Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

een heer van stand


vandaag,
te weten
hedenmorgen
wordt in Avericht
een standbeeld
in brons onthuld


het is ter
mijner ere opgericht
het was niet mijn wens
maar sta daar nu
verstild te wachten
onder een wit laken verhuld


dagen lang
heb ik moeten poseren
opdat het dorp
tot in einde van dagen
mij kan vereren


na een treurige mars
van de fanfare
glijdt het doek naar benee
daar sta ik dan
ernstig uitziend
over de dorpelingen
nu kunnen wij u altijd gedenken
zei de burgervader tevree


op een bordje staat vermeld

-dit openbaar urinoir
is opgericht voor een
heer van stand
in hem gedenken wij
een arrogant mens
bewater hem onbeperkt
neem het heft
in eigen hand-



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

jantje (3)


Jantje gaat op reis
hij wil heel ver weg
neemt Gijs, het beertje
onder de armpjes mee
zo denkt hij
nu ga ik een keertje

op zijn rode sokjes
stapt hij over de stoep
en roept naar Fietje
ga met me mee
we gaan naar de kerstman
die rijdt op een grote slee

het is wel ver lopen
zegt het beertje
oh, zegt Jantje, dat is niet erg
ik heb van sinterklaas
een trein gehad
ik haal hem van papa's kamer
ja. zei Fietje, dan worden we,
als het regent, ook niet nat
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

dialoog: Heer Julius en Vrouwe Triestiana

 

Heer Julius:

gij zijt mij ontrouwe
edele Triestiana, mijne vrouwe

Vrouwe Triestiana:

och neen, Julius, mijn stoere knaap
mijn hartstocht duurt voort in mijne slaap

Heer Julius:

gij kreunt in uwe slaap steeds voort:
oh, Gijsbrecht, neem mij ongestoord

Vrouwe Triestiana:

ach, mijn Julius, wees niet bevreesd
ik ben niet verder dan onze bedstee geweest

Heer Julius:

lang was ik hene, op kruistocht gezonden
mijn hart was slechts aan u gebonden

Vrouwe Triestiana:

mijn eenzaamheid werd gedeeld met
de heer van Aemstel
slechts op hem was ik gericht

dag en nacht
las ik bedroefd, Vondels gedicht






Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Jantje (2)


Jantje heeft een grote ballon
en kijkt naar de blauwe hemel
hij roept, ik wil gaan vliegen
helemaal naar de zon

Fietje schreeuwt,
je moet hard blazen
net als de wind dat doet
spring maar vast heel hoog
de blaadjes weten ook
hoe je vliegen moet

Jantje huppelt heen en weer
maar gaat niet naar de lucht
hij huilt, ik kan het niet
nee, zei Fietje toen opgelucht


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

doorschoten schaduw


het was wel zo
dacht ik even
toen de hal
die ik betrad,
gerand door
schaduw en
zonlicht schreeuwend
door een vierkant  venster,
mij overmeesterde
 
ik stapte
in een wereld
anders dan buiten
niet wetend wat ook
te verwachten
een stenen gebogen hemeldak
en plavuis
in jugendstil
als grond
van een gevulde leegte
 
het stilteorgel
bonkte mijn verloren rust
ik was nietig
en toch zo trots
dit was
goddelijk gecomponeerd
door mensenhanden
 
ik waande mij even
de organist
in deze schouwburg
zonder zetels
 
ik vlijde neder
en verloor mijzelf
 
 
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

het paard achter de wagen



ik span het paard
achter de wagen
trek hem zelf maar voort;
die kar op vier wielen
 
voorzien van leren
oogkleppen
krijgt niemand mij
op de knieën
ook al zit men mij
zo dicht op de hielen
 
zeker, ik speel graag
de eerste viool
bereid het ijs te breken
ook al is makkers staartje'
wild geraakt
 
ik ga door
met mijn borst vooruit
vervul mijn plicht
want die heb ik
zoals u weet
nooit en te nimmer
verzaakt
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

toekomstvlucht



de komst van een vlucht
is een geboorte op zich
het komt mij toe
of zie niet mijn eigen blindheid
als ik nooit meer wil waarnemen
wat diep blijkt verborgen
 
ik dacht nog
jij bent de duisternis
een gesloten gordijn
een afgezakte oude luxaflex
stoffig en afgewerkt
nee, daar ga ik voor
op de loop;
 
de komst van een vlucht
die komt mij toe en nader
 
verdwijn gij,
toekomst,
doe slechts wat jou toekomt
ik zucht in het heden
jouw vlucht heb ik vermeden
 
vaarwel
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

zij en ik




 
corner      


 
 
 
kom maar binnen
roep ik al van verre
niet dat ik word gehoord
of dat maar een blik
mijn kant wordt opgestuurd
 
nee,  het is een vrouw
men kent ze wel
die niet willen zien
terwijl ze voelen
wat ik minstens
zou kunnen bedoelen
 
het hoofd stijf
ik hoor hem niet
wil die kerel ook niet
in levenden lijve ontmoeten
voor mij is hij dood
of bestaat niet in
mijn selectieve ogen
 
ik paradeer door
en zie niet om
 
wie is die man
die bijna in mijn
gedachten klom
 






Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

ik ga maar

 



ik ga maar
mompelde mijn oude stem
tegen het vragend kind
 
het is niet zo
dat ik praat van verlaten
of afwend van liefde
weg van jou
opdat  ik mij weer
in eigen leegte bevind
 
het is tijd
dat jij de weg zoekt
die niet van mij is
 
ik heb wel zo'n intens
verlangen
maar weet
morgen heeft het leven
die wens opgedoekt
in verdampt gemis
 
 
ik ga maar
kijk niet
als ik de hoek omga
 
daar wacht
mijn heden
de toekomst die ik,
tot nu,
zelf heb gemeden
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

een gepasseerd station





bomen flitsen voorbij
en ik als in cadans
jouw ogen wil vangen
 
vraag ik mij af
hoeveel staan er in de rij
die naar jou verlangen
 
je ontwijkt weer
mijn vragende blik
als wij een station passeren
 
en ik alsmaar afwacht met schrik
of je niet op zal veren
om mij bij een volgende stop
te verlaten
 
zie je echt de glimlach
in mijn ogen niet
ben je zo diep
in gedachten verzonken
 
waarom blijf ik
toch eeuwig lonken
ben ik te moe geworden
om mezelf moed in te praten
 
 
 
 
 
Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

↑ Terug naar de berichten