Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

seniorennet.beseniorennet.be

er zij licht (1)

 

diep zinken
is naar leegte dalen
treden overslaan
blindelings dralen
op één been hinken

nog minder dan dat
zal verdwalen zijn
in wat al verborgen is

roepen naar
gesloten oren
met minstens een
dikke laag vernis
de zwarte echo bekoren

geluiden die weerkaatsen
tegen gedeukte dromen
in de adem haasten
dat een bonkend hart
moet omzomen

er zij licht
dacht ik even,

zonder zicht

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 16:55

verlate vlinders


ik zag verlate vlinders
dichtbij maar ook ver weg
ze hadden op mij gewacht
had ze ver verbannen,
uit mijn denken gedacht

had het pad verengd
zag nog weinig licht
sloot mij verkrampt
voor ander goeds
het bleek, uiteindelijk,
niet echt gedicht

heb die fladderaars
bij me geroepen
mijn ramen weer
wijds open gezet

dat heb ik nodig
met meerdere te gaan
over mijn levensstoepen

kan mijzelf
aan anderen
niet onthouden
dat is wat ik zo
van het leven leer

ik laat me daarom
opnieuw roepen



één kostbare vlinder
koos voor de nacht
hij is mijn ziel vergeten
vloog voorbij
de innerlijke spiegel

ik word nu veracht

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:48

getijden



zoeken
over de grens
van de schaduw
is een wens

het blijft bij een
schuchtere verbeelding
van ravijnen
die ik vul met goden
of te zoete rozijnen

soms
schep ik een
verduisterd einde,
opgaan in niets
van al het zijnde

zo bewegen
mijn getijden
als liefde en
verlies
van vermijden
of bezitten

het is maar net
hoe het gemoed vaart,
ik ongewild kies


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:48

over velden



ik ga over glanzende glooiende velden
langs bloemen, bomen en blaren
waar geurende rozen ruiken
en strelende struiken stuiven

adem de zachte zwoele zucht
die mijn lijf laat leven
en vrijelijk vult vol vreugde
om mij met het waarachtige
wezen te verweven

ik zie een zuiverende zwevende zon
waaronder vriendelijke vogels vliegen
en leeuwen briesend blazen
in mijn hemelse hof van heden

ontmoet mijn mooie medemens
met een lovende liefelijke lach
en toeven teder en tevreden
door deze dromerige dichtende dag





Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:47

dit moment


mijn hand kruist
de vier windstreken
terwijl mijn
stramme benen
op de versleten plank
pijnlijk wenen

de ogen
verstard gericht
op een beeld
van verbeelding
aan wie ik mijn
verloren hoop
met droge tranen
schenk


de geur van een
gedoofde kaars
is als balsem
voor mijn pijn
in dit moment
van alleen zijn




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:47

verjongd


ze was nog zo jong,
een late twenniemeis,
die mijn hart beroerde
toen zij mijn hart bezong
wat was het
dat mij diep ontroerde

ik zelf was al vergrijsd
al lang gearriveerd
in het leven
de wereld bereisd
met weelde omgeven

zij keek me uitnodigend aan,
grote verlichtende kijkers
zogen me naar
haar stralende bloesem
elke beweging die zij maakte
schokte mijn bestaan

zonder te vragen
greep ik haar hand
raakte verward
in al mijn lagen
zwom ik nu
in verwarmd drijfzand
of herstelde mijn jeugd zich
in mijn voorlaatste dagen?

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:44

mijn geliefde


de voorlaatste bladzij,
papier met gebruinde vlekken
kleeft ook nu
aan mijn hand
ik las het duizendmaal
op een rij
noch mijn gemoed
noch mijn vinger
willen verder trekken


ik bezweer het einde
ontken een mogelijk afscheid
berust liever in het
onvolledig zijnde


wil mijn verbeelde geliefde
bewaren
eer zij mogelijk
naar de stilte geschreven wordt
en mijzelf terug in de leegte
doet staren


een vrouw,
wachtend op mij
bij de openhaard
wuift mij toe
met uitgestrekte armen
haar stem klinkt zo verzachtend
hoe kunnen geschreven woorden
mij zo intens verwarmen


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:43

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

↑ Terug naar de berichten