ART . NR . 62. - PLAAT I - THEORIE VAN DE KLEUR

Teken en schildercursus fritske3
ART . NR . 62. - PLAAT I - THEORIE VAN DE KLEUR
SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - EERSTE DEEL - ART . NR . 62 . SCHILDEREN EN DE
SCHILDERTECHNIEKEN
Eerste Deel
Art . Nr . 62 .
INLEIDING
THEORIE VAN DE KLEUR
Het woord kleur wordt hier gebruikt in algemene zin en onder " kleurenleer " verstaan we de verzameling van optische verschijnselen betreffende de kleur in het algemeen en hun toepassing in de schilderkunst .
Wanneer het zonlicht door een kristallen prisma valt , wordt het gebroken in een oneindig aantal gekleurde stralen , waaruit zich duidelijk losmaken : het paars , het blauw , het groen , het geel , het oranje en het rood . ( Plaat 1 , Fig . 1 ) . Drie van deze kleuren kunnen niet verder ontleed worden , nl . het blauw , het geel en het rood . Men noemt hen dan ook primaire of hoofdkleuren . ( pl. 1 , fig . 2a ) . Ieder van de drie andere is samengesteld uit een vermenging van de twee hoofdkleuren , te midden waarvan hij zich in de bovengenoemde volgorde bevindt . Zo is het groen een combinatie van het voorafgaande blauw en het volgende geel . Oranje onstaat uit geel en rood , paars ( of violet ) uit rood en blauw . Paars , groen en oranje worden secundaire of complementaire kleuren genoemd ( pl. 1 , fig 2b ) .
Waarom " complementair " ? Omdat ieder van hen , door zijn samenwerking met die primaire kleur ( rood , geel of blauw ) , waaruit hij niet ontstaan is , de aanvulling verschaft die noodzakelijk is voor de samenstelling van het zonlicht , dat immers in wezen bestaat , we herhalen dit nog eens , uit een vermenging van gele , rode en blauwe stralen .
Hier mogen we wel opmerken dat het woord " complementair " ook van toepassing kan zijn op een primaire kleur . Wanneer men bijvoorbeeld zegt dat het groen het rood " aanvult " , kan men evengoed zeggen dat het rood het complement is van het groen .
Tussen primaire en secundaire kleuren bevinden zich ontelbare overgangsnuances , delicate verbindingen , die men bijvoorbeeld in de regenboog kan waarnemen . Deze immers is niets anders dan de waarneembare ontleding van het licht door middel van fijne waterdruppels , die zich in de dampkring bevinden en die als een prisma werken , teneinde de verschijning van het zonnespectrum te voorschijn te toveren
( fig . 1 ) . De dingen krijgen eerst kleur door het licht ; in de duistenis bestaat geen kleur . In het licht vertonen de dingen een oneindige afwisseling van kleuren en het kleurbeeld van ieder voorwerp ontstaat door die stralingen van het licht , die hij niet opneemt en terugkaatst naar het oog van de beschouwer . Zo is de klaproos rood , omdat zijn oppervlak alle lichtstralen , die hij ontvangt absorbeert , behalve de rode , die hij terugkaatst . Een voorwerp , waarvan het oppervlak alle lichtstralen opneemt , ziet zwart , terwijl een , die er geen enkele absorbeert , zich als wit aan ons voordoet .
De Kleurenschijf
We tekenen nu een cirkel
( pl . 1 , fig . 4 ) , waarin we eerst een gelijkzijdige driehoek A B C aanbrengen , dan een tweede D E F , waarvan de hoeken tegengesteld liggen aan die van de eerste . Dan verbinden we hun snijpunten met het middelpunt van de cirkel . Op deze wijze onstaan een aantal ruiten . Nu vullen we ieder van degenen , die door de eerste driehoek onstaan zijn , met de drie hoofdkleuren , rood , blauw en geel . Op dezelfde wijze gaan wij te werk met die van de tweede , maar nu met de drie zg . secundaire kleuren , dus paars , groen en oranje , ieder van hen uit de aangrenzende primaire kleuren samengesteld . Wanneer we deze driehoeksbewerking voortzetten en tevens een verdere kleurenmenging tot stand brengen , krijgen we allereerst een derde driehoek G H I , die de zg . tertiaire kleur ontvangt . Het veld G bijvoorbeeld ontvangt een mengsel van violet en rood . Indien we deze tertiaire kleur G nog vermengen met rood ( een vierde toevoeging ) verkrijgen we de kleur X , een zg . Quartaire kleur , waarin het rood overheest , terwijl in de nuance M bijvoorbeeld het paars de overhand heeft . ( op fig 3 van dezelfde plaat , ziet je een reeks van tertiaire kleuren , waaraan de grondkleuren met wisselende dosering zijn toegevoegd ) .
Wanneer we nu onze kleurenschijf zeer snel om een speld in het middelpunt zouden laten draaien , na hem uitgeknipt en ook de zwarte delen weggeknipt te hebben , zou ons netvlies een witte kleur opvangen , doordat alle optische kleurindrukken zich met grote snelheid zouden opvolgen en zich derhalve zouden vermengen ; hetgeen dan een bevestiging zou zijn van hetgeen we over de samenstelling van het licht opmerkten .
Enige belangrijke punten
Wie met oplettendheid zijn ogen gebruikt , zal enige waardevolle eigenaardigheden kunnen ontdekken .
De waarneming van een bepaalde kleur veroorzaakt de verschijning van zijn zg. complementaire op het netvlies . Zo zal men gemakkelijk kunnen constateren dat wit , naast een bepaalde kleur geplaatst , zeer licht getint schijnt met de complementaire van die kleur ( pl. II , fig . 5 ) . Op dezelfde wijze beinvloeden naast elkaar geplaatste kleuren elkaar , waarbij ieder van hen licht getint lijkt door de complementaire van zijn buurman . Wanneer men bijgevolg een kleur met zijn complementaire naast elkaar plaatst , versterken zij elkaar in kracht en zuiverheid : ieder van beiden ontvangt een aanvullende steun van zijn eigen kleur , waardoor zijn kleurkracht versterkt wordt . Dit is het geval met rood en groen , geel en paars , oranje en blauw , die , wanneer zij bijeengebracht zijn , een levendiger en helderder uitstraling te zien zullen geven . ( pl . II , fig . 6 , b . c en d ) . Maar anderzijds , wanneer men rood en geel koppelt ( beide primaire kleuren ) , dan zal het rood licht veranderd worden door het paars , complementair kleur van geel en dit geel weer door het groen , dat de aanvullende kleur is van rood ( zelfde fig . a ) .
Het is noodzakelijk om met deze verschijnselen rekening te houden tijden het schilderen . Zodoende zal de zintuigelijke waarneming niet alleenheerser zijn bij de uitvoering ; ook het verstand moet zijn controle uitoefenen . Men merke voorts op dat het verschil in lichtsterkte van twee kleuren van dezelfde samenstelling , maar niet van dezelfde kracht , te sterker naar voren treedt naarmate deze kleuren zich dichter bij elkaar bevinden ( pl. III , fig . 17 ) .
In dit verband mogen we niet over het hoofd zien dat de kleuren onderworpen zijn aan bepaalde waarden . Hiermede bedoelen we dat een kleur verschillende waarden kan hebben naar gelang hun intensiteit . Blauw bijvoorbeeld zal lichter worden naarmate we er meer wit aan toevoegen
( pl. III , fig . 17 ) . Ditzelfde geldt ook voor samengestelde kleuren ( secundaire , tertiaire enz . ) . De juiste bepaling van een
" kleurwaarde " ( valeur ) zal er ons gemakkelijk toe brengen vast te stellen welke kleur , bijvoorbeeld van een vermiljoenrood of cobaltblauw , de lichtste waarde te zien geeft ( zelfde fig. ) .
En dit brengt ons er toe om de juiste betekenis van het woord toon te omschrijven , hetgeen niet precies hetzelfde is als het woord kleur . Toon wil zeggen de uitdrukking van een bepaalde kleur naar zijn bepaalde waarde onder een bepaalde belichting . Een toon , die waargenomen wordt op een zekere ogenblik , zal zich natuurlijk wijzigen , wanneer de belichting zelf verandert . De kleur , die een zeker voorwerp vertoont en gezien onder bovengenoemde omstandigheden , noemen we locale toon : het geel van een citroen , het rood van een appel , het groen van een peer . Vanzelfsprekend bepaald de locale toon niet de kleur van een bepaald soort voorwerp ; zo is er , om bij de citroen te blijven , een grote verscheidenheid van gelen .
BESLUIT VAN HET ONTWERPEN . Besluit
van het ontwerpen
Thans hebben we het einde van de laatste étappe bereikt .
Alvoren dit lesdeel te besluiten , zouden we je nog enige raadgevingen willen meegeven .
In de eerste plaats moet je nooit uw inspanning laten verflauwen . De ware kunstenaar blijft een eeuwige student . Blijf dus oefenen . Herzie jezelf en uw werk op erstige wijze . Herlees de vorige lesdelen . Wijdt je zich vooral tot diegene of - genen , die je verwaarloosd zou hebben of die je moeilijker toeschenen dan de andere .
Tracht uw fouten te verbeteren , door ze niet meer te maken ; tracht ook uw waarnemingsvermogen en technische uitvoering op een hoger peil te brengen .
En ten slotte , om niet te gaan dolen , om jezelf te leiden naar die soort van arbeid , die het best past bij uw persoonlijkheid , moet je pogen om uw diepste neigingen te ontkennen . Bent je in de eerste plaats een oplettend en doordringend waarnemer ?
Wendt je dan tot de natuur met landschap , portret , figuur en dieren . Heeft je veel ideeën ? Is uw geest vervuld van fantatie en vindingrijkheid ? Dan komen de illustratie , de reclame en de versiering voor u in aanmerking ; zelfs de humor , als je van vrolijkheid houdt , de ironie , de karikatuur , de " mop " . Vrijwel iedereen , die geslaagd is in het humoristische genre , is begonnen met erstig te werken , maar zou tot niets bijzonders gekomen zijn , indien hij zich daarvan niet had afgewend .
Je moet dus uw eigen weg weten te vinden . Ga daarvoor bij uzelf te rade . Als je van " klein " werk houdt , ga je dan bezighouden met het boek , zijn illustraties en sierletters , reclameontwerpen en vooral de advertentie . Voelt je zich meer aangetrokken door " groot " werk ? Dan zijn het aanplakbiliet en de muurversieringen meer op hun plaats . Bent je " elegant " aangelegd , denk dan aan de mogelijkheden van de modetekening vooral als je van een briljante , virtuoze wijze van doen houdt . Bevalt vooral de tekening je of de kleur ?
Van dit " gewetensonderzoek " zal uw toekomstig succes afhangen , maar vergeet nimmer deze woorden van de grote RENOIR :
" Zij willen kunstenaars zijn zonder vaklieden geweest te zijn : de kunst is allereerst een handwerk " .
ART . NR . 61 . d , - FIG . 105 . - ONTWERP
Art . Nr . 61 . d ,
ART . NR . 61 . d , - REPRODUCTIE EN DRUKTECHNIEKEN IN KLEUREN
ART . NR . 61 . d , - FIG . 101 , 102 EN 103 . - SCHEMATISCHE VOORSTELLING VAN KLEUREN
Art . Nr . 61 . d ,
ART . NR . 61 . c , - FIG . 104 - HOE TE WERKEN
Art . Nr . 61 . c ,
ART . NR . 61 . c , - FIG . 100 . - TEKENING IN LIJNEN EN SPATWERK VAN BECAN .
ART . NR . 61 . c , - HOE TE WERKENArt . Nr . 61 . c ,
Hoe Te Werken
In verband met de verschillende
reproductietechnieken
Het eerste , waaraan een tekenaar , die voor een bepaalde uitgave werkt , moet denken , is het procédé ( of soms meerdere procédé's ) van reproductie , dat te zijner beschikking staat en waarmede hij rekening moet houden bij de uitvoering van zijn ontwerpen .
Lijncliché
Voor het lijncliché kunt je beurtelings of in combinatie de volgende werkwijze toepassen :
Met de pen . - Op glad papier of carton duidelijke lijnen in oostindische inkt . Maar men lette er op dat er geen halftinten ontstaan , die niet overkomen , of te dunne lijnen , alsmede arceringen , die bij het inkten van het cliché dichtlopen of weggebeten worden bij de etsing met zuur , vooral wanneer de tekening verkleind moet worden . Maak daarom de tekening bij voorkeur met tenminste een tiende groter . Gebruik vlakke tinten ( dus geheel zwart ) en arceringen uit de vrije hand , maar vermijdt zoveel mogelijk mechanische films ( waarover we eerder spraken ) , die zelden een aangenaam effect opleveren .
Met de penseel . - Royale lijnen en mooie vlakken op glad , maar mat papier . Droge uitwrijvingen moet men vermijden , behalve op zeer grof papier .
Met de trekpen . - Deze stelt ons in staat om zeer nauwkeurig en zuivere lijnen te trekken en kan desgewenst vervangen worden door de scherpe punt van een zeer hard potlood . In dat geval plaatst men een velletje carbonpapier ( zoals voor de schrijfmachine ) tussen het velletje met de schets en het papier van de definitieve tekening .
Met de houten - of rietpen . - Krachtige linen in watervaste inkt , die vloeibaarder is dan oostindische inkt . Hoedt je voor grijze lijnen ( tenzij op grof gekorreld papier ) en gebruik meerdere pennen met in verschillende diktes geslepen punten .
Met conté of lithografisch krijt . - Op Ingrespapier of behoorlijk gekorreld papier . Door enkele accenten met de pen of de penseel moet de tekening versterkt worden om weekheid te ontlopen .
Op scraperboard ( schaafkarton ) . - Tekening met de penseel , arceringen , wit op zwart met de schraapnaald of de droge naald . Geeft de mogelijkheid van een imitatie van houtgravure met een grote verscheidenheid van toonwaarden in de arceringen en staat op gunstige wijze verbeteringen toe .
Spatwerk . - Met de borstel , de zeef , de kam of de verstuiver gestippelde tonen te krijgen . Men bedient zich van uitgeknipte maskers van de vorm der partijen , die men wil uitsparen en die met kleine speldjes vastgezet worden . Met een harde borstel ( zoals gebruikt voor schablomen ) , gedoopt in oostindische inkt , wrijft men over een zeef of kam . Hij veroorzaakt dan fijne spatjes , die een soort van raster vormen en grijzen van de gewenste toonwaarde
( fig . 100 ) .
Alle figuren vanaf nr 88 tot nu zijn uitgevoerd als lijncliché .
Rasterclichés
Voor de autotypie , de koperdiepdruk en de offsetdruk gebruikt men de volgende werkwijze :
Gewassen tekening . - Puur en simpel of opgehoogd met lijnen of omtrekken . Als materiaal : oostindische inkt , watervaste inkt of zwarte waterverf . Vermijdt retouche met gouache , waaraan meer of minder zwart is toegevoegd want mengingen van zwart en wit geven blauwachtige grijzen en deze komen slecht over op de foto . Aan het gemengde zwart moet dus een beetje bruin of sepia worden toegevoegd om een warm grijs te krijgen . Pure zwarte gouacheverf daarentegen zal een intenser zwart opleveren dan oostindische inkt . Hetzelfde geldt voor toetsen van pure witte gouache , die witter zijn dan het wit van het papier .
Overdrijf een beetje de contrasten , die altijd de neiging hebben een beetje af te zwakken bij de clichering vooral voor de autotypie en de offset . Alle nuanceringen zijn mogelijk , zelfs met gebruik van de verfspuit , vooral in fotomontages voor reclamedoeleinden , maar een werkwijze met vlak ingevulde tinten en duidelijke lijnen zal een krachtiger effect geven .
Gouache . - Mengsels van sepia met cremserwit gebruiken , aangezien zwart de neiging heeft een blauwachtig grijs te maken , dat onbruikbaar is . Goed dekkend schilderen , maar zonder empatementen en korsten , waarvan het hindelijke relief op de cliché zichtbaar zou worden .
Contrékrijt . - Wordt niet speciaal aanbevolen , behalve voor tekeningen in lijn met het doel door het cliché een facsimile van een krijttekening tot stand te laten komen ; de clichering wordt zeer kostbaar als gevolg van het werk van de retoucheur . Wordt dan ook alleen voor zeer verzorgde uitgaven gebruikt .
De verfspuit geeft "moderne " effecten , met wazige , ofschoon een beetje weke schakeringen . Het vereist een kostbare apparatuur waarin een zeer vloeibare inkt of verf wordt gebruikt . Men is verplicht nauwkeurige schablonen te maken , zoals ook voor spatwerk . Sommingen vervangen dit door een afdekken van niet te spuiten partijen met een speciale plastic - of rubberoplossing . Deze wordt met een penseel opgebracht en kan na het spuiten als een huidje worden afgetrokken .
De fig . 95 tot 97 laten voorbeelden zien van " vierkante " rastercliché's ( omdat de vier zijden zuiver recht begrensd zijn ) . Cliché's welke gebruikt zijn voor de fig 81 en 104 noemen wij " vrijstaande " autopyieën .
ART . NR . 61 . b , - FIG . 99 . - HET MATERIAAL VAN DE STEENTEKENAAR
Art . Nr . 61 . b ,
FIG . 98 . - BOEKDRUK EN KOPERDIEPDRUK
ART . NR . 61 . b , - DRUKTECHNIEKEN
ART . NR . 61 . a , - FIG . 91 . - LOSSE DRUKLETTER
Art . Nr . 61 . a ,
FIG . 92 . - VERGROTEN OF VERKLEINEN
FIG . 93 EN 94 .
Fig . 93 .
ART . NR . 61 . a , - FIG . 95 , 96 EN 97 . - RASTERCLICHE'S
Art . Nr . 61 . a ,
ART . NR . 61 . a , - REPRODUCTIE EN DRUKTECHNIEKEN
ART . NR . 61 . - FIG . 88 . - MODESCHOW
FIG . 89 . - ONTWERP - MODETIJDSCHRIFT
FIG . 90 . - HERENMODE .