Art . Nr . 68 .
Het Landschap
Hier zijn we aangeland bij een zeer boeiend onderwerp , dat een grote verscheidenheid vertonen kan , zowel in de motieven zelf , als ook in de talrijke effecten , die deze motieven telkens weer van uitdrukking kunnen doen veranderen .
Tijdens het eerste deel van deze cursus hebben we reeds een soort van voorbereidende studie gemaakt , toen we bomen , vlakten en luchten behandelden .
Thans kunnen we dus complete composities aanpakken : zeegezichten , bosgezichten , decoratief opgevatte landschappen enz .
Een met het tempermes
uitgevoerd landschap
Hier hebben we een motief , waarbij het water van overwegende betekenis is , niet sclechts door de grootte van het opervlak als zodanig , maar vooral doordat het als een soort van bewegende spiegel fungeert die , door de spiegelwerking , het licht van de hemel en de elementen , die hij verlicht , terugkaatst .
We gaan dit onderwerp met het tempermes uitvoeren , omdat de verf door het rijke aspect , dat dit procedé meebrengt , het sterkst uitdrukking kan geven , juist aan die lichtgevende glans van hemel en water .
Vanzelfsprekend zal ook bij dit onderwerp een foutloze schetsopzet de basis moeten zijn ; een omzet , die ons zijn goede diensten zal verlenen tijdens de verdere schilderarbeid en die het ons mogelijk zal maken om onbekommerd en zonder aarzelingen vrijuit te kunnen blijven schilderen .
Die eerste opzet ziet je in fig . 26 . Let op de compositie , die in evenwicht wordt gehouden door de brugpijler links en het groepje bomen rechts . De horizon is op het onderste derde deel van de hoogte van het doek geplaatst om aan de lucht en het licht het leeuwendeel te laten .
Fig . 27 laat zien hoe de onderschildering met de kwast werd uitgevoerd , zonder
" empâtements " . Een breed geborstelde , dunne laag verf kan volstaan , waarbij onze verf , die slechts de voornaamste locale tonen weergeeft , voldoende aangelengd is met een mengsel van terpentijn en lijnolie .
Met deze betrekkelijk dunne laag stellen we ons tevreden , omdat we uit ervaring weten dat de verf , die met het mes wordt aangebracht , ( hetgeen straks gaat gebeuren ) , buitengewoon dekkend is .
Het kan zijn nut hebben om in dit verband eens te herlezen , wat we zeiden in het vorige lesdeel onder " de studie van een koperen voorwerp " .
Je weet dus wel dat , om er mee te schilderen , men het tempermes vasthoudt zoals een metselaar zijn troffel ( fig . 28 ) . Men begint met de verschillende hoeveelheden benodigde verf op te nemen met de binnenkant van het lemmet , die dan op het middendeel van het palet gezet worden en vervolgens , nog steeds met de binnenkant van het lemmet , in een draaiende beweging gemengd worden . Deze vermenging dient nimmer op de schildergrond zelf plaats te hebben ; deze werkwijze dient strikt verworpen te worden . Dit mengen op het palet dient met de grootste zorg te geschieden . Zo nu en dan moet met het mes alle verf weer eens op een hoopje geschraapt worden en daarna weer dooreen gewreven . Bij het aanbrengen van de aldus verkregen kleur wordt dit wederom met de binnenkant van het lemmet opgenomen en op de gewenste plaats op het doek voorzichtig uitgestreken . Wanneer de verf op hoeken moet worden aangebracht , op smalle partijen of gebogen omtrekken , werkt men met het spitse uiteinde van het mes , dat natuurlijk niet veel verf opneemt en derhalve voor dezelfde bewerking wel meer dan eens gebruikt zal moeten worden . Verandert men van toon , dan moet men het mes met een lapje schoonmaken .
Zoals we ook al eens opgemerkt hebben , zal de " tekening " tijden het werken met het tempermes hier en daar wel eens overschreden worden ; in dat geval neme men de kwast ter hand om alles weer op zijn plaats te brengen . Kwasten worden ook gebruikt om in bepaalde fragmenten de overgangen wat zachter te maken , wanneer het mes in dat opzicht te kort schiet .
Hier zouden we onder omstandigheden , een tweede stadium hebben kunnen overslaan om ommiddelijk het mes ter hand te kunnen nemen . Maar voor een beginner is het zeer moeilijk oog te hebben voor de juiste kleuren . En om de vereiste mengsels , vooral met het mes , tot stand te brengen en deze in hun juiste waarden en kleurverhouding op de witte ondergrond te zetten , zou stellig tot moeilijkheden leiden .
Het is dus verstandiger om ook een onderschildering uit te voeren . Wanneer we de tweede staat als uitgangspunt nemen , beginnen we met de groen - blauwe toon van de lucht met het mes aan te brengen . Deze bestaat uit coeruleumblauw , een klein beetje gele cadmium en wit . Merk op dat er zich in de lucht enkele lichtere partijen bevinden , vooral links boven de brug . Op soortgelijke wijze werken we aan de weergave van het water , maar , evenals trouwens bij het werken aan de lucht , moeten we er toch voor zorgen dat de andere onderdelen van het landschap niet te veel in het gedrang komen . Vervolgens trachten we de juiste tonen voor de achtergrond , de bomen en de pijlers te vinden , nogal vet in de verf , waarbij hun omtrekken , waar nodig , gecorrigeerd worden . In deze onderdelen moet de verf echter niet dikker zijn dan die van de lucht en het water , die beide lichter van toon zijn , integendeel , volgens het beginsel van "vet op mager " schilderen , moeten deze laatste nog iets meer " geëmpâteerd " zijn en wel als laatste bewerking .
Het ligt niettemin voor de hand dat , de uitvoering van enkele détails slechts met pensseel of kwast geschieden kan . Dit is bijv. het geval met de kabels van de brug en , in het algemeen , met kleine onderdeeltjes , die bij de voltooiing met trefzekere toetsjes van de penseel worden geschilderd . Het geheel afgewerkte riviergezicht vindt je onder fig . 29 .