ART . NR . 69 . a , - LAATSTE RAADGEVINGEN
Laatste Raadgevingen
We menen er goed aan te doen , alvorens dit lesdeel te besluiten , uw bijzondere aandacht te vragen voor enkele belangrijke raadgevingen ; door hen steeds voor de geest te houden en er naar te handelen , zult je zich menige teleurstelling kunnen besparen .
Voor een olieverfschilderij van blijvende duurzaamheid moet men :
a ) olieverven van de beste kwaliteit gebruiken .
b ) geen misbruik maken van terpentijn , siccatief of vernissen .
c ) alleen kleurechte verven gebruiken .
d ) de grond , waarop geschilderd wordt , goed verzorgen en deze niet gebruiken voordat hij door en door droog is .
e ) niet te vroeg slotvernis op het schilderij aanbrengen .
Schildergrond . - Van de goede preparatie van een doekje of paneeltje hangt de toekomst van een schilderij en zijn duurzaamheid af . Een goede schildergrond moet bestaan uit een mengsel van loodwit en lijnolie .
Het is aan te bevelen om zelf een geprepareerde ondergrond een weinig te
" ontvetten " daartoe wordt hij met water en zeep en een harde borstel in alle richtingen afgeborsteld en vervolgens met schoon water gereinigd . Men droogt hem met doek of zeemleer goed af en laat hem minstens gedurende 24 uur drogen .
Het materiaal van de ondergrond kan zeer verschilend zijn : linnen , katoen of een weefsel van beide , paneeltjes van karton , hout of triplex . De oude meesters gebruikten vaak panelen van acacia - of cederhout van goede kwaliteit liever dan van bijv . eiken - of vurenhout , die zich niet goed lenen voor olieverf .
Papier kan eveneens een goede ondergrond vormen , mits stevig en van goede samenstelling . Aangezien de droging op papier sneller in zijn werk gaat , is het meer geschikt om er in één zitting met vettere verf op verder te werken .
Het tempermes . - De hoedanigheid van dit instrument bestaat uit de soepelheid van het lemmet , dat steeds in een volmaakt horizontale stand dient terug te springen , op welke wijze men het ook buigt .
Verven . Men bespaart werkelijk niets door alleen maar verven van middelmatige of slechte kwaliteit te kopen ; zij kunnen geen enkele garantie bieden met betrekking tot hun duurzaamheid . Vergeet overigens niet dat een tube van fijne kwaliteit langer meegaat , omdat zijn kleurend en dekkend vermogen veel groter zijn dan die van een goedkope samenstelling , die tenslotte in ieder opzicht minder voordelig is .
Beschilderd doek . - Schilderen op een oud , reeds beschilderd doek vereist enige attentie . Een doekje , waarover je niet geheel tevreden bent , behoeft daarom nog niet als verloren beschouwd te worden . Zelfs na geruime tijd kan het nog gebruikt worden , voor hetzelfde onderwerp of voor een ander . Een reeds aangebrachte laag verf kan juist zeer aangenaam zijn om op te werken .
Maar alvorens dat te doen , is het niettemin noodzakelijk het doek met grof schuurpapier te bewerken om de dikste fragmenten wat weg te slijpen . Het hierdoor onstane stof wordt grondig verwijderd en vervolgens brengt men een laagje retoucheervernis aan , dat enkele uren dient te drogen .
Indien aan hetzelfde ( oude ) onderwerp wordt verder gewerkt , behoeven slechts de opnieuw onder handen te nemen fragmenten geschuurd te worden en kan men voorts , waar nodig , met empâtementen en glacis te werk gaan .
Indien daarentegen het onderwerp verschillend is , moet er fors geschetst worden , waarbij men tracht om van de reeds aanwezige tonen er enkele te doen meespreken . De verf , die je later aanbrengt , zal een rijker aspect krijgen , terwijl hij zich ook beter vastzet dan op nieuw linnen . Al doende zal men ook hier leren en nieuwe mogelijkheden ontdekken . Om een voorbeeld te geven , wist je dat , om een mooie blauwe toon te krijgen , rood de beste ondergrond vormt ?
Sommige schilders prepareren hun doeken met opzet in verschillende tonen , warme en koele en kiezen dan voor een bepaald onderwerp een doek uit , waarvan de kleur van de schildergrond harmoniëren zal met het schilderij dat zij denken te maken .
Vernissen . - Maak geen misbruik van de diverse vernissen en wacht zo lang mogelijk met het aanbrengen van slotvernis ( schilderijvernis ) .
Zolang de verf niet absoluut droog is , blijft hij " in werking " , d.w.z. kan hij onderhevig zijn aan veranderingen . Vernis nu wordt snel hard en kan aanleiding geven tot barsten , want het vernislaagje bezit niet de vereiste elasticiteit om alle veranderingen in de verflagen mede te volgen .
Als voorlopige vernis , die tevens dient om ingeschoten plekken op te halen , kan retoucheervernis zeer worden aanbevolen .














