Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

seniorennet.beseniorennet.be

rode roos


er groeit
een rode roos
op mijn graf


ik ben al vroeg
gestorven
het geloof in mijzelf
is mij niet geschonken
heb mijn ziel ook
nooit gevonden:
is in mijn ontluikende
dageraad verdronken


er groeit
een rode roos
op mijn graf
zonder dat ik
hem ooit water gaf


ik zie de zon
door het zwarte raam
voel de kou
door hete vuren heen
maar niemand kan
mijn naam ontnemen
die is van mij alleen


er groeit
een rode roos
op mijn graf
zonder dat ik
hem ooit water gaf
zou er dan toch iets zijn
wat ik niet zie
en mij laat leven
ondanks mijn vroege pijn




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

een heer van stand


vandaag,
te weten
hedenmorgen
wordt in Avericht
een standbeeld
in brons onthuld


het is ter
mijner ere opgericht
het was niet mijn wens
maar sta daar nu
verstild te wachten
onder een wit laken verhuld


dagen lang
heb ik moeten poseren
opdat het dorp
tot in einde van dagen
mij kan vereren


na een treurige mars
van de fanfare
glijdt het doek naar benee
daar sta ik dan
ernstig uitziend
over de dorpelingen
nu kunnen wij u altijd gedenken
zei de burgervader tevree


op een bordje staat vermeld

-dit openbaar urinoir
is opgericht voor een
heer van stand
in hem gedenken wij
een arrogant mens
bewater hem onbeperkt
neem het heft
in eigen hand-



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

jantje (3)


Jantje gaat op reis
hij wil heel ver weg
neemt Gijs, het beertje
onder de armpjes mee
zo denkt hij
nu ga ik een keertje

op zijn rode sokjes
stapt hij over de stoep
en roept naar Fietje
ga met me mee
we gaan naar de kerstman
die rijdt op een grote slee

het is wel ver lopen
zegt het beertje
oh, zegt Jantje, dat is niet erg
ik heb van sinterklaas
een trein gehad
ik haal hem van papa's kamer
ja. zei Fietje, dan worden we,
als het regent, ook niet nat
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

dialoog: Heer Julius en Vrouwe Triestiana

 

Heer Julius:

gij zijt mij ontrouwe
edele Triestiana, mijne vrouwe

Vrouwe Triestiana:

och neen, Julius, mijn stoere knaap
mijn hartstocht duurt voort in mijne slaap

Heer Julius:

gij kreunt in uwe slaap steeds voort:
oh, Gijsbrecht, neem mij ongestoord

Vrouwe Triestiana:

ach, mijn Julius, wees niet bevreesd
ik ben niet verder dan onze bedstee geweest

Heer Julius:

lang was ik hene, op kruistocht gezonden
mijn hart was slechts aan u gebonden

Vrouwe Triestiana:

mijn eenzaamheid werd gedeeld met
de heer van Aemstel
slechts op hem was ik gericht

dag en nacht
las ik bedroefd, Vondels gedicht






Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Jantje (2)


Jantje heeft een grote ballon
en kijkt naar de blauwe hemel
hij roept, ik wil gaan vliegen
helemaal naar de zon

Fietje schreeuwt,
je moet hard blazen
net als de wind dat doet
spring maar vast heel hoog
de blaadjes weten ook
hoe je vliegen moet

Jantje huppelt heen en weer
maar gaat niet naar de lucht
hij huilt, ik kan het niet
nee, zei Fietje toen opgelucht


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

doorschoten schaduw


het was wel zo
dacht ik even
toen de hal
die ik betrad,
gerand door
schaduw en
zonlicht schreeuwend
door een vierkant  venster,
mij overmeesterde
 
ik stapte
in een wereld
anders dan buiten
niet wetend wat ook
te verwachten
een stenen gebogen hemeldak
en plavuis
in jugendstil
als grond
van een gevulde leegte
 
het stilteorgel
bonkte mijn verloren rust
ik was nietig
en toch zo trots
dit was
goddelijk gecomponeerd
door mensenhanden
 
ik waande mij even
de organist
in deze schouwburg
zonder zetels
 
ik vlijde neder
en verloor mijzelf
 
 
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

het paard achter de wagen



ik span het paard
achter de wagen
trek hem zelf maar voort;
die kar op vier wielen
 
voorzien van leren
oogkleppen
krijgt niemand mij
op de knieën
ook al zit men mij
zo dicht op de hielen
 
zeker, ik speel graag
de eerste viool
bereid het ijs te breken
ook al is makkers staartje'
wild geraakt
 
ik ga door
met mijn borst vooruit
vervul mijn plicht
want die heb ik
zoals u weet
nooit en te nimmer
verzaakt
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

toekomstvlucht



de komst van een vlucht
is een geboorte op zich
het komt mij toe
of zie niet mijn eigen blindheid
als ik nooit meer wil waarnemen
wat diep blijkt verborgen
 
ik dacht nog
jij bent de duisternis
een gesloten gordijn
een afgezakte oude luxaflex
stoffig en afgewerkt
nee, daar ga ik voor
op de loop;
 
de komst van een vlucht
die komt mij toe en nader
 
verdwijn gij,
toekomst,
doe slechts wat jou toekomt
ik zucht in het heden
jouw vlucht heb ik vermeden
 
vaarwel
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

zij en ik




 
corner      


 
 
 
kom maar binnen
roep ik al van verre
niet dat ik word gehoord
of dat maar een blik
mijn kant wordt opgestuurd
 
nee,  het is een vrouw
men kent ze wel
die niet willen zien
terwijl ze voelen
wat ik minstens
zou kunnen bedoelen
 
het hoofd stijf
ik hoor hem niet
wil die kerel ook niet
in levenden lijve ontmoeten
voor mij is hij dood
of bestaat niet in
mijn selectieve ogen
 
ik paradeer door
en zie niet om
 
wie is die man
die bijna in mijn
gedachten klom
 






Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

ik ga maar

 



ik ga maar
mompelde mijn oude stem
tegen het vragend kind
 
het is niet zo
dat ik praat van verlaten
of afwend van liefde
weg van jou
opdat  ik mij weer
in eigen leegte bevind
 
het is tijd
dat jij de weg zoekt
die niet van mij is
 
ik heb wel zo'n intens
verlangen
maar weet
morgen heeft het leven
die wens opgedoekt
in verdampt gemis
 
 
ik ga maar
kijk niet
als ik de hoek omga
 
daar wacht
mijn heden
de toekomst die ik,
tot nu,
zelf heb gemeden
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

een gepasseerd station





bomen flitsen voorbij
en ik als in cadans
jouw ogen wil vangen
 
vraag ik mij af
hoeveel staan er in de rij
die naar jou verlangen
 
je ontwijkt weer
mijn vragende blik
als wij een station passeren
 
en ik alsmaar afwacht met schrik
of je niet op zal veren
om mij bij een volgende stop
te verlaten
 
zie je echt de glimlach
in mijn ogen niet
ben je zo diep
in gedachten verzonken
 
waarom blijf ik
toch eeuwig lonken
ben ik te moe geworden
om mezelf moed in te praten
 
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

vanaf de overkant




vanaf de overkant
daar waar ademen
onbekend is
zie ik nog even
hoe ik aan
mijn aardse leven
ben verwant
 
 
zie mijzelf
aldoor zoeken
of is het meedrijven
op een afgerichte wind
naar een eindig strand
 
 
ik tel, zo neem ik waar,
al de gekende en
ongekende personen
die ik in me draag
en willekeurig door
mijzelf worden bemind
 
het zijn dezelfde zielen
die ik in elke medemens,
nu van hier uit,
zichtbaar terugvind
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

vanaf de overkant (2)





was even in de wijsheid
van het onzichtbaar licht
waar ik door
zuiverend sterven der zinnen
voor de herstelde eeuwigheid
onvermijdelijk was gezwicht
 
 
de panta rei
in volle glorie
ondergedompeld
in de tijdloze oceaan
waar hemel en aarde
nimmer hebben bestaan
 
 
in de zwangere buik
van het Goddelijke
wordt niets gekend
door denken
 
 
een hemels gewelf
waar heelheid in "Zijn"
uitsluitend wordt gevoed
door zichzelf
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

over licht en donker






mijn lach herbergt
de diepte van het zwart
verbloemt als het ware
de levenszijde van smart
 
 
mijn stem spreekt niet
van verloren eigenwaarde
immers hoe zijn de
verdorde wortels
van mijn bestaan
te begrijpen
 
 
wie is immers in staat
het eigen sterven te verstaan
of machteloos nieuw leven
te laten rijpen
 
 
ik grijp nog wel
naar dagelijkse halmen,
uit menselijke gebaren
men zal mij niet zien talmen
als ik in mijn ogen
nog wat licht en lucht
mag vergaren
 
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

zomaar



je hoort mij niet dralen
in oeverloze verhalen
noch verdrinken,
zinken of verdwalen
in opgedrongen kwalen
 
 
ik praat van gevoel
zonder dat ik er altijd
iets mee bedoel
woorden zijn stempels
die sluiten meer mijn smoel
 
 
ach, wie ben ik
toch de eenvoud zelve?
zoek mij meer in
luchtige gewelven
 
 
schenk me een glimlach
de eeuwige beloning
voor een kwetsbaar man
 
 
dan zijn letters overbodig
is kwijlen niet nodig
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

duisternis


   
corner Gedicht wissen


.
 
 
 
 
 
ook vandaag steeg ik weer op
uit mijn zelf gegraven graf
het kostte me wel meer moeite
toen ik me weer in het leven begaf
 
 
 
het was erg donker vannacht
en ik verbleef er niet alleen
werd in dromen overvallen
door gemene sujetten
kon mijn vuisten niet ballen
ik leek genageld in steen
 
 
 
veel angsten had ik
reeds eerder verslagen
maar nu daagde alsnog
mijn verbrokkeld geweten
door zwarte vuurspuwende
draken gedragen
zij dwongen mijn ziel
tot eeuwig knagen
 
 
 
.
 
 






Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

gezwollen borsten




zij vlecht heur haar,
lang van eeuwig groeien
en zwart van jeugdig genot,
tezamen met gretige vingers
uitzwermend over een
gulzige boezem in mei
zo zocht zij mij te boeien
ik, de oude heer
in een overjarig krot
met reeds één been in klei


geen blik gunt zij mij
weet toch wel de man
te verleiden
haar gratie vraagt mij
een onbevredigende
passie voor te bereiden


de duivelin onder
groene blaren,
alsof onschuld haar
omlijsting is,
weet mijn druppels
te vergaren
ondanks dat ik immer en
bij voorbaat
achter haar loknet vis
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

de skyline als mistig verleden




ik rijd door velden van mijn jeugd
de skyline
ach, mistige velden doorkruis ik
het zijn de polders
in Mondriaan-termen geschetst
ik weet dat, maar zie het nu niet
en stuur haar vooruit, zoals vroeger
nu echter wat ingehouden


kan ik hem nog vertrouwen
lijkt zij te denken
de leidsels enigszins gevierd
ruimte geef ik haar
ik voel haar onrust, stapvoets dus


hier zie ik de wieken
als zwarte schimmen
met de molen als doodskop
in deze sinistere stilte
met vocht beslagen gras


hier zwierf ik, denkend
en kijkend naar torens
toen nog punten van hoop
en toekomstverwachting
en koeien, zwart-witte stippen
tot in de verte


ik draag de leegte nog in mij
eenzaam als toen
opgenomen in gedachten
nu in het gevoel verankerd
de weg terug is nog ver

zo was dat toen ook



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

verwachting



ik verlang zo naar
de schuchtere geboorte
van een nieuwe lente

ja, het is nog vroeg
en slechts in mijn gedachten
ik weet het

maar
als het zo zal zijn
dat mijn neusvleugels
weer trillen van, van zuivere
grasgroene aroma

waar de sfeer van gouden
verwachtingen
de huidige grijze dagen
grijze mensen
mistig voelen
mij dit alles doen vergeten

ja dan, ja dan, stel ik me voor
geopende doeken
van puur natuurlijk ballet

och, het duurt toch niet
zo lang meer
ergens hoor ik een merel
dat moet een boodschap zijn

toch?




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

↑ Terug naar de berichten