ART . NR . 82 . a , - FIG . 29 . - OP DE MANIER VAN JONGKIND

Teken en schildercursus fritske3
ART . NR . 82 . a , - FIG . 29 . - OP DE MANIER VAN JONGKIND
ART . NR . 82 . b , - FIG . 37 - STADSGEZICHT - DOOR PAULE RAY
ART . NR . 82 . a , - VERSCHILLENDE VOORBEELDENArt . Nr . 82 . a ,
Verschillende voorbeelden
Eerst bekijken we eens een landelijk gegeven , dat gemaakt werd te Janville , een stadje in de buurt van Chartres ( fig . 27 ) . Het is nogal sterk van kleur . We zijn in de herfst , het licht is nog intens en warm en verschaft de tonen een grote dichtheid ; okers en cadmiums voeren hier de boventoon .
Deze voorstelling bevat grotere en kleinere gebouwen en bomen . Laten we de tekening op precieze en toch niet te harde wijze uitvoeren , zoals dat op fig . 25 te zien is . De schetslijnen zijn met het penseel in een lichte en neutrale kleur aangeduid ; een wijze van doen , die aan te bevelen is wanneer men verlangt dat de tekening geheel onder de kleuren verdwijnt . Als dit gedaan is plaatsen we met een geheel gevuld penseel de blauwe hemel , na eerst het papier ter plaatse bevochtigd te hebben met een geelachtige toon voor de wolken . Vervolgens kleuren we de lichte gedeelten van de toren , de gehele weg ( wiens schaduw later zonder bezwaren op de lichte toon wordt aangebracht ) , de zonbeschenen daken , de schoorstenen en de bomen , dit alles met vrij krachtige verf . Dan kunnen we overgaan tot de schaduwen , die breed behandeld worden en eveneens krachtig moeten zijn , vooral in de daken en de bomen . De te bereiken effecten moeten nu al enige schittering vertonen ( fig . 27 ) . Een dergelijke aquarel met zijn forse en rijke kleuren moet nogal snel uitgevoerd worden .
Thans wenden we ons tot het landschap van fig . 28 , gezien in het gebied van de Corèze , een eerder ruwe en harde landstreek , die daarom geen schoonheid behoeft te ontberen . Ditmaal werd de tekening uitgevoerd met het penseel en pure oostindische inkt , althans voor de bodem en de bomen , hetgeen reeds in overeenstemming is met het karakter van de landstreek . De lucht behandelden we zoals die van het vorige voorbeeld , met het penseel , maar zeer sober . We hebben hem toen achter elkaar geschilderd , beginnende met de lichten , toen het blauw en tenslotte de schaduwen , zonder één onderdeel geheel droog te laten worden . Let derhalve eens op de versmeltingen en het modelé van de wolken . Direct na de lucht kwam de achtergrond en zo vervolgens tot aan de voorgrond ; uiteindelijk kwamen de bomen tot stand .
Fig . 29 is de afbeelding van een pretentieloos werkje in de stijl van de schilder JONGKIND . De kleur is zeer bescheiden en steunt vooral op waarden . Het wit van het papier blijft een grote rol spelen , evenals de eerst aangebrachte tekening .
Fig . 30 toont een gezicht op Hyères , waar , ondanks een lichte nevel , de zon toch de kracht heeft om het onderwerp kleur te verlenen . We laten het aan jezelf over om deze aquarel goed te bekijken en er de nodige lering uit te trekken .
Vervolgens ziet je op fig . 31 een aquarel in onze gebruikelijke manier uitgevoerd met de gang van zaken , die je herhaalde malen ontvouwden .
Lucht en water werden gelijktijdig geschilderd , vervolgens het tweede plan en de achtergrond , de brug , daarna het eerste plan aan de linkerzijde en tenslotte de boten en de reflexen in het water .
Nu gaan we eens een zeegezicht bestuderen ( fig . 34 ) , dat ergens aan de Bretoense kunst tot stand kwam . Er waait een westenwind , met als gevolg een bewogen geheel , zowel in de lucht als in het water . Een geheel volledige schetstekening is in dit geval geen vereiste ( fig . 33 ) . Alles is in beweging , de golven , die tegen de rotsen slaan , verbergen hen ten dele of versluieren hun omtrekken en kleuren . Er is hier tezelfdertijd kracht en tederheid . De golfspatten steken licht , maar zonder enige droogte , tegen het water af . Het is zelf nodig dat de contouren van deze spatten , in het witte papier , een beetje in de zee overlopen . Het is dus de zee , die , door een goed geplaatste tint , de omtrekken zal vormen , waarvan een mogelijke droogheid voorkomen kan worden door het papier op die punten wat te bevochtigen .
Alvorens dus met de lucht te beginnen - hetgeen ons eerste werk zal zijn - denken we er aan om het papier een beetje nat te maken op al die plaatsen , waar de golven gaan opspatten . Daarna pas volgen de tonen van de zee met hun verschillende modulaties en kleurwaarden en met een penseelvoering die rekening houdt met de bewegingen in het water . Aan de beurt zijn dan de tonen van de rotsen , waarbij al dadelijk het spel van lichten en schaduwen zijn schaduwen krijgt . Daarna wordt ook de voorgrond voltooid .
We besluiten met je een werk te laten zien dat overwegend grijs van toon is ( fig . 32 ) . Het werd uitgevoerd op vochtig Ingrespapier , nadat enkele vaste bestandsdelen ( pier , schepen , enz. ) in tekening waren gebracht . De lucht werd in één adem geschilderd , dus zonder latere overschilderingen , en vervolgens het water , waar later op teruggekomen werd met enkele toetsen van de voorgrond voor de golvingen . De achtergrond , de pier en de schepen werden voor het laatst bewaard .
ART . NR . 82 . a , - FIG . 28 . - EEN ANDER LANDSCHAP
ART . NR . 82 . a , - FIG . 25 . - HET LANDSCHAP - DE SCHETSOPZET
ART . NR . 82 . a , - FIG . 26 . - HET LANDSCHAP - HET TWEEDE STADIUM
ART . NR . 82 . a , - FIG . 27 . - HET LANDSCHAP - LAATSTE STADIUM
ART . NR . 82 . - HET LANDSCHAPArt . Nr . 82 .
Het Landschap
Het is onloochenbaar dat op dit terrein de waterverf heer en meester is . De snelheid van de uitvoering en het vermogen , van een bekwaam kunstenaar , om in één enkele zitting het karakteren en de effecten van een compleet onderwerp weer te geven , maken deze techniek tot een bijzondere waarde voor de landschapschilder .
Meer dan ooit echter dient hier een overvloedig gebruik van water de voortdurende aandacht van de schilder in beslag te nemen . In de open lucht voltrekt de indroging zich sneller door wind en warmte , en een " nat " werken is in dat geval dus wel geboden .
Aangekomen op de plaats van zijn keuze , is de eerst te nemen maatregel om zich een denkbeeld te vormen over de tijdsduur van de waargenomen effecten . Zullen zij lang genoeg duren om de uitvoering van een enigszins doorgevoerde aquarel mogelijk te maken ? Of zal men zich tevreden moeten stellen met een eenvoudige , snel uitgevoerde schets ? In het algemeen gesproken zou men kunnen zeggen , zonder dat hierbij vaste wetten gelden , dat de avondeffecten kort duren , die van de ochtend iets langer en die van het volle daglicht het langst . Om de beste kansen tot slagen te hebben , zal de beginner er dus goed aan doen zijn werk in de buitenlucht aan te vangen , als de zon al even boven de horizon te zien is .
In ieder geval zal men , alvorens zich aan het werk te zetten , moeten proberen na te gaan hoe de verdere loop van de zon zal zijn , teneinde niet het risico te lopen hem op een gegeven ogenblik vlak voor zich te zien of hem precies in de rug te krijgen , waardoor de gewenste effecten geheel verloren zouden gaan . Het effect nu ,, de visuele indruk , is de ziel van een schilderij . Een kunstwerk kan geen werkelijke waarde hebben dan door een goed begrepen , goed voelbaar en goed uitgedrukt effect . Het is onverschillig of dit een effect is van vorm , van kleur , van licht of van schaduw , als het maar pakkend genoeg is om indruk te maken .
Door deze vonk zal een werk tot leven gewekt worden en laten zien dat het van een kunstenaar afkomstig is ; ontbreekt hij , dan zal het werk , ondanks een zorgvuldige uitvoering , van onwaarde zijn uit kunstzinnig oogpunt , zo heeft FAGES gezegd .
Men dient in een aquarel geen al te donkere effecten na te streven . Men zou dan immers de tinten met zeer veel verf moeten aanmaken en daardoor spoedig in ondoorschijnendheid vervallen . Maar in ieder geval is het nodig - hetgeen volgt uit wat we zo juist gezegd hebben - om zich er op toe te leggen het vereiste effect zo goed mogelijk te realiseren . Wanneer een bepaald plekje je op het eerste oog goed bevalt , dan heeft je er de verschillende onderdeeltjes nog niet van gezien . Het zijn ook niet die onderdeeltjes die bij u een aangename sensatie verwekken , maar het algemene beeld en dat is dan ook hetgeen je dient uit te beelden en niet allerlei kleinigheden .
Het is onvermijdelijk dat je bij uw eerste pogingen niet dit resultaat zult bereiken zonder het aanbrengen van verbeteringen en overschilderingen , die de frisheid van uw werk afbreuk gaan doen . Daarover behoeft je niet te treuren , mits je maar geslaagd bent met een totale indruk . Van lieverlede zult je er in kunnen slagen om een zekere doorzichtigheid te behouden , wanneer je geleerd zult hebben om meteen de gewenste intensiteit van de tinten goed te beoordelen .
Nog een laatste raad inzake uw opstelling buiten . Overtuigt je er zich van dat je niet op een gegeven moment last krijgt van de weerkaatsing van een sterk verlicht oppervlak . Uw ogen zouden daaronder te lijden hebben en uw werk evenzeer .
Laten we enkele onderwerpen van het landschap eens nader bekijken .
De hemel . - De hemel is niet een neerhangend gordijn . Hij moet meer en meer naar achteren gaan , naarmate hij dichter bij de horizon is . Het is niet alleen maar door het afzwakken van , bijvoorbeeld , een blauwe tint , dat men een lucht naar achteren kan laten verschuiven , men maakt hem eenvoudig steeds lichter . Daarbij zal dan ook een beetje grijs te pas komen , dus de complementaire van de gebruikte toon .
Deze verandering van toon , kan , wanneer hij niet in het oog springt , niettemin ( en dat niet alleen bij luchten ) in de natuur duidelijk genoeg worden waargenomen als men het middelste van een motief met een dicht bij het oog geplaatste wijsvinger bedekt ; in horizontale stand voor luchten en vlakten en in vertikale stand voor bomenrijen en bergen . Wanneer men dan de delen aan weerzijden van de vinger goed met elkaar vergelijkt , zal men de toonverschillen waarnemen .
Voor bewolkte luchten brengt je in praktijk hetgeen we gezegd hebben over het werken op vochtig papier of door nat in nat te werken , bij het bereiken van de verschillende graden van kleurversmelting .
Vergezichten . - Ook deze zullen meer of minder nat geschilderd worden , naarmate hun grotere of minder grote vastheid ; grijzen zullen er onveranderlijk bij te pas komen .
Als zij lichter zijn dan de lucht , moet de kleur van deze laatste zich duidelijk aftekenen ; als zij donkerder zijn , moet hun kleur enigszins in de lucht vervagen . Als lucht en bodem aan de horizon in elkaar overgaan , moeten de vergezichten onmiddelijk na de lucht in grijze tonen worden weergegeven .
Bomen . - Het moet voldoende zijn om hun omtrekken en de grote kleurpartijen goed in het verband van hun richting en toon weer te geven ; daarbij moet de toets aangepast zijn aan de aard van het gebladerte om het wezen ervan uit te drukken .
Schaduwen . - Daarin zij men zeer spaarzaam met détails .
Gebouwen . - Beginners hebben de neiging om de daken en gevels te " nieuw " te maken , waar deze toch gewoonlijk door de tand des tijds zijn aangetast . Bekijk hen goed en maak hen , zo nodig minder helder .
Hier is de volgorde van het afnemen van kracht en schaduwtonen :
holtes ( het donkerst ) - horizontale schaduwen , zoals o.a. onder daken - verticale schaduwen - horizontale slagschaduwen , helderder naarmate zij de invloed van een lichtere hemel ondergaan . Zelfs de donkerste schaduwen moeten altijd een zekere doorzichtigheid behouden , men moet hen dus niet " dicht stoppen " .
Rookpluimen . - Leg de aquarel plat en bevochtig de bewuste plek , daarbij iets over de randen gaand . Nu laat men een toon verdrinken , die voldoende sterk is op het uitgangspunt van de rook en vanaf dat punt steeds lichter wordt .
Voorgronden . - Kleur en kleurwaarden zijn hier , eveneens elders , de sleutel tot soliditeit ; te samen , wel te verstaan , met de juiste wijze van toetsen plaatsen . Kleur en waarde moeten beoordeeld worden door het gehele motief te bekijken en niet onderdeel voor onderdeel . In de dichtsbij gelegen plans zorge men voor een grotere helderheid in het licht en een grotere kracht in de schaduw . Naar mate het terrein meer naar achteren schuift , moeten daarentegen de tonen dichter bij elkaar komen te liggen .
Tergelijkertijd moeten ook de détails verzacht worden .
Waterpartijen . - Het spreekt vanzelf dat doorzichtigheid hierbij een eerste vereiste is . In het algemeen moeten weerspiegelingen , stellig niet " zwaarder " maar wel van een iets krachtiger waarde zijn dan de voorwerpen zelf ; hun toon moet dus een weinig " gedempt " worden . Men moet daarbij zeer nat en krachtig werken , om na droging de juiste waarden te verkrijgen .
De zee . - Deze heeft als bijzonderheid dat zijn diepste blauw zich tegen de horizon aan bevindt .
Zijn tonen wisselen gewoonlijk plaatselijk af , hetzij door de wind , hetzij door de achtergrond . Hierbij moet je dan ook profijt weten te trekken van wat we gezegd hebben over tinten , die afwisselingen in hun coloriet vertonen .
De penseelstreken , waarmee men de golven zal weergeven , moeten horizontaal zijn in de verte en meer hol gebogen naarmate men de voorgrond nadert .
Eveneens in het algemeen sprekend , zullen de toetsen van de weerspiegelingen , evenals de golven een grotere beweging bezitten bij een golvende zee dan op zeer kalm water . Tracht ook de lichtlijnen uit te sparen , die de lucht weerkaatsen .
Figuren . - Deze zijn van ondergeschikte betekenis , behandeld hen dus zeer eenvoudig ( behalve , natuurlijk wanneer zij de hoofdfiguren van de aquarel zijn ) . Plaats hen bij voorkeur niet op de voorgrond , waar zij te veel aandacht zouden trekken ten koste van het onderwerp , in zijn totaliteit beschouwd .
Spaar hun omtrekken uit als zij licht tegen de omgeving afsteken .
We gaan thans enkele voorbeelden van verschillende technische uitvoering in beschouwing nemen , want het wil niet onze bedoeling zijn om je één bepaalde werkwijze op te dringen . Waar talent , schept behagen in verscheidenheid . Maar toch willen we je steeds blijven aanraden om de constructietekening goed te verzorgen en hem duidelijk en met toewijding tot stand te brengen .
ART . NR . 81 . b , - HET DIERArt . Nr . 81 . b ,
Het Dier
Welk dier het ook zijn zal , dat we willen uitbeelden , huisdier of niet , men zal zich hierbij aan een dwingende verplichting moeten onderwerpen , die men kan ontlopen , op straffe , tot onbeduidend , werk veroordeeld te worden . Deze bestaat in de noodzakelijkheid van het beest een bouw te geven , die geheel in overeenstemming is met zijn anatomie en zijn geaardheid . De vacht van een hond of van een kat , hoe dik die ook zijn kan , doet de anatomische vormen niet verdwijnen ; hij verzacht deze slechte enigermate . Zij blijven voelbaar dank zij de glimplekken op de pels van een roofdier , de huid van een paard of de pluimage van een vogel . Nu beschikt men bij de aquarel niet over dezelfde uitdrukkingsmogelijkheden als bij de olieverf ; zo staat waterverf b.v. geen vette empatementen toe . Het is door een spel van kleuren en waarden dat we de bouw moeten uitdrukken , terwijl de musculatuur , het spierenstelsel , van het dier , onder invloed van het licht , glimmingen zal veroorzaken en de lijnwerking van de huid zal wijzigen naar gelang de houdingen om zijn anatomische verschijning kenbaar te maken .
Fig . 23 toon je de tekening , die voorafgaat aan de uitvoering van de aquarel zoals afgebeeld op fig . 24 .
ART . NR . 81 . b , - FIG . 23 . - DE SCHETS VAN HET DIER
ART . NR . 81 . b , - FIG . 24. - DE VOLTOOIDE ARBEID VAN HET DIER
ART . NR . 81 . a , - EEN GEKLEDE FIGUUR EN EEN STRAATTAFEREELTJE
ART . NR . 81 . a , - FIG . 21 . - HET STRAATTAFEREELTJE
ART . NR . 81 . a , - FIG . 22 . - HET STRAATTAFEREELTJE
ART . NR . 81 . a , - FIG . 19 EN 20 . - DE GEKLEDE FIGUUR
ART . NR . 81 . - FIG . 18 . - HET NAAKT
ART . NR . 81 . - HET PORTRET EN HET NAAKT
ART . NR . 81 . - FIG . 16 . - DE SCHETS - HET PORTRET
ART . NR . 81 . - FIG . 17 . - VOLTOOIDE AQUAREL - HET PORTRET
ART . NR . 80 . a , - BLOEMENArt . Nr . 80 . a ,
Bloemen
Waarin schuilt de bijzondere aantrekkingskracht van bloemen voor de ogen van een schilder ? Waardoor wordt hij het meest geprikkeld ? Het antwoord is niet moeilijk ; het is in de eerste plaats de kleur , die het voorwerp van zijn picturale bemoeiingen zal zijn . Het is aan de weergave van de kleur dat hij zijn oplettendheid en zorg zal geven , om er de fijnheid , de uitzonderlijkheid , de schittering en de harmonie van uit te drukken .
Eerder spraken we over de noodzakelijkheid om het palet aan te passen aan de aard van het uit te beelden onderwerp . Wat de bloem kenmerkt is de licht- de fris- de levendigheid en de straling van zijn coloriet . Men moet dus de beschikking hebben over doorschijnende en heldere kleuren , die zo dicht mogelijk de tonen , of hun samenstellingen , van de bloemen zelf benaderen , teneinde niet hun frisheid te ontnemen door te ingewikkelde mengsels .
Zonder dat hierbij iets dwingend voorgeschreven is - we zeiden reeds waarom - volgen hieronder de kleuren , die je kunt toevoegen aan de reeds aanwezige , voor het schilderen van bloemen : aureoline , dat een zeer helder goudgeel - gele alizarine , dat doorzichtiger is dan andere gelen , vooral in verbinding met blauwen voor het verkrijgen van zeer warme en , natuurlijk , transpante groenen - indisch geel , zeer mooie en vrij doorschijnende kleur - rose kraplak , dat fijnere rose tonen maakt dan het gewone kraplak - Kraplak roodbruin , zeer warme bruinachtige lak die evenals de voorgaande kleuren , langzaam droogt en daardoor een
" nat " werken mogelijk maakt -- Chinees geel , waarmee men groenen maakt , die niet " zwaar " zijn - saffierblauw , dat , samen met gelen , zeer zuivere groenen geeft - robijnrood , zeer helder - cobaltviolet , ietwat zwaar , maar kleursterk en levendig .
Een met smaak samengesteld boeket zal een ideaal motief vormen . Natuurlijk speelt de opstelling van de bloemen en het lijnenspel , dat dit tot gevolg heeft , een , zoniet overwegende , dan toch zeer voorname rol en dit nu behoort tot de kunst van de compositie .
Laten we in verband met deze studie enkele beginselen in herinnering brengen , die hun waarde ook op andere terreinen hebben . Het is nodig dat een achtergrond in het geheel van de compositie meespeelt en voor bloemen , zoals voor stillevens , is het gewenst om op enige afstand achter het model een scherm te plaatsen , dat kan bestaan uit een gekleurd vel papier of een lap stof , waarvan de toon of tonen terzelfdertijd in harmonie zijn met en gunstig afsteken tegen de kleuren van het onderwerp . Deze achtergrond mag , wel te verstaan , na de voltooiing van de aquarel , niet op de voorgrond dringen ten koste van het eigenlijke motief . In sommige gevallen wordt de achtergrond het eerst aangebracht , in andere het laatst ; dit hangt geheel af van de tonen van het onderwerp in kwestie . In ieder geval moeten de tint of tinten , die hij bevat , snel met een dikke , goed gevulde penseel worden opgezet . Als de uitsparingen tijdrovend mochten zijn als gevolg van hun " uitgeknipte " vormen , bevochtig dan eerst het papier op de wijze , die we al vermeld hebben . Overigens is het niet altijd noodzakelijk om het gehele terrein van het motief zorgvuldig uit te sparen . Zekere gedeelten ervan kunnen de tint van de achtergrond krijgen , indien deze niet een slechte invloed gaat uitoefenen op de kleuren die , er later overheen komen . Een groen schaduwtoon , bijvoorbeeld , kan wel geplaatst worden over een grijze achtergrond , die natuurlijk het heldere groen van verlichte bladeren onherroepelijk zou bederven . Vaak kleurt men de gehele achtergrond met een lichte tint , die dan later weer herzien wordt met een zwaardere , ofwel " droog " , ofwel " nat " werkend . Denkt in dit verband aan , wat we gezegd hebben naar aanleiding van versterkte en verzwakte tinten .
Observeer en schilder niet van te dichtbij :
laten we nog eens herhalen dat een aquarel synthese moet zijn , hetgeen inhoudt dat men een keuze , een selectie moet maken van de wezensbestanddelen van het model , voor wat betreft hun karakter , hun stijl en hun kleur . Om deze keuze te kunnen maken , moet men er niet met zijn neus op zitten .
De moeilijkheid van de uit te voeren onderwerpen dient geleidelijk aan vergroot te worden . Pak in het begin eenvoudige onderwerpen aan , vooral waar het bloemen betreft . Deze immers zijn onderhevig aan veranderingen , al zijn deze met het oog niet te volgen . In water geplaatst , gaan zij zich langzaam aan openen ; de aanblik van een boeket kan van het begin tot het eind van een zitting dusdanig veranderen , dat men er door in de war kan raken . Men moet dus snel tot een eindresultaat kunnen geraken ; voordat je de vaardigheid verworven hebt om ingewikkelde onderwerpen te kunnen uitvoeren , dient je zich eerst met simpeler modellen bezig te houden . Kies hen met smaak en het zal hun niet aan aantrekkelijkheid ontbreken .
Het gevolg van een en ander is dat de totale tijdsduur van een complete voltooiing niet meer dan drie of hoogsten vier uren in beslag mag nemen . Overigens zou ook de vermoeidheid een woordje gaan meespreken , waardoor de arbeid te lijden zou hebben . Probeer niet om de volgende dag weer aan uw aquarel te willen werken , want het model zou onherkenbaar geworden zijn . Bewaar hem in de staat , waarin hij zich bevindt , als hij niet voltooid zou zijn en beschouw hem als een document , waarvan het maken voor u een nuttige oefening geweest is .
Wij zullen nu twee verschillende opvattingen van het boeket in beschouwing nemen ; de eerste heeft een lichte en de tweede een donkere achtergrond .
De schilder RENEFER , wiens heengaan zozeer betreurd wordt en die de schepper is van de meeste hier afgebeelde aquarellen , die zo opvallen door hun vrije wijze van uitvoering , hun eerlijke factuur en de geest van vereenvoudiging , die hen beheerst , zal je nu het verloop van de arbeid beschrijven .
Eerste voorbeeld
We hebben een boeket samengesteld van pioenrozen met enkele irissen ( fig . 12 ) . Het rood van eerst genoemden wordt versterkt door het omliggende groen van de bladeren , dus door het contrast met zijn complementaire .
We zijn naar gewoonte te werk gegaan , maar , na een constructie , uitgevoerd met het penseel in een neutrale , zeer zwakke , grijze toon ( fig . 10 ) , zouden we in dit geval de aquarel hebben kunnen beginnen en voltooien zonder de inschakeling van een tweede stadium ( fig . 11 ) . Het onderwerp staat onder een stabiele belichting en de elementen , waaruit het is gevormd , vertonen duidelijk uitgesproken vormen . Men kan dus ieder onderdeel afzonderlijk uitvoeren ; de juistheid van de waarden wordt bepaald door een scherpe waarneming van hun betrekkelijke intensiteit . De aquarel kan dus beschouwd worden als een aaneenschakeling van " fragmenten " , die zich aan elkaar vasthechten en in de slotfase behoeft het werk slechts met zeer weinig aanvullende toetsen verrijkt worden .
Tweede voorbeeld
Hier ( fig. 15 ) zien we een tak seringen in een chinese pot , tegen een donkere achtergrond .
De problemen zijn hier wel wat groter dan bij het vorige voorbeeld , zonder dat zij daarom de leerling behoeven te ontmoedigen .
Moeilijkheden overwinnen is overigens een plicht van ieder , die wat wil leren . In ons geval schuilt deze - hetgeen eigenaardig mag klinken - in de uitvoering van de achtergrond . Meer dan ooit is hier het gebruik van een forse penseel , die rijkelijk van verf is voorzien , noodzakelijk . Na voltooiing van de schets ( fig. 13 ) , zoals die ook gemaakt is voor het boeket pioenen , wordt de toon van de achtergrond zeer royaal opgezet , bovenaan te beginnen en dan geleidelijk naar beneden werkend , waarbij het silhouet van bloemen en bladeren natuurlijk uitgespaard blijft . Tijdelijk moesten we de tint links boven in het smalle gedeelte in de steek laten en lieten op die plaats dan ook een flinke hoeveelheid verf achter , die we later nog nat konden aantreffen , toen ons penseel die verf weer nodig had om hem verder naar beneden aan de linkerzijde uit te strijken . We merken hierbij op , dat we de achtergrond aan de rechterzijde evenim achter elkaar van boven naar beneden hebben voltooid , om niet de kans te lopen dat in die tussentijd de verf aan de linkerzijde geheel zou opdrogen . We hebben dus ook de rechterkant in twee étappes uitgevoerd , daarbij hetzelfde systeem volgend als aan de linker kant , dus ook met tijdelijke achterlating van een hoeveelheid verf , die later weer dienst kon doen . Hiermede werd dus een groot deel van het papier bedekt en we vervolgden met het gebladerte op te zetten in een groene toon , die overeenkomt met de zwakste waarden en die nuances kregen volgens het gamma van warme en koele groenen , dat het vertoont . Terwijl deze groene toon nog enigszins vochtig was , begonnen we dadelijk met de groenen van sterke en van middelwaarden , altijd in hun eigen nuances .
Het wit van het papier blijft uiteraad altijd gereseveerd voor de bloemen zelf , waarop we als slotbewerking ,enkele modulaties van zeer lichte waarde plaatsen van veronees groen , dat lichtjes gebroken werd met kraplak .
Ook moesten de vaas , het palet en het glas met het penseel nog voltooid worden , daarbij steeds van de lichtste toon uitgaande .
Voor het aanbrengen van de achtergrond , zou het papier bevochtigd kunnen worden , maar we hebben dit werkstuk op droog papier tot stand gebracht .