troost


Troost jezelf met een lekker stukje taart.
troost

Troost jezelf met een lekker stukje taart.
lekker
In deze onzekere tijden verwen eventjes jezelf.

herfst
...

gedicht Toon Hermans
eenzaamheid
falling leavesAutumn leaves
mooi gezegde
herfst
DE BLAADJES VALLEN EN STERVEN EEN STILLE DOOD.

nood aan een knuffel
...

charmant
...

wijze spreuk
paddenstoelen
PADDENSTOELEN IN DE HERFST.
Wie in dit seizoen op pad gaat in het bos, kan er niet naast kijken. De paddenstoelen steken weelderig en vol trots hun kopje boven. Kopje, jawel, want wat wij te zien krijgen is maar een deel van een veel groter geheel dat onder de grond zit, we zien bij wijze van spreken het kopje van de zwam !
Paddenstoelen of zwammen zijn intrigerend. Althans, zo zie ik het. Het zijn geen planten of struiken, geen bloemen. In België zijn er maar liefst 5000 soorten paddenstoelen en velen van hen veranderen nog eens van uiterlijk gedurende hun korte leven. Niet makkelijk dus om ze te herkennen. Sommige hebben een hoed en een steel, andere lijken op knollen. Sommige vind je juist niet in de herfst, maar enkel in de winter of de lente. Kortom, een ingewikkelde familie !
Het is de vraag die menig wandelaar zich stelt. Je ziet een paddenstoel en je vraagt je af welke het is. Sommige zijn makkelijk te herkennen, zoals de knalrode vliegenzwam, al verkeurt hij wel en is zijn hoedje aanvankelijk een ‘bolletje (zie foto). Ook de tondelzwam is vrij makkelijk te herkennen. Je vindt ‘m vooral op heel verzwakte, in onze ogen dode, bomen. De grote stinkzwam, die we allemaal bij de Latijnse naam kennen als de Phallus impudicus dankzij het ‘lenteliedje’, geeft ook snel prijs. Verder volgen de inktzwam. Een witte steel en een paars (inktachtig) hoedje. Misschien lukt het nog om eekhoorntjesbrood te onderscheiden en misschien wel een zwavelkopjes, die groeien meestal in groep. Maar dan zijn er nog duizenden paddenstoelen over !
dierendag
Dierendag
weerspreuken
oktober
oktober
OKTOBER
bank in het park
eikel
pompoen
zo gezond als een vis
TONGSCHAR
Latijnse naam: Microstomus kitt, Microstomus pacificus
Andere benamingen: melktong, steenschol, steenschar, neustong
Tongschar is een platvis die behoort tot de scholachtigen. Kenmerkend is dat de tongschar een kleine kop bezit met een relatief groot achterlijf.
Lokaal spreekt men ook wel van melktong, steenschol, steenschar en zelfs schartong. Gezien de verwijzing naar tong is dit door de nieuwe wetgeving betreffende de visbenamingen verboden. Scharretong is een andere vissoort, wat dus nog meer verwarring kan stichten in het taalgebruik.
De tongschar groeit erg traag: de mannetjes 15 cm, de vrouwtjes 25 cm na 3 jaar. Extreem kan een lengte van 70 cm worden bereikt.


Schartong (Lepidorhombus spp.) behoort niet tot de schollenfamilie, maar tot de tarbottenfamilie en heeft zijn ogen op de linkerkant staan. In tegenstelling tot de tongschar, heeft de scharton een grote kop – met grote ogen en een grote bek waarvan de onderkaak uitsteekt – en een grote bocht in de zijlijn.
De huid van de schartong is – net als die van de schar – ruwer dan die van de tongschar: je voelt meer ‘weerstand’ als de op de bruine kant van de staart naar de kop wrijft.
De naam schartong is misleidend, want hij is noch familie van de schar, noch van de tong. In het dialect wordt de schartong of scharretong wordt ook wel Schotse schol of Schotse schulle genoemd, naar het vangstgebied aan de Schotse kust, of ‘scheve mulle’. De vissers van Boulogne gebruikten de schartong vroeger om aan boord vissoep van te koken, en gebruikten de weinig complimenteuze naam ‘salope’, wat ‘smeerlap’ betekent.
levenswijsheid
...

van vroeger
KEN JE DIE NOG?



