopen en op enkele stukken na viel het nogal mee. Vol goede moed starten we om die 76 km door te bijten maar wat blijkt nu! In een ongekende schoonheid waarvan we jammer genoeg niet voldoende van kunnen genieten, het landschap deed denken aan Bryce Canyon in de States met zijn ongelooflijke kleurschakeringen en de daarbij horende erosie, hebben wij een ganse voormiddag nodig gehad om in het volgende stadje te geraken. Het baantje begon zoals gezegd met asfalt maar al vlug bleek dat dit niet zou blijven duren. De ondergrond werd steeds maar slechter en op menige plaatsen moesten we op grint rijden. Voornamelijk in de dorpen was er bijna niet doorheen te komen. De weg had vaak amper de breedte van onze camper met aan de ene zijde een afgrond met daaronder de kolkende rivier en aan de andere zijde fel uitstekende rotsen. Alsof dat nog niet genoeg was voorzag men op die plekken dan nog een haarspeldbocht ook. Ook moest men steeds aandachtig de boorden mijden want die waren op vele plaatsen instortend klaar. We slalomden regelmatig tussen grote stukken rotsblokken die her en der over de weg verspreid lagen, gevolg van regen van de vorige dagen. We reden door droge rivierbeddingen, moesten zelfs doorheen een rivier rijden tot we een afslag Ispir zagen staan. Dan stonden we weer voor steenlawines waar we moesten trachten doorheen te komen ofwel moesten we zorgen dat we niet vastliepen in de modderstroom die over het wegdek liep. Kortom; niet te doen! Tegen 17 km/uur vorderden we en in stilte hoopten we steeds geen tegenligger te ontmoeten. Gelukkig haalden we het zonder kleerscheuren. Even op adem komen en de kaart bestuderen voor het volgende traject. Alweer geen te beste keuze. We kiezen voor een grotere weg maar moesten wel een pas van 2 640 meter over. Alweer sprak men van asfalt maar later bleek dat het ooit asfalt geweest was. En wij maar verder slalommen en hotsen en botsen. De tafel vloog weer van de muur en die heb ik dan maar wijselijk vastgehouden tot we stopten. We reden volop door het hooggebergte. Mooi maar koud en niet te doen. Wim kreeg er in de late namiddag genoeg van en aan de Zwarte Zee, waar we intussen waren aangekomen, zochten we een overnachtingsplek. Een dorp inwandelen en zien waar we konden overnachten. Even een vraagje bij de eigenaar van een otopark en alweer was het dadelijk in orde, we mogen er overnachten. Ne enkele minuten geklop op de deur. Hij had voor ons mooi de tafel gedekt en we moesten op de thee. Een half uur zaten we daar met landkaarten en woordenboeken. We waren zelfs al zover dat we verstonden dat hij voor ons eten besteld had. Weg mochten we dus niet! Krantenpapier werd bovengehaald om de tafel te dekken en daar brachten ze per fiets ons eten. Op het krantenpapier werd een stuk karton gelegd en dat was ons bord. We kregen een Turkse pizza die we met onze vingers moesten eten en daarbij 2 liter water. Het smaakte alhoewel het vet zo van tafel droop. Vriendelijk bedankt voor het onthaal en de flessen water kregen we mee naar de camper. Wat zal de nacht ons deugd doen.
Tweede dag in het gebied van De Zwarte Zee en tweede dag regen. Dan hebben de reisgidsen toch gelijk. De natuur is hier veel groener dan elders in dit land en er wordt hier thee geteeld, we moeten niet ver zoeken om te weten hoe dat komt. Ook de bevolking is veel koeler en minder hartelijk dan in de rest van Turkije. We zullen zeker niet lang in dit landsgedeelte vertoeven. Van de uitbater van ons slaapplaats geen slecht woord. Na hetgeen ik gisteren van hem schreef heeft hij ons vanmorgen nog verrast door het stofzuigen en wassen van een camper die het meer dan nodig had. Als tegenprestatie hebben wij hem ons laatste Belgisch bier geschonken en zo te zien was hij geen moslim. Met een smile van zijn een oor naar zijn ander nam hij de flesjes aan. Trabzone ligt aan de Zwarte Zee en heeft als grote troef de Haghia Sophia. Deze gerestaureerde 13de-eeuwse Byzantijnse kerk bezit een van de mooiste frescos met taferelen uit het Oude Testament. Meer dan een bezoek waard. We kunnen er, na een maand onderweg te zijn, terug eens Nederlands praten. Een Turk, die lange jaren in Nederland gewoond en gewerkt had, sprak ons aan en heeft ons rondgeleid in het museum. Het was deugddoend. Van daar naar het Sumela-klooster. Daar hadden we ons veel van voorgesteld maar er waren daar zulke ingrijpende restauratiewerken gaande dat het wel een tegenvaller was. Dan maar verder. We kozen voor een bergbaan om over enkele dagen terug in Centraal-Anatolië uit te komen. Ze was deze keer in goede staat maar de lucht was dreigend. En inderdaad, eens goed en wel vertrokken, hebben we in dat hooggebergte een onweer mogen verwerken. Het water stroomde langs alle zijden naar beneden, een ganse modderstroom meevoerend. Op sommige plaatsen moest de politie het verkeer regelen en sommige mensen stonden troosteloos te kijken naar hun ondergelopen akkertje. In plaats van 26 graden hadden we er tien minder, tijd om iets warms aan te trekken. Nochtans dachten we terug van het lekker zonnetje te kunnen genieten nadat we de pas van 2 020 meter over waren maar niets was minder waar. Het bleef koel en we zullen vannacht eens een lekker frisse nacht hebben.
Vandaag dan de bergketen over om hopelijk terug van beter weer te kunnen genieten maar alweer pech. Bij het staren verschijnen al dreigende wolken die de bergtoppen afsnijden. Toch kiezen we opnieuw voor een tweederangs baantje. Na inwinnen van informatie zou het in goede staat zijn.En het levert alweer prachtige prentjes op. Traag rijdend genieten we van die prentkaart. Halverwege die weg krijgen we plots andere koek te verwerken. Het pad wordt smaller om smaller en wat ooit asfalt was is nu nog slechts grint. De rit Van Yusufeli indachtig maken we rechtsomkeer want die ellende een tweed maal meemaken, dat nooit meer!!! Wij via dezelfde weg terug maar dan wel aan een hogere snelheid, we moeten zomaar eventjes 50 km terug rijden. Nadien kiezen we voor een geasfalteerde baan die toch al in iets betere staat is en we hebben er moed op. Maar hoe hoger we klimmen hoe dreigender de lucht wordt. We zijn op 2 125 meter hoogte. Zie jij nog iets? Niet veel meer. Zouden we niet beter stoppen? Zou misschien niet slecht zijn want ik zie de baan niet meer. En op die hoogte krijgen we daar een onweer te verwerken om U tegen te zeggen. De hagelbollen tikken als knikkers op onze zwerfwagen en we zien nog alleen een regen- en hagelgordijn. Dan maar alle lichten en gevaarslichten aan en mooi blijven staan. De temperatuur daalt tot 8 graden. Dat rotweer blijft maar duren en we wagen de afdaling. Voetje voor voetje vordert de weg terwijl het rondom ons bliksemt en dondert. Rond ons zien we aan alle zijden stukken rotsblokken naar beneden komen en wij maar hopen dat ze tijdig stoppen met rollen zodat we ten minste daarvan gespaard blijven. De modder stroomt in beken naar beneden en daar moeten wij dan ook beducht voor zijn. De lucht zit potdicht en dat het onweer zou voorbij trekken is nog niet voor dadelijk. Met een erwt in de broek redden we ons uit de hachelijke situatie en hopen wat verder het betere weer te vinden. En dat lukt nog ook. Eens in de vallei houdt het op met regenen en is de weide weer bezaaid met bloempjes. We hebben de intentie om het vandaag wat rustiger aan te doen en niet te ver te rijden want we zijn beiden moe. Al vlug zoeken we een staanplaats maar dat lukt ons niet zo direct. Genietend van de bergketens met nog steeds dreigende wolken en op de flanken een lappendeken van kleuren schuimen we de omgeving af. Nog twee uur hebben we moeten verder rijden om een plekje te vinden; een riant plateau met uitzicht over het meer en zijn omgeving. Wij de stoelen uitgehaald om ons te installeren en wat te genieten. Maar de wind blaast zo krachtig dat we bijna met stoel en al omwaaien; Dan maar van de nood een deugd maken en binnen zitten. Hopelijk is het morgenochtend beter weer zodat we kunnen dauwtrappen alvorens te vertrekken.
En inderdaad, het is beter. Wij reeds om acht uur op stap. Het licht en de temperatuur zijn ideaal. Na een uur te genieten rijden we verder landinwaarts. Alweer wacht ons het verwerken van een bergpas en de wolken verschijnen terug; Blijven ze ons dan werkelijk achtervolgen? En zeggen dat ze in onze heimat wegsmelten van de hitte. Gelukkig zijn de weergoden ons vandaag wat gunstig gezind en kunnen we ons programma droog afwerken. We houden nog een korte stop te Sivas, een zeer drukke stad. Eruit weg geraken is geen sinecure, richtingaanwijzers kennen ze hier blijkbaar het bestaan nog niet van en dan maar op onze gebruikelijke manier informatie inwinnen. Gebarentaal begint hier echt wonderen te doen. Volgen dan kilometers baan doorheen de graanschuur van Turkije tot we de afslag nemen naar een klein dorp. Zou het hier niet leuk zijn om vannacht te staan? Van bij het zoeken al naar een horizontale plek is er een enthousiaste jonge dame die ons toewuift; Ja, dat lijkt ons wel wat. In de buurt van haar huis houden we halte. Ze komt dadelijk op ons af met het gekende gebaar en çai. Even bekomen van de rit was er dus niet bij en we moeten dadelijk mee naar haar woning. In de tuin is er een deel afgemaakt dat als terras moet dienen; wat planken aan mekaar getimmerd met de nodige ruimten ertussen, iets dat op een poortje moet lijken en daarbinnen de banken met de gebruikelijke kussens op. We moeten er plaatsnemen en haar broer, die een weinig Engels kan, tracht met ons een gesprek aan te knopen. Korte tijd nadien komt de gastvrouw eraan met een dienblad gevuld met eten en een theestel. Ze biedt ons brood aan gevuld met spinazie, een soort marsepein en ander zoetigheden en olijven. En wij maar eten. Wanneer we het welletjes vinden hebben we vriendelijk bedankt en kunnen we eindelijk naar ons huisje. Goed en wel zitten we buiten ons boek te lezen en de rest van het dorp verschijnt. Onze komst had zich weer als een lopend vuurtje verspreid. Met zn allen willen ze in de camper bezichtigen en even dacht ik eraan om een volgnummer te geven want ik kon niet meer volgen. Intussen is er alweer een lief iemand die koffie gaan zetten is en voor onze zwerfwagen, op de grond, hebben we dan tijdens het nuttigen ervan het gebruikelijke babbeltje gehouden. Gelukkig had haar zoon in Nederland gewerkt als portier en kan hij ons wat bijstaan als vertaler. Tot laat zitten we buiten onder het monotone tromgeroffel van een huwelijksfeest, en indien het echt te fris wordt kruipen we binnen en van lezen is niet veel in huis gekomen.
We zijn op de terugweg en doen nog even Cappadocië aan. Het is er zo mooi dat we er voor de allerlaatste keer nog eens willen van genieten. Het wordt een rustige dag zodat we even kunnen bijkomen want we hebben er nood aan. Slapen doen we opnieuw te Zelve maar van een zonsondergang kunnen we alleen maar dromen. Het weer is al verschillende dagen aan de grillige kant en de zon is ver te zoeken. s Avonds alweer hetzelfde: de talrijke Turken die tijdens het weekend picknicken komen als het ware in een rijtje staan om toch maar even een kijkje te mogen nemen in de zwerfwagen. Wie kan hen dat verbieden?
Nog een laatste wandeling in dit feeëriek landschap en dan op weg naar Sultanhani. Ook op de heenreis hebben we daar overnacht en waren er goed ontvangen. Waarom nu die niet overdoen. De bergen verdwijnen stilaan uit ons vizier en we rijden opnieuw door de graanschuur van Turkije. Centraal-Anatolië produceert trouwens de meeste graangewassen van het land. Het graan staat overrijp en zo ver we zien kunnen zijn ze aan het oogsten. Dat beeld van die gouden graanhalmen met her en der een boom ertussen overweldigt mij zodanig dat ik het niet vlug zal vergeten. Aangekomen op ons voorziene plekje worden we weer met open armen ontvangen en zullen we lekker rustig kunnen uitslapen. Na het nuttigen van de aangeboden thee en de soep die ze voor ons klaarmaken hebben we eindelijk rust en kunnen we even aan ons zelf denken.
Het hart van het Aziatisch deel van Turkije wordt gevormd door een hoogvlakte met dorre steppen die worden onderbroken door een groot zoutmeer. Dit is het gebied waar we vandaag doorheen moeten. We kiezen bewust voor toeristische routes omdat die zoveel moois te bieden hebben.In de dorpen die langsheen die baantjes liggen hebben ze voorwaar nog nooit een zwerfwagen gezien en we worden begaapt alsof we marsmannetjes zijn die op aarde neergedaald zijn. We rijden en rijden ettelijke kilometers door een vlak landschap waar het rijp koren staat te wachten om geoogst te worden. Waar ze reeds die taak aan het opknappen zijn, volgen de ooievaars de machines zoals je bij ons de meeuwen achter een traktor ziet vliegen. Met tientallen zoeken ze naar iets eetbaars. Zelf denken we op sommige ogenblikken dat we op het eind van de wereld zijn; geen levende ziel te bespeuren, geen autos, geen mensen, geen dieren. Alleen maar dat onmetelijke . En plots verschijnt daar dan voor ons dat meer, Tuz Gölü, een 80 km lang zoutmeer met een moerasachtige oever. Het bevat zoveel zout (35%) dat dit mineraal zelfs onder water kristalliseert. En die kleur!!! Noem het maar Pink Lake; over de ganse oppervlakte schittert het dieproze meer met naar de kanten toe een brede spierwitte zoutrand waarvan de kristallen glinsteren in de zon. Op slechts één plaats kan men het meer benaderen en dat doen we dan ook uitgebreid. We wandelen op de zoutkristallen en tussen de plassen waarin het kristallisatieproces nog bezig is. Onvoorstelbaar mooi. Nadien terug de eindeloze vlakte door. De weggetjes worden steeds maar smaller maar de natuur is onvergetelijk. Voor de lunch stoppen we in een klein dorp. Slechts een achttal huizen staan er. Leven is er op het eerste zicht niet te bespeuren. Is het misschien een dorp waar de pest is uitgebroken? We eten er en wagen nadien toch een dorpswandeling. Slechts aan één huis zaten er enkele vrouwen en een man te keuvelen. Daar kunnen we natuurlijk niet zomaar voorbij. Fotograferen stoort hen niet en we beloven dan ook al die fotos door te sturen. Resultaat: uit dankbaarheid krijgen we twee broden, een pond gezouten boter en 10 kakelverse eitjes mee naar de camper. Bij onze noorderburen zullen er zeker vele jaloersen rondlopen indien we beginnen opnoemen wat wij in dit land allemaal gekregen hebben. Met spijt in het hart verlaten we dat gebied en vervolgen de weg. Die blijft wel even mooi en meerdere malen vliegen de arenden ons zo voorbij. In de late namiddag beginnen we te denken aan een overnachtinsplek maar dit wil vandaag niet goed lukken. We zoeken en blijven zoeken. Onze keuze om kleine baantjes te nemen is prima maar we hebben er geen rekening mee gehouden dat daar weinig uitwijkmogelijkheden zijn. Het is dan ook al negentien uur alvorens we een plek vinden. Op een plateau te midden van een berglandschap gaan we de nacht doorbrengen; We staan er gans alleen, geen dorp in de omgeving en van vervelende kinderen zullen we geen last hebben. Resten er ons dan nog twee dagen Turkije waaronder morgen een stadsbezoek aan Istanbul. Nadien doorkruisen we nog het noorden van Griekenland waar we toch nog enkele dagen een strand gaan opzoeken. We kunnen het best gebruiken. Eens in Italië rijden we richting Dolomieten en hopen we in Val Gardena nog enkele schitterende bergwandelingen te doen. Ongeveer 10 000 kilometer zullen we dan gereden hebben en het zal eens wat anders zijn om de benen een inspanning te laten doen. De rest vernemen jullie dan wel wanneer we terug in het thuisland zijn.
Drie weken onderweg en hier het vervolg van onze belevenissen.
We zijn in het gebied van de Tigris. Van de ambassade wisten we dat het niet veilig was om Diyarbakir te bezoeken omdat de PKK daar bijzonder actief is. Toch willen we er eens de sfeer opsnuiven want naar hetgeen we hier al gezien en meegemaakt hebben zijn de Koerden heel lieve mensen. We hebben trouwens de indruk dat het hele gebeuren hier fel opgeschroefd is door de media. Op de weg er naartoe ligt hoog op een rots met uitzicht over de Tigris de ruïne van een vroegere stad. In de rots zijn talloze huizen uitgehouwen waarin de mensen leefden en sommige rotswoningen zijn nog bewoond. Binnen is het steeds dezelfde temperatuur en aangenaam koel maar om daar je dagen in te slijten in deze eeuw is wel wat veel gevraagd. Dit pareltje van een historische plek wordt momenteel bedreigd door de aanleg van een barrage op de Tigris. Binnen de vier jaar zou het dorp ondergelopen zijn. Er rijst dan ook protest van de hele internationale gemeenschap maar of dat succes zal hebben is nog de vraag. Na een uitgebreid bezoek rijden we verder. Een leuk detail is, dat niet wij de mensen hier fotograferen maar dat zij het zijn die ons vragen om bij hun op de foto te staan. Wat zou daar de reden van zijn? De natuur is weergaloos. De Tigris trekt een kronkelend lint er doorheen met ernaast een muur van mooi gesculpteerde rotsen die weerspiegelen in het water. Voor de eerste maal zien we in dit land picknickruimten langsheen de rivier. Er is hier zulk een verbluffende schoonheid maar zoweinig kansen op te stoppen en ervan te genieten maar blijkbaar wordt er nu toch stilaan werk van gemaakt. Intussen de dagelijks weerkerende controles maar dat deert ons niet meer. Hoe dichter bij Diyarbakir, hoe intenser en agressiever ze zijn. Het blijft niet meer bij gewone geweren maar we hebben al heel wat ander materiaal te zien gekregen zoals tanks, kalasjnikows(schrijfwijze twijfel ik aan) en noem maar op. En jawel hoor, we worden twee maal opgehouden. Zou Wim er dan toch verdacht uitzien? Maar neen, het was louter uit nieuwsgierigheid. De eerste maal verwelkomt men ons in het Duits. Het was een jendarma die in Duitsland geleefd had en graag die taal nog eens wou oefenen. De volgende keer was het in het Frans te doen. Die militair woonde in Parijs waar zijn gezin trouwens nog verbleef. Alweer wat de taal oefenen om dan uiteindelijk ons adres te vragen. Zodra hij in Parijs terug was ging hij ons thuis komen dag zeggen. Wat is nu 300 km voor een Turk!!! De dorpen in dit gedeelte van het land zien er nog viezer uit dan voorheen maar de natuur blijft schitteren. Gouden heuvels vol oogstrijp graan met hier en daar een verloren geplante boom. De minder bedeelden zijn aan het oogsten met een sikkel of een zeisen dat bij een temperatuur van 40°. Hele dagen staan ze daarin te werken met hun lange kleren en een hoofddoek op, gebogen onder die hete zon. Blijkbaar hebben ze hier toch een betere rug dan wij Belgen. De rijkeren huren gesofistikeerde machines om te oogsten. Dat graan wordt dan op vrachtwagens geladen waar ik niet graag achter rijd. Ze zijn zo hoog en breed gevuld dat ik me afvraag hoe het komt dat ze niet omkantelen. Uiteindelijk komen we in Diyarbakir aan, niet echt een attractieve stad; stoffig, heet en omringd met muren van zwart basalt. We blijven er niet lang rondhangen en rijden liever door op zoek naar een veilige slaapplaats. We kiezen terug voor een benzinestation maar onze keuze was niet denderend. We werden er wel verwelkomd met de klassieke thee, die we samen met het personeel in de schaduw konden drinken. De route werd wat besproken en wij terug naar de camper. Het was er echter zo druk door vrachtwagens die aan en af reden dat we geen rustige nacht tegemoet gingen.
Acht uur en de thermometer wijst reeds 31° aan. Dat belooft! We rijden richting Vanmeer en hopen daar wat frisser weer te vinden. Zoals we de laatste dagen al enkele malen ondervonden hebben is het wegdek weer uitermate slecht. Kilometers lang zijn ze met wegeniswerken bezig en moeten wij over ruwe ondergrond hobbelen. De stofwolken zijn zo gigantisch dat we onze voorgangers niet meer zien rijden. In onze kasten blijft er niets meer op de plaats staan. We zullen bij het stoppen weer wat vinden! Tegen 20 km/uur hotsen we erdoor en zo hopen we toch nog vandaag in een koeler gebied te komen. In de schaarse dorpjes zitten de mannen op kabouterstoeltjes te keuvelen en thee te slurpen. Moeten die hier dan niet werken en zijn het altijd maar de vrouwen die voor alles moeten instaan! Ongelooflijk hoe dat die jonge meisjes dat zo maar allemaal ondergaan. Wanneer hiertegen eens een verzet zal rijzen, horen we het wel tot in Europa. Zulke toestand kan niet blijven duren en het is hoog tijd dat de v rouwen hier eens wakker geschud worden. Na een korte stop om de blog bij te vullen rijden we door tot Tatvan, aan het meer gelegen. In het blauwe water van dat Vanmeer, dat op 1 720 meter hoogte ligt, weerspiegelen de omliggende pieken. Een heel mooi zicht! Maar wanneer we wat dichterbij van die schoonheid willen genieten zien we weer hetzelfde. Rond het ganse meer, zeven maal groter dan het meer van Genève ligt een boord van weggegooid vuil. Niet om aan te zien. Wanneer gaat men hier in Turkije daar iets aan doen! Dat meer is ontstaan door verschillende vulkaanuitbarstingen die zulk een lavadam opgebouwd hebben dat het water niet meer wegkan. Door het ontbreken van een afvoer is dat water zo alkalisch geworden dat de plaatselijke bevolking zijn was erin doet zonder zeep te moeten gebruiken. Naar verluid zou hij schoon zijn!!! We willen de vulkaan Nemrut bezoeken die voor dat prachtige natuurwonder gezorgd heeft. Wij op zoek naar het toeristenbureau, die zullen ons zeker kunnen informeren. Het opgegeven adres bestond niet meer. Dan maar op zoek naar de nieuwe plek. Na veel gebarentaal dan toch gevonden maar wat bleek; het was middaguur en dus gesloten. Werken doen ze hier blijkbaar niet graag en het ging dus vandaag niet meer open. Op straat zie ik een jongeman met wat boeken onder de arm. Die kan voorzeker wat Engels!! En ik had geluk ook. Van hem kregen we uitvoerig te horen waar we ons licht konden opsteken voor die trip naar de vulkaan. Intussen was het al zo laat dat we dat liever voor sanderendaags gingen voorbehouden. Tijdens de namiddag gingen we dan wat aan onze cultuur werken. Te Ahlat, ten noorden van Tatvan, staan 8 000 islamitische grafmonumenten van betekenis en enkele kegelvormige koepelvragen uit de 13de eeuw. Een bezoek waard. Een universitaire ploeg is er druk doende om al die graven in GPS-coördinaten vast te leggen. Het wordt tijd om een staanplaats te vinden. We zijn nog steeds in het risicogebied en kiezen voor een sfeervolle camping aan het meer gelegen. Wij blij, we kunnen eens afkoelen! Maar wat blijkt; voor mannen geen enkel probleem. Zij mogen zich in zwembroek vertonen en gaan zwemmen, de jongetjes zelfs met hun ganse firmament bloot. Maar alweer die discriminatie. Geen enkele vrouw op het strand of aan de camping, die horen er weer niet bij. Ik was mij daarvan oorspronkelijk nog niet bewust en wilde langs het meer gaan wandelen. Aangekleed vertrok ik maar werd zo nagekeken en uitgekleed dat ik me ongemakkelijk voelde en teruggekeerd ben. Bezweet bleef ik dan maar ter plekke en heb alleen aan pootje baden gedaan met een broek tot onder de knieën. Wat een wereld!
Gelukkig is de grote hitte van het Land van melk en honing achter de rug en hebben we goed geslapen. Bij het ontwaken ontdekte ik alweer het ongelooflijke. Het waren nu niet de heren die te zien waren maar vier dames. Gekleed in hun traditionele kledij en met hoofddoek op waren ze aan het joggen. Sportieve en gemakkelijk zittende kledij noemt men dat. Na het ontbijt vertrekken we richting stad om een gids te bespreken voor de trip naar de vulkaan. Intussen wisten we al dat de weg er naartoe zo erbarmelijk slecht was dat we er zelf niet moesten aan beginnen.. Dank zij de gekregen uitleg vonden we vlug iets dat op een reisbureau geleek en wij binnen. De vraag was nog niet gesteld of per GSM werd een persoon opgeroepen. Zijn eerste woorden: I have a good car!!! We spreken een prijs af en met zijn minibusje, alleen voor ons twee vertrekken we richting vulkaan. Dus we hebben een bevoorrechte positie, zo dachten we toch. Onze gids was zeer inschikkelijk, kocht brood en meloen voor ons en beloofde aan al onze wensen te voldoen. Onze dag kon niet meer stuk. Om tien uur zijn we startklaar. I have a good car en wat bleek: de voorruit was gebarsten van links naar rechts, de geopende zijruiten werden open gehouden met kauwgom, dichtingen rond ramen of deuren bestonden niet meer. Telkens Wim zijn deur opende kon ze niet meer dicht maar no problem. Dat scheen de normaalste zaak ter wereld te zijn. En wij met dat geval de bergen in. Aanvankelijk leek het baantje redelijk goed maar hoe hoger we reden hoe slechter het werd; bochtig, geen vaste ondergrond, vol putten en aan tegenliggend verkeer mochten we niet denken. Daarbij was de afgrond zo duizelingwekkend dat het koud zweet me uitbrak. Maar alles verliep goed tot de eerste fotostop. Ramp boven ramp onze gids, mooi gekleed in een zwarte broek met een spierwit hemd maar wel maar met drie tanden in de mond, was zijn sigarettenblaadjes vergeten. Dadelijk wordt een van de zonen per GSM opgebeld om de blaadjes naar de vulkaan te rijden. Trekt Wim een deurtje open van iets dat als handschoenenkastje moet doorgaan en daar, tussen een ganse boel vieze plasticzakken, vindt hij de blaadjes. Het gelaat van Mehmet klaarde uit en dat probleem was opgelost. Wij verder naar een volgende stop maar de chauffeur moest plassen. Kan gebeuren. We wachten en zien hem na de plaspauze lekker water over de penis gieten. Zou dat hier zo moeten! Nadien hebben wij met datzelfde water onze handen gewassen en ze waren nog proper ook. Terug verder op dat pad in een fantastische staat maar oei, de GSM rinkelt! Dan maar met 1 hand verder rijden en intussen telefoneren. Beginnen nu de oren te jeuken. Dan zoeken we maar een haarspeld om er in te peuteren. De zon is hevig en de zonnebril moet gezocht worden. Ah, hij is gevonden maar er is een probleempje; één glas zit goed en het andere hangt halfstok. Maar hij zal nu toch wel beter zien! En zo bereiken we toch veilig de top en hier in Turkije lukt dat allemaal. Met dat alles zou ik nog vergeten te zeggen dat we onvergetelijke beelden te verwerken kregen. We zagen een Ice Cave, zwavelbronnen, een heetwaterbron en prachtige hellingen met zwart geblakerde lavabrokken. Het krioelt er van insecten en de bloemen zijn weer van de partij. Een bioloog zou hier zijn hartje kunnen ophalen. Met onze zelfde luxecar keren we in de late namiddag terug naar Tatvan. Daar worden we door de gids getrakteerd op de traditionele drank om nadien zelf terug het roer in handen te nemen. We rijden verder langsheen de zuidkant van het meer, richting Van. Ongelooflijk hoe snel de natuur hier een ander gelaat toont. Om de honderd kilometer wanen we ons in een andere wereld. Australië, waar ik zo vol lof over ben, is mooi maar qua natuur moet Oost-Turkije zeker niet onderdoen. Persoonlijk vind het nog mooier. We houden terug halt aan iets dat als camping moet dienen, terug aan het meer gelegen. We staan er gans alleen en genieten van een prachtige zonsondergang. Pittig detail: we drinken een biertje en de eigenaar kan zelfs niet op 5 lira = 2,5 euro weergeven.
Vandaag stond er een boottocht op het programma naar een waardevol kerkje op een klein eiland in het Vanmeer. Tijdens het wachten zijn er enkele tante nonnekes die zich uitgebreid laten fotograferen met dat meer als achtergrond. Het is reeds halftien en nog steeds geen boot te zien. De toeristenstroom is nog niet op gang gekomen en de boot vaart niet uit. Dan maar onze plannen wijzigen. We laten het spectaculaire landschap van gisteren voor wat het was en rijden richting Van. In die stad willen we de citadel bezoeken. Nog niet geparkeerd staat er al een student die ons absoluut wil gidsen. Vermits we de nodige documentatie hebben vinden we het niet nodig maar hij blijft aandringen. Die citadel ligt op een 2 km lange rots en we beginnen de beklimming, steeds gevolgd door dat opdringerig typetje. Na enkele zaken bezocht te hebben vraagt hij Wim om achter een gedenksteen te gaan kijken naar inscripties. Nooit heb ik Wim zo vlug gezien. Het lag er vol uitwerpselen en afval. Heel dat boeltje was aan het gisten en stonk verschrikkelijk. Wim vond het zo afzichtelijk dat hij die gast wandelen gestuurd heeft met een uitbrander dat het een schande was voor het Turkse volk dat zo iets kon gebeuren. En meteen was onze bezichtiging beëindigd. Daar ging onze citadel! De geur bleef Wim maar achtervolgen. Ik had al heel wat eau-de-cologne over hem uitgesprenkeld maar niets hielp. Zelfs niet de geur van her vers gebakken brood dat ik net gekocht had. Dan maar het stadscentrum bezoeken waar de uitstalramen vergeven waren van de GSMs Iedereen, tot de kleinste schaapsherder toe, loopt hier met zulk een spul rond. Hoe arm ze ook zijn, een telefoontje hebben ze Het vervolg van de weg doet ons twijfelen of we nog wel in Turkije zijn. Het landschap doet veeleer aan Mongolië denken met zijn weidse vlakten en afgeronde grijsgele heuvels. Daarin enkele wilde paarden en duizenden schapen. Heel mooi. Wat verder zien we een aanwijzing voor een waterval. Alles pikken we mee, dus dat ook en inderdaad, het loonde de moeite. Een hangbruggetje over en daar zien we het water wild naar beneden klotsen. De zon doet haar werk voor de schitteringen en alweer krijgen we mooie prentjes voorgeschoteld. Een Turkse familie was op vakantie en we trachten wat contact te nemen. Beleefd zoals we zijn wil Wim iedereen een hand geven maar dat was zwaar gezondigd. De vrouw weigerde prompt met een ik ben moslim. Daar stonden we met onze welvoeglijkheid. Alleen een buiging kon door de beugel. Waarom steeds dat verschil. Heeft Allah dat zo gewild? Ik twijfel eraan en aan hun cultuur moet nog veel gesleuteld worden. Op een terrasje nog wat uitblazen en dan wegop voor een nachtelijk plekje. Nog steeds in het risicogebied gaan we nogmaals aankloppen bij onze vrienden. Een simpele vraag aan een politie was voldoende. Dadelijk werd met de GSM de rest van het korps verwittigd en het zware ijzeren hekken schoof open. Dat was weer geregeld en we stonden veilig, maar rustig was anders. Een klopje op de deur en we werden uitgenodigd voor de thee. In een mooi salon met gemakkelijke zetels moesten we plaats nemen, omgeven door de mannen van de wet. Veel werk hadden ze blijkbaar niet. Met drie brachten ze thee aan, er werd wat gekeuveld en het licht gedempt. Op de muur kregen we dan beelden te zien van het moderne Turkije met dansende meiden, schaars gekleed en daarbij de aangepaste muziek. Wat een verschil met het Turkije buiten het politiekantoor. De tijd van afscheid nemen brak aan maar naar de camper mochten we niet terug. De chef nodigde ons uit om samen met hem naar het restaurant te gaan. Een schuchter afwijzen hielp niet en wij in het donker van de nacht naar het dorp. In het restaurant alweer een en al aandacht voor ons. Het eten werd opgediend in plastieken borden en omdat we vreemdeling waren kregen we zelfs een vork. Zij eten alleen met een lepel. De drank werd gebracht maar onze begeleider vroeg dadelijk naar een glas, ook ongewoon. Nat werd het op tafel gezet want afdrogen doet men hier niet en de maaltijd kon beginnen, zo dacht ik toch. Maar neen hoor, eerst nog les in het Turks. De chef wilden ons alle woorden i.v.m. eten aanleren. Ik moest het goed memoriseren want hij ging mij nadien overhoren. En dat op een vakantie! Intussen was er een gastje van 16 jaar voor ons zijn beste danspasjes aan het bovenhalen en het was een gezellige en vooral goedkope avond. Want betalen mochten we niet. Volgt er nu een stadswandeling maar die was wel van korte duur. Zoetebekken zoals de Turken zijn trok hij met ons een ijssalon binnen en daar werden we getrakteerd op een ijsje. Dat wimpelen we natuurlijk niet af. Om de avond af te sluiten wou hij met ons naar een Koerdisch huwelijksfeest maar daarvoor hebben we toch vriendelijk bedankt. Het was wel geweest en we waren moe. We hebben vriendelijk bedankt en hij beval nog aan zijn personeel om s anderendaags onze watertank te vullen; een lofwaardig initiatief.
Na een rustige nacht bij onze vrienden, de politie, was het tijd om afscheid te nemen. Maar, zoals er gisteren was afgesproken, mochten we niet weg alvorens die watertank was bijgevuld. Zelf mochten we alleen maar toekijken want we waren hun gasten. Zij alleen gingen die klus klaren. Uitvoerig danken en wij de baan op, alweer genietend van een schitterende natuur. Onze eigen harde schijf wordt te klein om alle indrukken te verwerken en we moeten dringend aan een uitbreiding ervan gaan denken. De route brengt ons tot op een hoogte van 2 633 meter. Weids uitdijende vlakten omzoomd door afgeronde heuveltoppen in alle kleuren van het kleurenspectrum. Regelmatig grote kudden schapen en geiten met heel jonge kinderen als schapenhoeders maar met een sigaret in de mond. Op straat worden we zelfs door hen opgehouden omdat ze nog meer van die kankerstokken willen. Soms zijn het ook de schapen die voor hinder zorgen wanneer ze met drie of vier kudden tegelijk willen oversteken; een heel apart gezicht! De dorpjes die we te zien krijgen zijn heel verschillend. Soms zijn ze iets moderner met een glimmend golfplaten puntdak en andere keren zijn het vierkante nederzettingen met muren van gedroogd koemest rond. Daartussen krioelt het dan van kinderen en alweer schapen. Bij een fotostop komt er een man op ons af en vraagt hij medicijnen tegen hoofdpijn. Dat kunnen we niet weigeren en hopen alleen maar dat wij nu geen griepaanval meer krijgen want onze pillen zijn elders gebleven. Plots krijgen we wat we vandaag zo verlangd hadden: het zicht op de hoogste berg van Turkije. En daar staat hij in al zijn glorie, de berg Ararat met zijn 5 137 meter hoogte, de toppen bedekt met een dik pak eeuwige sneeuw en enkele witte wolkjes rond de top. Hij domineert het landschap in alle richtingen. Lager op zijn flanken staan de witte tenten gezaaid van de Koerden en voor hem een breed uitwaaierende bergketen in bruinachtige tinten. Wat een schoonheid! In de Bijbel wordt hij genoemd als de plaats waar de Ark van Noach zou gestrand zijn na de zondvloed. Maar daar zijn de meningen verdeeld over. In ieder geval, we kregen hem te zien en kunnen nu rustig verder richting grens van Iran. Nu we zo dicht genaderd zijn mogen we dat toch ook niet links laten liggen. Wat gaan die 40 km meer geven wanneer onze kilometerteller reeds rond de 6 000 staat. Een rechte baan in een vrij goede staat voert ons tot aan de grens. Daar even de auto aan de kant voor een paspoortcontrole. Te voet wandelen we tot aan de Iranese grens waar een groot beeld van Komeini prijkt. Wim wou doodgraag dit kiekje hebben alhoewel fotograferen verboden was. Maar zijn we Belgen of niet. We wagen het erop tot we plots een fel geroep horen. Mocht niet en we moesten dadelijk terugkeren. Dat deden we gedwee maar hadden intussen toch onze foto. Op de terugweg nog even de tank laten vullen met Irandiesel want die is hier maar half zo duur dan elders in het land. Na de middag even de cultuur wat bijschaven. We rijden richting Dogubeyazit, een stoffig stadje dichtbij de grens. In de buurt ervan staat het paleis van Ishak Pasha. We zagen het reeds op menige fotos en scheen ons wel een bezoek waard. Te midden het ruige bergachtige landschap schijnt het wel een fata morgana. Na een steile klim komen we bij dit fantastisch gelegen paleis. De schoonheid en de architectuur binnen is al even sprookjesachtig als de buitenkant. De harem neemt het grootste deel in beslag met een netwerk van vertrekken. Na een bezoek wandelen we nog wat in de omgeving. Het is weekend en heel wat Turken zijn op stap. We zien er twee jongetjes, prachtig uitgedost ineen wit glimmend pak, die waarschijnlijk een Besnijdenisfeest vierden. Verder krioelt het er van fanatieke moslims en we voelen er ons niet gemakkelijk bij. De afdaling wordt aangevangen en we hotsen en botsen weer naar benden, op zoek naar een overnachtingsplek. We installeren ons bij een verlaten benzinestation waar een paar woont uit Azerbeidjaan. Lieve mensen maar tot een gesprek komen we niet. Van hun taaltje kennen we niets en vice versa, dus alweer gebarentaal. Het is voor de eerste maal dat we in Turkije zijn dat we zulke vochtige warmte hebben en zullen last hebben om te slapen. Het wordt een korte nacht.
Wim was gisteren blijkbaar niet erg gerust in de overnachtingsplek en was dus ook zeer vroeg wakker. We stonden eenzaam en verlaten bij dat benzinestation en vertrokken dan ook met het ochtendgloren. Nog maar fijn de baan op en daar verschenen ze terug in het straatbeeld: de kraampjes Het was lang geleden dat we er nog gezien hadden. Vermits we in het gebied waren van de abrikozenteelt waren het alleen die vruchten die te koop aangeboden werden want zo gaat dat hier in dat land. Alleen de eigen streekproducten worden op die plek aan de man gebracht. We stoppen en kopen voor een halve euro een kilogram van die lekkere vruchten. Alweer een ongewoon panorama met bergen getooid met warme tinten. Roestkleur, rood, oker, bruin en alle schakeringen van geel vonden we terug op de flanken. We geraken er niet op uitgekeken. Kars en Ani staan op het programma: twee dorpen tegen de Armeense grens, dus risicogebied. Vandaar de nog talrijker controleposten met nog agressiever materiaal maar afschrikken doet het ons niet meer. Integendeel, we gaan het leuk vinden. Bij de volgende post verschijnt het plaatje DUR/stoppen. Drie tot de tanden toe gewapende jendarmas komen op de auto af. Wim trekt een guitig gelaat en draait het raampje open. Moeten we aan de kant voor een nazicht? Neen hoor, alweer die nieuwsgierigheid die bovenkomt en toch moeten we opzij. Maar niet voor controle wel voor een thee. Achter de camouflagemuur met zandzakjes bovenop worden twee doodsversleten zetels voor ons neergezet. Ik als vrouw moet me in de beste zetel neervlijen en Wim krijgt de andere. Met twee man komen ze aan met thee, water en voor mij een abrikoos. Intussen maar vragen stellen in een gebarentaal die ons stilaan eigen is. Alles moeten ze weten tot de prijs van de camera toe. De andere wagens worden allen tegengehouden en sommigen daarvan worden grondig gecontroleerd. Eén van de volgende busjes stopt ook en wie komt er uit? De chef van de politie waar we enkele nachten terug mochten logeren. Het weerzien was hartelijk en het afscheid gebeurde op zn Turks. Wim kreeg twee zoenen en ik een buiging. Wat was dat weer een leuk intermezzo! De rit wordt verder gezet en we komen terug in dat Mongoolse landschap terecht van eindeloze weiden getooid met ontelbare bloemen dat tenslotte nog altijd de Anatolische hoogvlakte is. Daartussen duizenden schapen met alweer jonge schapenhoeders en enkele wilde paarden. Ik kan die landschappen niet blijven beschrijven maar ze zijn allen om ter mooist! Kars is geen gezellige stad en we zijn er vlug op uitgekeken. Maar volgens de reisgidsen moesten we daar een toegangsticket kopen om Ani te kunnen bezoeken. Wij van de ene post naar de andere en wat blijkt! Sinds kort is die regel afgeschaft omdat het in het gebied rustiger is geworden en nu kunnen we zonder vergunning naar Ani tegen de Armeense grens gelegen. Duizend jaar geleden telde Ani, toen de hoofdstad van het Armeense rijk, 100 000 inwoners maar nu blijven er alleen nog ruïnes over van verschillende kerken en kloosters allen opgetrokken uit grote blokken roodbruine natuursteen; een bezoek waard.. De stad was gebouwd op een driehoekig stuk grond, begrensd door een diepe ravijn. Deze vormt de scheiding tussen Armenië en Turkije. Verder is de stad omgeven door dikke muren waartegen een klein Koerdisch dorp is gebouwd. Na zowat twee uur rondgedoold te hebben tussen die historische ruïnes keren we terug. In dat Koerdisch dorpje is er een huwelijksfeest aan de gang en we worden uitgenodigd. Zoiets wijzen we natuurlijk niet af maar onze kledij was niet aangepast. Na dat hete bezoek te Ani hadden we er ons wat luchtiger opgezet om de terugweg aan te vangen en dat past uiteraard niet in een moslimmidden, zo dachten we. Vandaag scheen dat echter geen probleem te zijn en we moesten zo mee. Beziens hadden we alleszins. Een vijftal mannen waren aan het dansen op de monotone klanken van Turkse muziek. Alweer zonder vrouwen! Ik versta niet dat ze dat blijven nemen en niet in opstand komen. Het is hier echt een mannenwereld. In ieder geval genoten we van het spektakel en hoor ik Wim zeggen: "als ik er maar niet van heb". Hij had beter gezwegen want de muziek stopte en hij in zijn short tussen mooi geklede mannen moest op de grasmat zijn beste danspassen bovenhalen. Hilariteit alom. De muziek stopte en daar kwam ook ik aan de beurt. We hebben daar voor een extraatje gezorgd voor de plaatselijke bevolking maar daarmee was de kous nog niet af. Eerst een ganse reeks fotograferen want daar houden ze hier van en dan moest ik mee naar binnen. Daar stond de mooi geklede bruid in een spierwit kleed met haar kersverse echtgenoot en een bruidsmeisje. Een ganse dag moesten ze daar binnen blijven terwijl er buiten luidkeels gevierd werd. Niet bepaald leuk voor dat verse paar! Ook daar weer fotos en toen werden we naar een tafel geloodst; een plastiek tafel die buiten stond, vlug wat schoonvegen, en dan moesten we samen eten van dat feestmaal: schapenragout met rijst en een gemengde sla. Alles werd opgediend in een plastiek bord en als bestek kregen we een lepel. Volgens een van de feestvierders begon Wim niet vlug genoeg te eten en kwam hij tonen hoe dat moest. Zelf nam hij een grote schep rijst en stak die in zijn mond. Nadien moest Wim hetzelfde doen met diezelfde lepel. Hebben we wel medicatie tegen diarree mee? Zo vielen we daar van de ene verrassing in de andere en hadden we toch weer wat speciaals beleefd. Een waardige afsluiter van een leuke dag en we weten weer waarover dromen!
Vandaag zijn we in een ander Turkije aangekomen. Na vanmorgen uitgebreid te bedanken voor het gebruik van het computermateriaal op onze overnachtingplaats zijn we terug op weg. Inderdaad, gisteren heb ik een koude douche gekregen. Een volgens mij kleurrijke blog stond op onze laptop klaar om over te hevelen en te verspreiden op het internet tot ik de computer opstartte. Alles was verdwenen. Wij hadden nl; de dag voordien problemen gehad met ons materiaal en daar ging mijn blog. Nu maar hopen dat ik alles nog wat kan reconstrueren. Terug naar vandaag. Eens Kars uit kozen we de weg naar het gebergte in het noordoosten van Turkije. Aanvankelijk schreed er een vlak landschap aan ons voorbij met groene weiden doorsneden door een meanderende rivier. Geen autos, geen mensen. Al vlug kwam daar verandering in en de bergen toonden ons hun mooiste zijde. Daartussen een brede vallei vol groene weiden met miljoenen bloemen. Zoveel had ik er nog nooit samen gezien; noem maar een kleur en ze stond er tussen. Dorpjes waren schaars. Op een trip van ongeveer 200 km zagen we maar drie dorpen, die naam waardig. Wel hadden we nog enkele nederzettingen die waarschijnlijk voor dorp moesten doorgaan maar dat was weer een doffe ellende. Zo zagen we een gehuchtje waar de mensen werkelijk in de str leefden. Hun vierkante lemen huisjes, allen omgeven door muren van gedroogd koemest waarschijnlijk als brandstof voor de koude wintermaanden. Drie mannen stonden te liften; nemen we ze mee? In zulk gastvrij land mogen we ze niet laten staan. Daar bovenop komen hier geen dolmussen langs gereden en ze moeten ook in hun dorp geraken. Wat waren ze blij toen we stopten. Wel tien maal dank u en de nodige buigingen. In het eerste dorp namen ze afscheid en wij verder in die prachtige wereld. De baan klom en bleef maar klimmen. Bij enkele schamele woningen kwam er een kar langs om melk op te halen. Er liepen daar zoveel koeien rond dat die melk wel een bron van inkomsten kon zijn en zo te zien konden ze dat goed gebruiken. Toch weer die vriendelijkheid. Bij de fotostop dadelijk kinderen en mannen rond de auto. Ze moesten allen op de foto en eerder konden we niet weg. Het zoveelste adres werd genoteerd om de fotos op te sturen. Hopelijk weten we nog welke prentjes naar wie!!!Ook was het hier het gebied waar de eenden welkom waren en zo hadden we steeds andere hindernissen op de baan. Waren het niet de koeien, dan waren het paarden of eenden of schapen en geiten. Uiteindelijk waren we op een hoogte van 2 640 meter. Een kleine nederzetting van enkelen houten huisjes met op het dak wat rotsblokken om de ganse boel waterdicht te houden. Het was er nog amper 16°, we waren meer gewoon. Dan een spectaculaire afdaling. Ze zagen hier niet op een haarspeldbocht of steile afdaling van rond de 15%. Het was een serpentine van haarspeldbochten met daarbij het grote niveauverschil. Honderd meter recht was er niet. En op zulk een baan controle van jandarma en de chauffeur die dringend moest, slechter kon het niet vallen. Zelfs een tippelaarster vond dat het een geschikte plaats was om een man aan de haak te slaan!!!Maar een baan vol diepe kuilen en bijzonder smal was voor de chauffeur gans andere koek. Toch genoten we van een ongerepte natuur die totaal anders was dan de vorige dagen. We waren net in een bergland van Europa met ruwe bergen, bossen, canyons, rivieren met hangbruggen over; kortom de natuur in al haar glorie. Na de lunch vonden we het welletjes en hebben we ons heel romantisch langsheen een klaterende rivier geïnstalleerd om wat bij te komen. Na enkele uren terug de baan op die nog wat smaller werd en nog wat slechter. Wim kreeg er genoeg van en zocht een geschikt plekje om te overnachten. Dat moest in zulk een landschap toch te vinden zijn. Hij een gravelroad op met ons lang vehikel. Dat was natuurlijk geen sinecure. Ik begaf het van de schrik. Regelmatig moest ik uitstappen om te zien of de snuit van de auto uit die diepe putten zou geraken en door een droge rivierbedding maar hij dreef door en vond een leuk plaatsje. Nu maar hopen dat we morgenochtend zonder kleerscheuren terug op de hoofdbaan geraken. We duimen ervoor!
Drie weken onderweg en hier het vervolg van onze belevenissen.
We zijn in het gebied van de Tigris. Van de ambassade wisten we dat het niet veilig was om Diyarbakir te bezoeken omdat de PKK daar bijzonder actief is. Toch willen we er eens de sfeer opsnuiven want naar hetgeen we hier al gezien en meegemaakt hebben zijn de Koerden heel lieve mensen. We hebben trouwens de indruk dat het hele gebeuren hier fel opgeschroefd is door de media. Op de weg er naartoe ligt hoog op een rots met uitzicht over de Tigris de ruïne van een vroegere stad. In de rots zijn talloze huizen uitgehouwen waarin de mensen leefden en sommige rotswoningen zijn nog bewoond. Binnen is het steeds dezelfde temperatuur en aangenaam koel maar om daar je dagen in te slijten in deze eeuw is wel wat veel gevraagd. Dit pareltje van een historische plek wordt momenteel bedreigd door de aanleg van een barrage op de Tigris. Binnen de vier jaar zou het dorp ondergelopen zijn. Er rijst dan ook protest van de hele internationale gemeenschap maar of dat succes zal hebben is nog de vraag. Na een uitgebreid bezoek rijden we verder. Een leuk detail is, dat niet wij de mensen hier fotograferen maar dat zij het zijn die ons vragen om bij hun op de foto te staan. Wat zou daar de reden van zijn? De natuur is weergaloos. De Tigris trekt een kronkelend lint er doorheen met ernaast een muur van mooi gesculpteerde rotsen die weerspiegelen in het water. Voor de eerste maal zien we in dit land picknickruimten langsheen de rivier. Er is hier zulk een verbluffende schoonheid maar zoweinig kansen op te stoppen en ervan te genieten maar blijkbaar wordt er nu toch stilaan werk van gemaakt. Intussen de dagelijks weerkerende controles maar dat deert ons niet meer. Hoe dichter bij Diyarbakir, hoe intenser en agressiever ze zijn. Het blijft niet meer bij gewone geweren maar we hebben al heel wat ander materiaal te zien gekregen zoals tanks, kalasjnikows(schrijfwijze twijfel ik aan) en noem maar op. En jawel hoor, we worden twee maal opgehouden. Zou Wim er dan toch verdacht uitzien? Maar neen, het was louter uit nieuwsgierigheid. De eerste maal verwelkomt men ons in het Duits. Het was een jendarma die in Duitsland geleefd had en graag die taal nog eens wou oefenen. De volgende keer was het in het Frans te doen. Die militair woonde in Parijs waar zijn gezin trouwens nog verbleef. Alweer wat de taal oefenen om dan uiteindelijk ons adres te vragen. Zodra hij in Parijs terug was ging hij ons thuis komen dag zeggen. Wat is nu 300 km voor een Turk!!! De dorpen in dit gedeelte van het land zien er nog viezer uit dan voorheen maar de natuur blijft schitteren. Gouden heuvels vol oogstrijp graan met hier en daar een verloren geplante boom. De minder bedeelden zijn aan het oogsten met een sikkel of een zeisen dat bij een temperatuur van 40°. Hele dagen staan ze daarin te werken met hun lange kleren en een hoofddoek op, gebogen onder die hete zon. Blijkbaar hebben ze hier toch een betere rug dan wij Belgen. De rijkeren huren gesofistikeerde machines om te oogsten. Dat graan wordt dan op vrachtwagens geladen waar ik niet graag achter rijd. Ze zijn zo hoog en breed gevuld dat ik me afvraag hoe het komt dat ze niet omkantelen. Uiteindelijk komen we in Diyarbakir aan, niet echt een attractieve stad; stoffig, heet en omringd met muren van zwart basalt. We blijven er niet lang rondhangen en rijden liever door op zoek naar een veilige slaapplaats. We kiezen terug voor een benzinestation maar onze keuze was niet denderend. We werden er wel verwelkomd met de klassieke thee, die we samen met het personeel in de schaduw konden drinken. De route werd wat besproken en wij terug naar de camper. Het was er echter zo druk door vrachtwagens die aan en af reden dat we geen rustige nacht tegemoet gingen.
Acht uur en de thermometer wijst reeds 31° aan. Dat belooft! We rijden richting Vanmeer en hopen daar wat frisser weer te vinden. Zoals we de laatste dagen al enkele malen ondervonden hebben is het wegdek weer uitermate slecht. Kilometers lang zijn ze met wegeniswerken bezig en moeten wij over ruwe ondergrond hobbelen. De stofwolken zijn zo gigantisch dat we onze voorgangers niet meer zien rijden. In onze kasten blijft er niets meer op de plaats staan. We zullen bij het stoppen weer wat vinden! Tegen 20 km/uur hotsen we erdoor en zo hopen we toch nog vandaag in een koeler gebied te komen. In de schaarse dorpjes zitten de mannen op kabouterstoeltjes te keuvelen en thee te slurpen. Moeten die hier dan niet werken en zijn het altijd maar de vrouwen die voor alles moeten instaan! Ongelooflijk hoe dat die jonge meisjes dat zo maar allemaal ondergaan. Wanneer hiertegen eens een verzet zal rijzen, horen we het wel tot in Europa. Zulke toestand kan niet blijven duren en het is hoog tijd dat de v rouwen hier eens wakker geschud worden. Na een korte stop om de blog bij te vullen rijden we door tot Tatvan, aan het meer gelegen. In het blauwe water van dat Vanmeer, dat op 1 720 meter hoogte ligt, weerspiegelen de omliggende pieken. Een heel mooi zicht! Maar wanneer we wat dichterbij van die schoonheid willen genieten zien we weer hetzelfde. Rond het ganse meer, zeven maal groter dan het meer van Genève ligt een boord van weggegooid vuil. Niet om aan te zien. Wanneer gaat men hier in Turkije daar iets aan doen! Dat meer is ontstaan door verschillende vulkaanuitbarstingen die zulk een lavadam opgebouwd hebben dat het water niet meer wegkan. Door het ontbreken van een afvoer is dat water zo alkalisch geworden dat de plaatselijke bevolking zijn was erin doet zonder zeep te moeten gebruiken. Naar verluid zou hij schoon zijn!!! We willen de vulkaan Nemrut bezoeken die voor dat prachtige natuurwonder gezorgd heeft. Wij op zoek naar het toeristenbureau, die zullen ons zeker kunnen informeren. Het opgegeven adres bestond niet meer. Dan maar op zoek naar de nieuwe plek. Na veel gebarentaal dan toch gevonden maar wat bleek; het was middaguur en dus gesloten. Werken doen ze hier blijkbaar niet graag en het ging dus vandaag niet meer open. Op straat zie ik een jongeman met wat boeken onder de arm. Die kan voorzeker wat Engels!! En ik had geluk ook. Van hem kregen we uitvoerig te horen waar we ons licht konden opsteken voor die trip naar de vulkaan. Intussen was het al zo laat dat we dat liever voor sanderendaags gingen voorbehouden. Tijdens de namiddag gingen we dan wat aan onze cultuur werken. Te Ahlat, ten noorden van Tatvan, staan 8 000 islamitische grafmonumenten van betekenis en enkele kegelvormige koepelvragen uit de 13de eeuw. Een bezoek waard. Een universitaire ploeg is er druk doende om al die graven in GPS-coördinaten vast te leggen. Het wordt tijd om een staanplaats te vinden. We zijn nog steeds in het risicogebied en kiezen voor een sfeervolle camping aan het meer gelegen. Wij blij, we kunnen eens afkoelen! Maar wat blijkt; voor mannen geen enkel probleem. Zij mogen zich in zwembroek vertonen en gaan zwemmen, de jongetjes zelfs met hun ganse firmament bloot. Maar alweer die discriminatie. Geen enkele vrouw op het strand of aan de camping, die horen er weer niet bij. Ik was mij daarvan oorspronkelijk nog niet bewust en wilde langs het meer gaan wandelen. Aangekleed vertrok ik maar werd zo nagekeken en uitgekleed dat ik me ongemakkelijk voelde en teruggekeerd ben. Bezweet bleef ik dan maar ter plekke en heb alleen aan pootje baden gedaan met een broek tot onder de knieën. Wat een wereld!
Gelukkig is de grote hitte van het Land van melk en honing achter de rug en hebben we goed geslapen. Bij het ontwaken ontdekte ik alweer het ongelooflijke. Het waren nu niet de heren die te zien waren maar vier dames. Gekleed in hun traditionele kledij en met hoofddoek op waren ze aan het joggen. Sportieve en gemakkelijk zittende kledij noemt men dat. Na het ontbijt vertrekken we richting stad om een gids te bespreken voor de trip naar de vulkaan. Intussen wisten we al dat de weg er naartoe zo erbarmelijk slecht was dat we er zelf niet moesten aan beginnen.. Dank zij de gekregen uitleg vonden we vlug iets dat op een reisbureau geleek en wij binnen. De vraag was nog niet gesteld of per GSM werd een persoon opgeroepen. Zijn eerste woorden: I have a good car!!! We spreken een prijs af en met zijn minibusje, alleen voor ons twee vertrekken we richting vulkaan. Dus we hebben een bevoorrechte positie, zo dachten we toch. Onze gids was zeer inschikkelijk, kocht brood en meloen voor ons en beloofde aan al onze wensen te voldoen. Onze dag kon niet meer stuk. Om tien uur zijn we startklaar. I have a good car en wat bleek: de voorruit was gebarsten van links naar rechts, de geopende zijruiten werden open gehouden met kauwgom, dichtingen rond ramen of deuren bestonden niet meer. Telkens Wim zijn deur opende kon ze niet meer dicht maar no problem. Dat scheen de normaalste zaak ter wereld te zijn. En wij met dat geval de bergen in. Aanvankelijk leek het baantje redelijk goed maar hoe hoger we reden hoe slechter het werd; bochtig, geen vaste ondergrond, vol putten en aan tegenliggend verkeer mochten we niet denken. Daarbij was de afgrond zo duizelingwekkend dat het koud zweet me uitbrak. Maar alles verliep goed tot de eerste fotostop. Ramp boven ramp onze gids, mooi gekleed in een zwarte broek met een spierwit hemd maar wel maar met drie tanden in de mond, was zijn sigarettenblaadjes vergeten. Dadelijk wordt een van de zonen per GSM opgebeld om de blaadjes naar de vulkaan te rijden. Trekt Wim een deurtje open van iets dat als handschoenenkastje moet doorgaan en daar, tussen een ganse boel vieze plasticzakken, vindt hij de blaadjes. Het gelaat van Mehmet klaarde uit en dat probleem was opgelost. Wij verder naar een volgende stop maar de chauffeur moest plassen. Kan gebeuren. We wachten en zien hem na de plaspauze lekker water over de penis gieten. Zou dat hier zo moeten! Nadien hebben wij met datzelfde water onze handen gewassen en ze waren nog proper ook. Terug verder op dat pad in een fantastische staat maar oei, de GSM rinkelt! Dan maar met 1 hand verder rijden en intussen telefoneren. Beginnen nu de oren te jeuken. Dan zoeken we maar een haarspeld om er in te peuteren. De zon is hevig en de zonnebril moet gezocht worden. Ah, hij is gevonden maar er is een probleempje; één glas zit goed en het andere hangt halfstok. Maar hij zal nu toch wel beter zien! En zo bereiken we toch veilig de top en hier in Turkije lukt dat allemaal. Met dat alles zou ik nog vergeten te zeggen dat we onvergetelijke beelden te verwerken kregen. We zagen een Ice Cave, zwavelbronnen, een heetwaterbron en prachtige hellingen met zwart geblakerde lavabrokken. Het krioelt er van insecten en de bloemen zijn weer van de partij. Een bioloog zou hier zijn hartje kunnen ophalen. Met onze zelfde luxecar keren we in de late namiddag terug naar Tatvan. Daar worden we door de gids getrakteerd op de traditionele drank om nadien zelf terug het roer in handen te nemen. We rijden verder langsheen de zuidkant van het meer, richting Van. Ongelooflijk hoe snel de natuur hier een ander gelaat toont. Om de honderd kilometer wanen we ons in een andere wereld. Australië, waar ik zo vol lof over ben, is mooi maar qua natuur moet Oost-Turkije zeker niet onderdoen. Persoonlijk vind het nog mooier. We houden terug halt aan iets dat als camping moet dienen, terug aan het meer gelegen. We staan er gans alleen en genieten van een prachtige zonsondergang. Pittig detail: we drinken een biertje en de eigenaar kan zelfs niet op 5 lira = 2,5 euro weergeven.
Vandaag stond er een boottocht op het programma naar een waardevol kerkje op een klein eiland in het Vanmeer. Tijdens het wachten zijn er enkele tante nonnekes die zich uitgebreid laten fotograferen met dat meer als achtergrond. Het is reeds halftien en nog steeds geen boot te zien. De toeristenstroom is nog niet op gang gekomen en de boot vaart niet uit. Dan maar onze plannen wijzigen. We laten het spectaculaire landschap van gisteren voor wat het was en rijden richting Van. In die stad willen we de citadel bezoeken. Nog niet geparkeerd staat er al een student die ons absoluut wil gidsen. Vermits we de nodige documentatie hebben vinden we het niet nodig maar hij blijft aandringen. Die citadel ligt op een 2 km lange rots en we beginnen de beklimming, steeds gevolgd door dat opdringerig typetje. Na enkele zaken bezocht te hebben vraagt hij Wim om achter een gedenksteen te gaan kijken naar inscripties. Nooit heb ik Wim zo vlug gezien. Het lag er vol uitwerpselen en afval. Heel dat boeltje was aan het gisten en stonk verschrikkelijk. Wim vond het zo afzichtelijk dat hij die gast wandelen gestuurd heeft met een uitbrander dat het een schande was voor het Turkse volk dat zo iets kon gebeuren. En meteen was onze bezichtiging beëindigd. Daar ging onze citadel! De geur bleef Wim maar achtervolgen. Ik had al heel wat eau-de-cologne over hem uitgesprenkeld maar niets hielp. Zelfs niet de geur van her vers gebakken brood dat ik net gekocht had. Dan maar het stadscentrum bezoeken waar de uitstalramen vergeven waren van de GSMs Iedereen, tot de kleinste schaapsherder toe, loopt hier met zulk een spul rond. Hoe arm ze ook zijn, een telefoontje hebben ze Het vervolg van de weg doet ons twijfelen of we nog wel in Turkije zijn. Het landschap doet veeleer aan Mongolië denken met zijn weidse vlakten en afgeronde grijsgele heuvels. Daarin enkele wilde paarden en duizenden schapen. Heel mooi. Wat verder zien we een aanwijzing voor een waterval. Alles pikken we mee, dus dat ook en inderdaad, het loonde de moeite. Een hangbruggetje over en daar zien we het water wild naar beneden klotsen. De zon doet haar werk voor de schitteringen en alweer krijgen we mooie prentjes voorgeschoteld. Een Turkse familie was op vakantie en we trachten wat contact te nemen. Beleefd zoals we zijn wil Wim iedereen een hand geven maar dat was zwaar gezondigd. De vrouw weigerde prompt met een ik ben moslim. Daar stonden we met onze welvoeglijkheid. Alleen een buiging kon door de beugel. Waarom steeds dat verschil. Heeft Allah dat zo gewild? Ik twijfel eraan en aan hun cultuur moet nog veel gesleuteld worden. Op een terrasje nog wat uitblazen en dan wegop voor een nachtelijk plekje. Nog steeds in het risicogebied gaan we nogmaals aankloppen bij onze vrienden. Een simpele vraag aan een politie was voldoende. Dadelijk werd met de GSM de rest van het korps verwittigd en het zware ijzeren hekken schoof open. Dat was weer geregeld en we stonden veilig, maar rustig was anders. Een klopje op de deur en we werden uitgenodigd voor de thee. In een mooi salon met gemakkelijke zetels moesten we plaats nemen, omgeven door de mannen van de wet. Veel werk hadden ze blijkbaar niet. Met drie brachten ze thee aan, er werd wat gekeuveld en het licht gedempt. Op de muur kregen we dan beelden te zien van het moderne Turkije met dansende meiden, schaars gekleed en daarbij de aangepaste muziek. Wat een verschil met het Turkije buiten het politiekantoor. De tijd van afscheid nemen brak aan maar naar de camper mochten we niet terug. De chef nodigde ons uit om samen met hem naar het restaurant te gaan. Een schuchter afwijzen hielp niet en wij in het donker van de nacht naar het dorp. In het restaurant alweer een en al aandacht voor ons. Het eten werd opgediend in plastieken borden en omdat we vreemdeling waren kregen we zelfs een vork. Zij eten alleen met een lepel. De drank werd gebracht maar onze begeleider vroeg dadelijk naar een glas, ook ongewoon. Nat werd het op tafel gezet want afdrogen doet men hier niet en de maaltijd kon beginnen, zo dacht ik toch. Maar neen hoor, eerst nog les in het Turks. De chef wilden ons alle woorden i.v.m. eten aanleren. Ik moest het goed memoriseren want hij ging mij nadien overhoren. En dat op een vakantie! Intussen was er een gastje van 16 jaar voor ons zijn beste danspasjes aan het bovenhalen en het was een gezellige en vooral goedkope avond. Want betalen mochten we niet. Volgt er nu een stadswandeling maar die was wel van korte duur. Zoetebekken zoals de Turken zijn trok hij met ons een ijssalon binnen en daar werden we getrakteerd op een ijsje. Dat wimpelen we natuurlijk niet af. Om de avond af te sluiten wou hij met ons naar een Koerdisch huwelijksfeest maar daarvoor hebben we toch vriendelijk bedankt. Het was wel geweest en we waren moe. We hebben vriendelijk bedankt en hij beval nog aan zijn personeel om s anderendaags onze watertank te vullen; een lofwaardig initiatief.
Na een rustige nacht bij onze vrienden, de politie, was het tijd om afscheid te nemen. Maar, zoals er gisteren was afgesproken, mochten we niet weg alvorens die watertank was bijgevuld. Zelf mochten we alleen maar toekijken want we waren hun gasten. Zij alleen gingen die klus klaren. Uitvoerig danken en wij de baan op, alweer genietend van een schitterende natuur. Onze eigen harde schijf wordt te klein om alle indrukken te verwerken en we moeten dringend aan een uitbreiding ervan gaan denken. De route brengt ons tot op een hoogte van 2 633 meter. Weids uitdijende vlakten omzoomd door afgeronde heuveltoppen in alle kleuren van het kleurenspectrum. Regelmatig grote kudden schapen en geiten met heel jonge kinderen als schapenhoeders maar met een sigaret in de mond. Op straat worden we zelfs door hen opgehouden omdat ze nog meer van die kankerstokken willen. Soms zijn het ook de schapen die voor hinder zorgen wanneer ze met drie of vier kudden tegelijk willen oversteken; een heel apart gezicht! De dorpjes die we te zien krijgen zijn heel verschillend. Soms zijn ze iets moderner met een glimmend golfplaten puntdak en andere keren zijn het vierkante nederzettingen met muren van gedroogd koemest rond. Daartussen krioelt het dan van kinderen en alweer schapen. Bij een fotostop komt er een man op ons af en vraagt hij medicijnen tegen hoofdpijn. Dat kunnen we niet weigeren en hopen alleen maar dat wij nu geen griepaanval meer krijgen want onze pillen zijn elders gebleven. Plots krijgen we wat we vandaag zo verlangd hadden: het zicht op de hoogste berg van Turkije. En daar staat hij in al zijn glorie, de berg Ararat met zijn 5 137 meter hoogte, de toppen bedekt met een dik pak eeuwige sneeuw en enkele witte wolkjes rond de top. Hij domineert het landschap in alle richtingen. Lager op zijn flanken staan de witte tenten gezaaid van de Koerden en voor hem een breed uitwaaierende bergketen in bruinachtige tinten. Wat een schoonheid! In de Bijbel wordt hij genoemd als de plaats waar de Ark van Noach zou gestrand zijn na de zondvloed. Maar daar zijn de meningen verdeeld over. In ieder geval, we kregen hem te zien en kunnen nu rustig verder richting grens van Iran. Nu we zo dicht genaderd zijn mogen we dat toch ook niet links laten liggen. Wat gaan die 40 km meer geven wanneer onze kilometerteller reeds rond de 6 000 staat. Een rechte baan in een vrij goede staat voert ons tot aan de grens. Daar even de auto aan de kant voor een paspoortcontrole. Te voet wandelen we tot aan de Iranese grens waar een groot beeld van Komeini prijkt. Wim wou doodgraag dit kiekje hebben alhoewel fotograferen verboden was. Maar zijn we Belgen of niet. We wagen het erop tot we plots een fel geroep horen. Mocht niet en we moesten dadelijk terugkeren. Dat deden we gedwee maar hadden intussen toch onze foto. Op de terugweg nog even de tank laten vullen met Irandiesel want die is hier maar half zo duur dan elders in het land. Na de middag even de cultuur wat bijschaven. We rijden richting Dogubeyazit, een stoffig stadje dichtbij de grens. In de buurt ervan staat het paleis van Ishak Pasha. We zagen het reeds op menige fotos en scheen ons wel een bezoek waard. Te midden het ruige bergachtige landschap schijnt het wel een fata morgana. Na een steile klim komen we bij dit fantastisch gelegen paleis. De schoonheid en de architectuur binnen is al even sprookjesachtig als de buitenkant. De harem neemt het grootste deel in beslag met een netwerk van vertrekken. Na een bezoek wandelen we nog wat in de omgeving. Het is weekend en heel wat Turken zijn op stap. We zien er twee jongetjes, prachtig uitgedost ineen wit glimmend pak, die waarschijnlijk een Besnijdenisfeest vierden. Verder krioelt het er van fanatieke moslims en we voelen er ons niet gemakkelijk bij. De afdaling wordt aangevangen en we hotsen en botsen weer naar benden, op zoek naar een overnachtingsplek. We installeren ons bij een verlaten benzinestation waar een paar woont uit Azerbeidjaan. Lieve mensen maar tot een gesprek komen we niet. Van hun taaltje kennen we niets en vice versa, dus alweer gebarentaal. Het is voor de eerste maal dat we in Turkije zijn dat we zulke vochtige warmte hebben en zullen last hebben om te slapen. Het wordt een korte nacht.
Wim was gisteren blijkbaar niet erg gerust in de overnachtingsplek en was dus ook zeer vroeg wakker. We stonden eenzaam en verlaten bij dat benzinestation en vertrokken dan ook met het ochtendgloren. Nog maar fijn de baan op en daar verschenen ze terug in het straatbeeld: de kraampjes Het was lang geleden dat we er nog gezien hadden. Vermits we in het gebied waren van de abrikozenteelt waren het alleen die vruchten die te koop aangeboden werden want zo gaat dat hier in dat land. Alleen de eigen streekproducten worden op die plek aan de man gebracht. We stoppen en kopen voor een halve euro een kilogram van die lekkere vruchten. Alweer een ongewoon panorama met bergen getooid met warme tinten. Roestkleur, rood, oker, bruin en alle schakeringen van geel vonden we terug op de flanken. We geraken er niet op uitgekeken. Kars en Ani staan op het programma: twee dorpen tegen de Armeense grens, dus risicogebied. Vandaar de nog talrijker controleposten met nog agressiever materiaal maar afschrikken doet het ons niet meer. Integendeel, we gaan het leuk vinden. Bij de volgende post verschijnt het plaatje DUR/stoppen. Drie tot de tanden toe gewapende jendarmas komen op de auto af. Wim trekt een guitig gelaat en draait het raampje open. Moeten we aan de kant voor een nazicht? Neen hoor, alweer die nieuwsgierigheid die bovenkomt en toch moeten we opzij. Maar niet voor controle wel voor een thee. Achter de camouflagemuur met zandzakjes bovenop worden twee doodsversleten zetels voor ons neergezet. Ik als vrouw moet me in de beste zetel neervlijen en Wim krijgt de andere. Met twee man komen ze aan met thee, water en voor mij een abrikoos. Intussen maar vragen stellen in een gebarentaal die ons stilaan eigen is. Alles moeten ze weten tot de prijs van de camera toe. De andere wagens worden allen tegengehouden en sommigen daarvan worden grondig gecontroleerd. Eén van de volgende busjes stopt ook en wie komt er uit? De chef van de politie waar we enkele nachten terug mochten logeren. Het weerzien was hartelijk en het afscheid gebeurde op zn Turks. Wim kreeg twee zoenen en ik een buiging. Wat was dat weer een leuk intermezzo! De rit wordt verder gezet en we komen terug in dat Mongoolse landschap terecht van eindeloze weiden getooid met ontelbare bloemen dat tenslotte nog altijd de Anatolische hoogvlakte is. Daartussen duizenden schapen met alweer jonge schapenhoeders en enkele wilde paarden. Ik kan die landschappen niet blijven beschrijven maar ze zijn allen om ter mooist! Kars is geen gezellige stad en we zijn er vlug op uitgekeken. Maar volgens de reisgidsen moesten we daar een toegangsticket kopen om Ani te kunnen bezoeken. Wij van de ene post naar de andere en wat blijkt! Sinds kort is die regel afgeschaft omdat het in het gebied rustiger is geworden en nu kunnen we zonder vergunning naar Ani tegen de Armeense grens gelegen. Duizend jaar geleden telde Ani, toen de hoofdstad van het Armeense rijk, 100 000 inwoners maar nu blijven er alleen nog ruïnes over van verschillende kerken en kloosters allen opgetrokken uit grote blokken roodbruine natuursteen; een bezoek waard.. De stad was gebouwd op een driehoekig stuk grond, begrensd door een diepe ravijn. Deze vormt de scheiding tussen Armenië en Turkije. Verder is de stad omgeven door dikke muren waartegen een klein Koerdisch dorp is gebouwd. Na zowat twee uur rondgedoold te hebben tussen die historische ruïnes keren we terug. In dat Koerdisch dorpje is er een huwelijksfeest aan de gang en we worden uitgenodigd. Zoiets wijzen we natuurlijk niet af maar onze kledij was niet aangepast. Na dat hete bezoek te Ani hadden we er ons wat luchtiger opgezet om de terugweg aan te vangen en dat past uiteraard niet in een moslimmidden, zo dachten we. Vandaag scheen dat echter geen probleem te zijn en we moesten zo mee. Beziens hadden we alleszins. Een vijftal mannen waren aan het dansen op de monotone klanken van Turkse muziek. Alweer zonder vrouwen! Ik versta niet dat ze dat blijven nemen en niet in opstand komen. Het is hier echt een mannenwereld. In ieder geval genoten we van het spektakel en hoor ik Wim zeggen: "als ik er maar niet van heb". Hij had beter gezwegen want de muziek stopte en hij in zijn short tussen mooi geklede mannen moest op de grasmat zijn beste danspassen bovenhalen. Hilariteit alom. De muziek stopte en daar kwam ook ik aan de beurt. We hebben daar voor een extraatje gezorgd voor de plaatselijke bevolking maar daarmee was de kous nog niet af. Eerst een ganse reeks fotograferen want daar houden ze hier van en dan moest ik mee naar binnen. Daar stond de mooi geklede bruid in een spierwit kleed met haar kersverse echtgenoot en een bruidsmeisje. Een ganse dag moesten ze daar binnen blijven terwijl er buiten luidkeels gevierd werd. Niet bepaald leuk voor dat verse paar! Ook daar weer fotos en toen werden we naar een tafel geloodst; een plastiek tafel die buiten stond, vlug wat schoonvegen, en dan moesten we samen eten van dat feestmaal: schapenragout met rijst en een gemengde sla. Alles werd opgediend in een plastiek bord en als bestek kregen we een lepel. Volgens een van de feestvierders begon Wim niet vlug genoeg te eten en kwam hij tonen hoe dat moest. Zelf nam hij een grote schep rijst en stak die in zijn mond. Nadien moest Wim hetzelfde doen met diezelfde lepel. Hebben we wel medicatie tegen diarree mee? Zo vielen we daar van de ene verrassing in de andere en hadden we toch weer wat speciaals beleefd. Een waardige afsluiter van een leuke dag en we weten weer waarover dromen!
Vandaag zijn we in een ander Turkije aangekomen. Na vanmorgen uitgebreid te bedanken voor het gebruik van het computermateriaal op onze overnachtingplaats zijn we terug op weg. Inderdaad, gisteren heb ik een koude douche gekregen. Een volgens mij kleurrijke blog stond op onze laptop klaar om over te hevelen en te verspreiden op het internet tot ik de computer opstartte. Alles was verdwenen. Wij hadden nl; de dag voordien problemen gehad met ons materiaal en daar ging mijn blog. Nu maar hopen dat ik alles nog wat kan reconstrueren. Terug naar vandaag. Eens Kars uit kozen we de weg naar het gebergte in het noordoosten van Turkije. Aanvankelijk schreed er een vlak landschap aan ons voorbij met groene weiden doorsneden door een meanderende rivier. Geen autos, geen mensen. Al vlug kwam daar verandering in en de bergen toonden ons hun mooiste zijde. Daartussen een brede vallei vol groene weiden met miljoenen bloemen. Zoveel had ik er nog nooit samen gezien; noem maar een kleur en ze stond er tussen. Dorpjes waren schaars. Op een trip van ongeveer 200 km zagen we maar drie dorpen, die naam waardig. Wel hadden we nog enkele nederzettingen die waarschijnlijk voor dorp moesten doorgaan maar dat was weer een doffe ellende. Zo zagen we een gehuchtje waar de mensen werkelijk in de str leefden. Hun vierkante lemen huisjes, allen omgeven door muren van gedroogd koemest waarschijnlijk als brandstof voor de koude wintermaanden. Drie mannen stonden te liften; nemen we ze mee? In zulk gastvrij land mogen we ze niet laten staan. Daar bovenop komen hier geen dolmussen langs gereden en ze moeten ook in hun dorp geraken. Wat waren ze blij toen we stopten. Wel tien maal dank u en de nodige buigingen. In het eerste dorp namen ze afscheid en wij verder in die prachtige wereld. De baan klom en bleef maar klimmen. Bij enkele schamele woningen kwam er een kar langs om melk op te halen. Er liepen daar zoveel koeien rond dat die melk wel een bron van inkomsten kon zijn en zo te zien konden ze dat goed gebruiken. Toch weer die vriendelijkheid. Bij de fotostop dadelijk kinderen en mannen rond de auto. Ze moesten allen op de foto en eerder konden we niet weg. Het zoveelste adres werd genoteerd om de fotos op te sturen. Hopelijk weten we nog welke prentjes naar wie!!!Ook was het hier het gebied waar de eenden welkom waren en zo hadden we steeds andere hindernissen op de baan. Waren het niet de koeien, dan waren het paarden of eenden of schapen en geiten. Uiteindelijk waren we op een hoogte van 2 640 meter. Een kleine nederzetting van enkelen houten huisjes met op het dak wat rotsblokken om de ganse boel waterdicht te houden. Het was er nog amper 16°, we waren meer gewoon. Dan een spectaculaire afdaling. Ze zagen hier niet op een haarspeldbocht of steile afdaling van rond de 15%. Het was een serpentine van haarspeldbochten met daarbij het grote niveauverschil. Honderd meter recht was er niet. En op zulk een baan controle van jandarma en de chauffeur die dringend moest, slechter kon het niet vallen. Zelfs een tippelaarster vond dat het een geschikte plaats was om een man aan de haak te slaan!!!Maar een baan vol diepe kuilen en bijzonder smal was voor de chauffeur gans andere koek. Toch genoten we van een ongerepte natuur die totaal anders was dan de vorige dagen. We waren net in een bergland van Europa met ruwe bergen, bossen, canyons, rivieren met hangbruggen over; kortom de natuur in al haar glorie. Na de lunch vonden we het welletjes en hebben we ons heel romantisch langsheen een klaterende rivier geïnstalleerd om wat bij te komen. Na enkele uren terug de baan op die nog wat smaller werd en nog wat slechter. Wim kreeg er genoeg van en zocht een geschikt plekje om te overnachten. Dat moest in zulk een landschap toch te vinden zijn. Hij een gravelroad op met ons lang vehikel. Dat was natuurlijk geen sinecure. Ik begaf het van de schrik. Regelmatig moest ik uitstappen om te zien of de snuit van de auto uit die diepe putten zou geraken en door een droge rivierbedding maar hij dreef door en vond een leuk plaatsje. Nu maar hopen dat we morgenochtend zonder kleerscheuren terug op de hoofdbaan geraken. We duimen ervoor!
Reizen is de ruimte breken en als een kind nooit uitgekeken raken op wat de wereld je biedt
En dat ondervinden wij aan den lijve. Dagelijks bij onze aankomst, en tot vervelens toe, worden we overstelpt door kinderen die hun nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. Steeds vallen dezelfde vragen: Hello, Whats your name? Where are you from? En daar blijft het dan bij want de rest kennen ze niet meer in het Engels. Tot daar is het dan ook draaglijk maar het erge is dat we ze nooit meer van de camper weg krijgen en ons een ganse avond bezig houden, lees lastig vallen. Geef ons dan maar liever de volwassenen die ons uitnodigen voor de thee.
We zijn nu 15 dagen onderweg en we worden moe. Wim heeft daarbij een lichte griepaanval en geraakt niet vooruit vandaar dat we het vandaag wat rustiger aan gaan doen en het houden bij een stadsbezoek. Malatya is de eerste grote stad van het oosten en we kunnen onze nieuwsgierigheid niet bedwingen. Ze telt ongeveer
400 000 inwoners en is bijzonder druk. Maar ook weer hier zien we dat ze zich meer naar westers model gaan gedragen. Die wijziging is er natuurlijk niet van vandaag op morgen en dan krijgen we van die hectische toestanden zoals stootkarren die oud ijzer ophalen in straten met een zeer druk en toeterend autoverkeer. Daartussen rijden dan de talrijke toeterende mottos(zeker overgewaaid uit Italië), de fietsers met fietsen in alle formaten om dan de rondrijdende fruitkarretjes niet te vergeten en de karren die door ezels voortgetrokken worden en vol zitten met mensen. Begin dan maar eens over te steken! In de uitstalramen zien we merkkledij naast Oosterse kledij en tientallen juwelierszaken. De jonge meisjes lopen met uitgesneden bloesjes en jeansbroeken maar daarnaast zien we dan weer de oudere conservatieve bevolking in hun typische klederdracht, vrouwen met de bourka aan en Koerdische mannen met hun traditionele losse broeken waarvan het kruis tot onder hun knieën hangt. Bij de apotheker een reuzenreclame over jawel, Viagra. De schoolkinderen trekken huiswaarts na hun laatste schooldag; diegenen die in de lagere school zitten allen in een felblauw schortje met wit kraagje en de groteren in een witte hemsbloes met een plooirok en een debardeur; ze zouden het eens koud kunnen hebben! De boekentas is hier nog niet uitgevonden. Ofwel dragen ze hun schriften onder de arm ofwel in de alom tegenwoordige plastic zak. De mannen wandelen arm in arm en bij een ontmoeting bieden ze beiden hun twee wangen aan. We hebben een ontmoeting met een Koerd en die begint me daar Wim te overbidden zonder einde. Nu komt hij zeker zonder problemen in het rijk der hemelen.Dat de stad gekend is voor zijn abrikozen kan je niet ontgaan. Talrijke kraampjes met actieve verkopers houden je al van kilometers ver staande om hun gedroogde abrikozen in alle formaten aan de man te brengen en dit voor een spotprijs: ongeveer 1,30 per kg. Qua temperatuur was het niet te doen. Reeds van s ochtends vroeg wees de thermometer 27° aan en het was windstil, vandaar waarschijnlijk die lichte en westerse kledij. En tot slot: zoals overal hun vlag en een afbeelding van Ataturk. Dat is duidelijk hun bevrijder geweest en ze vergeten dat niet. Even buiten de stad dan weer die schitterende natuur met talrijke schaapskudden. De schaapsherder staat aan de straatkant zijn dieren tegen te houden om over te steken zoals ik voorheen op het college deed. Het verschil is wel dat die dieren veel gedweeër zijn dan de leerlingen die blijkbaar allen tegelijk de schoolpoort willen verlaten. Op het land alweer de vrouwen, steeds gehurkt en dik gekleed. Een hark met lange steel kennen ze hier nog niet. Vermoedelijk hebben de vrouwen hier een betere rug dan wij in het Belgenlandje.
Alweer door berg en dal op weg naar een volgende bestemming: Nemrut Dagi, één van de bekendste en meest bezochte plaatsen ten oosten van Ankara en een absoluut hoogtepunt van een bezoek aan Oost-Turkije. Het uitgestrekt grafmonument werd gebouwd voor een koning die last had van grootheidswaanzin. Onder een ongeschonden kunstmatige tumulus rust koning Antiochus I. Om dichter bij de goden te zijn werd hij 2000 jaar geleden begraven op een hoogte van 2 150 meter. Hij wist zijn plekje wel te kiezen met een weids uitzicht naar alle kanten. De rit er naartoe is niet voor een gewone autobestuurder weggelegd vandaar dat we inschreven bij een organisatie. De tocht tot op de top duurt ongeveer twee uur en is op zijn minst spectaculair te noemen. Beginnend hebben we nog een pad die naam waardig maar hoe hoger we zijn, hoe slechter wordt de baan. Waar het begon met asfalt gaat het stilaan over in iets dat ooit asfalt geweest is om dan plots over te gaan op kasseien. Dit houdt in dat we van begin tot einde door elkaar zijn geschud zodat we bijna zouden binnenste buiten keren. Daarbij komt dat de baan in zeer slechte staat is en uitgenomen smal en bochtig. Autos kruisen moet niet aan gedacht worden. De afgrond is zo indrukwekkend dat het koud zweet uitbreekt van schrik en daarbij is de helling zo steil dat ons busje in eerste versnelling en tegen 15 km/uur naar boven kroop. Om bij het afdalen geen te hoge vaart te nemen heeft men in de kasseien op regelmatige afstand een soort verkeersdrempel gebouwd. Dat vertraagt de snelheid van afdalen maar neemt niet weg dat wij voortdurend van onze stoel schuiven. Het grote voordeel bij dat traag naar boven kruipen is dat we ruimschoots de tijd hebben om van het monumentale landschap te genieten. De goudgele kleuren wisselden mooi af met het turkooize water van de Eufraat. Op die rivier is de Atatürkdam gebouwd en het water meandert naar alle zijden; prachtig zicht. Op de top zien we koning Antiochus tussen grote koningen en goden afgebeeld. Vijf godinnen zitten met hun gelaat naar de zon gekeerd. Het heiligdom is weliswaar geteisterd door aardbevingen waardoor de hoofden van Griekse en Perzische goden van de oorspronkelijk negen meter hoge beelden tegen de heuvel liggen. Toch blijft het geheel een bezoek meer dan waard. Op die hoogte bleven we wachten op de zonsondergang die eveneens onvergetelijke plaatjes opleverde. We zullen weten waarvan dromen vannacht!
Nu op naar Mesopotamië, het gebied tussen Tigris en Eufraat en we naderen stilaan de plaatsen die in de Bijbel vermeld staan. Eerst uiteraard nog een stop aan de Atatürkstuwdam die grote veranderingen in de hele omgeving teweegbracht. Hij zorgt niet alleen voor elektriciteit maar dank zij deze dam wordt nu ook de hele Mesopotamische vlakte bevloeid. Met zijn lengte van bijna 2 km en zijn hoogte van 200 meter is hij de vijfde dam ter wereld. Vooraleer we hem mochten bezichtigen moesten we eerst een reispas afgeven die na het bezoek werd terugbezorgd en van filmen was er geen sprake. Beveiliging boven alles! Voor de nacht plaatsen we ons aan een tankstation. We zitten hier heel dicht bij de Syrische grens en naderen zowat het risicogebied. De jendarma raadt ons aan steeds op een hoofdader te parkeren en dat doen we dan ook heel gedwee. Met open armen worden we aan dat tankstation ontvangen. Men geeft ons een staanplaats in de schaduw hetgeen meer dan nodig is. De thermometer wijst 39 graden aan en dat is een temperatuur waarin ik voor niet veel goed ben! In de loop van de avond biedt men ons een thee aan en wat later komt men met warm brood voor de dag. We danken zeer hartelijk en belonen hen met onze laatste Belgische chocolade. Een poging tot gesprek eindigt in gebarentaal. Ze kennen immers alleen Turks of Koerdisch en die talen zijn wij niet machtig. Toch hadden we een leuke ontmoeting.
Vandaag begint dan echt de ontdekking van het gebied waarvan er zoveel in de Bijbel beschreven staat. De stad Urfa, aan de noordrand van Mesopotamië, is al sinds mensenheugenis een gelovige stad. De aartsvader Abraham zou er reeds opgetreden zijn tegen afgodsbeelden. Omdat de islamieten het Oude Testament herkennen, is Abraham ook voor hen een heilige man en vinden we er regelmatig sporen van terug. De stad is echter broeierig heet. s Ochtends reeds 32 graden en dat bleef stijgen tot 40°.Daarom zochten wij wat verkoeling in de tuinen van Gölbasi: prachtige tuinen met goudgele stenen gebouwen, Oosterse bogen en vijvers vol vis. Een bron waar een onvermoeibare reiziger Abraham op weg naar Kanaän zijn dorst leste, borrelt op te midden van een vijver vol karpers. Dat water wordt door bedevaarders gedronken om een genezing af te dwingen. In die grote hitte hebben we dan ook de klim gewaagd naar de vesting van de kruisvaarders die boven de stad uittorent. Maar de profeet zijn verhaal is nog niet af en we bezochten Harran, het dorp waar hij geleefd heeft. Het is één van de oudste Mesopotamische steden. De vorm van de huizen doet denken aan een bijenkorf Al de huizen daar hebben inderdaad die vorm en zijn opgetrokken uit de leem van Mesopotamië, hout is hier immers niet voorradig. Om daar te geraken was het echter een kruisweg. Daar waar we dachten dat de Turkse wegen in het westen slecht zijn, moeten we onze mening herzien. Ze zijn inderdaad niet goed maar vergeleken met hetgeen we vandaag meemaakten zijn het autostrades. Vijftig kilometer lang hebben we putten moeten trotseren die men maar net op het laatste te zien krijgt en er tussen slalommen was de boodschap. De gedichte putten waren heuvels en het stof vloog langs alle mogelijke kieren binnen. Vermoedelijk is het van de tijd van onze profeet geleden dat er nog iets aan de baan gebeurd is. Daarbij reden we nog wat te ver en kwamen we aan de Syrische grens uit. Dan maar terug op onze stappen om onze bestemming te bereiken;
Na dit bezoek reden we door in de richting van Mardin en van de ganse weg hebben we geen goed stuk baan gehad. Je moet het meemaken om het te kunnen inbeelden. De tafel schokte van de muur, alles wat enigszins losstond moest ik met beide handen tegenhouden of tussen mijn benen blokkeren; een echt potsierlijk zicht maar we hadden geen keuze. Daarbij bleef de temperatuur maar stijgen. Mesopotamië is één grote zinderende vlakte, geen boom te bespeuren en dorpen evenmin. Alleen maar graanvelden zo ver men zien kan. Op vele plekken was het graan al geoogst en was men die velden aan het afbranden. Dat graan werd met overvolle vrachtwagens weggevoerd en vooraan op elk voertuig een bede voor Allah: Allah Korusum. Het was beangstigend om er achter te rijden ,en toch zaten er dan nog vrouwen bovenop die stapels rustig te kwebbelen. Aan de kleur van de uitlaatgassen kan men zien wat ze tanken: indien het gewone diesel is verschijnt er een zwarte rook en met Eurodiesel zijn de uitlaatgassen normaal. Voor ons dus gemakkelijk om te beslissen waarmee we rijden! Daartussen duizenden schapen en Angorageiten, in grote kudden samen met schapenhoeders in dezelfde kleur gekleed dan die van die hete vlakte. Hun geelbruine kledij was niet te zien in het landschap met diezelfde gouden tinten. En regelmatig verschijning van de politie; die is hier duidelijk in het straatbeeld aanwezig. Wat waren we blij wanneer we iets voor onze volgende bestemming een overnachtingsplaats hadden bij een tankstation.
Onze volgende bestemmin, Mardin, beschikt over twee uitzonderlijke troeven; goed bewaarde islamitische gebouwen en een uitzonderlijke ligging. De stad ligt op de uitlopers van het Taurusgebergte, hoog verheven op een rots. Aan haar voeten de schijnbaar eindeloze Mesopotamische gouden vlakte. De stad doet oosters aan en heeft een wirwar van straatjes waar de politie niet uit het stadsbeeld weg te denken is. Alweer tientallen juwelenzaken en schoolkinderen die ons fier hun rapport kwamen tonen, de één glunderde al meer dan de andere. Zouden de punten er voor iets tussen zitten? Tijdens het vervolg van de route kwamen we dan de gevreesde politiecontroles tegen. Verscholen tussen opeengestapelde zandzakjes of camouflagehutjes met schietgaten erin en omgeven door prikkeldraad zitten ze daar schietensklaar met de mitraillette in de hand. Wim, die zo graag eens zou tegengehouden worden, heeft geen geluk. Wanneer ze merken dat we Belgen zijn, lachen ze vriendelijk en mogen we zo door. Iets verder naar het oosten bezoeken we een juweeltje van een klooster, het klooster van Mar Gabriël, de bisschop-stichter van het klooster. Het is gans omringd door een dikke muur om de plaatselijke christelijke gemeenschap tegen vijandelijkheden te beschermen en wordt nog steeds beheerd door een bisschop. We bellen aan en vragen een rondleiding. Die werd perfect gedaan en Engels gecommentarieerd. Zo vernamen we ook dat zij hier jaarlijks een veertigtal studenten de kans geven om te studeren en dat er twee inwonende gezinnen zijn.Het is om jaloers op te zijn wanneer we zien hoe riant dat hier gelegen is en hoe verzorgd de gebouwen zijn.Omdat de ligging zo schitterend is besluiten we om de nacht hier door te brengen. Na negentien uur komt iedereen daar plots te voorschijn, zowel jongeren als de gezinnen, de zusters en zelfs de bisschop. Blijkbaar heeft iedereen dan buiten een taak te vervullen. Wij varen er goed bij want van het geoogste komt men ons een deel brengen. Zo hebben we weer onze groenten voor morgen. Nu moeten jullie niet denken dat we gaan intreden, neen hoor,we willen gewoon genieten van een zonsondergang die het ganse gebergte in een vuurgloed zet. Een lieftallige inwonende zorgt dat we vijfsterren douches ter beschikking hebben en zit WCs. Dat is lang geleden en we genieten ervan.
Onze reisdag meer naar het oosten en in het gebied van de Tigris zit er op. Het was weer snikheet; de thermometer stond voortdurend rond de 40 graden en er was niet in buiten te komen. Gelukkig konden we van de airco in de stuurcabine genieten of we zouden ter plekke smelten. Wat trachten we naar wat koelte! Tijdens onze trip alweer die gouden velden met rijpe granen. Overal is men aan het oogsten: de minder bedeelden doen het met een sikkel en de rijkere klasse huurt een gesofistikeerde machine. De percelen worden afgebakend met stenen mannetjes. Dorpjes zijn sporadisch. Alleen enkele lemen krotten en natuurlijk een moskee met minaret. Kinderen met een stootkar moeten het vuil ophalen dat overal rondslingert. En ze zullen werk hebben want Turkije is vuil. Op gebied van respect voor de natuur is hier nog werk aan de winkel. In een grote stad is het een echte heksenketel en er is bijna niet door te komen. De autos dubbel geparkeerd en daarnaast, op een stoeltje, de bevolking in het midden van de straat. Blijkbaar was dat het enige plekje schaduw. Zo hebben we vandaag, alweer op slechte wegen, ongeveer driehonderd kilometer afgelegd. Blij dat we er zijn en kunnen rusten voor de dag van morgen. Als dat tenminste lukt want het is nog steeds 33 graden in de camper. Dat wordt nachtelijk zweten.
Reizen is het verst verleden eigentijds in je beleven.
En wat hebben we allemaal beleefd!
Reeds ongeveer 4000 km hebben we er op zitten en onze trip naar het oosten vordert langzaam. Vaak kiezen we voor kleine baantjes die toeristen wat te bieden hebben. Zo namen we een pas in een onbeschrijflijk mooie bergstreek. Voor de chauffeur was het voorwaar een zware karwei. Geen honderd meter recht, smalle baantjes met hier en daar de nodige kuilen in het wegdek, haarspeldbochten gekoppeld aan hellingen van rond de 15% maar het leverde unieke beelden. Waar we konden hielden we halt maar uitwijkzones is iets waar ze in dit land nog niet veel over gehoord hebben. Uiteindelijk kwamen we bij een op drie na grootste meer van Turkije uit met alle mogelijke schakeringen van turkoois water. Schitterend!
Euforisch als we waren gingen we voor het vervolg van de reis nog zulke baantjes kiezen maar daar hadden we ons misrekend. De omgeving was prachtig maar het wegdek was niet te doen. Voortdurend moesten we slalommen tussen de putten. Het baantje werd smaller om smaller, richtingaanwijzers bestonden er niet meer en daar stonden we. Dan maar op de kaart verder gaan maar dat liep ook op een sisser uit. We belandden in een voorhistorisch dorp met alweer sterk hellende straten. Wegbedekking was er nog niet uitgevonden. Kuilen bleven kuilen en ze werden alleen maar dieper. De rotsblokken lagen gezaaid op die kleigronden en tot overmaat van ramp hadden we een temperatuur van 9 graden en regende het; Wim kon niet meer voor- of achterwaarts. Ik, samen met de ganse bevolking van het dorpje, probeerden hem meter per meter terug achterwaarts te loodsen want in het straatje kon hij niet verder. Het werd gladder en gladder door de regen en wegens de helling hing de camper praktisch tegen de grond. Niet te doen!!! Rood van spanning heeft mijn chauffeur het toch gehaald. De modder hangt in kluiten onder ons huisje maar hopelijk is er verder geen beschadiging. We hebben dezelfde weg terug genomen tot we de jendarma ontmoette. Die hebben ons op het rechte pad gezet en wij weg. Als overnachtingsplek kozen we dan ook de parking van die jendarma. We werden er door hen uitgenodigd op de thee. Een uur lang hebben we daar gezellig samen gezeten met elk een ander woordenboek in de handen. Zo konden we toch iets converseren. Intussen was er een zijn revolver aan het oppoetsen en zag ik hem die laden. Wanneer hij mijn verbaasde blikken zag heeft hij dat gevaarlijk ding braaf weggeborgen in een lade. Erg leuke ervaring. Graag had ik het ganse tafereel op papier vastgelegd maar dat mocht niet.
Moe als we waren hebben we het de twee volgende dagen wat rustiger aan gedaan. Na het bezoeken van de grootste en best bewaarde Karavanserai te Sultanhani trokken we verder tot aan de poort van Cappadocië. In een karavanserai vonden reizende handelaars in de 13de eeuw gratis onderdak, eten en stallen voor hun kamelen. Nu nog zijn ze een bezoek meer dan waard.
Cappadocië kenden we reeds van vorig jaar maar het is zo bijzonder en feeëriek dat we er niet zo maar konden doorrijden. Om er alleen in te wandelen, zonder begeleiding, wordt steeds afgeraden en vandaar dat we een gids onder de arm namen. Het contact ermee verliep zeer vlot. Het was een taalleraar die zelf verschillende jaren in België gewoond had om daar het Turks te onderrichten. Hij sprak het Frans behoorlijk en heeft ons gedurende vier uur rondgeleid in dat sprookjeslandschap. Intussen vertelde hij ons in geuren en kleuren het ontstaan ervan en de dag werd afgesloten met een kop koffie in onze camper. Het was alweer leuk. Zo kwamen we aan de weet dat dit unieke landschap ontstond door verschillende uitbarstingen van de vulkaan Erciyes, voor ons voldoende om die berg te verkennen. Wij s anderendaags er naartoe; Tot op 2 600 meter klommen we zodat we de talrijke askegels duidelijk konden onderscheiden, prachtig. Terug bij de camper kregen we dadelijk bezoek van de jendarma. Die worden inderdaad duidelijk onze vrienden. Eén van de hunnen, die bedreven was in het Engels, werd uitgestuurd om ons uit te nodigen op de thee. Dat slagen we natuurlijk niet af alhoewel we al klutsen van dat goedje maar het is steeds interessant om goed te staan met die mannen. Wat was nu de onderliggende reden? Ze hadden onze camper gezien en waren zo nieuwsgierig als ze groot waren. Amper in hun kazerne binnen moest de vertaler al optreden. Wat wilde hun grote chef toch graag ons huisje aan de binnenkant zien!!! Met 6 man kwamen ze mee; in graad van hoog naar laag en dat was duidelijk te zien aan hun pak. Ik moest niet denken van nog binnen te kunnen want Wim speelde gids, de vertaler moest volgen en die zes anderen kwamen maar al te graag binnen kijken. Dus geen plaats meer voor mij. Ze waren zo verrukt dat we zelfs, indien we daar zin in hadden, s avonds bij hen mochten eten: voor 3 miljoen TL, ongeveer 1,50, een lekkere vis. Dat sprak me wel aan omdat ik doodgraag vis eet maar ons programma liet het niet toe. We moesten verder want zaten al achterop op ons schema. Voor de overnachtingplaats kozen we dan een klein dorpje uit maar dit viel deze keer niet bijster mee. Er liepen daar enkele vervelende jongetjes rond die we maar niet weg kregen. De meisjes daarentegen waren heel galant en hadden voor mij een mooie ruiker veldbloemen geplukt. Cup, su zegden ze: daaruit begreep ik dat ze een vaasje en water bedoelden om die in te zetten hetgeen dan ook prompt gebeurde. Nog even een controle van de jendarma, onze vrienden, en we konden rustig naar het dromenland.
Stilaan naderen we nu het oostelijk deel van het land en moet ik in lange sleuren rondlopen. Dat zal nog wennen worden!!!
Vandaag was het dan zover. Via een onbeschrijflijk mooie weg reden we Oost-Anatolië binnen. Voor de natuur schieten woorden tekort; om het uur kregen we andere landschappen te verwerken die met geen enkel ander berglandschap te vergelijken waren. Eens waren de bergen hoog en met sneeuw bedekt, nadien waren de heuvels afgerond en kregen we een gamma aan pasteltinten te verwerken. Het deed me wat aan David Hamilton denken. Wat verder kregen we een bloemenpracht te zien, te groot om op beeld vast te leggen. Wat verder meanderde er een riviertje in het dal met hoge siergrassen ernaast die stonden te waaien in de wind en ga zo maar verder.We zouden blijven fotograferen maar ja, dat plaatje geraakt ook eens vol.
Uiteindelijk in de loop van de late namiddag gingen we een eerste overnachtingplaats bij Koerden zoeken. We gaven intussen een lift aan een Turks koppel dat in Duitsland woont en nu voor een paar maand met vakantie was in hun land. Die deden ons aan een klein dorpje stoppen en dadelijk waren we omsingeld door een horde mannen.die ons een plaatsje bezorgden achteraan in hun dorp. temidden van schamele huisjes en wat was het vervolg? Dat kunnen jullie toch al raden niet? Chai!!! en we konden het weer niet afwijzen. Het halve dorp kwam erbij zitten en vermits ongeveer 1 op de 3 Turken in Duitsland gewerkt heeft verliep het gesprek vrij vlot. Nog maar net weg worden we aangeklampt door een ander koppel dat ons mee loodst naar hun woning. Nu bleek het een verkoper te zijn van Herbalife afslankingsthee en die wilde ons absoluut iets doen kopen. Maar hij is er niet in gelukt. Onder het mom dat we in de camper moesten zijn voor een telefoontje met de kinderen zijn we er buiten geraakt en intussen zat daar ook weer een horde mensen samen. We kregen honger en begonnen aan eten te denken en daar alweer aan onze deur: hello!! Kunnen we nu echt niet eens rustig van de avond genieten! Nee hoor, we worden uitgenodigd om naar het schoolfeest te gaan van de Koerden. Vrijdag is hier immers de laatste schooldag en dat moesten we meemaken. Wij die dachten dat we hier in een sterk Islamitisch dorp gingen belanden moesten dringend onze mening herzien. De jongeren heel westers gekleed met spijkerbroeken en uitgesneden T-shirts, anderen in een uitgesneden kleedje met een truitje over en hoge witte geveterde laarzen aan. De volwassen mannen in een nette zwarte broek waar de plooi mooi in gestreken was met een sneeuwwit hemd en de vrouwen ook heel modieus uitgedost. Van onze gastheer vernamen we dat ze hier alle opinies aanvaarden en van de hoofddoeken stilaan beginnen afzien. Dit was trouwens ook te merken op het schoolfeest. Zo gaven de leerlingen daar een modeshow met alle mogelijke kledij die hier gedragen werd. Dat ging van de typisch Turkse kledij over jeans, vrijetijdskledij, strandkledij en noem maar op. Om te besluiten kwamen er dan twee maal een in bruidspaar gekleed koppeltje bloemen werpen in de menigte. Van allerhande gezangen en toneeltjes hebben we genoten en vaak gingen die over respect en liefde voor de medemens. Dat wordt hier bij de jeugd ingepompt. En wat dachten jullie van onze finale. Een dorpsbewoner koopt voor ons twee genummerde briefjes die moesten doorgaan voor een soort tombola. Als ik ooit met een tombola win mag het zeker hier niet zijn, zegt Wim. Volgende nummer was jawel hoor, niet zijn nummer maar het mijne. Onder groot applaus ik naar voor en daar won ik een boek: Pariste Bes Gün, Vijf dagen te Parijs. Nadat al mijn andere lectuur die ik hier mee heb doorgemaakt is zal ik dan maar beginnen met Turks te studeren zodat ik het kan lezen.
Reizen is het verst verleden eigentijds in je beleven.
En wat hebben we allemaal beleefd!
Reeds ongeveer 4000 km hebben we er op zitten en onze trip naar het oosten vordert langzaam. Vaak kiezen we voor kleine baantjes die toeristen wat te bieden hebben. Zo namen we een pas in een onbeschrijflijk mooie bergstreek. Voor de chauffeur was het voorwaar een zware karwei. Geen honderd meter recht, smalle baantjes met hier en daar de nodige kuilen in het wegdek, haarspeldbochten gekoppeld aan hellingen van rond de 15% maar het leverde unieke beelden. Waar we konden hielden we halt maar uitwijkzones is iets waar ze in dit land nog niet veel over gehoord hebben. Uiteindelijk kwamen we bij een op drie na grootste meer van Turkije uit met alle mogelijke schakeringen van turkoois water. Schitterend!
Euforisch als we waren gingen we voor het vervolg van de reis nog zulke baantjes kiezen maar daar hadden we ons misrekend. De omgeving was prachtig maar het wegdek was niet te doen. Voortdurend moesten we slalommen tussen de putten. Het baantje werd smaller om smaller, richtingaanwijzers bestonden er niet meer en daar stonden we. Dan maar op de kaart verder gaan maar dat liep ook op een sisser uit. We belandden in een voorhistorisch dorp met alweer sterk hellende straten. Wegbedekking was er nog niet uitgevonden. Kuilen bleven kuilen en ze werden alleen maar dieper. De rotsblokken lagen gezaaid op die kleigronden en tot overmaat van ramp hadden we een temperatuur van 9 graden en regende het; Wim kon niet meer voor- of achterwaarts. Ik, samen met de ganse bevolking van het dorpje, probeerden hem meter per meter terug achterwaarts te loodsen want in het straatje kon hij niet verder. Het werd gladder en gladder door de regen en wegens de helling hing de camper praktisch tegen de grond. Niet te doen!!! Rood van spanning heeft mijn chauffeur het toch gehaald. De modder hangt in kluiten onder ons huisje maar hopelijk is er verder geen beschadiging. We hebben dezelfde weg terug genomen tot we de jendarma ontmoette. Die hebben ons op het rechte pad gezet en wij weg. Als overnachtingsplek kozen we dan ook de parking van die jendarma. We werden er door hen uitgenodigd op de thee. Een uur lang hebben we daar gezellig samen gezeten met elk een ander woordenboek in de handen. Zo konden we toch iets converseren. Intussen was er een zijn revolver aan het oppoetsen en zag ik hem die laden. Wanneer hij mijn verbaasde blikken zag heeft hij dat gevaarlijk ding braaf weggeborgen in een lade. Erg leuke ervaring. Graag had ik het ganse tafereel op papier vastgelegd maar dat mocht niet.
Moe als we waren hebben we het de twee volgende dagen wat rustiger aan gedaan. Na het bezoeken van de grootste en best bewaarde Karavanserai te Sultanhani trokken we verder tot aan de poort van Cappadocië. In een karavanserai vonden reizende handelaars in de 13de eeuw gratis onderdak, eten en stallen voor hun kamelen. Nu nog zijn ze een bezoek meer dan waard.
Cappadocië kenden we reeds van vorig jaar maar het is zo bijzonder en feeëriek dat we er niet zo maar konden doorrijden. Om er alleen in te wandelen, zonder begeleiding, wordt steeds afgeraden en vandaar dat we een gids onder de arm namen. Het contact ermee verliep zeer vlot. Het was een taalleraar die zelf verschillende jaren in België gewoond had om daar het Turks te onderrichten. Hij sprak het Frans behoorlijk en heeft ons gedurende vier uur rondgeleid in dat sprookjeslandschap. Intussen vertelde hij ons in geuren en kleuren het ontstaan ervan en de dag werd afgesloten met een kop koffie in onze camper. Het was alweer leuk. Zo kwamen we aan de weet dat dit unieke landschap ontstond door verschillende uitbarstingen van de vulkaan Erciyes, voor ons voldoende om die berg te verkennen. Wij s anderendaags er naartoe; Tot op 2 600 meter klommen we zodat we de talrijke askegels duidelijk konden onderscheiden, prachtig. Terug bij de camper kregen we dadelijk bezoek van de jendarma. Die worden inderdaad duidelijk onze vrienden. Eén van de hunnen, die bedreven was in het Engels, werd uitgestuurd om ons uit te nodigen op de thee. Dat slagen we natuurlijk niet af alhoewel we al klutsen van dat goedje maar het is steeds interessant om goed te staan met die mannen. Wat was nu de onderliggende reden? Ze hadden onze camper gezien en waren zo nieuwsgierig als ze groot waren. Amper in hun kazerne binnen moest de vertaler al optreden. Wat wilde hun grote chef toch graag ons huisje aan de binnenkant zien!!! Met 6 man kwamen ze mee; in graad van hoog naar laag en dat was duidelijk te zien aan hun pak. Ik moest niet denken van nog binnen te kunnen want Wim speelde gids, de vertaler moest volgen en die zes anderen kwamen maar al te graag binnen kijken. Dus geen plaats meer voor mij. Ze waren zo verrukt dat we zelfs, indien we daar zin in hadden, s avonds bij hen mochten eten: voor 3 miljoen TL, ongeveer 1,50, een lekkere vis. Dat sprak me wel aan omdat ik doodgraag vis eet maar ons programma liet het niet toe. We moesten verder want zaten al achterop op ons schema. Voor de overnachtingplaats kozen we dan een klein dorpje uit maar dit viel deze keer niet bijster mee. Er liepen daar enkele vervelende jongetjes rond die we maar niet weg kregen. De meisjes daarentegen waren heel galant en hadden voor mij een mooie ruiker veldbloemen geplukt. Cup, su zegden ze: daaruit begreep ik dat ze een vaasje en water bedoelden om die in te zetten hetgeen dan ook prompt gebeurde. Nog even een controle van de jendarma, onze vrienden, en we konden rustig naar het dromenland.
Stilaan naderen we nu het oostelijk deel van het land en moet ik in lange sleuren rondlopen. Dat zal nog wennen worden!!!
Vandaag was het dan zover. Via een onbeschrijflijk mooie weg reden we Oost-Anatolië binnen. Voor de natuur schieten woorden tekort; om het uur kregen we andere landschappen te verwerken die met geen enkel ander berglandschap te vergelijken waren. Eens waren de bergen hoog en met sneeuw bedekt, nadien waren de heuvels afgerond en kregen we een gamma aan pasteltinten te verwerken. Het deed me wat aan David Hamilton denken. Wat verder kregen we een bloemenpracht te zien, te groot om op beeld vast te leggen. Wat verder meanderde er een riviertje in het dal met hoge siergrassen ernaast die stonden te waaien in de wind en ga zo maar verder.We zouden blijven fotograferen maar ja, dat plaatje geraakt ook eens vol.
Uiteindelijk in de loop van de late namiddag gingen we een eerste overnachtingplaats bij Koerden zoeken. We gaven intussen een lift aan een Turks koppel dat in Duitsland woont en nu voor een paar maand met vakantie was in hun land. Die deden ons aan een klein dorpje stoppen en dadelijk waren we omsingeld door een horde mannen.die ons een plaatsje bezorgden achteraan in hun dorp. temidden van schamele huisjes en wat was het vervolg? Dat kunnen jullie toch al raden niet? Chai!!! en we konden het weer niet afwijzen. Het halve dorp kwam erbij zitten en vermits ongeveer 1 op de 3 Turken in Duitsland gewerkt heeft verliep het gesprek vrij vlot. Nog maar net weg worden we aangeklampt door een ander koppel dat ons mee loodst naar hun woning. Nu bleek het een verkoper te zijn van Herbalife afslankingsthee en die wilde ons absoluut iets doen kopen. Maar hij is er niet in gelukt. Onder het mom dat we in de camper moesten zijn voor een telefoontje met de kinderen zijn we er buiten geraakt en intussen zat daar ook weer een horde mensen samen. We kregen honger en begonnen aan eten te denken en daar alweer aan onze deur: hello!! Kunnen we nu echt niet eens rustig van de avond genieten! Nee hoor, we worden uitgenodigd om naar het schoolfeest te gaan van de Koerden. Vrijdag is hier immers de laatste schooldag en dat moesten we meemaken. Wij die dachten dat we hier in een sterk Islamitisch dorp gingen belanden moesten dringend onze mening herzien. De jongeren heel westers gekleed met spijkerbroeken en uitgesneden T-shirts, anderen in een uitgesneden kleedje met een truitje over en hoge witte geveterde laarzen aan. De volwassen mannen in een nette zwarte broek waar de plooi mooi in gestreken was met een sneeuwwit hemd en de vrouwen ook heel modieus uitgedost. Van onze gastheer vernamen we dat ze hier alle opinies aanvaarden en van de hoofddoeken stilaan beginnen afzien. Dit was trouwens ook te merken op het schoolfeest. Zo gaven de leerlingen daar een modeshow met alle mogelijke kledij die hier gedragen werd. Dat ging van de typisch Turkse kledij over jeans, vrijetijdskledij, strandkledij en noem maar op. Om te besluiten kwamen er dan twee maal een in bruidspaar gekleed koppeltje bloemen werpen in de menigte. Van allerhande gezangen en toneeltjes hebben we genoten en vaak gingen die over respect en liefde voor de medemens. Dat wordt hier bij de jeugd ingepompt. En wat dachten jullie van onze finale. Een dorpsbewoner koopt voor ons twee genummerde briefjes die moesten doorgaan voor een soort tombola. Als ik ooit met een tombola win mag het zeker hier niet zijn, zegt Wim. Volgende nummer was jawel hoor, niet zijn nummer maar het mijne. Onder groot applaus ik naar voor en daar won ik een boek: Pariste Bes Gün, Vijf dagen te Parijs. Nadat al mijn andere lectuur die ik hier mee heb doorgemaakt is zal ik dan maar beginnen met Turks te studeren zodat ik het kan lezen.
Intussen zijn we een week verder. Waar we vorig jaar op cultureel vlak de toeristische toppers aangedaan hebben, kozen we deze keer voor de start van onze trip voor minder gekende gebieden en dat heeft ook zijn charme. We zijn in een dorp nog niet tot stilstand gekomen of de vrouwen en kinderen zijn er al: çai, çai thee! Per GSM, want dat hebben ze ook al leven ze in de grootste armoede, wordt de rest van het dorp verwittigd dat er toeristen zijn gearriveerd en de processie start. Eén per één of in groep komen ze langs en worden we van kop tot teen uitgekleed. Steeds moeten we mee naar hun schamele woonst. Aan de voordeur wordt ons iets aangeboden om te zitten want dat moeten we doen. Laatst kregen we een stoel onder de poep geschoven waar niet eens een zitting op was. Alleen enkele geroeste metalen steunen en daarmee moesten we het doen, maar leuk was het want ze zijn zo trots dat ze ons kunnen ontvangen. In plaats van thee komt er soms een glas gevuld met ayan. Het is een plaatselijke drank bestaande uit Yoghurt, water en zout. Het kan best verfrissend zijn en lekker maar ik krijg het niet binnen. Uit beleefdheid dan maar wat nippen en teken doen dat ik geen dorst heb.We moeten toch wat wellevend blijven, niet! Het vervolg kunnen jullie wel raden. In gebaren, en daar zijn we sterk in, trachten we tot een gesprek te komen. Een verborgen camera zou schitterende beelden schieten. Het afscheid nadert en dan volgen de giften: uien, sla, fruit volgens hun bezit. Met lege handen mogen we nooit verder. Enkele dagen terug zochten we een familie op waar we vorig jaar ook uitgenodigd waren. Zoals gewoonlijk waren we daar gastvrij ontvangen en werd er gefotografeerd. Thuis had ik de fotos van de mensen laten ontwikkelen en we zijn ze nu gaan overhandigen. Wat waren die gelukkig. Als gekken vlogen ze me om de nek om te bedanken! Hadden we gewild we konden er blijven overnachten en eten maar ja, zo kunnen we ons programma nooit afgewerkt krijgen.
Het leven op het platteland is zo anders dan in de stad en wat ben ik blij dat ik in het juiste land geboren ben. Geloof me vrij, de vrouwen worden hier niet gespaard. s Ochtends worden ze met de tractor naar de akkers gevoerd. Gekleed in hun typische pofbroeken en het hoofd steeds bedekt MOGEN ze daar een ganse dag werken; hetzij in de rijstvelden, hetzij onkruid wieden, hakken of oogsten. Alles op het veld is voor hen voorbehouden. Wanneer ze dan s avonds thuis komen kunnen ze daar beginnen aan de huiselijke taken en voor de kinderen zorgen. Naar de waterkraan gaan in het dorp is ook voor hen weggelegd want drinkwater is er vaak niet voorradig in hun woonst. Intussen zitten de mannen als machos uren lang op het dorpsplein met een sigaret in de hand. Op een terrasje met een thee blijven ze maar heen en weer praten over ditjes en datjes. Wat een leven hebben die heren!!!
In de steden ziet het leven er gans anders uit. Daar lopen de mannen rond, mooi uitgedost of in hun typische klederdracht, al naar gelang hun job. Tijdens de middagpauze zien we lange rijen wachtende aan de bankautomaten en de kebabs zijn ook in trek. De schoolgaande jeugd trekt in hun verzorgd uniform huiswaarts om na de middag nog enkele uren terug te keren naar die vertrouwde schoolbanken. De rust van een dorp is er ver te zoeken.
De huizen zijn heel verschillend; sommigen zijn uit steen opgetrokken, anderen uit hout en bij nog anderen zagen we dat de muren bestaan uit een houten geraamte opgevuld met klei. Soms vragen we ons af hoe het mogelijk is om netjes en verzorgd gekleed naar buiten te komen wanneer men ziet uit welke woonst ze komen. Een en al rommel rond het huis, het waterkraantje(als er eentje is) buiten, elektriciteitsdraden slingeren overal rond. Kortsluiting, wat is dat! De zaken die stuk zijnblijven daar maar rotten en de plastiekverpakkingen zouden ze hier moeten verbieden. Overal liggen of vliegen ze rond. Vaak zijn de woningen krotten die bij ons gedoemd zijn tot slopen maar de mensen hier weten van niet beter.
Qua landschap zien we dagelijks wat anders, altijd even mooi en indrukwekkend. Glooiende heuvels met wiegende halmen, rijpe graanvelden, velden vol papavers om opium uit te halen(zogezegd voor medische doeleinden), paars gekleurde velden en bloemen in allerhande kleuren. Duizenden fruitbomen; perzikbomen, kerselaars met donkerrode kersen eraan, abrikozenbomen, pruimelaars en noem; maar op we vinden ze hier allemaal. De machtige bergen tekenen zich af tegen de horizon, steeds gehuld in een wazige nevel maar o, zo mooi. Velden vol met uien, paprikas, aardbeien en bonen. Sinds een week flirten we met een hoogte van ongeveer 1000 meter. We doorkruisen immers de Anatolische hoogvlakte die dit jaar geen warmte te koop aanbiedt.
Op gebied van wegenaanleg wordt er goed geïnvesteerd. Overal is men doende met het aanleggen van nieuwe banen. Maar dat is zeker geen verspilling, we hebben het al aanden lijve ondervonden. Het onderhoud van een groot wegenpark brengt ook mee dat er soms zwaar beschadigde stroken voorkomen waar ons materiaal het te verduren krijgt.Het is maar te hopen dat ons rijdend huisje het vol houdt bij het verwerken van al de kuilen in het wegdek.
Verder is het een land waar je overal bevoorrading vindt, tot in de kleinste dorpjes. De talrijke marktjes kan je gewoon niet links laten liggen. Alles is er mooi verzorgd uitgestald. De overvloed aan fruit en groenten is zo groot en de prijzen zo laag dat men zou blijven kopen. Zo hadden wij voor 3: 1 kg kersen, 1 kg aardbeien, 1 kg tomaten, komkommer en een paprika. Waar vinden we dat bij ons. De keerzijde van de medaille is wel dat de brandstof vrij prijzig is en het bedrag dat buiten aan het tankstation aangegeven staat klopt nooit met het bedrag op de pomp. Steeds staat men voor een verrassing.
Hopelijk hebben jullie nu ook een indruk van een land waar grote delen nog vijftig jaar achterop zijn. Maar één ding is zeker; bij ons Belgen moet er nog een ganse generatie overgaan om de gastvrijheid te hebben die wij dagelijks ervaren en die de mensen hier mooi maken.
Merhaba Na een week zwerven langs Europese wegen en alle mogelıjke weersomstandıgheden getrotseerd te hebben zoals heel veel wınd,regen, 2 graden nachtemperatuur met verse sneeuw eındelıjk ın het gatvrıje Turkije aangekomen. Voor ons verlıepen de grensformalıteıten nogal probleemloos. We verloren maar 1 uur maar oh wee de Turken dıe van enkele andere Europese landen opnıeuw hun heımat wılden bezoeken. Met auto's tot de nok gevuld kwamen ze bıj de douane aan en daar begon het cırcus. Ze geraakten zomaar nıet bınnen. De ganse wagen werd leeg gehaald en alle koffers en zakken moesten open. Je had het moeten zıen, een rommelmarkt ıs er nıets tegen. We zagen daar auto-onderdelen verschıjnen, gordıjnen, vodden en nogmaals vodden en alles moest er nadıen terug ın. Natuurlıjk lukte dat nıet. Met hun ganse gewıcht gıngen ze op hun bagage zıtten om ze dıcht te krıjgen. Kleurrıjke taferelen. Vıe de Dardanellen zıjn we dan op het vasteland aangekomen en maakten al dadelıjk kennıs met de Turkse wegen. Van de putten ın het wegdek maken ze bergjes. Met de tıjd slıjten dıe wel af en krıjgen ze ook wel een normaal nıveau. En dan weten dat de banen ın het westen goed zıjn ın vergelıjkıng met het oosten. Dat belooft!!! De gastvrijheid laat zich ook al dadelijk voelen. İk koop een groot brood van 0,85 en krijg er 4 koffiekoeken bovenop als verwelkoming. We gaan tanken, maken er kennis met onze eerste Koerd dıe ontzettend vriendelıjk was en hij offreert ons dadelijk 2 koffie's. Een hartelijke babbel die hoofdzakelijk bestond uit gebarentaal sloot het oponthoud af en Wim begınt de mannen daar zomaar te kussen. Rare mannen, die Belgen. Daar stond ik dan voor spek en bonen!
Vandaag was het dan voor onze Syriër de grote dag. Zoals afgesproken hebben we hem opgeroepen en is hij ons komen ophalen. Vermits het middag was wilden we hem een maaltijd aanbieden maar dat lukte niet. Zıjn dochtertje lag thuis ziek en wıj moesten mee naar zijn woonst(als we dat zo mogen noemen). Twee schamele plaatsjes en een mikput als toılet ın een flat de naam onwaardig, daar werden we ontvangen. Het schaamrood komt op de wangen wanneer we eraan denken hoe wıj gehuisvest zıjn en hoe dıe man daar dan leeft. Meubılair: 2 versleten sofa's die tevens als bed moeten dienen want een slaapkamer is er niet en een bed evenmin, een kartonnen doos met een gat in dit is de kleerkast, een ander kartonnen doos als salontafeltje waarop de thee wordt geserveerd enz... Van de keuken bespaar ik jullie de ınrichting! Het zieke kınd lag er met een versleten handdoek op het hoofd. De natuur moest zijn werk doen want geld voor een arts is er niet. Toch zıjn we er zeer gastrij ontvangen. Elena, zıjn oudste dochter, zou voor een lunch zorgen wat wij zeer vervelend vonden gezien de levensomstandıgheden. Dan hebben we maar eerst het rondgehaalde geld en de kledıj overhandıgd alvorens verder te praten. Verlegen en ontroerd nam hıj alles ın ontvangst en schrok ervan dat er ın ons landje zoveel mensen wonen die met hem meeleefden. We moesten ze hartelıjk bedanken. Dıe bıjdrage ıs zeker HEEL GOED besteed. Een ganse namiddag hebben we samen doorgebracht ın zıjn krot terwijl Elena, 14 jaar, een heerlijke maaltijd bereidde. Veel van onze jongeren kunnen daar een lesje aan nemen. Als dank overhandıgden we hen dan Belgische chocolade en geloof me vrij, die zal er vlug geweest zıjn. Zo hebben julle zowat een idee over de eerste week van onze rondrıt. Hopelıjk waaien we de volgende dagen minder uit en tot een volgend bericht. Inshalaah
Merhaba Na een week zwerven langs Europese wegen en alle mogelıjke weersomstandıgheden getrotseerd te hebben zoals heel veel wınd,regen, 2 graden nachtemperatuur met verse sneeuw eındelıjk ın het gatvrıje Turkije aangekomen. Voor ons verlıepen de grensformalıteıten nogal probleemloos. We verloren maar 1 uur maar oh wee de Turken dıe van enkele andere Europese landen opnıeuw hun heımat wılden bezoeken. Met auto's tot de nok gevuld kwamen ze bıj de douane aan en daar begon het cırcus. Ze geraakten zomaar nıet bınnen. De ganse wagen werd leeg gehaald en alle koffers en zakken moesten open. Je had het moeten zıen, een rommelmarkt ıs er nıets tegen. We zagen daar auto-onderdelen verschıjnen, gordıjnen, vodden en nogmaals vodden en alles moest er nadıen terug ın. Natuurlıjk lukte dat nıet. Met hun ganse gewıcht gıngen ze op hun bagage zıtten om ze dıcht te krıjgen. Kleurrıjke taferelen. Vıe de Dardanellen zıjn we dan op het vasteland aangekomen en maakten al dadelıjk kennıs met de Turkse wegen. Van de putten ın het wegdek maken ze bergjes. Met de tıjd slıjten dıe wel af en krıjgen ze ook wel een normaal nıveau. En dan weten dat de banen ın het westen goed zıjn ın vergelıjkıng met het oosten. Dat belooft!!! De gastvrijheid laat zich ook al dadelijk voelen. İk koop een groot brood van 0,85 en krijg er 4 koffiekoeken bovenop als verwelkoming. We gaan tanken, maken er kennis met onze eerste Koerd dıe ontzettend vriendelıjk was en hij offreert ons dadelijk 2 koffie's. Een hartelijke babbel die hoofdzakelijk bestond uit gebarentaal sloot het oponthoud af en Wim begınt de mannen daar zomaar te kussen. Rare mannen, die Belgen. Daar stond ik dan voor spek en bonen!
Vandaag was het dan voor onze Syriër de grote dag. Zoals afgesproken hebben we hem opgeroepen en is hij ons komen ophalen. Vermits het middag was wilden we hem een maaltijd aanbieden maar dat lukte niet. Zıjn dochtertje lag thuis ziek en wıj moesten mee naar zijn woonst(als we dat zo mogen noemen). Twee schamele plaatsjes en een mikput als toılet ın een flat de naam onwaardig, daar werden we ontvangen. Het schaamrood komt op de wangen wanneer we eraan denken hoe wıj gehuisvest zıjn en hoe dıe man daar dan leeft. Meubılair: 2 versleten sofa's die tevens als bed moeten dienen want een slaapkamer is er niet en een bed evenmin, een kartonnen doos met een gat in dit is de kleerkast, een ander kartonnen doos als salontafeltje waarop de thee wordt geserveerd enz... Van de keuken bespaar ik jullie de ınrichting! Het zieke kınd lag er met een versleten handdoek op het hoofd. De natuur moest zijn werk doen want geld voor een arts is er niet. Toch zıjn we er zeer gastrij ontvangen. Elena, zıjn oudste dochter, zou voor een lunch zorgen wat wij zeer vervelend vonden gezien de levensomstandıgheden. Dan hebben we maar eerst het rondgehaalde geld en de kledıj overhandıgd alvorens verder te praten. Verlegen en ontroerd nam hıj alles ın ontvangst en schrok ervan dat er ın ons landje zoveel mensen wonen die met hem meeleefden. We moesten ze hartelıjk bedanken. Dıe bıjdrage ıs zeker HEEL GOED besteed. Een ganse namiddag hebben we samen doorgebracht ın zıjn krot terwijl Elena, 14 jaar, een heerlijke maaltijd bereidde. Veel van onze jongeren kunnen daar een lesje aan nemen. Als dank overhandıgden we hen dan Belgische chocolade en geloof me vrij, die zal er vlug geweest zıjn. Zo hebben julle zowat een idee over de eerste week van onze rondrıt. Hopelıjk waaien we de volgende dagen minder uit en tot een volgend bericht. Inshalaah
Het is zover. Mijn examen Photoshop is achter de rug, de zwerfwagen staat klaar en morgen zijn we weg, richting Oost-Turkije. Die streek behoort tot een van de armste gebieden van Turkije. De overheid, die stilaan doordrongen is van de problematiek, besteedt sinds kort meer aandacht aan dit overwegend agrarisch zuidoosten van Anatolië. Zo zijn er in de Eufraat en Tigris reusachtige stuwdammen gebouwd die én voor de watervoorziening moeten zorgen én voor het opwekken van elektriciteit . Sceptici nu geloven echter dat degrootscheepse irrigatie in dit warme gebied, waar de verdamping in de zomer enorm is, de bodem ernstig zal doen verzilten. Over enkele weken zijn wij er ook en dan kunnen we met eigen ogen en oren een oordeel vellen over de plaatselijke situatie.
Klein woordje over de Koerden, de bewoners van dit gebied Diyarbakir wordt door velen beschouwd als de officieuze hoofdstad van Koerdistan dat al eeuwen voor zijn onafhankelijkheid vecht. Vele Koerden zitten dan ook in hechtenis. Zo heeft de stad een gevangenis met een capaciteit van 3 000 geïnterneerden, maar ze is volgepropt met 10 000 Koerdische separatisten, militanten, revolutionairen, vrijheidsstrijders en diens meer. De Koerdische bevolking is aan allerlei beperkende en discriminerende regels onderworpen. Zo mag er op straffe van gevangenis in het openbaar geen Koerdisch worden gesproken, is hun het recht van verenigingen en vergaderingen verboden en krijgt de regio de minste scholen en de minste industrie. In het bijzijn van 'echte' Turken wordt politiek als gespreksonderwerp angstvallig gemeden. Het woord 'Kurdistan' is trouwens uit de Turkse woordenschat gebannen en vervangen door Oost-Anatolië of Oost-Turkije en de mensen zijn omgedoopt tot 'Bergturken'. Dat die aantasting van eigen identiteit kwaad bloed zet behoeft geen betoog. Wij willen de sfeer er gaan opsnuiven maar de Ambassade raad ons af naar Diyarbakir te gaan. Toch rijden we die richting uit. Bij de plaatselijke overheid zullen we informatie inwinnen, de talrijke controles zullen we dulden. Maar indien we ondervinden dat het toch niet zo veilig is, zullen we ons draaiboek wat bijpassen en een andere kant opgaan. Risico's willen we niet lopen. We hebben immers nog kinderen en kleinkinderen. Wordt vervolgd!
Verlaat uw woonplaats en bezoek vreemde landen: de wereld zal groter voor U worden. Petronius
Pasen is in zicht en meteen kondigt zich de paasvakantie aan. Twee kleinkinderen staan te trappelen om mee op skivakantie te mogen en jawel! De laatste schooldag zit erop en de drukte verrijst uit zijn as. Geladen met pak en zak komen ze aan. Wij die dachten geen stapelproblemen te hebben in onze ruime wagen komen bedrogen uit. Gaan we voor een maand of voor een week skiën? We vragen het ons af en beginnen meteen aan het schikken van de bagage. Stapelen, uithalen en opnieuw stapelen. Eindelijk lukt het. Meer zelfs, de kinderen hebben nog beenruimte ook. Wie zou dat durven denken hebben wanneer we zagen waarmee ze binnen vielen.
Zaterdagochtend 4 uur; de wekker rinkelt en de twee bengels staan beneden, flink op tijd. Nog even de laatste hand leggen aan enkele huiselijke dingen en daar gaan we. Nog maar twee straten ver en ik besef dat ik mijn handtas vergeten ben. Een ramp want alle belangrijke spullen zitten erin. Vlug terugkeren om nadien echt te starten.
Er wachten ons 920 km alvorens op onze bestemming te zijn, alvast een heel eind. De kinderen dommelen nog even in maar het is van heel korte duur. Hun maag rammelt en in Luxemburg volgt er al een eetstop. Dan in één trek door tot aan een rustplaats voorzien van allerhande stripfiguren. Daar kunnen we echt niet voorbij. Vicky en Vere mogen even de benen strekken en hun hartje ophalen op de speeltuigen. Ze hebben het verdient want zijn al heel braaf geweest. Nadien gaat het non-stop tot in Alpe d'Huez, waar we rond 17 uur aankomen. Het is jaren geleden dat wetijdens deze periode zoveel sneeuw hadden. 1,40 meter van dat goedje zorgt ervoor dat we ons hartje kunnen ophalen op de latten. Daarbovenop zijn de weergoden ons gunstig; tijdens de ganse week hebben we maar één mindere dag gekend. Joepie!!! Er wordt naar hartelust geskied en na drie dagen mogen de meisjes al een skitest afleggen en met succes... Beiden bekomen ze een derde ster en zijn zo fier als een gieter.
Dagelijks genieten we van de sneeuwpret onder al zijn vormen: skiën, glijden, wandelen en zelfs een mini-sneeuwgevecht. De week vliegt voorbij. Bruin als een kastanje keren we terug naar de heimat. Gans Frankrijk doorkruisen we onder een blakende zon. Luxemburg geniet eveneens van goed weer maar hoe dieper België in, hoe slechter het weer. Zullen we dit jaar dan toch de lente moeten missen of komt die met een maand vertraging? In ieder geval hebben wij een fantastische week gehad en kunnen onze kleinkinderen er weer tegen om volgend trimester een laatste inspanning te doen en het schooljaar met een mooi resultaat beëindigen.
Vervolg voorbereiding reis Oos-Turkije - april 2006
Ons draaiboek heeft al wat vorm gekregen en we kijken er naar uit. Op 31 mei ga ik tijdens de voormiddag nog les volgen te Wolvertem terwijl Wim de laatste hand legt aan de camper. Na de middag is het dan de start van het grote avontuur. Wat zal het worden, welke verrassingen zal de reis ons bezorgen? Jullie horen er nog van.
Twee dagen rijden en op 2 juni hopen we te Ancona te zijn waar we om 16 uur inschepen voor een overtocht van 15 uur naar Igoumenitsa. Via Thessaloniki en Alexandropoùli bereiken we zo de Turkse grens. In plaats van rechtstreeks naar Oost-Turkije te rijden maken we even een ommetje. Van vrienden kregen we een adres van een Syriër die wegens het regime uit zijn land gevlucht is en nu samen met zijn twee dochters in de grootste armoede leeft te Turkije. Snel vond hij werk te Istanboel maar werd kort nadien door de politie opgepakt. Nu woont hij zeer armzalig in een klein dorp in iets dat voor een woning moet doorgaan. De schimmel staat op de muren, water is er niet en geld heeft hij niet om zijn huur te betalen. Hij stuurde een alarmkreet en wij gaan hem opzoeken om wat kledij en een financiële steun te bezorgen. Pas nadien beginnen we onze trip.
Snelwegen bannen we uit ons woordenboek maar kiezen voor typische Turkse banen afgezoomd door leuke dorpjes met zeer gastvrije mensen. Voor de nacht zoeken we steeds een staanplaats in zulk dorpje en dan groeien er hartelijke contacten met de plaatselijke bevolking. De benamingen van die dorpen gaan we jullie besparen. Ze zijn voor ons westerlingen zo moeilijk uit te spreken en zullen wel ten gepaste tijde om m'n weblog verschijnen.
Zowat vier weken gaan we rondtoeren en genieten om nadien dan de lange terugweg aan te vatten. Eens terug op Italiaanse bodem denken we eraan om een andere terugweg te nemen. We hopen om in Val Gardena nog enkele dagen te kunnen bergwandelen en van het sublieme landschap van de dolomieten te genieten. Onze bergschoenen zullen er zeker hun doel bereiken en de foto's volgen wel.
Zo, weer een stapje verder en het aftellen kan bijna beginnen.
Na tijdens de maanden november en december 2005 gedurende zes weken doorheen Australië te zijn getrokken, hadden we even wat tijd nodig om bij te komen en om alle opgedane indrukken te verwerken. Het was een schitterende belevenis en de vijf bevriende stellen die meewaren hebben er eveneens van genoten. Het bewerken van de foto's en het uittikken en laten drukken van het dagboek vroeg immers enkele weken werk. Intussen is de reünie achter de rug en kunnen we aan een volgend project beginnen.
Wat zal het worden??? we gaan er met de camper op uit trekken en zoeken een mooie en veilige bestemming. Vorig jaar genoten we intens van een schitterende vakantie doorheen het zeer gastvrije West-Turkije en denken even terug aan die bestemming. Maar de vogelgriep steekt de kop op en we wachten nog af. Toch blijven we met die gedachte spelen, doen enkele vakantiebeurzen aan en het bezoek aan de Reismarkt te Brugge geeft de doorslag. Daar spraken we met een schrijver van reisverhalen die gedurende veertien weken met de zwerfwagen doorheen Oost-Turkije getrokken was. Zijn dia's spraken boekdelen en zijn enthoesiasme was zo groot dat ons besluit vlug genomen was. Het wordt dir voorjaar Oost-Turkije!
Al snel beginnen we aan de voorbereiding. De eerste vraag die we ons stellen: steken we met de boot over van Ancona in Italië naar Igoumenitsa in Noord-Griekenland of gaan we over land. Het zegt ons wel iets om doorheen Bulgarije en Roemenië te trekken maar beseffen dat we ons daar niet zo veilig zullen voelen. Onze voelhorens even uitsteken en we vernemen dat we steeds beducht moeten zijn voor zigeuners die voor niets terugdeinzen. Dan toch maar twee keer nadenken en we kiezen de eerste optie. Minoan Lines gaf vorig jaar een goede service en we bestellen de boot terug bij dezelfde rederij. Internet is een praktisch medium en op enkele dagen was alles voor mekaar. De heen- en terugreis zijn geboekt maar de terugweg kan nog gewijzigd worden. In ons achterhoofd speelt immers nog steeds de terugweg over land. We hebben zelfs al een wegenkaart gekocht van die twee landen voor het geval dat...
Volgende stap: de route bepalen. Reisboeken en reisverslagen van anderen worden erbij gehaald en we trachten zoveel mogelijk bezienswaardigheden in ons draaiboek op te nemen zonder ook maar de schoonheid van de natuur uit het oog te verliezen. we zijn immers stappers en wandelingen mogen dus zeker niet ontbreken in ons programma. Wandelkaarten zelf kunnen we vergeten want die bestaan gewoon niet van die streek maar we spreken wel de plaatselijke bevolking aan(in gebarentaal!) en van die mensen krijg je tips genoeg. Uiteindelijk komen we op 11 000 km uit en het zal voor ons rijdend huisje een zware beproeving worden. De Turkse wegen zijn voornamelijk in het oosten bijzonder slecht. Men denkt er niet aan om de diepe putten in het wegdek te vullen en het is dan maar aan ons om ze trachten te vermijden. Daarbij komen die fameuze hellingen. Men kan ze enkel in eerste versnelling nemen en zullen dus maar zorgen dat onze camper in optimale conditie is om te vertrekken. Het zal nodig zijn.