ART . NR . 47 . b , - BEWEGELIJKHEID EN HOUDIGEN
Art . Nr . 47 . b ,
Bewegelijkheid en houdingen
Als gevolg van zijn fysieke hoedenigheden vertoont het dier zich onder allerlei , zelf onverwachte , aspecten . Er zijn er die als door en veer voortbewogen lijken , wanneer zij hun enorme sprongen maken , maar dat is het niet , wat wij verstaan onder beweging in de eigenlijke zin . Daarmee bedoelen wij veranderingen van houding op de plaats zelf . Deze kunnen evenwel aanzienlijke wijzigingen in de verschijning met zich meebrengen ; denk maar eens aan de eend , die in zichzelf gaat " kruipen " : zijn hals zal men dan niet meer zien . Op plaat IV ziet je nog heel wat andere voorbeelden . Deze soort van samentrekking wordt vaak opgevolgd door een verrassende ontspanning , waarin men , evenals in de plotselinge kleurverandering van sommige dieren , een middel tot verdediging en ook tot aanval kan zien .
Deze bewegelijkheid op de plaats zelf voert ons tot de verplaatsing in de ruimte , dus tot de echte beweging . Wij denken hier aan zijn verschillende mogelijkheden : stappen , draven , galoperen , springen , vliegen , zwemmen en kruipen , waaraan men kan toevoegen het achteruitlopen , het slaan en het steigeren . Daarmee komen wij weer terecht bij het paard , dat nog andere mogelijkheden kent dan de vier eerstgenoemde . Zo kunnen oude paarden vaak niet meer een versnelde draf uitvoeren : de voorbenen gaan dan in galop terwijl de achterbenen blijven draven ; zij kunnen overigens maar korte tijd volhouden . Sommige bewegingen verkrijgt het door dressuur : men denkt bijv. aan de telgang , waarbij het lichaam afwisselend gesteund wordt door twee benen van de zelfde kant . Behalve bij het veulen en het oude paard is deze beweging iets uitzonderlijks . In het algemeen immers bewegen de viervoeters zich voort door tegelijk één van de voor - en achterpoten naar voren te brengen , die diagonaal tegenover elkaar gelegen zijn , dus bijv. rechtevoor - en linkerachterpoot of omgekeerd .
Wij keren terug tot het paard . Fig . 101 toont hem in zijn prachtige proporties . Als bij de koe kan men het hoofd als proportiesleutel nemen en aan de hand van de ingetekende getallen ziet je dan dat de hoogte van de vorm iets minder dan drie en een halve kop bedraagt en van achteren twee en een halve kop , die van de romp ( gestippeld ) een kop , enz .
Natuurlijk hebben wij hier te doen met een " raspaard " . Maar het gewone sleperspaard , dat wel minder slank en elegant is , vertoont daarom niet een minder mooi evenwicht in zijn verhoudingen ( zie plaat II ) , waarbij men ook zijn grote afmetingen kan bepalen door als grenzen de z.g. beenpunten te nemen .
In fig . 103 ontleden wij de beweging van de stap in zes stadia . Die van de pas en vooral van de galop zijn niet zo gemakkelijk en duidelijk in een tekening over te brengen . Sommige van hen worden zo snel uitgevoerd dat het oog geen kans krijgt ze te bevatten en wanneer men er een foto bijhaalt , kan het gebeuren dat men een onwaarschijnlijke houding krijgt , waarin het dier verstard lijkt . Het is bij zo'n gelegenheid dat de schets die immer een samenvatting dient te zijn , n.l. van de verschillende houdingen die door een beweging veroorzaakt worden , naar fotografische maatstaven onjuist is , maar daarentegen zoveel levendiger dat hij , per slot van rekening , toch meer waar is ! Men kan zich bij de uitbeelding altijd beperken tot die fasses , waarin een klein oponthoud in acht genomen wordt tijdens de beweging . Wij laten je een hele serie tekeningetjes zien , die in dat opzicht zeer suggestief zijn ( fig . 102 ) .
Intussen kunnen wij overgaan tot een even amusante als leerrijke oefening . Teken met zacht potlood op een willekeurig stuk papier het paard van fig . 99 na , waarbij je de ruitjes gebruikt om hem twee of drie keer te vergroten . Vervolgens gaat je met behulp van doorschijnend papier ieder onderdeel ( begrensd door een dikke lijn , die zich voortzet in een stippellijn ) op stevig papier , nog beter op niet al te dik karton , overbrengen , trek die tekening dan over met een dikke inktlijn en knip dan ieder van die bestanddelen zorgvuldig uit . In de gaatjes worden zij dan geleed met behulp van koperen splitpennetjes . Je zult uw paardje dan zeer gevarieerde houdingen kunnen geven , die moeten overeen stemmen met degene die je naar het leven zelf waargenomen hebt en niet zomaar
" verzonnen " zijn . De kleine tekeningen geven je daarvan de voorbeelden .
Dit zelfde spelletje kunt je ook uitvoeren naar aanleiding van de kip van fig . 100 . Merk op dat bepaalde onderdeeltjes omgedraaid kunnen worden , zoals op het laatste schetje te zien is .










