ART . NR . 32 . - DE SPIEREN VAN DE ARM

Teken en schildercursus fritske3
ART . NR . 32 . - DE SPIEREN VAN DE ARM
ART . NR . 32 . - SKELET VAN SCHOUDERGORDEL EN ARM
ART . NR . 32 . - DE SPIEREN VAN ROMP EN HALS
ART . NR . 32 . - ANATOMISCHE ATLAS - SKELET V/D ROMP
ART . NR . 31 . b , EN 32 - DE SPIERENArt . Nr . 31 . b ,
De spieren
Het hele beenderengestel is met een zeer ingewikkeld spierennet overdekt . Deze spieren , welke in de pezen uitlopen zijn
omgeven en van elkaar , en zelfs van de huid gescheiden door vezelige vliezen . Het zijn de spieren , die door de zenuwen beheerst , als motoren dienst doen en de op zichzelf volkomen willoze beenderen van het skelet in beweging zetten . Zonder op bijzondeheden in te gaan is het goed op schematische wijze te tonen , hoe de spieren te werk gaan om de beweging te scheppen .
De spieren bestaan uit een vlezige bundel vezels , welke gewoonlijk als spil eindigen en zich door middel van pezen aan de verschillende delen van het geraamte vasthechten . In rust bereikt de spier een zekere lengte A B , maar zodra hij door de zenuwen tot werking wordt aangezet trekt hij zich samen , vormt zich als het ware tot een bal en naarmate deze aan dikte toeneemt vermindert zijn lengte A C .
( fig . 14 ) .
De twee schematische tekeningen van
fig . 15 geven duidelijk de buig - en strekbewegingen van de arm weer , die door twee heel bekende spieren veroorzaakt worden : de tweehoofdige ( biceps ) en de driehoofdige ( triceps ) armspier . Op de eerste tekening ( fig . 15 ) ziet je de biceps zich samentrekken , terwijl de triceps uitgestrekt is .
Daar de biceps met een einde aan de schouder en met het andere einde aan de onderarmbeenderen vastgehecht is , dwingt hij bij die samentrekking de onderarm tot buigen . Op de rechtse tekening doet zich het tegenovergestelde voor . De biceps is gestrekt , maar de triceps dwingt , het uitsteeksel van de opperarm als hefboom gebruikend , de onderarm zich in het verlengde van de opperarm uit te strekken . Deze demonstratie toont je op een heel theoretische manier hoe de spieren ( motoren ) de beweging van de beenderen ( hefbomen ) door samentrekking bewerkstellingen . Maar we moeten je er op attent maken , dat de arbeid van een spier meerdere uitwerkingen kan hebben . Wij hebben b.v. gezegd , dat de biceps de onderarm op de bovenarm buigt . Het kan net zo goed gebeuren dat de bovenarm zich naar de onderarm toebuigt . Een turner , die de stutstand maakt , beweegt de onderarm niet , het is veel meer de opperarm , die zich op de onderarm vouwt , naar de onderarm toegetrokken door de biceps , die een groot gedeelte van het lichaamsgewicht draagt .
Wij zullen de voornaamste spieren naukeurig nagaan en even stil staan bij die , welke op het naakte lichaam het duidelijkst te zien zijn ( fig . 16 , 17 en 18 ) .
De twee schuine halsspieren die aan de voorkant van de hals een V vormen , bewerkstelligen het draaien van het hoofd naar rechts en links , waarbij het gezicht zich naar de tegenovergestelde zijde van de zich samentrekkende spier richt . Maar zij neigen ook het hoofd naar voren en buigen het , ieder naar zijn kant toe . Men noemt deze spieren ook wel de borstbeen - sleutelbeen - tepelspieren .
Op de borstkas dienen de grote borstspieren er toe , de armen naar het lichaam te trekken , terwijl de schouderspier de arm omhoog heft . De buitenste schuine buikspier zorgt voor de draai - en buigbeweging van het middel .
Door de zeer talrijke spieren van de onderarm worden de verschillende bewegingen aan de hand doorgegeven .
Op het voorste gedeelte van de dijen ligt de geweldige spanspier van de dijschede , die het voorwaarts heffen van het been tot stand brengt . De kleermakersspier bewerkstelligt dat de benen de neergehurkte " kleermakerszit " innemen .
Tenslotte wijzen wij je nog op de voorste scheenbeenspier die de voet opheft en vestigen wij er tegelijkertijd de aandacht op dat de voorkant van het scheenbeen bijna over de hele lengte van het onderbeen vlak onder de huid ligt .
Laten wij nu tot de achterzijde van het lichaam overgaan . De monnikskapspier trek het hoofd achterover en heft de schouder op . De brede rugspier buigt en draait de romp . De driehoofdige armspier aan de achterkant van de arm dwingt de onderarm tot strekking ( fig . 15 ) .
Als men de vingers heftig beweegt kan men duidelijk op de onderarm het aanzwellen van de hele spierenbundel zien die tot taak heeft de vingers te strekken .
De bilspieren houden het lichaam in evenwicht op de benen .
De tweehoofdige dijspier aan de achterkant van de dijen kan het onderbeen naar boven buigen . Van achteren gezien merkt je op dat deze spieren uit elkaar lopen om zich aan weerskante van de knie vast te hechten , waardoor zij een driehoekig afgetekende ruimte vormen , knieholte genaamd .
Op de achterkant van het onderbeen is de verdikking van de tweeling kuitspier zichtbaar , die in de Achillespees uitloopt . Door zijn bemiddeling zorgen zij voor het heen en weer bewegen van de voet ( kuitspieren zijn bij hardlopers , fietsers , en danseressen bijzonder ontwikkeld ) .
Op de afbeelding van terzijde gezien vinden wij dezelfde spieren , die wij zojuist besproken hebben terug , maar dan op een heel andere manier .
Evenals wij hiervoor bij het geraamte gedaan hebben , zijn ook hier de tekeningen van de anatomische mens , van de voor - , achter - en zijkant , in de drie schema's van fig . 19 nogmaals vereenvoudigd weergegeven . Daardoor zult je makkelijker in staat zijn de voornaamste spieren in uw geheugen te prenten .
De vetlaag - De huid
De uitsteeksels van de beenderen en spieren zijn zodanig door een vetlaag omgeven dat zij daardoor soms minder zichtbaar zijn .
Bij het lichaam van de vrouw bijvoorbeeld , dat minder grove beenderen heeft en minder gespierd is dan dat van de man , is daarentegen de vetlaag om het bekken veel zwaarder , waardoor het lichaam ronder en gladder is , terwijl het relief van het mannelijke lichaam over het algemeen oneffen en hoekig lijkt .
De huid is op gepaalde plaatsen direct aan het geraamte gehecht , hetgeen onveranderlijke plooien veroorzaakt , zoals de plooi van de lies , van de oksel en de lijn die de as van het lichaam zowel aan de voor - als aan de rugzijde aangeeft .
Er zijn ook de toevallige plooien , die bij bepaalde bewegingen ontstaan ; bijvoorbeeld aan de hals , als men het hoofd omdraait ; aan de elleboog als men de arm strekt en aan de romp als men zich voorover buigt .
Door de verharding van het huidweefsel zijn bij grijsaards de uiterlijke plooien blijvend ingekerfd en dan worden dit rimpels .
Zoals wij reeds aangekondigd hebben , volgt hier een beknopte anatomische atlas die je op uw gemak zult kunnen raadplegen om de op de vorige bladzijden verkregen kennis te kunnen vergroten .
ANATOMISCHE ATLAS
( nadruk verboden )
ART . NR . 32 .
ART . NR . 33 . - FIG . 28 . - VORMVERANDERINGEN
Art . Nr . 33 .
FIG . 26 en 27 . - HET MIDDEL BIJ MAN EN VROUW
FIG . 25 . - SCHEMA BENEN
FIG . 22 , 23 , en 24 . - HEUPSTAND
FIG . 22 , 23 , en 24 . - HEUPSTAND