ART . NR . 61 . a , - REPRODUCTIE EN DRUKTECHNIEKEN
Reproductie en Druktechnieken
Er bestaat een groot aantal procédé's voor het weergeven en drukken van composities in zwart wit of in kleur . We noemen hiervan de steendruk , de houtgravure de boekdruk , de koperdiepdruk , de ets , de droge naald , de steengravure , de kleurenlitho , de schablonendruk enz . Voor een tekenaar is het onnodig om hen alle te kennen , want ieder van hen vereist een specialisatie ; We zullen hier slechts spreken over de procédé's welke het meest gebruikt worden , nl . de boekdruk voor tekeningen in boeken , kranten en tijdschriften en de lithografie ( of steendruk ) en offsetdruk voor het drukken van aanplakbiljetten , etiketten en in het algemeen voor drukwerk in grote opslagen . De echte steendruk is wat uit de tijd en de offsetdruk kwam hiervoor in de plaats .
REPRODUCTIETECHNIEKEN
Cliché's
Alle illustraties die je , al of niet in kleur , in de meeste boeken , kranten en tijdschriften ziet , zijn gereproduceerd met behulp van cliché's . Deze zijn geheel in de plaats gekomen van de houtgravure , die thans nog wel wordt toegepast bij
luxe - edities in beperkte oplaag en in sommige catalogi en prijscouranten .
Om een tekening te kunnen afdrukken heeft men dus een cliché nodig . Dit is een plaat van koper of zink - en tegenwoordig ook lichtmetalen , zoals magnesium - waarop de tekening langs fotografische weg is overgebracht en door chemische processen met een of ander zuur op zodanige wijze wordt uitgebeten , dat de tekening in relief over blijft en de rest is weggevallen door het wegbijten met het zuur . Men zal gemakkelijk begrijpen dat dit cliché zich op de drukpers gedragen zal op de wijze van een drukletter . De verhoogde delen zullen de inkt van de rol opnemen en zodoende kan de tekening op papier worden afgedrukt .
Er zijn twee hoofdsoorten cliché's : het lijncliché en het rastercliché of autotypie .
1e . Lijncliché's . - Wanneer het de reproductie betreft van een tekening in oostindische inkt , met pen of penseel , of eventueel in zwart krijt , maar dan alleen in en met lijnen , dus zonder nuances en schakeringen maakt men wat genoemd wordt een lijncliché . Hij is de meest voorkomende en goedkoopste vorm van chemiegrafische reproductie , die bovendien het voordeel heeft het gebruik van een willekeurig soort papier , zelfs van zeer ordinair , zoals krantenpapier , mogelijk te maken .
De kunstenaar maakt eenvoudig weg zijn tekening op wit papier met lijnen , die zo zwart en duidelijk mogelijk zijn . Als hij arceringen maakt , moeten deze niet te dun en niet te dicht bij elkaar staan en ook niet te veel gekruist , want te grote fijnheden komen niet over en te ingewikkeld gekrabbel kan vlekken maken op het cliché en de afdruk . Overigens heeft de kunstenaar de vrijheid om zijn tekening groter te maken dan de afgebeelde grootte , een derde , de helft of zelfs het dubbele , maar natuurlijk altijd in de juiste verhoudingen . Om dit te bereiken behoeft men slechts de werkelijke afmetingen van de reproductie ( fig . 92 in A B C D ) te tekenen en daarna een diagonaal , die men verlengt , om op gemakkelijke wijze een vergroting met dezelfde verhoudingen te krijgen .
Bij een lijncliché kan men ook nog gebruik maken van door de cliché-maker aan te brengen tinten die we " films " noemen . In het algemeen zijn deze tinten ofwel een min of meer grove puntering , ofwel horizontale , verticale of schuine en ook arceringen al of niet gekruist . De tekenaar geeft de plaats voor deze films aan met blauwe waterverf of maakt op zijn tekening een aparte calque waarop hij de te filmen gedeelten massief zwart aangeeft . Deze laatste methode verdient verreweg de voorkeur . Aan de hand van een proef van de filmen , die iedere clichémaker heeft , geeft hij het nummer van de film aan . De films varieëren in ieder patroon van licht tot donker .
Lijncliché's kunnen ook gebruikt worden voor kleurendruk , maar dan dient voor iedere kleur een aparte werktekening gemaakt te worden . Ook daarop zullen we nog terugkomen .
2e . Rastercliché's of autotypiën . - Voor reproductie van een tekening die niet uitsluitend uit lijnen bestaat , maar uit tinten , zoals bijvoorbeeld een gewassen tekening , een aquarel , een genuanceerde krijttekening , is men verplicht om een ingewikkelder en duurder procédé te hulp te roepen , nl . de autotypie . Deze wijze van clicheren geeft de mooiste resultaten met fijne rasterpunten op zeer gladde papiersoorten - het zgn .
" kunstdruk " en andere gecoucheerde papieren .
We zullen niet op de details ingaan , doch slechts vermelden dat hij het fotograferen van de tekening tussen de lens van de camera en de gevoelige plaat een stuk spiegelglas wordt geplaatst waarin zeer fijn gekruiste lijntjes zijn gegraveerd en dat de naam draagt van " raster " ( fig . 94 ) . De tekenaar zal dan overkomen , niet met tinten , maar met een zeer stippeling , die niet zichtbaar is voor het oog , maar wel met een vergrootglas op de aldus gereproduceerde tekening . De punten zullen meer of minder grof zijn naar gelang de toon donkerder of lichter is . In de lichte partijen zullen de puntjes heel klein ven ver van elkaar verwijderd zijn en zelfs geheel verdwijnen hetgeen dan volkomen wit oplevert . In de donkere partijen zullen de punten elkaar soms raken , waardoor een bijna volkomen zwart onstaat . Men zal wel inzien dat , wanneer de tekening niet op die wijze in bijna onzichtbare puntjes zou zijn onderverdeeld , het niet mogelijk zou zijn om de metalen plaat door het zuur te laten inbijten . Er zijn fijne en grove rasters . Sommige zijn voor het blote oog onzichtbaar , ander , grovere wel
(fig . 95 - 97 ) . De eerste worden uitsluitend op papier van zeer gladde , uitstekende kwaliteit gebruikt . Hoe grover het raster is , hoe meer het een afdruk op goedkoop en inferieur papier toestaat . Zeer grove autotypieën kunnen zelfs op krantenpapier worden afgedrukt .
Er bestaan twee soorten van raster ; het ene is verdiept gegraveerd in het glas , het andere is met zwarte lak in lijntjes getekend ; zij zijn vierkant , rechthoekig of rond en in verschillende diktes gelinieerd naar gelang het te gebruiken afdrukpapier . Hoe gladder het papier is , hoe fijner raster gebruikt kan worden .
Rasters worden aangeduid volgen hun lineatuur naar gelang de bestemming van de cliché's , bijvoorbeeld :
Voor kranten en tijdschriften : raster 22 tot 40 .
Voor beter uitgevoerde catalogi en brochures : raster 40 tot 48 .
Voor boeken en geïllustreerde tijdschriften : 48 tot 80 .
Deze getallen geven het aantal lijnen per cm aan .
Koperdiepdruk
Dit procédé verschilt geheel van het vorige
Zoals bij de ets en de kopergravure ligt de tekening verdiept en niet verhoogd op het metaal . Naarmate de tint donkerder is zijn de " puntjes " in het metaal dieper en kunnen dus meer inkt opnemen wat een donkerder afdruk geeft . Meestal wordt voor deze druktechniek de zgn . rotatiedruk toegepast , waarbij dus de gehele drukvorm op een cilinder aangebracht wordt en waardoor men in korte tijd zeer grote opslagen kan drukken . Onze grote geïllustreerde weekbladen ( " Panorama " , " Kath . Illustratie " "en " De Spiegel " ) , komen op deze wijze tot stand .
















