ART . NR . 69 . - HET DIER
Art . Nr . 69 .
Het Dier
We zouden deze les over het schilderen met olieverf niet mogen beëindigen zonder te spreken over het dier . We hebben ons daarom ook voorgenomen om een rashond te schilderen , een z.g. cocker . Dit soort , dat gesierd wordt door een dikke , golvende beharing , leent zich uitstekend voor de studie van een vacht , die rijk is aan onverwachte en bewegelijke modulaties . Maar men diene er goed voor te waken dat de constructie van het dier niet wordt opgeofferd aan de weergave van zijn aanlokkelijke huid . Zo ja , dan is de kans groot dat we ondanks de moeite die we aan het schilderen als zodanig zouden besteden , tenslotte slechts een hoeveelheid haren gaan uitbeelden, die een ontwrichte of levenloze hond bekleden .
Wie onze lessen bestudeerd heeft , is er van doordrongen dat men een dergelijk model nauwlettend moet waarnemen om te kunnen tonen " wat er onder zit " ; de vorm van het lichaam onder zijn pels dient dus goed bestudeerd te worden .
Dit visiueel onderzoek zal het ons mogelijk maken om het dier te tekenen , stellig niet met een lettelijke nauwkeurigheid , maar met aanduidingen , die meer overeenkomstig
" de geest " dan de letter zullen zijn . Enige sporen van die tekening zijn hier en daar nog te zien op fig . 41 , die de voltooide studie weergeeft .
Het ligt voor de hand dat de onderschildering een begrip waarmede je nu wel vertrouwd zult zijn , op vrije wijze uitgevoerd zal worden . Het hoofddoel daarvan blijft het aangeven van de grote licht - en schaduwpatijen en het plaatsen van enkele zwarte plekken op het oor en andere delen van het lichaam . Omdat we het hier over zwart hebben , zouden we een opmerking willen inlassen .
Zwarte olieverf , evenmin als zwarte lakverven , staat geen vette behandeling toe , aangezien hij , bij droging , kleine barstjes zal gaan vertonen . Wanneer het niettemin gewenst is om ergens een zwarte partij te
" empateren " dient men eerst een vette onderlaag aan te brengen van een bijna zwarte toon , samengesteld uit b.v. een mengsel van donkergroen en donkerbruin om , nadat deze gedroogd is , het pure zwart als een dunne glacis er overheen te schilderen .
We keren terug tot de onderschildering . Hierbij mogen ook de tonen van de achtergrond niet vergeten worden . Hiervan zal je de eenvoud wel opvallen , zo tegengesteld aan de gecompliceerde , ietwat gewrongen expressie van de vacht . Deze twee tonen van de achtergrond vormen een harmonie van gebroken complementaire kleuren , die zeer gunstig afsteken bij de kleuren van het dier zelf .
In het laatste stadium wijden we ons aan de eigenlijke schildering meer in het bijzonder van de hond . De lichte delen worden vet opgezet , waarbij we de richting blijven volgen die de verschillende bewegingen in de vacht te zien geven .















