Art . Nr . 63 .
DE OLIEVERFTECHNIEK
Het Materiaal
Allereerst laten we een volledige lijst volgen van alle materialen , die bij de olieverfschilderkunst in gebruik zijn , echter zonder de leerling te willen voorschrijven deze allemaal aan te schaffen . Niettemin zal hij toch over een onmisbaar minimum dienen te beschikken . Hij kan dit dan later aanvullen , naar gelang zijn behoeften , in overeenstemming met de verworven kundigheden , de gemaakte vorderingen , zijn groter wordende mogelijkheden en de aard van het werk , waaraan hij zich bij voorkeur zal wensen te wijden .
Plaat IV toont je de meeste van de voorwerpen , die hieronder worden vermeld :
1 . een atelier - ezel , die bestemd is voor schilderijen van flink formaat , grote composities , portretten en dergelijke .
2 . een kleinere , z.g. veldezel , die licht is , wijd kan uitstaan , zeer stabiel is en de schilder in staat stelt staande te werken en derhalve zo , nu en dan enige " afstand " te kunnen nemen om zijn werk te overzien . Door dit staande schilderen , wordt bovendien de horizon enigermate verhoogd en zal het gekozen onderwerp aan perspectivische diepte kunnen winnen .
3 . een vouwstoeltje om buiten te werken .
4 . een schilderkist met palet , penselen en verftuben .
5 . een klein , z.g. duimkistje dat gebruikt kan worden bij het maken van kleine schetsen .
6 . een assortiment van penselen , gewoonlijk kwasten genaamd , plat of rond van vorm , voorzien van de nrs . 4 - 12 . Deze worden gemaakt van varkenshaar . Men kope deze van goede kwaliteit , tesamen met twee of drie penselen van normale vorm , die zeer soepel dienen te zijn en uit das - of marterhaar gemaakt zijn en die in een fijne punt dienen uit te lopen .
7 . een paletmes om het palet na de arbeid schoon te maken , benevens een schildermes , dat tempermes genoemd wordt .
8 . een paletdopje voor het z.g. schildermedium ( een vloeistof , waardoor men b.v. een mengsel van lijnolie en terpentijn kan nemen ) , dat dient om de kleuren aan te lengen en te verdunnen . Z.g. siccatief kan toegevoegd worden om het drogingsproces te versnellen .
9 . een aantal tuben met olieverf . Ziehier een serie , die gekozen is op grond van langdurige en succesvolle ervaring : zinkwit of gemengd wit ( in grote tube ) en ( in kleinere tuben ) de volgende kleuren : cobaltblauw , ultramarijnblauw donker , coeruleumblauw , kraplak donker , cadmiumrood licht , gele oker , cadmiumgeel middel , cadmiumgeel citroen , cobaltgroen licht , vert émeraude , cobaltviolet licht , gebrande en ongebrande sienne en zwart .
Hieraan voege men toe : een flesje lijnolie , een flesje terpentijn ( in de handel zijn ook
" kant en klaar " schildermedia ) , een flesje siccatief , een flesje retoucheer - vernis en een platte , brede verniskwast . Lijnolie en terpentijn zijn in z.g. gerectificeerde toestand verkrijgbaar .
10 . doekjes , schilderpaneeltjes ( van hout , karton of papier ) en eventueel een raam om schilderijen te vervoeren .
11 . een spantang om het doek op zijn spieraam te spannen . ( schilderdoeken zijn ook verkrijgbaar in zijn geheel ) .
12 . een hamer .
Enige oude lappen zullen eveneens goed te pas kunnen komen .
Het spreekt wel vanzelf dat het oneconomisch is om tijden uw leertijd dure ondergrond te gebruiken , zoals fijn linnen , dat op spieraam gespannen is , paneeltjes van acaciahout en berg . Het is veel voordeliger om zelf uw ondergrond te maken van karton of dik papier , dat op de volgende wijze met beenderlijm wordt behandeld : ( wordt ook gebruikt in scholen voor beeldende kunst of kunstacademies ) bedek de bodem van een pannetje met korrels of plakken lijm ( beenderen - of konijnenlijm ) die je zelf in stukje gehakt hebt . Giet het pannetje half vol water , laat dit gedurende een halve dag weken en verwarm het tenslotte op een zacht vuurtje , totdat alles opgelost is . De vloeistof die dan onstaan is , moet zeer dun stroperig zijn . Met een platte kwast wordt hiervan een dikke laag aan beide zijden van het papier of carton aangebracht , waarna dit te drogen wordt gelegd . Nochtans is deze lijmlaag niet strikt noodzakelijk .
Om doek ( katoen of linnen ) te prepareren ga men als volgt te werk :
a ) snij een stuk doek af , waarvan de afmetingen aan de 4 zijden 4 cm. groter zijn dan die van het spieraam , waarop het gespannen moet worden .
b ) leg dit doek op een tafel en plaats er het raam op , zodanig dat aan alle zijden 4 cm doek blijft uitsteken ( pl. V . fig. A ) .
c ) vouw een van de zijranden van het doek om en hecht het vast op de zijkant van het raam ( fig . B ) met enkele kopspijkers , die half worden ingeslagen .
d ) verricht dezelfde handeling met de tegenovergestelde zijde van het raam en vervolgens met de beide andere zijden .
e ) bestrijk het aldus niet al te strak gespannen doek met een flinke laag konijnenlijm aan de voorkant .
f ) vordat deze lijm geheel droog is moet het doek opnieuw gespannen worden met behulp van een spantang . Men neme daartoe een van de opnieuw te hechten spijkertjes weg , grijpe ter plaatse de overslag met de spantang , trekke het doek wat strakker aan en bevestige opnieuw het spijkertje , dat ditmaal geheel wordt ingeslagen . Deze bewerking dient telken vanuit het midden van één der zijden ondernomen te worden , waarbij beurtelings aan tegenoverliggende zijden gewerkt wordt .
Er bestaan merdere soorten schilderdoek : fij ( bijna glad ) , halffijn en grof ; men kan ook werken op z.g. absorberend linnen , dat tijdens het werk de olie uit de verf grotenddeels wegzuigt . Dit stelt ons in staat ( zoals het ongelijmde papier of karton ) om een bepaalde onderneming in een enkele of weinige , kort opeenvolgende , " zittingen " tot een zeker eindresultaat door te voeren , terwijl een kleine studie in één zitting voltooid kan worden . Het kan gebeuren dat na droging hier en daar z.g. ingeschoten plekken onstaan ( dof en ietwat krachteloos geworden kleur ) , maar deze kunnen gemakkelijk " opgehaald " worden met een kwastje met retoucheervernis ; het spreekt echte vanzelf dat de verf dan volkomen droog moet zijn .
Het palet wordt van verf voorzien , zoals figuur C . op plaat V toont , volgens een bepaalde weloverwogen volgorde , die men goed doet steeds in acht te nemen . De verf ( hoeveelheid naar gelang behoefte wordt zo dicht mogelijk langs de rand van het palet uit de tube geknepen , teneinde zoveel ruimte over te laten om de benodigde tonen te kunnen mengen .
Oorsprong en menging van de verven
Verven worden uit drie bronnen geput . Deze zijn van dierlijke , plantaardige of minerale aard .
Dierlijk zijn : karmijn , sepia en ivoorzwart . Plantaardig zijn : sapgroen , kraplak en wingerdzwart . Mineraal zijn : oker , sienna en omber , waarvan er sommige in gebrande staat het rode oker , gebrande sienne en gebrande omber verschaffen .
Buiten deze door de natuur zelf verschafte kleuren , beschikt de kunstenaar nog over een aantal , dat door chemische reacties verkregen wordt , zoals ultramarijn - , cobalt - en coeruleumblauw , vermiljoen en rode cadmium chromaat - en cadmiumgeel , vert émeraude en cobaltgroen en tenslotte de verschillende soorten wit .
Het mengen van kleuren kan ongewenste reacties en wijzigingen met zich meebrengen , die men kan vermijden , wanneer men enkele grondregels voor ogen blijft houden . We zullen hierbij slechts die kleuren bespreken , waarvan in dit hoofdstuk sprake is .
Cremserwit heeft de neiging om donkerder te worden , indien vermengd met zwavelhoudende kleuren , zoals vermiljoen , ultramarijn en cadmiumgeel . Dit nadeel weegt intussen niet al te zwaar , aangezien cremserwit zeer dekkend is en sneller droogt dan zink - of titaanwit . Gele en rode cadmiums zijn een weinig minder kleurvast in de lichtere nuances , bijv. citroen en lichte cadmium . Vermiljoen kan na verloop van tijd donkerder worden ; men kope dus hiervan alleen de beste kwaliteiten . Donkere kraplak is een ietwat vluchtige , niet zeer vaste kleur , die men bij voorkeur slechts in kleine hoeveelheden bij menging dient te gebruiken .
Daarentegen leveren de okers , de sienna's cobalt , ultramarijn , coeruleumblauw en de zwarten geen moeilijkheden op bij het mengen , aangezien zij van een grote
" vastheid " en stabiliteit zijn .
Men vermijde voorts om in pure vorm , zwart , ultramarijnblauw en gebrande sienna te gebruiken en tevens hun onderlinge vermenging . Zij gedragen zich n.l. een beetje als lakken en vertonen neiging tot barsten . het Veronesegroen , dat sommigen onmisbaar achten , is van middelmatige vastheid en verandert van kleur bij menging met bijna alle andere verven .
Extra fijne - en studieverven
Wat is de betekenis van de benamingen extra fijne - en studieverven ?
Extra fijne verven worden vervaardigd uit de zuiverste pigmenten , vermengd met hun bindmiddelen . Zo is b.v. cobaltblauw een samenstelling van echt cobaltblauw ( mineraal ) met bindmiddel voor water - , gouache - of olieverf . De extra fijne verven geven de gebruiker iedere waarborg , wanneer hij althans bekend is met hun eigenschappen .
Studieverf is vaak ook van een verzorgde makerij , maar de zuivere kleur is in vele gevallen vervangen door een goedkoper surrogaat , zoals karmijn , vermiljoen en
" imitatie " cadmiumgeel . Deze verf is niettemin zeer geschikt voor de studie ( vandaar ook zijn naam ) , mede omdat hij vaak ook belangrijk goedkoper is .
Enkele vaktermen
Schilders gebruiken hun eigen vaktaal , waarvan we thans de verklaring zullen geven .
We weten al dat met ondergrond wordt bedoeld het doek , houten paneel , karton of papier , waarop geschilderd wordt . We weten ook dat penselen gewoonlijk kwasten genoemd worden ( uit varkens - of paardenhaar ) . Maar er zijn ook penselen van das - of marterhaar .
Een schets is een werkstukje , dat gewoonlijk van klein formaat is en in één zitting tot stand wordt gebracht , terwijl bij een studie de arbeid verder wordt doorgevoerd en het onderwerp vaak uitvoerig ontleed wordt . Een schilderij wordt het definitieve resultaat genoemd , vaak ontstaan uit een voorbereiding van schets en studie , waaruit bepaalde elementen gekozen en gecombineerd worden , om tenslotte een eigen , persoonlijke visie te geven van een bepaald onderwerp in een voltooid werkstuk .
De studie en het schilderij beginnen niet zelden met een snel gedaan schetsontwerp , waarin de compositie en voornaamste partijen op eenvoudig gehouden en groot geziene wijze worden opgezet . Materie noemt men wel de verfstof met zijn bind -
of verdunningsmiddel .
Dik in de verf ( of " empaté " ) zegt men van schilderijen of fragmenten , waarbij de verf in duidelijke waarneembare vette lagen is aangebracht . Het woord toets houdt verband met de wijze , waarop een penseelstreek is uitgevoerd en waarbij de verf , dun of dik , losjes of meer vastgehecht , op het doek is aangebracht . De toets is van groot belang bij de uitvoering van een bepaald gegeven ; hij dient uitdrukking te geven aan het karakter van het weer te geven objekt ; zo kan men b.v. niet precies dezelfde toetsen gebruiken voor het uitbeelden van rotsen en wolken .
Een doorschijnend laagje kleur , dat wordt aangebracht op een reeds gedroogde lichgekleurde laag , wordt glacis genoemd . Inschieten heet de dofheid , die hier en daar op een schilderij kan optreden tijdens of na het indrogen . Patiné is een bijzondere toon , die een schilderij in de loop der tijden kan verkrijgen . Craquelures zijn de fijne barsten , die soms de gedroogde verf kan vertonen .
Onder factuur wordt verstaan de wijze van verfopdracht , als het ware het handschrift van de schilder . Vrijwel ieder bekwaam schilder heeft zijn eigen factuur , waaraan zijn werk vaak gemakkelijk te herkennen is . Vincent Van Gogh is hiervan een sprekend voorbeeld .
Clair - obscur is de term , die gebruikt wordt voor de verhouding tussen de kleuren van een schilderij in verband met hun toonwaarde en wordt vooral gebezigd voor de verdeling van licht en schaduw in colorisch opzicht , en voorts ook voor het contrast tussen deze licht - en schaduwpartijen . De kunde om clair - obscur tot stand te brengen bestaat dus in het aanbrengen van licht en schaduw , zodanig , dat hun respectieve kleuren elkaar versterken en aanvullen .
Halfdonker noemt men die overgangspartijen , waar het licht zich geleidelijk in het duister verliest .
De verklaring van bovengenoemde termen moet men intussen niet al te streng en letterlijk nemen , want deze woorden staan bepaalde nuances toe , die ieder naar eigen gevoelen tot de zijne maken kan .
In de handel zijn doekjes en paneeltjes verkrijgbaar van bepaalde standaardafmetingen , die gewoonlijk op 10 of 5 cm sluiten . Prettige en daardoor veelgevraagde formaten zijn 25 bij 30 cm . , 30 bij 40 cm . , 40 bij 50 cm . , 40 bij 60 cm . enz . In sommige landen , met name b.v. in Frankrijk , is een vrij diep uitgewerkt stelsel van formaten in gebruik , waaraan zelfs voor de verschillende " rubrieken " , namen gegeven worden , zoals " figure " ,
" paysage " , en " marine " . Daarvan sluiten de afmetingen meestal niet op ronde getallen .