Schilderen en de
Schildertechnieken
Tweede Deel
Art . Nr . 65 .
Het Stilleven Voorwoord
In het eerste deel van deze cursus hebben we de techniek bestudeerd van het schilderen van een aantal voorwerpen of afzonderlijke elementen , die niet in eigenlijke zin " compositie " vormden . Het ligt voor de hand , dat in de aanvang eenvoudige oefeningen noodzakelijk voor u zijn , bestemd om je vertouwd te maken met het materiaal en tevens geschikt om een eerste contact te leggen met modellen van uiteenlopende aard , een contact dat , naar we verwachten , voldoende uitgebreid en ernstig opgevat was , om thans met succes op de ingeslagen weg verder te gaan .
We gaan ons dan nu bezighouden met de weergave van omderwerpen , die in de volle zin van het woord stillevens zijn en vervolgens met bloemstukken , portretkoppen , menselijke figuren , landschappen en dieren . Dat we beginnen met een stilleven , wil niet zeggen dat de studie daarvan minder inspanning en toegewijde aandacht zou vereisen dan bijv. een landschap ; laat men zich daarin vooral niet vergissen ! Maar in het eerste geval wordt de arbeid thuis in het comfortabele omgeving tot stand gebracht , naar onbewegelijke voorwerpen , onder een weinig veranderlijke belichting . De beginner , die uiteraard minder snel werkt dan een geroutineerd kunstenaar , kan onder die omstandigheden op zijn gemak en met zorg werken , doordat hij in staat is het geziene lange tijd waar te nemen , zonder zich te haasten en angst te hoeven hebben voor veranderingen in het licht , die zo vaak zeer snel de motieven van een landschapschilder andere aspecten kunnen verlenen .
Inleiding
Een stilleven bestaat , zoals men weet , uit levenloze voorwerpen , zoals vruchten , groenten , boeken , gebruiksvoorwerpen , sieraden , kleren enz . Niettemin kan men er ook wel eens een levend en beweeglijk element in brengen , hetgeen meestal een dier zal zijn . De Vlaming SNIJDERS en de Fransman CHARDIN behoren tot de schilders , die zich deze vrijheid zo nu en dan veroorloofd hebben .
Het is begrijpelijk dat met het oog op een zekere " eenheid " , die men zijn compositie gaarne geven wil , men de diverse onderdelen van een stilleven uit dezelfde soort of " familie " zoekt , of uit categorieën die vanwege hun gebruik of doel aan elkaar verwant zijn . Laten we eens enkele voorbeelden geven : vruchten en groenten - een vis , een citroen en wat peteselie - boeken , papier en schrijfgereedschap - een bontmantel , handschoenen , een sjaal , een handtasje en zo zou men natuurlijk kunnen doorgaan .
Dergelijke stilevens roepen , ieder voor zich , een bepaalde sfeer op , die om in de volgorde van bovengenoemde voorbeelden te blijven , de keuken , de studeerkamer of het boudoir zal zijn . In dit opzicht kan een stilleven dus veel betekenend zijn , een bepaald denkbeeld uitdrukken of een bepaalde sfeer in gedachten brengen . Maar , waar enerzijds bepaalde fantasieën in dit verband ( mits van gezonde smaak ) stellig geoorloofd zijn , moet men het anderzijds niet willen zoeken in een oorspronkelijkheid van twijfelachtig gehalte door voorwerpen van sterk uiteenlopend karakter bijeen te willen zetten , zoals een biefstuk met een flesje parfum , om een sterk voorbeeld te geven .
De Uitvoering Van Het Stilleven
Thans gaan we over tot het schilderen van een stilleven uit de keukensfeer . We hebben daarvoor gekozen : twee vissen , wat groenten , een fles slaolie , een aarden kruik en een vaatdoek , dit alles losjes neergezet op een tafel , zoals fig . 1 . ons laat zien .
Allereerst dienen we al deze elementen te groeperen op zodanige wijze dat er een homogene eenheid ontstaat , van een hoofdmotief voorzien en evenwichtig aandoend ; kortom , een gecomponeerd geheel . De vier schetsjes van fig . 2 tonen je een serie pogingen om tot een compositie te raken . We hebben tenslotte een vijfde gekozen , waarvan een schetopzet in fig . 3 ( 1e . stadium ) is afgedrukt , welke schets onstond op de wijze , die we in het eerste lesdeel meer dan eens bespraken . Deze compositie is n.l. de enige , die bovengenoemde hoedanigheden bezit . Let u bijv . eens op de plaatsing van de fles en de kruik . Zij staan niet in het midden van het doek , dat anders in twee gelijke delen verdeeld zou worden , hetgeen een symmetrie met zich mee zou brengen , die eentoonig en onaantrekkelijk zou zijn . Deze beide voorwerpen zijn , integendeel , zo geplaatst dat hun gemeenschappelijke verticale as het schilderij in twee ongelijke delen verdeelt , om op die wijze een oninteressante symmetrie te vermijden . Het hoofdmotief is dus links van de middenas geplaatst . Vervolgens hetzelfde beginsel is het doek ook in de hoogte verdeeld en wel door de achterrand van de tafel . Deze compositielijnen scheppen aanstonds een gevoel van stabiliteit , terwijl de vaatdoek links en de groente rechts de compositie
" vastheid " verlenen , tesaman met de vissen , die dan de ruimte tussen beide uitersten opvullen . Merk ook op dat deze vissen als het ware " te paard " zitten en assen hebben , die rechts in dezelfde richting lopen als de fles en de kruik , een verticale indeling , die ook correspondeert met de indeling volgens de z.g. gulden snede van het gehele vlak . Op deze wijze wordt de blik in de richting van het hoofdmotief geleid.
Thans komt de onderschildering aan de beurt ( fig . 4 ) . Het licht komt van links , de schaduwen verdelen zich dus min of meer over het gehele onderwerp . We moeten ons doek met de verschillende locale tonen vullen , zonder detaillering en volgens hun onderscheiden waarden voor de licht - en schaduwpartijen . In dit verband houdt je dus weer voor ogen wat hierover in het eerste lesdeel werd opgemerkt .
Men moet dus niet te vette verf gebruiken , maar eerder licht wrijvend over het boek te werk gaan , nochtans niet al te dun , want de eigen kleur van de ondergrond moet toch wel geheel verdwijnen . Het uitvoeren van de onderschildering moet tot gevolg hebben dat er een verflaag onstaat uit locale kleuren en tonen , die geschikt is om er verder overheen te werken , zonder dat die eerste laag hinderlijk is voor een verdere voltooiïng . En hiermede zijn we genaderd tot het derde stadium .
In het vorige lesdeel hebben we gezegd dat het werken in opeenvolgende etappes zonder onderbreking zou kunnen worden volbracht . Maar we hebben er aan toegevoegd dat er nochtans geen enkel bezwaar behoeft te bestaan tegen onderbreking en derhalve indroging . Vanzelfsprekend zijn er gevallen , waarin het voorkeur verdient om in de natte verf te blijven werken , maar in het algemeen moet de verf toch de gewenste dikte verkrijgen door laag voor laag aan te brengen . Het verdient aanbeveling om de dikste op te zetten ongeveer 24 uur na de voltooiïng van de ondeschildering . Deze laatste is dan begonnen in te drogen en de verse verf zal er beter op hechten en zal niet " wegzakken " in de laag , waarop hij wordt aangebracht . Als deze laatste nog te vers is , kunnen er onaangename kringen onstaan doordat de nieuwe toetsen van het penseel aan de randen wegduwt, die zich dan ophoopt en een soort van vooruitspringende kussentjes veroorzaakt .
In het algemeen kan men zeggen dat de onderschildering , die " en frottis " zonder overdaad van de verf is uitgevoerd , een snelle hervatting van het werk mogelijk maakt . Welke systeem gevolgd moet worden , dient je dus zelf , geval voor geval te beoordelen . In ieder geval komt men er niet zonder vallen en opstaan en de ervaring is eigenlijk niets anders dan de som van onze vergissingen ; dat hebben we reeds eerder opgemerkt . En als eens iets verkeerd gaat , raak dan niet in de put en wees vooral nooit ontmoedigd . Integendeel tracht er uw voordeel mee te doen .
Fig . 5 toont de voltooide studie . Tijdens deze laatste etappe , heeft de kunstenaar het modelé flink aangepakt door het volume van diverse voorwerpen goed te doen uitkomen , dank zij talrijke en delicate overgangszones . Let eens op de levendigheid van het " handschrift " , die min of meer nerveuze toetsen die , met opzet , aan dit schilderij een pittige expressie verlenen . Onder fig . 7 tonen we een sterk vergroot onderdeel van fig . 5 . De techniek van de schilder laat zich daarop nog beter beoordelen , de vette toetsen kan men duidelijk onderscheiden evenals de veel dunner gehouden donkere partijen .
Tenslotte kan men op het voltooide schilderij ook goed de achtergrond beoordelen . Deze is aan de linkerzijde wat donkerder om een krachtige tegenstelling te kunnen vormen tegenover de lichtpartijen , die over de fles , de kruik en het doek spelen , terwijl hij wat afzwakt naar de rechterzijde , waar hij geplaatst is naast de voorwerpen , die zelf in de schaduw staan : ziedaar het scheppen van contrasten , die zich in de geziene werkelijkheid ook vaak voordoen . Je kunt deze zonder enige angst toepassen , ten voordele van het effect .
Overigens zult je in de natuur praktisch nooit twee warme of twee koele tonen naast elkaar aantreffen . We bedoelen hier natuurlijk niet zuivere tonen , maar gebroken tonen die een grotere of kleinere rol spelen in een warm of koel gamma . In ieder geval dient je er bij uw scheppingen naar te streven een aangename harmonie van tonen te vinden , die elkaar goed aanvullen , zonder een overheersende kleur uit te sluiten .