Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

seniorennet.beseniorennet.be

over velden



ik ga over glanzende glooiende velden
langs bloemen, bomen en blaren
waar geurende rozen ruiken
en strelende struiken stuiven

adem de zachte zwoele zucht
die mijn lijf laat leven
en vrijelijk vult vol vreugde
om mij met het waarachtige
wezen te verweven

ik zie een zuiverende zwevende zon
waaronder vriendelijke vogels vliegen
en leeuwen briesend blazen
in mijn hemelse hof van heden

ontmoet mijn mooie medemens
met een lovende liefelijke lach
en toeven teder en tevreden
door deze dromerige dichtende dag





Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:47

dit moment


mijn hand kruist
de vier windstreken
terwijl mijn
stramme benen
op de versleten plank
pijnlijk wenen

de ogen
verstard gericht
op een beeld
van verbeelding
aan wie ik mijn
verloren hoop
met droge tranen
schenk


de geur van een
gedoofde kaars
is als balsem
voor mijn pijn
in dit moment
van alleen zijn




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:47

verjongd


ze was nog zo jong,
een late twenniemeis,
die mijn hart beroerde
toen zij mijn hart bezong
wat was het
dat mij diep ontroerde

ik zelf was al vergrijsd
al lang gearriveerd
in het leven
de wereld bereisd
met weelde omgeven

zij keek me uitnodigend aan,
grote verlichtende kijkers
zogen me naar
haar stralende bloesem
elke beweging die zij maakte
schokte mijn bestaan

zonder te vragen
greep ik haar hand
raakte verward
in al mijn lagen
zwom ik nu
in verwarmd drijfzand
of herstelde mijn jeugd zich
in mijn voorlaatste dagen?

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:44

mijn geliefde


de voorlaatste bladzij,
papier met gebruinde vlekken
kleeft ook nu
aan mijn hand
ik las het duizendmaal
op een rij
noch mijn gemoed
noch mijn vinger
willen verder trekken


ik bezweer het einde
ontken een mogelijk afscheid
berust liever in het
onvolledig zijnde


wil mijn verbeelde geliefde
bewaren
eer zij mogelijk
naar de stilte geschreven wordt
en mijzelf terug in de leegte
doet staren


een vrouw,
wachtend op mij
bij de openhaard
wuift mij toe
met uitgestrekte armen
haar stem klinkt zo verzachtend
hoe kunnen geschreven woorden
mij zo intens verwarmen


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:43

verjongd (2 )



hij was nog zo jong,
een ruige adonis
die mijn ziel beroerde
toen hij mijn hart bezong
wat was het
dat mij diep ontroerde


ik zelf was al vergrijsd
al lang gearriveerd
in het leven
de wereld bereisd
met weelde omgeven


hij keek me uitnodigend aan,
grote verlichtende kijkers
zogen me naar
zijn stralende glimlach
elke beweging die hij maakte
schokte mijn bestaan


zonder te vragen
greep ik zijn hand
raakte verward
in al mijn lagen
zwom ik nu
in verwarmd drijfzand
of herstelde mijn jeugd zich
in mijn voorlaatste dagen?




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

mijn nachtland


hoor de stilte van de nacht
mijn stem laat u zweven
op een kussen van satijn
zacht spreek ik woorden
waarin u even mag zijn

luister naar mij
ik spreek over weinig
slechts letters
met klanken
daartussen het lied
van zingende
elfenbanken

zij staan,
zomaar gewoon
dicht bij de grond
hebben geen weet
van mensendromen
zij kijken niet rond
zij zijn, gaan
en komen


sluit uw ogen
verlaat het denken
nu bent u beland
in de stille waarde
van mijn nachtland





Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:41

doods


ik ben vandaag
opnieuw gestorven
droeg mijzelf
naar het graf
de dood had mij
weer ingehaald
de verlatenheid
tikte met
haar koude staf


turend overzag ik
het bekruiste veld
van eer
bezaaid met
versteende tranen
ik stond hier al vaker
ja, meer dan één keer


de gegraven kuil
weerspiegelt
de schaduw in mijn ziel
als onbegrepen
eenzame momenten

ik buig mijn hoofd
alsnog hopend
op een nieuwe lente




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:40

als woorden schuren


als woorden schuren
over de ziel
breken korsten af
die leegte maskeren
van pijnlijke vuren

denkend worden zíj
jaren verdoofd
dan wel verdrongen
in vleesgeworden
lichaamstaal
en zijn kennelijk
door een vroege duivel
afgedwongen

hoe zeg ik nog
je mag er zijn
als goud smelt
in warmte
wat zeg ik nog
als de tong
slechts wonden
kwelt

hoe kan jouw,
mijn boom groeien
als wortels
verdroogd zijn
en daar waar het water
gezouten lijkt,

en takken broos breken
bij woordenwinden

zal het de stilte zijn
die ons begeleidt
om opnieuw
de ruimte te vinden


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:40

beklemming



langs akkers
van schroom
slenter ik
tegenwindse stappen
aarzelend om ongericht
in een verwarrende droom
te zullen trappen

neerwaarts
gerichte ogen
begrenzen als
beklemmende bundels
van zwart licht
meer en meer
de ademende borst
totdat de knechtende geest
de nog resterende
levenszaden heeft gedorst



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:38

verblindend licht


ik verloor
de toekomst
bij het vinden
zocht het verleden
te vullen
om opnieuw mijn
oude ziel te binden

beloofde me gouden bergen
droomde van zuiver geluk
maar de waarheid wenste
mij vooral te tergen
mijn ogen te openen
met een dwingende druk

ik draag de leegte
onder mijn armen
als een onzichtbaar
bezwaard gewicht
maar neem mijn adem
nog steeds gewaar
voortdurend op verblindend
licht gericht

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:37

"het einde"


een enkele letter vandaag
het betreft de letter z
heeft de ij als vaste buur
maar is en voelt zich het einde
op die laatste plaats
vertoeft hij graag



bij hem start
een reeks van
ongeschreven woorden
worden dromen waar
maar ook droefenis
in ware stilte
of een gemaskeerd gebaar



och was ik maar die letter z
de opening naar het onbegrensde
stel je eens voor
slechts eenzijdig gebonden zijn
aan de voorgeschreven letterwet




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:34

vervolg dialoog Heer Julius en Vrouwe Triestiana


Heer Julius:

het ware ook gek te denken
dat uw kuisheidsgordel is ontsloten
ik draag aldoor de sleutel,
niet van mijne ruige borst te verstoten

Vrouwe Triestiana:

ik verlang zo naar u, Heer Julius
pak toch uw waarde sleutel
het ijzer draagt mij zwaar te moede
strijk toch over uwe haren
laat ons genieten van het goede

Heer Julius:

ja, mijn lief, laat onszelf bevreugden
elkander in de bedstee bekoren

maar ik heb mijn sleutel
bij vrouwe Clara verloren



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:34

nous deux


als de ruggen
gestrekt
beklijven
als ware zij een

en
armen,
deux à deux
langzaam zijwaarts
omhoog rijzen

zien zij handen
strelend
even naar
de verte wijzen

vinden hoofden
in andante
elkanders wang

en
stromen zij beiden
op de golven
van lyrisch gezang

hun frêle benen
iets gespreid
tot paar geworden
steunen op
een glazen vloer

het spiegelbeeld
ontmoet slechts
een gedaante
zo innig zijn zij
in deze dans
opgegaan

als het doek valt
vergaat dit moment
hij kust haar hoofd
bij het heengaan

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:32

zij komt niet dichterbij

 
 
alwaar de aarde vliedt
in de glooiende einder
en de schaduw licht kaatst
tegen het maagdelijk struisriet
 
daar roept zij mij nader
een fee in blauw gehuld
kom, lijken haar lippen te zeggen
ik, ja ik, ben met jou verguld
 
hoezeer ik ook mijn passen
wil versnellen
en mijn armen nog verder
doe strekken
zij komt niet dichterbij
ik schijn aan de grond genageld
alsof het ongekende mij wil kwellen
 
een teloorgang van zwijgend verlangen
een mens, dus ook mij niet vreemd
houdt de ziel in mijn lijf gevangen
 
ik ben gebroken
doch blijf altoos hopen
op roepende gezangen
 
 
 

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:31

midden in de nacht



ik was nog jong
althans zo is mij verteld
dat ik reeds zong
in stille gedachten
dat ik al vroeg
werd gekweld
door wijsgerig smachten

nog steeds kijk ik
midden in de nacht
diep in het heelal
en stel mijzelf de vraag
wie heeft dit zo bedacht

het houdt mij bescheiden
omdat welk antwoord ook
mij nooit bevredigen zal

 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:30

de verleiding



niet dat ik zoveel
luidop in woorden zei
of zo mannelijk
aandacht trok
neen, ze zag me
zoog me naar haar toe
als aasgier
met grijpende klauwen
 
mijn weerstand
was snel gebroken
alsof die er ooit was
toen haar aanwezigheid
als een paraplu
mij overdekte
en ik bij voorbaat
verzoop in een
omgekeerd bassin
 
 
zweetdruppels
vertaalden mijn driften
ontmand in kracht
bemand in zaadstuwende
orkanen
ik was verslagen
zonder dat zij een zucht
tot mij richtte
ze wenkte slechts
met dwingende ogen
 

ondergedompeld
in blinde passie
vergat ik de nacht
de morgen
en mijzelf
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:29

op zijn tijd



op zijn tijd
wind ik het op
als ik dat niet doe
staat mijn of jouw tijd stil
of slechts die van mij
het is dan geen strop
 
ik hou van stilstaan
en ontspannen veren
het hoort bij mijn levensweg
vertoeven in verstilde sferen
liefst in de schaduw
van een beukenheg
 
daar op die oude bank
open ik de kast
met grote en kleine wijzer 
maar heb geen zin
de komende uren
te spannen
 
ik klap hem dicht
wil de toekomst
het liefst verbannen
 
 
 

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 17:01

het ijzer spoorde


   
corner  

 
 
te laat vertrok ik
naar Salzburgerland
het ijzer spoorde wel
maar ik minder
 
verregend besteeg
deze verlopen persoon
een verkleurde bankenrij
waar vrouwen
tassen vol met nutteloze zaken
het zittend landschap
hadden veroverd
 
ze keken me minzaam aan
en vloekend nam ik plaats
bij de schuifdeuren
die de reis deden aanvangen
en besluiten
 
ja und nein maar meer ja,
de inzet van het gekrakeel,
het was ook niet belangrijk
de reis ging naar huis;
terend op een dagtrip
 
ze hadden een gepasseerd doel
zag al in de verte
mijn bestemming naderen
het was nog een stip
 
had ik dan toch even
dat aangesloten gevoel
met dat volgestapeld plastic
het is er bij horen
wat ik zo bedoel




Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 16:59

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

↑ Terug naar de berichten