ART . NR . 16 , b , - HET BLAD
Art . Nr . 16 , b
Het Blad .
Iedereen weet wat een blad is , doch wij gaan dit nu eens nauwkeuriger bekijken . Op het eigenlijke groene blad tekenen zich de nerven af . Wij kunnen deze nerven zien als een soort leidingen , belast met de taak het voedzame sap aan te voeren . Kleinere nerven vertakken zich , uitgaande van de hoofdnerf , welke in het verlengde van de bladsteel ligt . De bladsteel is een dun hol steeltje , aan de achterzijde meestal voorzien van een ternauwernood aangegeven gleufje . Het hecht zich vast aan de stengel met de bladschede , een soort verwijding aan beide kanten , die de stengel omsluit . Vaak komen aan de bladsteel nog steunblaadjes voor ( fig. 5 ) . Het punt waar de bladsteel zich vasthecht heet een knoop en het gedeelte van de stengel tussen twee knopen noemen wij een lid ( zie wederom fig ; 5 ) . In de oksel , de plaats waar stengel en bladsteel zich verenigen zien wij veelal een knopje , de okselknop . Uit dit knopje ( fig . 1 ) kan weer een nieuw steeltje onstaan met meerdere vertakkingen . Op deze manier kan een heel samenstel van stengels , bladeren , bloemen of vruchten ontstaan . Wij zullen er nog verder over spreken .
Variéteiten
Bladeren nemen de meest verschillende vormen aan . Men noemt ze enkelvoudig , d.w.z. één enkele bladschijf met gladde rand ( perzik ) ; getande rand ( brandnetel ) of min of meer ingesneden bladeren ( eik - esdoorn - druif ) . Men noemt ze samengesteld , wanneer het blad gevormd wordt door verschillende aparte gedeelten , die men blaadjes noemt ( fig . 5 ) . Deze blaadjes kunnen uitgaan van eenzelfde punt ( kastanje - klaver ) of trapgewijs liggen langs de hoofdbladsteel ( rozenstruik - acacia ) . Meestal is het blad betrekkelijk plat , maar brengen de nerven er min of meer nadrukkelijk uitspringende gedeelten op aan . Bij bepaalde soorten is het sterk ingesneden of gegolfd en geeft het een uitgesproken vorm ( hulst - distel en het merendeel der stekelplanten ) . Nogal zelden hebben de blaadjes een handvormige of stervormige rangschikking ( zoals bij de kastanje , de lupine enz. ) . De verschillende afbeeldingen op Plaat I en Plaat II laten je de uiterst verschillende vormen van de bladeren duidelijk zien . Tenslotte zijn er , temidden van heel wat andere rangschikkingen , de reeks varens , die in de plantenwereld een betrekkelijk aparte plaats
innemen , evenals de mossen , om maar niet te spreken van de zeealgen en de korstmossen . Tenslotte zijn er ook nog de paddestoelen met hun wonderlijke vormen en kleuren .
De Knop
Het zou onredelijk zijn om , alvoren te beginnen met de studie van de bloem , niets te zeggen over de knop die de toekomstige bloem in zich bergt . Is dat niet het begin van de toekomstige met loof uitkomende takken ? Hij groeit aan de stengel of aan zijn vertakkingen ; meestal aan de oksels ( zie weer fig . 1 ) . Zijn vorm is meestal eivormig , gerekt , gerond of gepunt . Hij wordt beschermd door blaadjes , die meestal harshoudend of kleverig en glimmend zijn ; Het is een zeer belangrijk detail en geeft een duidelijk accent aan de vorm van de plant . Verwaarloos het dus niet . Knoppen immers kunnen een zeer decoratief element vormen en hoe boeiend is het niet deze ontwikkeling nader te volgen .
De koppen bieden ons heel de bevalligheid van de plantenwereld in het voorjaar , zowel door hun verscheidenheid van vormen , als door de teerheid van kleuren en is dat niet een belofte van nieuw leven ? Voordat het knoppen werden waren het alleen maar ogen ( verdikkingen aan de takken ) die de eentonige strakheid van de winterse bomen en struiken onderbraken .








