Art . Nr . 59 . e ,
Muurversiering
De aard van een muurversiering moet tegemoet komen aan zijn bestemming , hetgeen wil zeggen aan zijn bouwtrant . Wanneer inhoud en afmetingen vooraf zijn vastgesteld dient men het werk te beginnen met kleine ontwerpen . Met zijn onderwerp in gedachten bestudeert de decorateur de plaats van de grote lijnen , massa's en vlekken op zeer verkleinde schaal , die variëren zal van vijf tot tien of vijftien centimeter op een hele meter . Onafhankelijk van de eerste vorm van het denkbeeld , met verbeeldingskracht door de kunstenaar geschetst , zal de studie van een schetsopzet hem er toe aanzetten om aan de uitvoeringswijze te gaan denken . Hij wordt opgezet terwijl men rekening houdt met het licht , de omgeving , als ook de omstandiheden , waaronder gewerkt zal worden , en moet als uitgangspunt dienen van het decoratieve kunstwerk , omlijnd in zijn totaliteit , en dat zeer zeker op verkleinde schaal , maar toch voldoende duidelijk om de gedachten van de kunstenaar voelbaar te maken . Zijn uitvoeringswijze moet vrij en aangenaam voor het oog zijn en zijn gehele verschijning moet aantrekkingskracht bezitten , want wanneer hij aan de architect of aan de client wordt voorgelegd , moet de aanvaarding van de schets aanleiding geven tot de opdracht .
De definitieve arbeid , te bestemder plaatse of in de atelier , zal een vergroting door middel van ruiten noodzakelijk maken .
De schilder kan niets beginnen , wanneer hij niet eerst een picturaal idee heeft . Maar bij versiering en decoratie zijn de lijnen welsprekend genoeg en kunnen volstaan om zelfs in een simpele schets , de geest van het onderwerpen uit te drukken . Hun rythme , van ornamentale aard , zal onverwachte en goed gevonden buigingen gaan krijgen , waarvan de soepele arabesk een lust voor het oog zal zijn . In een menselijke of dierlijke figuur zal de tekening en karakter van algemeenheid geven aan wat slechts een individuele werkelijkheid was , en daardoor zal hij tot " stijl " kunnen komen .
Om kort te gaan , moet de decoratieve schilderkunst ; omdat hij zich schikken moet naar een programma en een vastgestelde bestemming , vanuit een geheel andere gezichthoek opgevat worden dan het zg. ezelschilderij Fresco - en wasschildering komen het best tegemoet aan de behoefte van eenheid en matheid van aspect , die in de wandschildering gewenst zijn . De olieverf kan hen aanvullen , maar dan toegepast , in tegenstelling tot het ezelschilderij , in een uitgesproken decoratieve geest . Overigens is het voornaamste kenmerk van de decoratieve kunst niet het scheppen van op zichzelf staande kunstwerken ( zoals schilderij en beeld ) , die ieder hun waarde en doel in zichzelf vinden , maar werken te maken met een vastomlijnde bestemming , nl. de opluistering van een of meer vlakken met een ornamentatie , die aan hen is aangepast en waarvan zij deel uitmaken .
Een voorbeeld van decoratief ontwerp
Thans gaan we ons wijden aan een concreet geval en veronderstellen dat men ons het ontwerp vraagt van een decoratief paneel met als onderwerp : DE DANS .
Laten we ons eerst eens bezig houden met de documentatie . We moeten meerdere schetsen van dansers maken om beter hun bewegingen aan te voelen , die men zelf
" meeleeft " door te trachten hen in enkele schematische lijnen vast te leggen . Vervolgens gaan we een keuze maken ; hier nemen we iets , daar laten we iets weg en we gaan proberen een eerste schetsopzet uit te voeren .
Enkele van onze personages gaan we een beetje uitrekken ; zij moeten wat langer zijn dan in werkelijkheid om beter hun lichtvoetigheid uit te drukken en de vurige geestdrift , die hen van de grond doet verheffen en die schijnt te spotten met de zwaartekracht .
Ook de bewegingen zelfs moeten een nadruk krijgen . Een eerste poging tot compositie ziet je op fig . 82 , met een opstelling in de breedte , want dat is ook de vorm van het bedoelde paneel .
Laten we dit eens met een critisch oog bekijken . Het geheel doet uitgeknipt aan en het ontbreekt aan eenheid . De groep A staat te veel in het centrum , danser B schijnt uit het paneel weg te lopen en C maakt de indruk niet met de anderen mee te doen . De in verschillende richtingen opgeheven armen maken een onsamenhangend , versnipperd en onaangenaam effect .
We proberen nog eens andere opstelling (fig . 83 ) .
Groep A is beter gecomponeerd . De evenwijdige richtingen van de benen versterken de beweging en scheppen een strakker rythme . De buigingen , ontstaan door de gezamelijke armen , vormen een golflijn die de personen verbindt , de compositie aan de bovenzijde stop zet en aan beide zijkanten afsluit . Danser B heeft zich naar rechts gewend , terwijl aan de linkerkant de gewijzigde houding van C de schuine lijnen van groep A in evenwicht brengt .
Laten we het bij deze compositie houden en hem verder doorvoeren . Fig . 84 toont een poging in de richting van het gewenste effect . Nu gaan we de vormen vereenvoudigen . De gelaatstrekken worden niet aangeduid om in de geest van de compositie te blijven en we gaan kostuums tekenen , die niet bij een bepaald tijdperk behoren teneinde niet in anecdotisme te vervallen . We nemen dus in maillots met geometrische patronen in zwart en wit .
Het gekozen materiaal is gouacheverf . Dit standpunt is aanvaardbaar , maar het geheel is droog en ontbeert sfeer en wel omdat de figuren hard staan tegen een doodse achtergrond , die hun geheel vreemd is . Zij bewegen zich in een lengte .
Nu gaan we de compositie met behulp van ruiten op groter formaat brengen . We brengen in de achtergrond een reeks schijne banen aan , die de figuren verbindt en hun bewegingen accenten verleent .
Deze straling wekt een herinnering aan licht en beweging : de lichtbundels van schrijnwerpers , die elkaar kruisen en zich verplaatsen . Nu beweegt de compositie , de achtergrond is levendig en neemt deel aan de actie van de dansers .
Het geheel voltooide werkstuk ziet je op fig . 85 .
We hebben hiermee een bijzonder leerzaam voorbeeld van stilering . De kunstenaar heeft een vertolking tot stand gebracht , die een transformatie is van de geziene werkelijkheid bestudeerd werd en opzettelijk zo tot stand kwam met een helder doel voor ogen en het is dan ook hier dat hij " scheppend " werkt . Wat is immers het belangrijkste bij een danser ? Natuurlijk de beweging . Alles is dus zo gecomponeerd , dat die beweging tot zijn recht komt , vandaar ook de verkleining van de koppen ( die overigens het verticalisme van de figuurtjes versterkt ) , tegenover het belang dat aan de ledematen gegeven werd . Dit voor wat betreft de interpretatie .
Wat de compositie betreft , deze arbeid van de geest op een gegeven thema , te voorschijn tredend uit een rangschikking in een bepaalde , zeer suggestieve orde , deze compositie loopt uit op een boeiende rythmische opstelling , waarin de herhaling van vormen en de tegenstellingen in de waarden , beiden gemakkelijk aan te wijzen , de ogen een genot verschaft .
Tenslotte dient men op te merken dat deze compositie niet is uitgevoerd in een ogenbedriegelijk perpectief ( op dit belangrijke punt hebben we uw aandacht gevestigd in het lesdeel De Bloem ) . Hij bevat geen modelé en geen illusie van diepte in het te versieren vlak . Integendeel hij vormt één geheel met hem .
Aan het eind van dit hoofdstuk geven we nog eens het woord aan mej. Creuzot voor een slotwoord :
" Ziehier wat interpretatie eigenlijk is . Als levende reactie van de kunstenaar op de natuur , is hij de samenvatting van zijn waarnemingen , de opperste uitdrukking van zijn eigen ik . Hij alleen betekent schepping . Het is uiteraard alleen door een directe studie van de natuur dat men er in slagen kan om het wezen van de dingen te onderkennen en het blijvende los te maken van het tijdelijke en toevallige . Het is door herhaalde , vurige inspanningen dat men er in slaagt om het wezenlijke uit te drukken en tezelfdertijd zichzelf uit te drukken , op totale en oorspronkelijke wijze . Ziehier een eigenaandig en aantrekkelijk mengsel van wil en vrijheid van tucht en van fantasie , dat onverklaarbaar is en eigenlijk de Kunst zelf is . "