ART. NR . 57 . b ,
Art . Nr . 57 . b ,
Wenden we ons nu eens tot de eigenlijke roman .
Deze leent zich bij uitstek voor illustraties door de grote afwisseling van zijn onderwerpen en omgevingen en door de taferelen die de schrijver ten tonele voert . Beurtelings zijn we bij mensen thuis , op straat , in een café enz .., kortom overal en hun personnages behoren tot alle klassen van de samenleving . Ook de
" stemmingen " zijn talrijk en verscheiden van aard . Men zal dus een keuze moeten maken en wel een weloverwogen keuze . Natuurlijk moeten de illustraties een getrouwe weerspiegeling zijn van de personen , die door de schrijver tot leven gewekt zijn .
Laten we nog eens tot de kern van een bepaald onderwerp doordringen .
Lucie DELARUE MARDRUS heeft een roman geschreven met de titel
" De Krekel " , dat het oppervlakkige en grillige leven van een jonge vrouw behandelt ; vandaar de titel .
We drukken hierbij drie tafereeltjes af , die gemaakt werden als kopbeelden aan het begin van een hoofdstuk .
De eerste illustratie ( fig . 22 ) zegt goed , wat hij zeggen moet , in een zeer eenvoudige compositie . Hij toont een nachtelijke idylle in een buitenwijk van Parijs . Je zult wel zien dat de beide mensen geplaatst zijn op de gulden snede in de breedte van de omlijsting . Het volgende beeld ( fig . 23 ) onderstreept nog eens het realistische karakter van het werk . De jonge vrouw en haar geliefde - die door uiterlijk en houding goed getypeerd wordt - bewonen een kamer in een goedkoop hotelletje en de gebeutenis zelf komt overeen met de beschrijving van de schrijfster . De plaatsing van de beide personen veroorzaakt een tegengesteld ryhtme van lijnen en bewegingen ; het centrum van het onderwerp wordt ingenomen door de lamp en het dakraampje : het totaaleffect is van grote kracht .
Ook de illustratie van fig . 24 is geheel in realistische geest van de roman ; we zien weer het goedkope hotelletje met daarvoor de " bazin " , die met de ogen het vertrek van de jonge vrouw volgt . De waarde van deze tekening schuilt in de uitbeelding van de voorgevel van het hotel ; hij drukt duidelijk de armtierigheid van zijn bouw uit , alsmede die van de straat , hoewel men slechts een deel van het trottoir en het plaveisel zien kan . Ook hier is de hoofdpersoon geplaatst op de as van de middelste en uiterste rede .
De fig . 25 - 27 tonen drie illustraties die gemaakt zijn voor een andere in Parijs spelende roman . Een grote stad biedt de illustrator toch wel veel mogelijkheden ! Levendigheid bewegingen en schilderachtigheid : ziedaar het leven in zijn menigvuldige aspecten , die allen de opmerkingsgave van een kunstenaar vermogen op te wekken en hem er toe aanzetten een " opstapeling " van schetsen te maken , die een documentatie " uit de eerste hand " vormt , geschikt om er uit te putten bij de illustratie van het boek .
Op fig . 25 zien we een van de personnages in een café van Montparnasse , waar men tegen de muren een aantal schilderijen ziet opgehangen van schilders uit de buurt . De kunstenaar slaagde er in om leven en sfeer aan dit tafereeltje te verlenen .
De overjas en hoed , die tegen de zuil zijn opgehangen , bevinden , zich ongeveer op de verticale middellijn , maar de linker omtreklijn van de zuil ligt toch op de linkerhelft van de compositie . De plaats van deze zuil is zo gekozen dat er aan beide zijden een verdeling van twee andere elementen mogelijk was . Van de twee vlakken in kwestie is die aan de rechterzijde de grootste als gevolg van de dikte van de meer besproken zuil en in die ruimte zien we de belangrijke figuur , waarover we in het begin van deze korte beschouwing spraken . Niettemin is de compositie toch goed uitgebalanceerd .
Op het voorste plan heeft de tekenaar een paar glazen , een siphon spuitwater , een pakje tabak enz. geplaatst , die de plaatselijke atmosfeer typeren . Ook hier kunnen we nog eens constateren , dat , als de kunstenaar " materialen " gebruikt , die hijzelf niet geschapen heeft , hij met deze wel een goed doordachte opstelling schept , die zowel de ogen als de geest weet te bevredigen .
Fig . 26 . stelt een parijse straat uit het XVIIe arrondissement voor . De kunstenaar heeft zijn standplaats op origenele wijze gekozen : de perspectief van de straat is nl. in beweging door de huizen die niet , zoals gewoonlijk , op eentonige wijze op een rijtje staan . Dit neemt niet weg dat de compositie gesloten en in volkomen evenwicht gehouden wordt door twee vrij sterke toonwaarden rechts en links , waartussen een witte muur oplicht , die geplaatst is op de gulden snede in de breedte . De mensen en de bestelwagen zorgen voor een levendige noot in dit stadstafereeltje , dat nog door zonlicht wordt opgevrolijkt .
Tenslotte zien we op fig . 27 een museumzaal . Alles krijgt hier een soort van weerspiegeling doordat het licht van boven valt op de personen wiers houdingen goed geobserveerd zijn . Een geestige noot wordt toegevoegd door de beide zaalwachters aan de linkerkant . Waarover praten zij wel ? Door de invoering van persoonlijke elementen van deze aard , op bescheiden wijze , kan de illustrator met de schrijver van het boek samenwerken ; zonder op enigerlei wijze de tekst geweld aan te doen , verstekt en verrijkt hij juist het leven aan die tekst ; door dergelijke " extraatjes " wordt een boek nog smakelijker !

















